<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2016:3089</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-09T09:33:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/863014-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:3089">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:3089</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-09T09:30:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2016:3089 Rechtbank Gelderland , 06-06-2016 / 05/863014-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2016:3089:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 32-jarig militair is veroordeeld voor het in bezit hebben van verboden vuurwerk (overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer). Hij is vrijgesproken van mishandeling met voorbedachten rade door toediening van schadelijke stoffen (MDMA), subsidiair dwang alsmede voor het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA. Voor de laatste feiten vindt de militaire kamer onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig. Omdat de militair lang van twee ernstige feiten werd verdacht en slechts is veroordeeld over een lichte overtreding, heeft de militaire kamer verdachte schuldig verklaard zonder hem een straf op te leggen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2016:3089:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/863014-13</para>
      <para>Datum uitspraak	: 6 juni 2016</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige militaire kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] </para>
      <para>wonende te [adres] </para>
      <para> .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Baarn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter openbare terechtzitting</para>
      <para>van 23 mei 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>primair</para>
      <para>hij op of omstreeks 24 november 2013 te Rotterdam, opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon, te weten [naam 1] , heeft mishandeld en/of de gezondheid van die [naam 1] heeft benadeeld, door toen aldaar (telkens) opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans (telkens) opzettelijk </para>
    </parablock>
    <para>- ( meermalen) een hoeveelheid thee voor die [naam 1] te bereiden en/of </para>
    <para>- ( vervolgens)(meermalen) heimelijk een (grote) hoeveelheid 3,4-methyleendioxy-methamfetamine (MDMA kristallen), althans een drogerend middel, door de thee van die [naam 1] te mengen en/of </para>
    <para>- ( vervolgens)(meermalen) een hoeveelheid van die thee (vermengd met MDMA) ter consumptie aan die [naam 1] aan te bieden en/of in te schenken, </para>
    <para>tengevolge waarvan die [naam 1] na de consumptie van een hoeveelheid van die thee (vermengd met MDMA) enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn en/of een hevige onaangename lichamelijke gewaarwording heeft ondervonden en/of er benadeling van de gezondheid van die [naam 1] heeft plaatsgevonden; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 primair niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair</para>
      <para>hij op of omstreeks 24 november 2013 te Rotterdam, [naam 1] , door geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [naam 1] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, immers heeft verdachte toen aldaar </para>
    </parablock>
    <para>- ( meermalen) een hoeveelheid thee voor die [naam 1] bereid en/of </para>
    <para>- ( vervolgens) (meermalen) heimelijk een (grote) hoeveelheid 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA kristallen), althans een drogerend middel, door de thee van die [naam 1] gemengd en/of </para>
    <para>- ( vervolgens) (meermalen) een hoeveelheid van die thee (vermengd met MDMA) ter consumptie aan die [naam 1] aangeboden en/of ingeschonken; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 26 november 2013 te Hilversum opzettelijk aanwezig heeft </para>
      <para>gehad </para>
    </parablock>
    <para>- een hoeveelheid van een kristalachtige stof bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) en/of </para>
    <para>- een hoeveelheid van een materiaal (blauw/groene poederresten) bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA), zijnde (telkens) 3,4-methyleendioxy-methamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op of omstreeks 26 november 2013 te Bergschenhoek, gemeente Lansingerland, </para>
      <para>al dan niet opzettelijk, een hoeveelheid professioneel vuurwerk bestemd voor </para>
      <para>particulier gebruik, te weten: </para>
    </parablock>
    <para>- één signaalraket of lawinepijl (aangeduid als Zink 901) voorhanden heeft gehad in zijn/een woning gelegen aan [adres] .</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Overwegingen ten aanzien van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline italic">Ten aanzien van feiten 1 en 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat met name gelet op de bevindingen van de toxicologisch deskundige omtrent de in de theepot aangetroffen MDMA, niet verklaard kan worden hoe en op welk tijdstip de in bloed en urine van [naam 1] aangetroffen MDMA in haar lichaam is terecht gekomen. Daardoor kan niet bewezen worden geacht dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde feit. </para>
      <para>Ook feit 2 kan niet worden bewezen omdat niet kan worden uitgesloten dat een ander - buiten medeweten van verdachte - de gripzakjes MDMA in de mede door verdachte gebruikte auto heeft gelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte de beide ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer </emphasis>
      </para>
      <para>Vast staat dat op 24 november 2013 verdachte samen met [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] in de woning van de ouders van [naam 4] en [naam 1] (hierna te noemen [naam 1] en [naam 4] ) was om aldaar samen te sporten. Verdachte en de vrienden arriveerden rond 10:55 - 11:00 uur. [naam 1] was daar ook aanwezig en zat op de bank huiswerk te maken. </para>
