<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2016:4519</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-16T09:36:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-08-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/840158-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:4519">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:4519</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-16T09:35:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2016:4519 Rechtbank Gelderland , 16-08-2016 / 05/840158-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2016:4519:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 32-jarige man uit Arnhem is veroordeeld voor het twee keer mishandelen van zijn voormalig echtgenote tot een werkstraf van 180 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Ook moet de man een schadevergoeding van € 1.219,40 aan het slachtoffer betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2016:4519:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/840158-16</para>
      <para>Datum uitspraak	: 16 augustus 2016</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. E.J.A.A. van Dal, advocaat te Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting</para>
      <para>van 02 augustus 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, na een op 2 augustus 2016 toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij</para>
      <para>op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 oktober 2014 tot</para>
      <para>en met 25 oktober 2015</para>
      <para>te Arnhem en/of op het traject Nijmegen - Rotterdam, in ieder geval in</para>
      <para>Nederland,</para>
      <para>zijn echtgenoot, [slachtoffer] (telkens) heeft mishandeld door:</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het</para>
    <para>  lichaam te stompen en/of te slaan, en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht)aan de haren te trekken</para>
    <para>  en/of op de grond te gooien  en/of te trekken en/of te duwen, en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer] (met kracht) aan de haren te trekken en/of (vervolgens) met het</para>
    <para>  hoofd tegen een muur te smijten en/of te gooien en/of te duwen, en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer] met een krultang, althans met een hard voorwerp tegen het hoofd en</para>
    <parablock>
      <para>  een arm, althans tegen het lichaam te slaan, en/of</para>
      <para>(op of omstreeks 10 oktober 2015 en op het traject Nijmegen - Rotterdam, in</para>
      <para>ieder geval in Nederland)</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] (met kracht aan de haren te trekken en/of (vervolgens) met haar</para>
    <para>  hoofd op het dashboard (van een auto) te beuken en/of te slaan, en/of</para>
    <para>- de arm van die [slachtoffer] (met kracht) op de rug te draaien.</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_b2380ee8-22d3-4fdc-a845-c1b163bc8a97" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
      <para>In de periode van 10 oktober 2014 tot en met 25 oktober 2015 waren verdachte en [slachtoffer] getrouwd met elkaar. Zij woonden in Arnhem.<footnote-ref linkend="_aa82a696-7d99-4d3a-8179-4ca2502ec8d0" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de mishandelingen in de tenlastegelegde periode. </para>
      <para>Er is diverse keren letsel geconstateerd bij [slachtoffer] en voorts is er bij één mishandeling, namelijk het draaien van de arm op de rug, een getuige aanwezig geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft gepleit voor vrijspraak van het tenlastegelegde feit. Nergens blijkt uit dat verdachte [slachtoffer] daadwerkelijk mishandelde. [slachtoffer] heeft zelf ook altijd ontkend te zijn mishandeld. Ten aanzien van het draaien van de arm op de rug van [slachtoffer] is de verdediging van mening dat dit niet als mishandeling gekwalificeerd kan worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Ten aanzien van de vraag wat wettig en overtuigend kan worden bewezen, overweegt de rechtbank als volgt. </para>
      <para>
        [slachtoffer] heeft verklaard dat zij op 31 december 2014 thuis was en ruzie had met verdachte. Op enig moment gaf hij haar opzettelijk met kracht een vuistslag tegen haar rechter oogkas. Ze voelde direct pijn en ze viel op de grond. Haar oogkas was blauw en ze bloedde. Toen ze in het ziekenhuis kwam, bleek dat haar oogkas gebroken was. Ze durfde in het ziekenhuis niet te vertellen dat ze was geslagen dus ze vertelde tegen de artsen dat ze van de trap was gevallen.<footnote-ref linkend="_75e98fe6-f77b-465f-9252-4ee19bffc561" /></para>
      <para>Bij de eerste hulp is [slachtoffer] op 31 december 2014 om 22.21 uur onderzocht. Er werd letsel geconstateerd waaronder een fractuur van de lamina papyracea rechts, met lucht rondom de oogbol. In het verslag van de eerste hulp arts is tevens opgenomen dat sprake was van een vreemde toedracht en dat aan [slachtoffer] was gevraagd of ze was mishandeld.<footnote-ref linkend="_19be4d44-620d-413d-b747-6788f115236b" /></para>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij op 31 december 2014 thuis was met [slachtoffer] . Verdachte was in de woonkamer. Op enig moment viel [slachtoffer] kennelijk van de trap en liep zij letsel op aan haar oog. Later bleek dat haar oogkas  gebroken was.<footnote-ref linkend="_1d718a24-95cf-4b55-85ee-17969d148325" /> Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij boven was en [slachtoffer] beneden. Desgevraagd verklaarde verdachte dat [slachtoffer] ook boven was. </para>
