<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2016:3769</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-12T20:40:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/840695-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:3769">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:3769</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-11T17:55:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2016:3769 Rechtbank Gelderland , 08-07-2016 / 05/840695-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2016:3769:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank heeft een 35-jarige man uit Leuvenheim veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden. De man had zijn vriendin bij het slachtoffer, haar ex-partner afgezet. Het slachtoffer ging boos naar buiten en trapte met zijn badslippers tegen de auto van verdachte. Verdachte kwam daarop uit de auto, waarna er een confrontatie plaatsvond. Verdachte heeft daarbij gezwaaid met een bijl en het slachtoffer op zijn hand en gezicht geraakt. De wond in het gezicht van het slachtoffer was ongeveer 10 centimeter en liep van het rechterjukbeen over de wang naar de mond. Door de verwonding is het slachtoffer veel bloed verloren en is een fors en blijvend ontsierend litteken ontstaan. De rechtbank merkte het letsel in het gezicht aan als zwaar lichamelijk letsel en achtte zware mishandeling bewezen. De rechtbank kwam tot een hogere straf dan de officier van justitie had geëist omdat de rechtbank de ernst van het gepleegde feit onvoldoende tot uitdrukking vond gebracht in de eis van de officier van justitie. De man moet het slachtoffer daarnaast een schadevergoeding betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2016:3769:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/840695-15</para>
      <para>Datum uitspraak	: 8 juli 2016</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [adres 1] , [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman (niet bepaaldelijk gemachtigd): mr. B.J. Sanders, advocaat te Zutphen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen</para>
      <para>van 8 december 2015, 8 april 2016 en 24 juni 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nadat de tenlastelegging ter terechtzitting van 8 april 2016 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 3 november 2014 tot en met 4 november 2014 te Zutphen aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een grote wond/litteken over de gehele rechterwang en/of een wond aan linkerhand, heeft toegebracht door met een bijl, althans een scherp en/of hard voorwerp, (met kracht) in/tegen het gezicht van deze [slachtoffer] te slaan;</para>
      <para>art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 3 november 2014 tot en met 4 november 2014 te Zutphen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (met kracht) met een bijl, althans een scherp en/of hard voorwerp, in/tegen het gezicht en/of tegen de linkerhand van voornoemde [slachtoffer] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
      <para>art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_be81608f-01ae-4398-ade3-8273f6997274" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanleiding onderzoek</emphasis>
      </para>
      <para>Verbalisanten zijn naar aanleiding van een melding op 4 november 2014 naar de woning van [slachtoffer] in Zutphen gegaan. Zij troffen hem daar aan, samen met [naam] (ambulant verpleegkundige). Zij zagen meerdere rode druppels op de grond in de gang en in de woonkamer en zij zagen dat de rechterzijde van het gezicht van [slachtoffer] in het verband zat. Hij vertelde dat hij met een hakbijl in het gezicht was geslagen door [verdachte] uit [woonplaats] , de nieuwe vriend van zijn ex-vriendin [betrokkene] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Aangever [slachtoffer] (verder: aangever) heeft verklaard dat hij op 4 november 2014 in zijn woning aan de [adres 2] te Zutphen was. Rond 0.30 uur stond zijn ex-vriendin [betrokkene] aan de deur. Zij vertelde dat ze door haar nieuwe vriend was gebracht. Volgens aangever heet hij [verdachte] en woont hij in [woonplaats] . Aangever werd boos en is naar buiten gegaan. Hij heeft met zijn badslippers een trap tegen het achterportier van de auto van [verdachte] gegeven. Hij zag dat [verdachte] iets zocht. [verdachte] stapte uit de auto en had een hakbijl van ongeveer 25 centimeter, met een snijvlak van ongeveer 8 centimeter, in zijn hand. Aangever zag dat [verdachte] de bijl naar achteren haalde en in zijn richting sloeg. Aangever probeerde af te weren met zijn linker hand, waardoor hij een snee heeft in zijn linker duim. [verdachte] bleef zwaaien met de bijl. Na ongeveer een minuut stopte hij en reden hij en [betrokkene] weg. Aangever is naar huis gegaan. Hij voelde pijn aan zijn kaak en zag dat het bloed over zijn T-shirt droop. Aangever heeft een wond in zijn gezicht van net onder zijn rechter oog tot onder aan zijn rechter mondhoek. De wond is helemaal door de huid heen en is met zestien hechtingen gehecht. Aangever heeft verklaard twee liter bloed te hebben verloren.<footnote-ref linkend="_51fa8a4d-afab-447a-ad9a-4b7550a29c18" /></para>
