<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2016:3350</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:22:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/289372 / HA RK 15-138, C/05/289373 / HA RK 15-139</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007376">Archiefwet 1995</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007376&amp;artikel=3">Archiefwet 1995 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011468">Wet bescherming persoonsgegevens</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011468&amp;artikel=36">Wet bescherming persoonsgegevens 36</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2016/324</rdf:li>
          <rdf:li>JBP 2016/43</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:3350">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:3350</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-22T14:16:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2016:3350 Rechtbank Gelderland , 25-04-2016 / C/05/289372 / HA RK 15-138, C/05/289373 / HA RK 15-139</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2016:3350:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>art. 3 Archiefwet en art. 36 Wet bescherming persoonsgegevens</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2016:3350:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: 	C/05/289372 / HA RK 15-138 en</para>
      <para>				C/05/289373 / HA RK 15-139</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 25 april 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de zaak  met nummer 289372 /HA RK 15-138 van</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te Heerlen,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. M.M. van Tol te Sittard,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HET GERECHTSBESTUUR VAN HET GERECHTSHOF ‘S-HERTOGENBOSCH</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te ’s-Hertogenbosch,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>advocaat mr. M.M.C. van Graafeiland te ‘s-Gravenhage,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en in de zaak met nummer 289373 / HA RK 15-139 van</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te Heerlen,</para>
      <para>verzoekster.</para>
      <para>advocaat mr. M.M. van Tol te Sittard,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HET GERECHTSBESTUUR VAN DE RECHTBANK LIMBURG,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Maastricht,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>advocaat mr. M.M.C. van Graafeiland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster wordt hierna [verzoekster] en verweersters worden afzonderlijk de rechtbank</para>
      <para>Limburg en het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch en gezamenlijk het gerechtsbestuur genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in beide zaken:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- het verzoekschrift</para>
      <para>- de akte indiening nadere stukken en aanvulling verzoekschrift van 26 oktober 2015</para>
      <para>- de brief van mr. Van Tol d.d. 17 februari 2016 met bijlage 14</para>
      <para />
      <para>- de stelbrief van mr. Van Graafeiland d.d. 5 februari 2016</para>
      <para>- het verweerschrift</para>
      <para>- de mondelinge behandeling op 11 april 2016. Verschenen zijn mevrouw [verzoekster]</para>
      <parablock>
        <para>voornoemd met mr. Van Tol voornoemd, de heer [naam] , archivaris van de</para>
        <para>rechtbank Limburg, de heer mr. A.J. Anker, stafjurist bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch</para>
        <para>en mr. Van Graafeiland voornoemd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Gezien de nauwe samenhang van de zaken en het feit dat beide zaken gezamenlijk</para>
        <para>zijn behandeld ter zitting van 11 april 2016, zal de rechtbank in deze beschikking over beide</para>
        <para>zaken beslissen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van 5 juli 2011 heeft de kinderrechter in de rechtbank Limburg de</para>
        <para>dochter van [verzoekster] voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld van de Stichting</para>
        <para>Bureau Jeugdzorg.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft die beschikking bij uitspraak van</para>
        <para>21 december 2011 vernietigd en het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot</para>
        <para>ondertoezichtstelling alsnog afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoekster] heeft de rechtbank Limburg op 13 maart 2015 en het gerechtshof</para>
        <para>‘s-Hertogenbosch bij brief van 9 maart 2015 aangeschreven met het verzoek alle dossiers</para>
        <para>van [verzoekster] en die van haar gezin uit het archief te verwijderen. [verzoekster] beroept zich hierbij</para>
