<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2016:4495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-01T11:11:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-08-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/720307-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHARL:2017:6571" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2017:6571, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:4495">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:4495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-12T08:53:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2016:4495 Rechtbank Gelderland , 11-08-2016 / 05/720307-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2016:4495:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>gevangenisstraf van 12 maanden voor het voorhanden hebben van 505 kilogram APAAN, bestemd voor het vervaardigen van amfetamine.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2016:4495:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/720307-15</para>
      <para>Datum uitspraak	: 11 augustus 2016</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. M.P.J.C. Heuvelmans, advocaat te Venlo.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter openbare terechtzitting</para>
      <para>van 28 juli 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 16 oktober 2014 te Ochten, gemeente Neder-Betuwe, tezamen </para>
      <para>en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld </para>
      <para>in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het </para>
      <para>opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, </para>
      <para>verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van </para>
      <para>amfetamine en/of een andere stof genoemd op lijst I van de Opiumwet, in elk </para>
      <para>geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of een andere </para>
      <para>stof genoemd op lijst I van de Opiumwet, zijnde amfetamine een middel vermeld </para>
      <para>op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen </para>
      <para>505 kilo Alfa-fenylAcetoAcetoNitril (APAAN), voorhanden heeft gehad, waarvan </para>
      <para>verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) </para>
      <para>te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die </para>
      <para>feit(en).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_a7705b99-93ab-4a37-8b95-b2bd44d750a0" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 16 oktober 2014 bevond verdachte zich in zijn bestelauto in Ochten. In de bestelbus van verdachte stonden 19 vaten met in totaal 505 kilo Alfa-fenylAcetoAcetoNitril (APAAN), een stof met behulp waarvan amfetamine kan worden geproduceerd.<footnote-ref linkend="_f90ff07f-70f6-4733-a0a4-1e0c5195ae83" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte het feit heeft gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging bepleit vrijspraak en voert daartoe aan dat verdachte niet wist wat hij vervoerde en dat ook niet hoefde te vermoeden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Voor de strafbaarheid van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet is vereist dat de dader daadwerkelijk wetenschap heeft gehad van de omstandigheid dat hij met zijn handelingen de productie van harddrugs bevorderde. Dit opzet, zo blijkt uit de wetsgeschiedenis en vaste rechtspraak over artikel 10a van de Opiumwet, omvat ook voorwaardelijk opzet, waarvan sprake is indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de genoemde omstandigheid zich zal voordoen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een koeriersbedrijf had en dat hij van een opdrachtgever, wiens naam hij niet wenst te noemen, de opdracht heeft gekregen om de lading die in zijn bestelbus is aangetroffen naar Eindhoven te brengen. Hij zou voor die klus 300 euro ontvangen. Met betrekking tot de omstandigheden van die klus heeft verdachte het volgende verklaard:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Hij moest op 15 oktober 2014 zijn bestelbus in Ochten bij een bedrijf neerzetten. Daar werd de bus geladen.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De dag erna zou de bus voor hem klaarstaan op de carpoolplaats in Ochten. De sleutel lag op het linkervoorwiel.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De lading bestond uit tonnen met scheikundige benamingen.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Er zaten geen vrachtbrieven bij de lading.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Hem was verteld dat hij zijn bus naar Eindhoven moest rijden, maar hij zou pas later, onderweg, horen waar hij precies naartoe moest.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Hij dacht dat het foute boel kon zijn omdat er geen vrachtbrieven in de bus lagen en omdat hij van tevoren de bestemming niet wist.<footnote-ref linkend="_a4996b24-9ae8-48e4-b0a0-670f65a5c375" /></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder heeft verbalisant [verbalisant] verklaard dat verdachte, nadat hij oogcontact maakte met verbalisant die in een opvallend surveillancevoertuig de carpoolplaats opreed, wegreed naar de achterzijde van de carpoolplaats, hetgeen een omweg is om bij de uitgang van de carpoolplaats te komen.<footnote-ref linkend="_78f274b6-41b7-43bb-8df3-104f14c616e2" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank weegt ten slotte mee dat het door de uitgebreide media-aandacht voor drugs-criminaliteit (in de zin van het aantreffen van productielaboratoria en/of chemisch productie-afval) in Noord-Brabant, en in het bijzonder in de omgeving van Eindhoven, een feit van algemene bekendheid is dat aldaar regelmatig synthetische drugs worden geproduceerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank allereerst van oordeel dat het verdachte volstrekt duidelijk moet zijn geweest dat de vracht die hij vervoerde niet uit legale goederen bestond en dat verdachte op zijn minst ernstige redenen heeft gehad om te vermoeden dat de inhoud van de tonnen, die hij in de bus vervoerde, bestemd was voor de bereiding van amfetamine of andere synthetische drugs als vermeld op lijst I van de Opiumwet. </para>
