<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2017:2032</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-11T00:21:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-04-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/820097-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:2032">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:2032</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-11T00:20:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2017:2032 Rechtbank Gelderland , 10-04-2017 / 05/820097-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2017:2032:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>de rechtbank veroordeelt een man van 24 uit Hattem tot het betalen van een boete van € 1.000,- en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor drie maanden. De man krijgt deze straf voor het veroorzaken van een verkeersongeval, dat op 26 februari 2016 in Wapenveld plaatsvond. De rechtbank acht bewezen dat de ruiten van zijn auto niet goed schoon en ijsvrij waren, waardoor zijn zicht was beperkt. Bij het oversteken van een fietspad heeft de man een fietsster over het hoofd gezien, terwijl hij voorrang had moeten verlenen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2017:2032:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/820097-16</para>
      <para>Datum uitspraak	: 10 april 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende [adres] , [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. K. Kok, advocaat te Zwolle.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 maart 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 februari 2016 te Wapenveld in de gemeente Heerde in elk geval in Nederland , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gaande in de richting van de kruising van de wegen, de Nachtegaalweg en de Groteweg, daarmee rijdende over de weg, de Nachtegaalweg, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft </para>
      <para>gereden, hierin bestaande dat verdachte, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl direct voor die kruising op het wegdek van die weg, de Nachtegaalweg, haaientanden als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>voor die kruising, aan de rechter zijde van die weg, de Nachtegaalweg, een in zijn, verdachtes rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg", was geplaatst en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl de ruiten van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet goed schoon waren gemaakt, waardoor deels door ijsafzetting op die ruiten het zicht voor hem, verdachte werd beperkt, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken of zich verkeer op het langs die kruisende voorrangsweg, de Groteweg gesitueerde fietspad bevond en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geen voorrang heeft verleend aan een over dat fietspad rijdende, gelet op zijn, verdachtes rijrichting, toen dicht van links genaderd zijnde bestuurster van een fiets en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of die kruising zonder te stoppen is opgereden en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die over dat fietspad van die kruisende weg, de Groteweg rijdende, toen dicht genaderd zijnde bestuurster van die fiets en/of die fiets, </para>
      <para>ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt, doordat hij, verdachte geen voorrang heeft verleend; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>artikel 175 lid 3 WVW94</para>
      <para>art 6 Wegenverkeerswet 1994</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 februari 2016 te Wapenveld in de gemeente Heerde in elk geval in Nederland , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gaande in de richting van de kruising van de wegen, de Nachtegaalweg en de Groteweg, daarmee heeft gereden over de weg, de Nachtegaalweg en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl direct voor die kruising op het wegdek van die weg, de Nachtegaalweg, haaientanden als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>voor die kruising, aan de rechter zijde van die weg, de Nachtegaalweg, een in zijn, verdachtes rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg", was geplaatst en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl de ruiten van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet goed schoon waren gemaakt, waardoor deels door ijsafzetting op die ruiten het zicht voor hem, verdachte werd beperkt, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken of zich verkeer op het langs die kruisende voorrangsweg, de Groteweg gesitueerde fietspad bevond en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geen voorrang heeft verleend aan een over dat fietspad rijdende, gelet op zijn, verdachtes rijrichting, toen dicht van links genaderd zijnde bestuurster van een fiets en/of en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>die kruising zonder te stoppen is opgereden en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die over dat fietspad van die kruisende weg, de Groteweg rijdende, toen dicht genaderd zijnde bestuurster van die fiets en/of die fiets, </para>