      <para>De rechtbank acht, gelet op vorenstaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 31 december 2014 [slachtoffer] met zoveel kracht tegen het hoofd heeft geslagen/gestompt dat hij haar oogkas heeft gebroken. Het sterkt de rechtbank in haar overtuiging dat verdachte wisselend heeft verklaard over het voorval en waar hij zich in de woning bevond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [slachtoffer] heeft voorts verklaard dat zij op 25 oktober 2015 thuis was en ruzie had met verdachte. Haar moeder was hierbij aanwezig. Verdachte pakte met kracht haar rechter onderarm vast en hij draaide deze zodat de arm onder op haar rug terecht kwam. Dit deed pijn bij [slachtoffer] .<footnote-ref linkend="_4d5f1828-1553-465e-b00d-dac3fe9a27ba" /></para>
      <para>Getuige [getuige] , de moeder van [slachtoffer] , heeft verklaard dat zij op 25 oktober 2015 bij haar dochter ( [slachtoffer] ) en verdachte kwam. [slachtoffer] en verdachte kregen ruzie en op enig moment zag zij dat verdachte de hand van [slachtoffer] pakte en deze op haar rug draaide. Ze hoorde [slachtoffer] ‘auw’ schreeuwen en ze zag dat haar gezicht vertrok van de pijn.<footnote-ref linkend="_0f423f25-5a75-411f-abdf-2ba1e3300975" /></para>
      <para>Bij de eerste hulp is geconstateerd dat [slachtoffer] op 25 oktober 2016 om 22.59 uur is onderzocht. In het verslag van de eerste hulp arts is te lezen dat [slachtoffer] ruzie had met haar partner en dat deze aan de rechter arm heeft getrokken en dat zij daardoor pijn had in haar rechter schouder.<footnote-ref linkend="_d502dbb3-dd19-42a0-a46c-f9e3f0611e91" /></para>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij op 25 oktober 2015 thuis was met [slachtoffer] en haar moeder. Er ontstond een discussie waarbij verdachte [slachtoffer] duwde.<footnote-ref linkend="_907a7f6e-215e-498c-bee9-5db41ba54885" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht, gelet op vorenstaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 25 oktober 2015 de arm van [slachtoffer] op haar rug heeft gedraaid met zoveel kracht dat zij hier pijn door had. Dit is te kwalificeren als een mishandeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de overige mishandelingen overweegt de rechtbank dat zich hiervoor onvoldoende concreet steunbewijs in het dossier bevindt. De enkele verklaring van aangeefster, incidenteel gesteund door medische verklaringen, is onvoldoende voor wettig en overtuigend bewijs. De twee mishandelingen zoals hierboven opgenomen zijn wel wettig en overtuigend bewezen gelet op de aangifte in combinatie met het concrete steunbewijs. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij</para>
      <para>op <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> tijdstippen in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 31 december 2014 tot</para>
      <para>en met 25 oktober 2015</para>
      <para>te Arnhem <emphasis role="strike-through">en/of op het traject Nijmegen - Rotterdam, in ieder geval in</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">Nederland</emphasis>,</para>
      <para>zijn echtgenoot, [slachtoffer] <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> heeft mishandeld door:</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] <emphasis role="strike-through">meermalen, althans</emphasis> eenmaal <emphasis role="strike-through">(</emphasis>met kracht<emphasis role="strike-through">)</emphasis> tegen het hoofd <emphasis role="strike-through">en/of het</emphasis></para>
    <para>
      <emphasis role="strike-through">  lichaam</emphasis> te stompen <emphasis role="strike-through">en/of te slaan,</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>
      <emphasis role="strike-through">- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht)aan de haren te trekken</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="strike-through">  en/of op de grond te gooien  en/of te trekken en/of te duwen, en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="strike-through">- die [slachtoffer] (met kracht) aan de haren te trekken en/of (vervolgens) met het</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="strike-through">  hoofd tegen een muur te smijten en/of te gooien en/of te duwen, en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="strike-through">- die [slachtoffer] met een krultang, althans met een hard voorwerp tegen het hoofd en</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">  een arm, althans tegen het lichaam te slaan, en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">(op of omstreeks 10 oktober 2015 en op het traject Nijmegen - Rotterdam, in</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">ieder geval in Nederland)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="strike-through">- die [slachtoffer] (met kracht aan de haren te trekken en/of (vervolgens) met haar</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="strike-through">  hoofd op het dashboard (van een auto) te beuken en/of te slaan, en/of</bridgehead>
    <para>- de arm van die [slachtoffer] <emphasis role="strike-through">(</emphasis>met kracht<emphasis role="strike-through">)</emphasis> op de rug te draaien.</para>