      <para>Voorts is de rechtbank op grond van dezelfde feiten en omstandigheden van oordeel dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het vervoer van deze tonnen een belangrijke schakel betreft in het productieproces van harddrugs. </para>
      <para>Verdachte heeft hiermee tenminste in voorwaardelijke zin opzet gehad op de door hem gepleegde voorbereidingshandelingen gericht op de vervaardiging van amfetamine of andere verdovende middelen als vermeld op lijst I van de Opiumwet. </para>
      <para>De rechtbank verwerpt daarom het vrijspraakverweer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 16 oktober 2014 te Ochten, gemeente Neder-Betuwe, <emphasis role="strike-through">tezamen </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</emphasis> om een feit, bedoeld </para>
      <para>in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het </para>
      <para>opzettelijk <emphasis role="strike-through">telen,</emphasis> bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, </para>
      <para>verstrekken en vervoeren <emphasis role="strike-through">en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen</emphasis> van </para>
      <para>amfetamine <emphasis role="strike-through">en/</emphasis> of een andere stof genoemd op lijst I van de Opiumwet, <emphasis role="strike-through">in elk </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of een andere </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">stof genoemd op lijst I van de Opiumwet,</emphasis> zijnde amfetamine een middel vermeld </para>
      <para>op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, </para>
      <para>505 kilo Alfa-fenylAcetoAcetoNitril (APAAN), voorhanden heeft gehad, waarvan </para>
      <para>verdachte <emphasis role="strike-through">en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of</emphasis> ernstige redenen had<emphasis role="strike-through">(den) </emphasis></para>
      <para>te vermoeden, dat <emphasis role="strike-through">dat/</emphasis>die bestemd was<emphasis role="strike-through">/waren</emphasis> tot het plegen van dat/die </para>
      <para>feit(en);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voorbereiden of bevorderen, door stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft verzocht in geval van bewezenverklaring aan verdachte de maximale werkstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 13 juni 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.</para>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de productie van harddrugs door het voorhanden hebben van 505 kilo APAAN. Met een dergelijke hoeveelheid kan immers een grote hoeveelheid amfetamine worden geproduceerd. </para>
      <para>Harddrugs vormen een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en de productie daarvan draagt bij aan het ontstaan van verslaving en de instandhouding daarvan. Voorts gaat de productie van harddrugs, naar de ervaring leert, dikwijls gepaard met het plegen van andere strafbare feiten, waaronder zeer ernstige vormen van milieucriminaliteit. Naar het oordeel van de rechtbank is voor een dergelijk ernstig feit geen andere strafmodaliteit passend dan een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank enerzijds rekening gehouden met de grote hoeveelheid APAAN die bij verdachte is aangetroffen en met de straffen die doorgaans in vergelijkbare zaken worden opgelegd. In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank anderzijds rekening met de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld, alsmede met het tijdsverloop. </para>
      <para>Alles afwegend acht de rechtbank de eis van de officier van justitie een passende strafrechtelijke reactie en daarom zal een straf worden opgelegd gelijk aan die eis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 10, 10a en 13 van de Opiumwet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">12 (twaalf) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak (voorzitter), mr. N.K. van den Dungen-Dijkstra en </para>
              <para>mr. D.S.M. Bak, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 augustus 2015.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a7705b99-93ab-4a37-8b95-b2bd44d750a0" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Landelijke Eenheid, Dienst Spoorwegpolitie opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL2600-2014044597-6 gesloten op 25 oktober 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f90ff07f-70f6-4733-a0a4-1e0c5195ae83" label="2">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 27-28; proces-verbaal LFO, p. 30-32; verklaring verdachte ter terechtzitting van 28 juli 2016; NFI-rapport Identificatie van drugs en precursoren, gedateerd 27 oktober 2014.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a4996b24-9ae8-48e4-b0a0-670f65a5c375" label="3">
    <para> Verklaring verdachte ter terechtzitting van 28 juli 2016.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_78f274b6-41b7-43bb-8df3-104f14c616e2" label="4">
    <para> Verklaring getuige [verbalisant] ter terechtzitting van 28 juli 2016.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>