      <para>ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Art 5 wegenverkeerswet 1994</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worde, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_415af066-c28e-4498-8aec-7d5480af68bd" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 26 februari 2016 heeft een ongeval plaatsvonden op de Groteweg in Wapenveld, gemeente Heerde. [slachtoffer] fietste over het fietspad langs de Groteweg. Verdachte reed in zijn auto (een Hyundai met kenteken [kenteken] ) op de Nachtegaalweg in de richting van de kruising met de Groteweg. Bij de kruising zag hij de van links komende [slachtoffer] over het hoofd.<footnote-ref linkend="_a4083535-92c0-43ce-8ce4-1cc808b03a26" /> Op het wegdek voor die kruising, op de Nachtegaalweg, staan haaientanden. Voor die kruising, aan de rechterzijde van de Nachtegaalweg, staat een bord dat voorrang moet worden verleend aan de bestuurders op de kruisende weg.<footnote-ref linkend="_5ef5d2e0-0b7e-4518-9168-8436ce1ce6ed" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onvoorzichtig heeft gereden waardoor een aanrijding is ontstaan met zodanig letsel als gevolg dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit en daarvoor een aantal argumenten naar voren gebracht. De VerkeersOngevallenAnalyse (hierna: VOA) is niet duidelijk op het punt van het ijs op de ruiten. Het onderzoek is zeer beperkt geweest. De verklaring van het slachtoffer is niet objectief en mag niet worden gebruikt. Blijft over dat verdachte geen voorrang heeft verleend, maar één overtreding is onvoldoende voor een veroordeling wegens het misdrijf van artikel 6 van de Wegenverkeerswet. Nu er geen medische verklaring over het letsel van het slachtoffer is, kan niet worden bewezen dat zij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen dan wel dat er een verhindering in de uitoefening van normale bezigheden is geweest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij op 26 februari 2016 op de Nachtegaalweg in Wapenveld reed. Hij wilde rechtsaf de Groteweg op rijden. Verdachte keek naar rechts en links en zag geen verkeer, niet op de weg en niet op het fietspad. Verdachte stond niet helemaal stil, de auto rolde nog iets door. Verdachte trok op om de Groteweg op de rijden en toen hij het fietspad overstak, hoorde hij iets tegen de auto botsen. Hij stapte uit en zag een vrouw op de grond liggen.<footnote-ref linkend="_fd3c1735-a869-426e-8682-411adcaeac4b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Groteweg is een voorrangsweg en verdachte heeft dus ten onrechte geen voorrang verleend aan de fietsster.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verbalisant [verbalisant 1] heeft na het ongeval geconstateerd dat de ruiten van de auto van verdachte gedeeltelijk waren schoongemaakt, maar er nog veel ijs op de ruiten zat.<footnote-ref linkend="_53e7baac-c4b3-4c7a-b1ea-412162ea7fb5" /> Verdachte heeft dus  beperkt zicht gehad omdat zijn ruiten niet goed schoon waren. Dit volgt niet alleen uit de constatering van de politie dat er nog ijs op de ruiten zat, maar ook uit de omstandigheid dat de aanjager nog op de hoogste stand stond, warm en gericht op de voorruit.<footnote-ref linkend="_625c98b7-a246-46e4-808c-c3713c0ffdc0" /> Verdachte is dus gaan rijden met een auto waarvan de ruiten niet geheel schoon waren en had daardoor beperkt zicht. Vervolgens heeft verdachte ten onrechte geen voorrang verleend aan een fietsster. De vraag is of verdachte hierdoor schuld als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet heeft aan het ontstaan van het ongeval. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt in dat verband als volgt. Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, is vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos dan wel zeer of aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is geweest van roekeloos verkeersgedrag van verdachte zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. Wel heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam gereden en heeft dat geleid tot het ongeval. Verdachte heeft, door de weg op te gaan met ruiten waardoor hij niet goed genoeg kon kijken, beperkt zicht gehad, zeker omdat het nog donker was op het moment van de aanrijding (26 februari 2016 omstreeks 7:15 uur volgens verdachte<footnote-ref linkend="_44d55759-26f1-4477-9e9c-ee5368bbf862" />). Verdachte heeft vervolgens bij de kruising, waar hij voorrang diende te verlenen, niet goed genoeg gekeken of hij het fietspad over kon steken om rechtsaf te slaan en kon ook niet goed kijken omdat hij geen volledig zicht had. Hij heeft toen de fietsende [slachtoffer] over het hoofd gezien.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat [slachtoffer] heeft verklaard een hersenschudding, een hoofdwond, een overstrekte rechter duim en spierpijn over te hebben gehouden aan het ongeval.<footnote-ref linkend="_40694c84-5a1f-426c-aeb9-fdadd51aeb7d" /> Uit latere informatie volgt dat haar hand voor 90% is hersteld en dat de resterende 10% nog terug zou moeten komen. Met de gevolgen van de hersenschudding gaat het nog niet helemaal goed.<footnote-ref linkend="_e1e003b1-daec-4c25-932d-95a2efe77c53" /> Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee geen sprake van zwaar lichamelijk letsel, maar wel van zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 26 februari 2016 te Wapenveld in de gemeente Heerde <emphasis role="strike-through">in elk geval in Nederland</emphasis>, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gaande in de richting van de kruising van de wegen, de Nachtegaalweg en de Groteweg, daarmee rijdende over de weg, de Nachtegaalweg, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">zeer, althans</emphasis> aanmerkelijk<emphasis role="strike-through">,</emphasis> onvoorzichtig, onoplettend en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl direct voor die kruising op het wegdek van die weg, de Nachtegaalweg, haaientanden als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>voor die kruising, aan de rechter zijde van die weg, de Nachtegaalweg, een in zijn, verdachtes rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg", was geplaatst