    <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">‘mishandeling begaan tegen zijn echtgenoot, meermalen gepleegd’</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft verzocht om aan verdachte een taakstraf op te leggen gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte alsmede gelet op het advies van de reclassering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 17 juni 2016;</para>
    <para>- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 18 juli 2016. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zijn voormalig echtgenote in elk geval op twee momenten mishandeld, ten gevolge waarvan zij een gebroken oogkas opliep. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Verdachte heeft een grove inbreuk gemaakt op onder andere de lichamelijke integriteit van zijn voormalig echtgenote en bij haar pijn en letsel veroorzaakt. Verdachte heeft met zijn gedrag voorrang gegeven aan de directe uiting van zijn kennelijk bestaande frustraties en emoties zonder daarbij enige rekening te houden met de gevolgen en de angst die dit bij zijn voormalig echtgenote teweeg heeft gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank spreekt verdachte vrij voor een gedeelte van de tenlastelegging en komt daardoor op een lagere strafmodaliteit dan zoals geëist door de officier van justitie. De rechtbank zal van de straf een gedeelte voorwaardelijk opleggen, als waarschuwing voor verdachte dat hij niet over mag gaan tot dergelijk strafbaar gedrag.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.287,20 aan materiele schadevergoeding (bestaande uit: €100,- reiskosten, € 360,- eigen risico 2014, € 375,- eigen risico 2015, € 28,- ziekenhuisdaggeldvergoeding en € 424,20 gemiste inkomsten) en € 2.308,68 als advocaatkosten. Als immateriële schadevergoeding wordt gevorderd een bedrag van € 6.000,-. De totale vordering bedraagt € 9.595,88.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot betaling van het bedrag van € 9.595,88 toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 82 dagen hechtenis. Subsidiair heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht om gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid en een gematigd bedrag als voorschot toe te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen omdat vrijspraak is bepleit. Subsidiair meent de verdediging dat de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert zodat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering zal per schadepost worden besproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Reiskosten</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij heeft aangegeven dat zij kosten heeft moeten maken voor het reizen naar de artsen, psycholoog en advocaat. Het gevorderde bedrag is een schatting. De rechtbank acht aannemelijk dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt ten gevolge van de mishandelingen. Echter, omdat de rechtbank slechts twee mishandelingen bewezen acht, zal zij het toe te kennen bedrag matigen. De rechtbank maakt gebruik van haar schattingsbevoegdheid om de hoogte van het bedrag vast te stellen. De rechtbank stelt het bedrag vast op € 50,- en zal dit bedrag toewijzen. Het overige wordt niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Eigen risico 2014</emphasis>
        <?linebreak?>De benadeelde partij heeft een bedrag van € 360,- gevorderd voor het eigen risico van de ziektekostenverzekering over 2014. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende onderbouwd dat de benadeelde partij deze kosten daadwerkelijk als gevolg van het bewezenverklaarde heeft moeten maken. De rechtbank acht bewezen dat verdachte in 2014 een breuk in de oogkas van de benadeelde partij heeft veroorzaakt. Uit de uitdraai van de zorgverzekeraar blijkt dat op deze dag kosten diverse kosten zijn gemaakt maar dat hiervan niets onder het eigen risico valt. Ten aanzien van de overige mishandelingen (waaronder de mishandeling in het buitenland) volgt geen veroordeling, zodat hiervoor geen vergoeding wordt gegeven. De rechtbank zal dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren nu onvoldoende is onderbouwd dat benadeelde partij het eigen risico ten gevolge van de mishandeling heeft moeten betalen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Eigen risico 2015</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij heeft een bedrag van € 360,- gevorderd voor het eigen risico van de ziektekostenverzekering over 2015. </para>
      <para>De rechtbank acht bewezen dat de benadeelde partij in 2015 is mishandeld door verdachte, ten gevolge waarvan zij naar het ziekenhuis is gegaan. Uit het dossier blijkt dat benadeelde partij op 25 oktober 2015 bij de spoedeisende hulp is geweest. Blijkens de uitdraai van de zorgverzekeraar is dit niet van het eigen risico af gegaan. Niet is dus vast te stellen dat de benadeelde partij dit zelf heeft moeten betalen. Ten aanzien van de overige mishandelingen volgt geen veroordeling, zodat hiervoor geen vergoeding wordt toegewezen. De rechtbank zal dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren nu onvoldoende is onderbouwd dat benadeelde partij het eigen risico ten gevolge van de mishandeling heeft moeten betalen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ziekenhuisdaggeldvergoeding</emphasis>
        <?linebreak?>De benadeelde partij heeft een bedrag van € 28,- gevorderd als ziekenhuisdaggeldvergoeding. De rechtbank overweegt dat voldoende is onderbouwd dat de benadeelde partij ten gevolge van het bewezenverklaarde in het ziekenhuis heeft moeten verblijven. Dit bedrag zal derhalve worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verlies arbeidsvermogen</emphasis>
