<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2017:1837</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-24T17:15:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-03-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/880115-14 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:1837">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:1837</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-03T09:34:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2017:1837 Rechtbank Gelderland , 30-03-2017 / 05/880115-14 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2017:1837:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor verduistering van zo’n 500.000 euro als bewindvoerder en voor valsheid in geschrifte tot een gevangenisstraf van 24 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2017:1837:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Promis II</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	 : 05/880115-14 (ontneming)</para>
      <para>Datum zitting	 : 16 maart 2017</para>
      <para>Datum uitspraak: 30 maart 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>naam		: <emphasis role="bold">[veroordeelde] </emphasis>(hierna te noemen: veroordeelde),</para>
      <para>geboren op	: [geboortedag] 1957 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>adres		: [adres] ,</para>
      <para>plaats		: [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman	: mr. O.J. Ingwersen, advocaat te Arnhem.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de vordering</title>
    <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank, conform artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel voorlopig wordt geschat op € 508.227,26</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para>Ter terechtzitting van 16 maart 2017 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>De zaak is op 16 maart 2017 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. O.J. Ingwersen, advocaat te Arnhem.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. M. Zwartjes, heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering. Daarbij heeft zij opgemerkt dat voor zover het bedrag van de ontnemingsvordering ook als schadevergoedingsvergoedingsmaatregel wordt opgelegd, dit in mindering dient worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich ten aanzien van de ontnemingsvordering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para>Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de rechtbank kennisgenomen van het op 30 maart 2017 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij hij onder andere is veroordeeld voor verduistering.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk daardoor voordeel heeft genoten. De beslissing dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.<footnote-ref linkend="_0d07ff8b-7a3f-4f70-b721-7646923ab1a9" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgangspunt is dat bij de bepaling van het ontnemingsvoordeel wordt uitgegaan van het voordeel dat de verdachte in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft genoten. Verdachte verklaart dat hij de tenlastegelegde bedragen van de rekeningen van zijn cliënten wederrechtelijk voor eigen gebruik heeft aangewend.<footnote-ref linkend="_f482b256-d3a0-40cf-9bdb-1cdfb3c6a452" /> Dit komt neer op een totaalbedrag van € 492.874,06, in plaats van het gevorderde bedrag van € 508.227,26.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande, het wederrechtelijk verkregen voordeel schattenderwijs vaststellen op € 492.874,06. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De volgende bedragen zijn aan veroordeelde als schadevergoedingsmaatregel opgelegd: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1]	€ 	13.123,17 </para>
      <para>Ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]	€ 	3.416,--</para>
      <para>Ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3]	€ 	1.550,--</para>
      <para>Ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4]	€ 	1.851,61</para>
      <para>Ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5]	<emphasis role="underline">€ 	95.999,46 +</emphasis></para>
      <para>	€	115.940,24 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit bedrag zal de rechtbank op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering brengen. Het bedrag dat dan resteert is en dat veroordeelde aan de Staat zal moeten betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel is € 376.933,82.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para>De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt vast het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van <emphasis role="bold">€ 376.933,82 (zegge: driehonderdzesenzeventigduizend negenhonderddrieëndertig euro en tweeëntachtig cent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 376.933,082 (zegge: driehonderdzesenzeventigduizend negenhonderddrieëndertig euro en tweeëntachtig cent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. C.M.E. Lagarde (voorzitter), mr. J.M. Hamaker en mr. F.M.A. 't Hart, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.W.A. Nabbe, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 maart 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_0d07ff8b-7a3f-4f70-b721-7646923ab1a9" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600 2014012079, gesloten op 30 april 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f482b256-d3a0-40cf-9bdb-1cdfb3c6a452" label="2">
    <para> De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 maart 2017.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>