      <para>Aangever heeft later verklaard dat de achternaam van [verdachte] ‘ [verdachte] ’ is.<footnote-ref linkend="_499e4d7b-8166-49ae-a57e-a8f40f0bf2f0" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit informatie van de huisarts komt naar voren dat aangever op 4 november 2014 bij de huisarts is geweest. Hij had een wond van ongeveer 10 centimeter die flink bloedde. De wond bleek door en door.<footnote-ref linkend="_74886368-0ee2-4d11-a86e-789f969282a2" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dr. F.J. Prakken heeft in de geneeskundige verklaring van 2 december 2014 aangegeven dat aangever op 4 november 2014 een snijwond in het aangezicht had en dat er sprake was van ernstig bloedverlies. Er is sprake van blijvend letsel, namelijk een litteken in het aangezicht.<footnote-ref linkend="_92575f26-8722-4ebd-8c0a-a4f47619a3a3" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Forensisch arts R.P.A. van Valderen heeft in de letselrapportage van 16 januari 2015 aangegeven dat het letsel, gezien de locatie (verlopend van het jukbeen rechts over de rechter wang, langs de rechter mondhoek tot op de onderrand van de onderkaak rechts) niet potentieel dodelijk is. Er is echter wel sprake van aanzienlijk bloedverlies, door de chirurg gekwalificeerd als ‘ernstig’. Het beschreven letsel kan goed passen bij de aangegeven toedracht, namelijk het raken van de wang met een bijl of moker.<footnote-ref linkend="_9ed2dbda-c21f-4158-ab00-7ae9cfffcfe2" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam] - ambulant hulpverleenster van aangever - heeft op 17 december 2015 verklaard dat aangever nu een scheve mond heeft. Hij heeft logopedie nodig om de spieren te laten herstellen omdat praten slecht gaat. Verder gaat het eten slecht. Door de scheve mond loopt het eten en drinken uit zijn mond. Van de verpleegkundige in het ziekenhuis had zij destijds gehoord dat aangever ruim twee liter bloed had verloren.<footnote-ref linkend="_1faf6154-a683-4d54-8af7-23b717bed3bc" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het dossier bevat een afdruk van een foto van de linkerhand van aangever. Te zien is dat over de duim van aangever een rode streep loopt van enkele centimeters lang.<footnote-ref linkend="_d450ce7e-463d-4396-9285-630c6e599950" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij [betrokkene] heeft afgezet in de buurt van de wijk van aangever. Aangever is naar buiten gekomen en heeft zijn auto helemaal rondom lopen vernielen. Verdachte heeft verder verklaard dat hij een bijl bij zich had in de auto en dat hij die bijl ook in zijn handen had toe hij ruzie had met aangever.<footnote-ref linkend="_2c268c88-27a4-4471-9edd-32db6a53ccc6" /> Aangever heeft op hem gezeten die nacht en wilde hem klappen geven. Verdachte heeft ook verklaard dat het snijvlak van de bijl 8-10 centimeter groot was. [betrokkene] kwam thuis en toen dacht hij: “oeps, ik heb een bijl in de auto, dat gaat voor problemen zorgen”. Hij heeft de bijl uit de auto gehaald. Hij heeft gekeken of er geen bloed aan de bijl zat.<footnote-ref linkend="_2b7b9d03-21b0-4f7c-990d-e292db9123ac" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht, de bewijsmiddelen in samenhang bezien, bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat er een confrontatie is geweest tussen aangever en verdachte. Daarbij is aangever gewond geraakt aan zijn linkerhand en in zijn gezicht. Door de verwonding in aangevers gezicht is aangever veel bloed verloren en is een fors en blijvend ontsierend litteken ontstaan dat loopt van het rechterjukbeen over de rechterwang langs de mondhoek tot op de onderrand van de onderkaak. Ook had aangever zes weken na het toebrengen van de wond nog last van functiebeperking bij spreken en eten. </para>
      <para>De rechtbank acht gelet hierop bewezen dat aangever zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. De rechtbank acht verder bewezen dat dit zwaar lichamelijk letsel en het letsel aan de linkerhand van aangever door verdachte met een bijl is toegebracht. In dit verband acht de rechtbank van belang dat aangever heeft verklaard dat verdachte een bijl in zijn hand had en daarmee heeft gezwaaid, dat de verwonding in zijn gezicht volgens de forensisch arts kan passen bij de aangegeven toedracht, te weten het raken van de wang met een bijl of moker en dat ook verdachte heeft verklaard een bijl in zijn hand te hebben gehad. Verdachte heeft bovendien gekeken of er geen bloed aan de bijl zat, hetgeen veronderstelt dat hij ook zelf de mogelijkheid niet uit sluit dat hij aangever met de bijl heeft geraakt. Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank niet alleen wettig maar ook overtuigend bewezen dat verdachte aangever met de bijl heeft geslagen en dat hij daarmee zwaar lichamelijk letsel heeft veroorzaakt bij [slachtoffer] . Met dien verstande dat alleen het letsel in het gezicht als zwaar lichamelijk letsel wordt gekwalificeerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 3 november 2014 tot en met 4 november 2014 te Zutphen aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een grote wond/litteken over de gehele rechterwang en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een wond aan linkerhand, heeft toegebracht door met een bijl, <emphasis role="strike-through">althans een scherp en/of hard voorwerp,</emphasis> (met kracht) in/tegen het gezicht van deze [slachtoffer] te slaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op: <emphasis role="bold italic">zware mishandeling</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister van 19 mei 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling. Hij heeft met een bijl in de richting van het slachtoffer gezwaaid en hem daarbij geraakt in diens hand en gezicht. Ten gevolge hiervan heeft het slachtoffer een flinke snee in zijn gezicht opgelopen die door en door was. Hij heeft hierbij ongeveer twee liter bloed verloren. De verwonding heeft geleid tot fors en blijvend ontsierend letsel in zijn gezicht. Blijkens de verklaring van aangever herinnert dit litteken hem nog iedere dag aan wat er is gebeurd. Ook heeft hij schaamtegevoelens nu het litteken voor een ieder duidelijk zichtbaar is. Verder had het slachtoffer tot zes weken na het ontstaan van het letsel last van functiebeperkingen door de scheefstand van zijn mond, waardoor hij moeite had met praten en met eten en drinken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de ernst van de verwonding in het gezicht van het slachtoffer die bovendien zijn toegebracht met een wapen (bijl) zou de rechtbank gezien de richtlijnen een gevangenisstraf van één jaar een passende straf hebben gevonden. De rechtbank zal echter rekening houden met het feit dat het slachtoffer zelf een situatie van geweld heeft gecreëerd door naar buiten te gaan en tegen de auto van verdachte te trappen en vervolgens op verdachte af te stappen toen die uit zijn auto kwam. Gelet op het gegeven dat het slachtoffer de confrontatie is gaan opzoeken alsmede op het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor dit soort feiten acht de rechtbank een gevangenisstraf van 8 maanden meer op zijn plaats. Dit is een hogere straf dan door de officier van justitie is gevorderd omdat de rechtbank in de vordering van de officier van justitie de ernst van het gepleegde feit onvoldoende tot uitdrukking vindt gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">8. 	De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde <emphasis role="bold">[slachtoffer]</emphasis> heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het ten laste gelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van <?linebreak?>€ 3.235,- te verhogen met de wettelijke rente. De vordering bestaat uit een bedrag van <?linebreak?>€ 235,- voor materiële schade (kleding) en een bedrag van € 3.000,- voor immateriële schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden. De vordering is niet betwist. De rechtbank acht de gevorderde schade ook overigens niet disproportioneel en zal de vordering, te vermeerderen met de wettelijke rente, daarom volledig toewijzen. Verdachte is hiervoor naar burgerlijk recht aansprakelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36f en 302 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">8 (acht) maanden</emphasis>;<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 3.235,-</emphasis> vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 3.235,- </emphasis>vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 42 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van Hoof (voorzitter), mr. M.G.J. Post en mr. J.C. van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 juli 2016.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para>Mr. Van der Hooft is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
  </section>
  <footnote id="_be81608f-01ae-4398-ade3-8273f6997274" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Achterhoek, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2014150994, gesloten op 7 januari 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_51fa8a4d-afab-447a-ad9a-4b7550a29c18" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 3-4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_499e4d7b-8166-49ae-a57e-a8f40f0bf2f0" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 22.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_74886368-0ee2-4d11-a86e-789f969282a2" label="4">
    <para> Informatie van ARCUS huisartsen, p. 21.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_92575f26-8722-4ebd-8c0a-a4f47619a3a3" label="5">
    <para> Geneeskundige verklaring van dr. F.J. Prakken, p. 13.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9ed2dbda-c21f-4158-ab00-7ae9cfffcfe2" label="6">
    <para> Letselrapportage door forensisch arts R.P.A. van Valderen, p. 15.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1faf6154-a683-4d54-8af7-23b717bed3bc" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam] , p. 30-31.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d450ce7e-463d-4396-9285-630c6e599950" label="8">
    <para> Schriftelijk bescheid inhoudende kopie van foto, p. 7.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2c268c88-27a4-4471-9edd-32db6a53ccc6" label="9">
    <para> Proces-verbaal van inverzekeringstelling van verdachte [verdachte] , p. 43.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b7b9d03-21b0-4f7c-990d-e292db9123ac" label="10">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 49-51.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>