en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl de ruiten van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet goed schoon waren gemaakt, waardoor deels door ijsafzetting op die ruiten het zicht voor hem, verdachte werd beperkt, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">niet of</emphasis> in onvoldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken of zich verkeer op het langs die kruisende voorrangsweg, de Groteweg gesitueerde fietspad bevond en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geen voorrang heeft verleend aan een over dat fietspad rijdende, gelet op zijn, verdachtes rijrichting, toen dicht van links genaderd zijnde bestuurster van een fiets en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>die kruising zonder te stoppen is opgereden en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die over dat fietspad van die kruisende weg, de Groteweg rijdende, toen dicht genaderd zijnde bestuurster van die fiets en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> die fiets, </para>
      <para>ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) <emphasis role="strike-through">zwaar lichamelijk letsel of</emphasis> zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt, doordat hij, verdachte geen voorrang heeft verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">primair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat de schuldige geen voorrang heeft verleend.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete van </para>
      <para>€ 1.000,- en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van drie maanden, waarvan een maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft naar voren gebracht dat, mocht de rechtbank komen tot bewezenverklaring van het primaire feit, dan moet worden volstaan met een geldboete van € 1.000,- en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Verdachte is immers een first offender.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt. Hij heeft gereden met een auto waarvan de ruiten niet goed waren schoongemaakt en heeft bij het oversteken van een fietspad geen voorrang verleend aan een fietser. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte niet eerder is veroordeeld. Verder heeft de rechtbank acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles bij elkaar komt de rechtbank tot oplegging van de door de officier van justitie geëiste straf, namelijk een geldboete van € 1.000,- en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van drie maanden, waarvan één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Hierbij heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij zijn rijbewijs gebruikt voor woon-werkverkeer maar dat hij wel iets kan regelen als hij een tijdje zonder rijbewijs zit. Bij een dergelijke verkeersovertreding kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met alleen een geldboete. De ontzegging zal deels voorwaardelijk worden opgelegd om verdachte in de toekomst ervan te weerhouden opnieuw zich op deze manier op de weg te begeven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 1.000,- (duizend euro), </emphasis>bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">20 (twintig)</emphasis> dagen <emphasis role="bold">hechtenis</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> ontzegt verdachte ten aanzien van het <emphasis role="bold">bewezen verklaarde</emphasis> de <emphasis role="bold">bevoegdheid motorrijtuigen</emphasis> te besturen voor de duur van <emphasis role="bold">3 (drie) maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat een gedeelte van deze bijkomende straf, groot <emphasis role="bold">1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich vóór het einde van een <emphasis role="bold">proeftijd van 2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kleinrensink (voorzitter), mr. A. Tegelaar en </para>
              <para>mr. S.C.A.M. Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 april 2017.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold" />
    </para>
  </section>
  <footnote id="_415af066-c28e-4498-8aec-7d5480af68bd" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] , hoofdagent van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, basisteam Veluwe-Noord opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016097015-1, gesloten op 15 april 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a4083535-92c0-43ce-8ce4-1cc808b03a26" label="2">
    <para> Proces-verbaal aanrijding overtreding, p. 2-5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5ef5d2e0-0b7e-4518-9168-8436ce1ce6ed" label="3">
    <para> Proces-verbaal verkeersongevallenanalyse, p. 8 en p. 10.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fd3c1735-a869-426e-8682-411adcaeac4b" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 19.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_53e7baac-c4b3-4c7a-b1ea-412162ea7fb5" label="5">
    <para> Proces-verbaal aanrijding overtreding, p. 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_625c98b7-a246-46e4-808c-c3713c0ffdc0" label="6">
    <para> Rapport VerkeersOngevallenAnalyse, p. 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_44d55759-26f1-4477-9e9c-ee5368bbf862" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 19.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_40694c84-5a1f-426c-aeb9-fdadd51aeb7d" label="8">
    <para> Proces-verbaal van verhoor slachtoffer, p. 21-22.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e1e003b1-daec-4c25-932d-95a2efe77c53" label="9">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 23.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>