<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2016:4453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-10T16:53:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">301892</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:4453">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:4453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-10T16:53:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2016:4453 Rechtbank Gelderland , 23-05-2016 / 301892</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2016:4453:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing wrakingsverzoek. Door verzoeker zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd, die betrekking hebben op de persoon van de rechter. Zoals de rechter in haar verweer heeft toegelicht heeft zij geen enkele bemoeienis gehad met de zaak. Zij is niet bij het plannen van de zaak betrokken geweest en heeft het dossier nog niet gezien. Uit het feit dat een zittingsdatum is bepaald kan niet worden geconcludeerd dat sprake is van een schijn van partijdigheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2016:4453:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="dfe27e56-3937-4c21-a087-5b09a4e02314" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c40cd9a8-4536-4b77-8fab-f1baddbe225c" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: KG RK 16-444</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 23 mei 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , verzoeker tot wraking,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. [de rechter]</emphasis>, in haar hoedanigheid van kantonrechter, </para>
      <para>hierna: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij brief van 2 mei 2016 heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter. Bij emailberichten van 18, 20, 21 en 23 mei 2016 heeft verzoeker, ter nadere onderbouwing van zijn wrakingsverzoek, nadere stukken ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De rechter heeft op 9 mei 2016 te kennen gegeven niet in de wraking te berusten en op 12 mei 2016 schriftelijk haar zienswijze ten aanzien van het wrakingsverzoek uiteengezet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer heeft het verzoek tot wraking behandeld ter zitting van </para>
        <para>23 mei 2016. Verzoeker is verschenen. De rechter is met voorafgaande kennisgeving niet verschenen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Na de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft de wrakingskamer het onderzoek ter zitting gesloten, vervolgens meteen mondeling uitspraak gedaan en daarbij het verzoek tot wraking afgewezen. De overwegingen waarop deze beslissing stoelt, worden in deze beschikking op schrift uitgewerkt.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft aan zijn verzoek tot wraking ten grondslag gelegd dat de rechter de schijn van partijdigheid heeft gewekt, omdat de rechter in een geschil tussen verzoeker en de Rabobank de zitting voor een kort geding heeft bepaald op 19 mei 2016. Daarmee heeft de rechter de wederpartij (Rabobank) de gelegenheid geboden om verweer te voeren in een zaak waarin volgens verzoeker bewezen is dat de wederpartij in strijd heeft gehandeld met de wet. In dit verband heeft verzoeker gewezen op een eerder door hem bij deze rechtbank ingediend wrakingsverzoek, waaraan dezelfde wrakingsgronden ten grondslag waren gelegd. Ter zitting van de wrakingskamer heeft verzoeker toegelicht dat hij met zijn wrakingsverzoek tijd heeft willen kopen en dat daarvan hoge attentiewaarde uitgaat.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Wraking van een rechter is slechts mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan sprake zijn indien de rechter jegens een partij vooringenomen is of indien de vrees van een partij daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Bij de beoordeling daarvan moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (HR 24 oktober 1995 NJ 1996, 484). Uit de artikelen 36 en 37 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat de verzoeker concrete feiten en omstandigheden moet aanvoeren waaruit objectief afgeleid moet worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is of de vrees van een partij dat dat zo is objectief gerechtvaardigd is. Met inachtneming hiervan overweegt de wrakingskamer het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Door verzoeker zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd, die betrekking hebben op de persoon van de rechter. Zoals de rechter in haar verweer heeft toegelicht heeft zij geen enkele bemoeienis gehad met de zaak. Zij is niet bij het plannen van de zaak betrokken geweest en heeft het dossier nog niet gezien. Uit het feit dat een zittingsdatum is bepaald kan niet worden geconcludeerd dat sprake is van een schijn van partijdigheid. De overige ter zitting naar voren gebrachte argumenten leveren naar hun aard geen grond voor wraking op. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande dient het verzoek tot wraking te worden afgewezen.                             </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot wraking af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van der Mei, voorzitter, en mrs. L. van Gijn en F.J.H. Hovens, rechters, en in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier </para>
      <para>mr. R. Barzilay uitgesproken op 23 mei 2016. De motivering is op schrift gesteld op 30 mei 2016. Bij afwezigheid van de voorzitter is de beslissing ondertekend door de oudste rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier					de rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>