<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2016:4563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-17T15:38:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-08-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/740069-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:4563">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:4563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-17T15:37:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2016:4563 Rechtbank Gelderland , 03-08-2016 / 05/740069-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2016:4563:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Gelderland heeft een 29-jarige man uit Curaçao en zijn 25-jarige zus uit Nederland veroordeeld voor het medeplegen van het binnen het grondgebied van Nederland brengen van ruim een kilo cocaïne en het meermalen bevorderen en voorbereiden daarvan  tot respectievelijk een gevangenisstraf van 24 maanden en een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk en proeftijd van 2 jaren. Een 35-jarige vrouw die hierbij behulpzaam was, is eveneens veroordeeld voor het medeplegen van het  binnen het grondgebied van Nederland brengen van ruim een kilo cocaïne tot een gevangenisstraf van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2016:4563:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/740069-16</para>
      <para>Datum uitspraak	: 03 augustus 2016</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. J.C.C.M. Brand, advocaat te Westervoort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbaar gehouden terechtzitting van 20 juli 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair</para>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016, althans in de periode van 01 februari 2016 tot en met 18 februari 2016, in de gemeente Arnhem en/of de gemeente Haarlemmermeer, in elk geval (elders) in Nederland, en/of Curaçao, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (ongeveer) 1036,38 gram, </para>
      <para>althans (ongeveer) 900 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een </para>
      <para>materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij </para>
      <para>de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van </para>
      <para>artikel 3a van die wet; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
      <para>
        [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven </para>
      <para>perso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016, althans in de periode van 01 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 in de gemeente Arnhem en/of de gemeente Haarlemmermeer, in elk geval (elders) in Nederland, en/of Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (in totaal) (ongeveer) 1036,38 gram, althans (ongeveer) 900 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen </para>
      <para>krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] </para>
      <para>en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) - al dan niet tegen betaling van </para>
      <para>(een) geld(bedrag) - haar, verdachtes, (woon)adres (als post-/afleveradres) </para>
      <para>ter beschikking te stellen; (art 2 ahf/ond A Opiumwet) (art 10 lid 1 ahf/ond a alinea Opiumwet) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_4818705e-c10f-4ccb-95a8-4a0c293b0e46" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
      <para>Op18 februari 2016 is aan het woonadres van verdachte, te weten [adres] , een postpakket afkomstig uit Curaçao bezorgd<footnote-ref linkend="_9b5de0a2-4c4c-476c-9f91-45382024b70f" />, waarin door medewerkers van de douane op Schiphol een hoeveelheid van 1036,38 gram cocaïne<footnote-ref linkend="_cf740273-1ef3-4015-8653-1902a11edca9" /> was aangetroffen<footnote-ref linkend="_c5196d26-906d-41f5-854b-76586a4f92ef" />. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. De officier van justitie acht wel bewezen dat verdachte medeplichtig is aan het binnen Nederland brengen van een hoeveelheid cocaïne door het ter beschikking stellen van haar woonadres. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten nu noch de samenwerking met de medeverdachten, noch de opzet op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van de harddrugs kan worden bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft ontkend dat zij wist dat in het postpakket, dat zij op 18 februari 2016 in ontvangst heeft genomen, cocaïne zat. </para>
      <para>Medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna te noemen: [medeverdachte 2] ) heeft ter terechtzitting van 20 juli 2016 als getuige over dit postpakket verklaard dat verdachte wist dat er cocaïne in het pakket zou zitten, omdat hij in september 2015 bij verdachte was geweest om hierover afspraken te maken. Er is toen afgesproken dat hij het adres van verdachte mocht gebruiken om pakketten met cocaïne naartoe te verzenden vanuit Curaçao en er is gesproken over de betaling die verdachte hiervoor zou ontvangen<footnote-ref linkend="_51b0d106-e5c9-4039-94bd-cde6610adfcd" />, aldus [medeverdachte 2] . </para>
      <para>Uit een WhatsApp bericht van 17 februari 2016 volgt dat medeverdachte [medeverdachte 1] (de zuster van [medeverdachte 2] , hierna te noemen [medeverdachte 1] ) aan verdachte heeft gemeld dat [medeverdachte 2] had gevraagd of zij haar deur in de gaten wilde houden en of zij [medeverdachte 1] wilde inseinen als het er was en dat verdachte hierop reageerde met een opgestoken duimpje en aangaf “1:30 moet ik wel weg”<footnote-ref linkend="_2a2a537e-61fe-413f-abd1-59500ff69b39" />. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van de voorgehouden WhatsApp berichten tussen haar en [medeverdachte 1] op 7 september 2015 en 9 september 2015 heeft verdachte over het voornoemde, op 6 september 2015 onderschepte, postpakket bij de politie verklaard dat ze wel vermoedde dat de inhoud hiervan drugs betrof<footnote-ref linkend="_c260ffc6-c0e8-48a0-81c5-c4a9088ae08f" />. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de voornoemde WhatsApp berichten in samenhang met de getuigenverklaring van [medeverdachte 2] oordeelt de rechtbank overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de van Curaçao afkomstige, aan haar woonadres gerichte, postpakketten harddrugs bevatten. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verdachte dit reeds bij de eerste zending in september 2015 wist en acht dan ook de verklaring van verdachte dat zij bij de tweede zending in februari 2016 wist noch vermoedde dat er drugs in zouden zitten, niet geloofwaardig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.</para>
