<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2016:4361</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T09:11:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 16 _ 291</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2016/1770</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2016/410</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2016/53.24.7</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2016-1984</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2016080503</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:4361">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:4361</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-05T09:24:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2016:4361 Rechtbank Gelderland , 05-08-2016 / AWB - 16 _ 291</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2016:4361:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>WOZ. Dwangsom. Beslistermijn.</para>
        <para>Verweerder verklaart bezwaar tegen WOZ-waarde 2015 niet-ontvankelijk, rechtbank verklaart op 11 augustus 2015 het beroep gegrond. Eiser stelt verweerder bij brief van 7 oktober 2015 in gebreke. Verweerder doet op 19 december 2015 (opnieuw) uitspraak op bezwaar. Geldt de beslistermijn van artikel 30, negende lid, Wet WOZ (tot het eind van het kalenderjaar) ook na terugwijzing door de rechtbank?</para>
        <para>Nu de rechtbank geen termijn heeft gesteld, blijven de wettelijke voorschriften en termijnen voor de bezwaarfase van kracht, inclusief de termijn tot het eind van het kalenderjaar. Daarvoor bestaat te meer aanleiding nu de wetgever destijds bewust heeft gekozen voor een afwijkende beslistermijn om rekening te houden met de ‘piekbelasting’ van lagere overheden en de afdoening van bezwaarschriften over het kalenderjaar uit te smeren.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2016:4361:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">RechtbanK gelderland </emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team belastingrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AWB 16/291</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 augustus 2016 </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak tussen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [X] , wonende te [Z] , eiser<?linebreak?>(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ),</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Belastingsamenwerking Rivierenland</emphasis>, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bestreden uitspraak op bezwaar </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak op bezwaar van verweerder van 19 december 2015 waarbij het verzoek om toekenning van een dwangsom is afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juli 2016. Namens eiser is verschenen zijn gemachtigde. Namens verweerder is verschenen [gemachtigde] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Ingevolge artikel 30, negende lid, van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) doet de heffingsambtenaar op een bezwaar dat niet is ingediend in de laatste zes weken van een kalenderjaar, uitspraak in het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ontvangen. Het door eiser gemaakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning is op 17 maart 2015 door verweerder ontvangen. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 12 mei 2015 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft hiertegen bij brief van 19 mei 2015 beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft bij uitspraak van 11 augustus 2015 het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de zaak teruggewezen naar verweerder zodat opnieuw uitspraak op bezwaar kon worden gedaan. Bij brief van 7 oktober 2015, door verweerder ontvangen op 9 oktober 2015, heeft eiser verweerder in gebreke gesteld. Verweerder heeft op 19 december 2015 opnieuw uitspraak op bezwaar gedaan. Daarbij is, voor zover thans van belang, het verzoek om een dwangsom afgewezen omdat voor het eind van het kalenderjaar uitspraak op bezwaar is gedaan.</para>
    <para />
    <para>2. Op grond van artikel 7:27 in verbinding met artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het bestuursorgaan - onder voorwaarden - een dwangsom verschuldigd als niet op tijd op bezwaar wordt beslist. In geschil is of de termijn van artikel 30, negende lid, van de Wet WOZ is blijven gelden of dat verweerder binnen acht weken na de uitspraak van de rechtbank had dienen te beslissen.</para>
    <para />
    <para>3. In een geval als het onderhavige, waarin de rechtbank de uitspraak op bezwaar van verweerder heeft vernietigd en daarbij verweerder heeft opgedragen om, op de voet van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb opnieuw uitspraak op bezwaar te doen, kan de rechtbank op de voet van datzelfde artikel daarbij tevens bepalen dat wettelijke voorschriften over de voorbereiding van het nieuw te nemen besluit (gedeeltelijk) buiten toepassing blijven en daarbij tevens aan het bestuursorgaan een termijn stellen voor het nieuw te nemen besluit. Aangezien de rechtbank dit niet heeft gedaan, bestaat er geen aanleiding om af te wijken van de wettelijke voorschriften en termijnen zoals deze gelden in de bezwaarfase. Dit betekent dat in het geval dat sprake is van een terugwijzing naar verweerder om het bezwaar opnieuw in behandeling te nemen, zonder dat daarbij door de rechter aan verweerder een termijn is gesteld, de wettelijke termijn van artikel 30, negende lid, van de Wet WOZ van toepassing is. Daarvoor bestaat te meer aanleiding nu de wetgever destijds bewust heeft gekozen voor een beslistermijn die afwijkt van de termijn die is neergelegd in de Awb, om zo rekening te houden met de ‘piekbelasting’ van lagere overheden en de afdoening van bezwaarschriften over het kalenderjaar uit te smeren (Kamerstukken II, 2007-2008, 31 206, nr. 7, pag. 15). </para>
    <para />
    <para>4. Nu verweerder aldus binnen de wettelijk gestelde termijn uitspraak op bezwaar heeft gedaan, was hij niet in gebreke en heeft eiser geen recht op een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar.</para>
    <para />
    <para>5. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Eskes, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. drs. O.D. Heitling, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>5 augustus 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>