        <para>op de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp). Zij stelt dat de stukken een</para>
        <para>negatief beeld van haar en haar gezin schetsen en vind het bezwaarlijk dat de informatie</para>
        <para>raadpleegbaar blijft. Zij acht het niet in het belang van haar dochter dat de dossiers nog</para>
        <para>langer worden bewaard. Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft haar verzoek gemotiveerd</para>
        <para>afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek van [verzoekster] strekt ertoe dat de dossiers met betrekking tot deze</para>
        <para>procedures uit de archieven worden verwijderd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Het gerechtsbestuur verzet zich tegen het verzoek. Het verst eer komt er in de kern</para>
        <para>op neer dat het hier gaat om archiefbescheiden waarop de Archiefwet van toepassing is en</para>
        <para>dat zij derhalve wettelijk verplicht is de dossiers te bewaren. Voorts wijst het</para>
        <para>gerechtsbestuur erop dat artikel 8e Wbp van toepassing is; de stukken in de dossiers en de</para>
        <para>daarin voorkomende persoonsgegevens van [verzoekster] en haar gezin zijn verzameld omdat dat</para>
        <para>noodzakelijk was voor de uitoefening van de publieke taak van rechtbank en hof, namelijk</para>
        <para>rechtspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter zitting heeft [verzoekster] aangegeven dat zij haar eerste verzoek met betrekking tot</para>
        <para>het verstrekken van een volledig overzicht van de persoonsgegevens, intrekt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
        <para>In artikel 3 Archiefwet 1995 is bepaald dat de overheidsorganen verplicht zijn de onder hen</para>
        <para>berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te</para>
        <para>bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking</para>
        <para>komende archiefbescheiden.</para>
        <para>Niet valt in te zien waarom het gerechtsbestuur in casu anders zou moeten handelen. De</para>
        <para>rechtbank is van oordeel dat de dochter van [verzoekster] niet wordt geschaad door het bewaren</para>
        <para>van de dossiers in de archieven. De dossiers circuleren niet; ze zijn in feite al verwijderd</para>
        <para>door archivering. De dossiers bevinden zich uit het zicht van de actieve administratie en zijn</para>
        <para>daardoor niet vrij raadpleegbaar. Degenen die wel inzage hebben, zijn professionals die een</para>
        <para>geheimhoudingsplicht hebben uit hoofde van hun functie. Voorts geldt dat in zaken die</para>
        <para>achter gesloten deuren worden behandeld, slechts geanonimiseerde afschriften van de</para>
        <para>uitspraak worden verstrekt. Van andere tot het procesdossier behorende stukken wordt geen</para>
        <para>afschrift of uittreksel aan derden verstrekt (art. 28 lid 3 Rv). [verzoekster] heeft niet aangegeven</para>
        <para>op welke grond zij bang zou moeten zijn dat haar persoonsgegevens of die van haar familie</para>
        <para>openbaar zouden worden. Bovendien geeft de wet voldoende waarborgen voor de</para>
        <para>bescherming van de privacy van [verzoekster] en haar gezin.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Voorts is nog van belang dat in artikel 36 Wbp is bepaald dat degene aan wie</para>
        <para>overeenkomstig artikel 35 kennis is gegeven van hem betreffende persoonsgegevens, de</para>
        <para>verantwoordelijke kan verzoeken deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen, of af te</para>
        <para>schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de</para>
        <para>verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wet anderszins in strijd met een</para>
        <para>wettelijke voorschrift worden verwerkt.</para>
        <para>Het gerechtsbestuur wijst er naar het oordeel van de rechtbank terecht op dat het feit dat het</para>
        <para>gerechtshof ‘s-Hertogenbosch geen grond voor ondertoezichtstelling aanwezig heeft geacht,</para>
        <para>niet kan leiden tot de conclusie dat daarom de verwerkte persoonsgegevens onjuist zijn.</para>
        <para>Artikel 36 Wbp beoogt niet om persoonsgegevens bestaande uit indrukken, meningen en</para>
        <para>conclusies te verwijderen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op hetgeen hiervoor onder 2.7 en 2.8 is overwogen, zullen de verzoeken</para>
        <para>worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de zaak niet nummer 289372 / HA RK 15-138:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en in de zaak met nummer 289373 / HA RK 15-139:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op</para>
      <para>25 april 2016.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>