      <para>Verdachte heeft haar woonadres als afleveradres voor de cocaïne ter beschikking gesteld en toen het postpakket met daarin de cocaïne arriveerde, heeft zij het in ontvangst genomen. Dit alles had zij van tevoren zo afgesproken met medeverdachte [medeverdachte 2] , al dan niet via medeverdachte [medeverdachte 1] , en tegen betaling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte(n) is komen vast te staan. De bijdrage van verdachte aan het tenlastegelegde is naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Immers zonder haar adres voor de aflevering was de invoer van de cocaïne in Nederland met een postpakket niet mogelijk geweest.</para>
      <para>Voor zover de verdediging nog heeft betoogd dat het opzet van verdachte niet was gericht op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, oordeelt de rechtbank dat nu verdachte het postpakket in Nederland ontving en zij wist dat het postpakket van Curaçao kwam, in samenhang met de bij haar aanwezig wetenschap van de drugs in het postpakket, de voornoemde opzet van verdachte in voldoende mate is bewezen.  </para>
      <para>Gelet op het vooroverwogene acht de rechtbank het primair tenlastegelegde bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016, <emphasis role="strike-through">althans in de periode van 01 februari 2016 tot en met 18 februari 2016, </emphasis>in de gemeente Arnhem en/of de gemeente Haarlemmermeer,<emphasis role="strike-through"> in elk geval (elders) in Nederland,</emphasis> en/of Curaçao, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, <emphasis role="strike-through">althans alleen,</emphasis> opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht <emphasis role="strike-through">(ongeveer)</emphasis> 1036,38 gram,  <emphasis role="strike-through">althans (ongeveer) 900 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid</emphasis> van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I<emphasis role="strike-through">, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het primaire feit:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft verzocht in de strafmaat rekening te houden met de geringe rol van verdachte. Daarbij is ook een aanzienlijk lagere straf dan door officier van justitie geëist passend, mede gelet op het feit dat verdachte niet eerder door een strafrechter is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 14 juni 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte en haar medeverdachten hebben ruim een kilo cocaïne binnen het grondgebied van Nederland gebracht. Het is een feit van algemene bekendheid dat (hard)drugs maatschappelijk gezien voor veel schade zorgen. De gezondheidsbelangen van anderen worden immers op het spel gezet en de mensen die afhankelijk zijn van deze drugs veroorzaken veel overlast en schade om deze drugs te kunnen bekostigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft - naar de rechtbank aannemelijk acht - bij deze delicten gehandeld uit financieel gewin, terwijl zij geen oog heeft gehad voor de risico's voor de volksgezondheid en de schade voor de samenleving. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat verdachte, gelet op haar ontkennende houding, geen verantwoordelijkheid neemt voor haar handelen. In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte een blanco strafblad heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegende, acht de rechtbank een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is geëist op zijn plaats. Daarnaast ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen als waarschuwing voor verdachte om zich voortaan van het plegen van - al dan niet soortgelijke - delicten te onthouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beslag</emphasis>
      </para>
      <para>De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan verdachte toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met betrekking tot welke het bewezenverklaarde is begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24, 27, 33, 33a, 47 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 13 van de Opiumwet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">8 (acht) maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot <emphasis role="bold">4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;</para>
    <para />
    <para> dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">verklaart verbeurd</emphasis> de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Mes, kleur rood, Solingen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Doos, kleur wit, met inhoud etenswaren en geschenkartikelen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.H. van Laethem (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. M.A. Jansen-van Leeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.B. Moll van Charante, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 03 augustus 2016.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_4818705e-c10f-4ccb-95a8-4a0c293b0e46" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossier Pancake, dossiernummer PL0600-2016079405, gesloten op 23 april 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9b5de0a2-4c4c-476c-9f91-45382024b70f" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van observatie donderdag 18 februari 2016; het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 571. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf740273-1ef3-4015-8653-1902a11edca9" label="3">
    <para> Het proces-verbaal testen en wegen cocaïne p. 482-483.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c5196d26-906d-41f5-854b-76586a4f92ef" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee van 17 februari 2016 p. 40-41; een schriftelijk bescheid inhoudende een formulier gecontroleerde aflevering binnen Nederland p. 51; het proces-verbaal van bevindingen p. 104.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_51b0d106-e5c9-4039-94bd-cde6610adfcd" label="5">
    <para> De verklaring van getuige [medeverdachte 2] afgelegd ter terechtzitting van 20 juli 2016.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2a2a537e-61fe-413f-abd1-59500ff69b39" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen p. 268</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c260ffc6-c0e8-48a0-81c5-c4a9088ae08f" label="7">
    <para> De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juli 2016; het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 602.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>