        <?linebreak?>De benadeelde partij heeft een bedrag van € 424,20 gevorderd voor verlies van het arbeidsvermogen. Het dagloon van de benadeelde partij bedraagt € 70,70 en zij krijgt de eerste dag van haar ziekte niet uitbetaald.</para>
      <para>De rechtbank overweegt dat zij twee mishandelingen bewezen verklaart en zij neemt aan dat de benadeelde partij daarna mogelijk niet heeft gewerkt. De benadeelde partij krijgt de eerste dag niet uitbetaald zodat dit voor vergoeding in aanmerking komt. Gelet op vorenstaande stelt de rechtbank de vergoeding vast op twee dagen, zijnde een bedrag groot € 141,40. Voor het overige zal de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Advocaatkosten</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij heeft een bedrag van € 2.308,68 gevorderd voor de kosten die ze heeft gemaakt voor het inschakelen van een advocaat.</para>
      <para>Ter zitting is opgemerkt dat er een toevoeging is aangevraagd bij de Raad voor Rechtsbijstand. In dit stadium is derhalve nog niet duidelijk of de benadeelde partij deze kosten daadwerkelijk zelf zal maken, gelet op deze af te wachten toevoeging. Dit deel van de vordering wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
      </para>
      <para>Voorts is aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Door de mishandelingen door verdachte is de benadeelde partij ‘anderszins’ in haar persoon aangetast, doordat een vergaande inbreuk is gemaakt op haar persoonlijke integriteit. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank maakt gebruik van haar schattingsbevoegdheid om de hoogte van het toe te kennen bedrag vast te stellen. De rechtbank zal een bedrag van € 1.000,- bij wijze van voorschot aan de benadeelde partij toewijzen. De benadeelde partij zal voor het overige deel van haar vordering niet-ontvankelijk verklaard worden, nu de behandeling van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan derhalve dat deel van haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 25 mei 2015, namelijk de datum die in het midden ligt tussen 31 december 2014 en 25 oktober 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 57, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">werkstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">180 (honderdtachtig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;</para>
    <para />
    <para> bepaalt, dat een gedeelte van deze werkstraf groot 60 uren, <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;</para>
    <para />
    <para> dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde feit tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.219,40 (zegge duizendtweehonderdnegentien euro en veertig cent)</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para> verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk</emphasis> in haar vordering;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para> legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 1.219,40 (zegge duizendtweehonderdnegentien euro en veertig cent)</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 22 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para> bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. N.K. van den Dungen-Dijkstra (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. I.D. Jacobs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. Miedema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 augustus 2016.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b2380ee8-22d3-4fdc-a845-c1b163bc8a97" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015550875, gesloten op 15 februari 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aa82a696-7d99-4d3a-8179-4ca2502ec8d0" label="2">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 12; de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 2 augustus 2016.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_75e98fe6-f77b-465f-9252-4ee19bffc561" label="3">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 13 en een proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 22.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_19be4d44-620d-413d-b747-6788f115236b" label="4">
    <para> Een schriftelijk bescheid, te weten een specialistenbericht van [naam 1] , AIOS SEH, d.d. 1 januari 2015, p. 35 en 36.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d718a24-95cf-4b55-85ee-17969d148325" label="5">
    <para> Een proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte, p. 75.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4d5f1828-1553-465e-b00d-dac3fe9a27ba" label="6">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0f423f25-5a75-411f-abdf-2ba1e3300975" label="7">
    <para> Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 49.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d502dbb3-dd19-42a0-a46c-f9e3f0611e91" label="8">
    <para> Een schriftelijk bescheid, te weten een specialistenbericht van [naam 2] , arts spoedeisende hulp, d.d. 26 oktober 2015, p. 32. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_907a7f6e-215e-498c-bee9-5db41ba54885" label="9">
    <para> De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 2 augustus 2016.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>