      <para>Voorts is op 24 november 2013 zowel in het bloed als de urine van [naam 1] MDMA/MDA is aangetroffen. Ook is er in resten thee uit de theepot - die op 24 november 2013 in beslag is genomen - een lage concentratie MDMA (0,02 mg MDMA per ml thee) gevonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast is in twee gripzakjes die op 26 november 2013 zijn aangetroffen in de auto waarin verdachte reed, groen poeder aangetroffen, mogelijk afkomstig van een op XTC gelijkende pil of substantie die de werkzame stof MDMA bevatte. De gripzakjes zijn aangetroffen in het opbergvak in het rechterportier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 26 november 2013 heeft [naam 1] in haar aangifte verklaard dat zij vermoedt dat verdachte op 24 november 2013 drugs in de thee heeft gedaan, die hij voor haar heeft ingeschonken. Het viel haar op dat een kop thee die zij van verdachte kreeg, donkerder was dan normaal en dat zij zich na een kop dan wel slok thee opeens tot verdachte aangetrokken voelde. Hierna zou zij onwel zijn geworden. [naam 1] heeft niet gezien dat verdachte iets in haar thee heeft gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 4] heeft verklaard dat [naam 1] om 14:37 uur via een WhatsApp verzocht om naar huis te komen. Toen hij thuis kwam was zij lijkbleek, had grote pupillen en een strakke kaaklijn. Zij praatte hysterisch snel en wapperde met haar handen voor haar gezicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft steeds ontkend dat hij MDMA aan [naam 1] heeft toegediend en ook dat hij thee voor [naam 1] heeft ingeschonken. Voorts heeft verdachte verklaard dat toen hij de woning verliet, hij niet de indruk had dat [naam 1] ergens last van had.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft ook ontkend dat hij omstreeks 26 november 2013 MDMA of andere drugs aanwezig heeft gehad. Over de auto, een BMW [type] met kenteken [kenteken] , waarin hij regelmatig reed en waarin de gripzakjes zijn aangetroffen, heeft verdachte verklaard dat deze op naam van zijn moeder stond en dat de auto werd gebruikt door verschillende mensen, waaronder zijn broer, zijn moeder, [naam 5] en [naam 6] . Deze verklaring vindt steun in de verklaringen van getuigen [naam 7] , [naam 5] en [naam 6] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De deskundige [deskundige] , toxicoloog, heeft in verband met het aantreffen van MDMA in de theepot verklaard dat de concentraties die in het bloed van [naam 1] zijn gevonden niet in overeenstemming zijn te brengen met inname van één kop thee met een concentratie van 0,02 mg per milliliter thee. Deze in de theepot aangetroffen concentratie wijst eerder op resten die worden aangetroffen na het omspoelen van de theepot. Voorts heeft deze deskundige nog verklaard dat: </para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> MDMA als zuivere stof een wit poeder is dat, als je dat oplost, geen kleur toevoegt;</para>
      <para> bij één slok opgeloste MDMA een directe werking niet mogelijk is en het niet te verwachten is dat in de eerste 5 minuten bij een orale inname van een werkzame dosis iets te merken is;</para>
      <para> bij een gemiddeld gebruiker de effecten na een half à één uur beginnen op te treden en dat de piekeffecten ongeveer 3 à 4 uur na inname optreden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer gaat op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting ervan uit dat:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> verdachte, [naam 1] en drie anderen samen in de woning zijn geweest,</para>
      <para> [naam 1] en verdachte, na het sporten, enige tijd alleen in de woning waren,</para>
      <para> [naam 1] MDMA/MDA heeft binnen gekregen, waarbij de rechtbank van haar wil aannemen dat zij de MDMA/MDA niet bewust zelf heeft ingenomen, </para>
      <para> van de aanwezigen verdachte en [naam 1] de enigen waren die thee dronken,</para>
      <para> MDMA/MDA mogelijk was opgelost in de thee die zij heeft gedronken, maar onbekend is in welke concentraties,</para>
      <para> de auto waarvan verdachte de hoofdgebruiker was door tenminste vier andere personen met enige regelmaat werd gebruikt en niet uitgesloten kan worden dat deze personen waarschijnlijk ook weer passagiers hebben meegenomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of bewezen kan worden dat verdachte degene is geweest die [naam 1] op 24 november 2013 MDMA heeft toegediend (feit 1), en dat hij wist dat de gripzakjes met MDMA is de auto lagen (feit 2).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van  feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>Omdat de auto door meerdere personen werd gebruikt en de gripzakjes zijn aangetroffen naast de zitplaats van de bijrijder, kan niet worden bewezen dat verdachte deze gripzakjes opzettelijk aanwezig heeft gehad. De militaire kamer zal verdachte van het onder 2 tenlastegelegde vrijspreken. </para>
      <para>Het vorenstaande betekent ook dat de militaire kamer aan het aantreffen van de gripzakjes op 26 november 2013 geen bewijskracht kan toekennen met betrekking tot feit 1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>Weliswaar heeft [naam 1] verklaard dat zij direct na het drinken van de kop thee andere gevoelens voor verdachte kreeg, maar uit de verklaring van de deskundige [deskundige] volgt dat [naam 1] de MDMA waarschijnlijk tussen een half uur en 3 tot 4 uur eerder moet hebben binnengekregen. Gelet op de beschrijving die [naam 4] gaf van de toestand waarin hij zijn zuster aantrof toen hij terug kwam in de woning, is aannemelijk dat op dat moment het piekeffect van de MDMA begon op te treden. Daarom gaat de militaire kamer er vanuit dat [naam 1] ongeveer 2 tot 3 uur daarvoor de MDMA moet hebben binnengekregen. In deze periode waren naast verdachte en [naam 1] nog drie andere personen in de woning aanwezig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verklaring van [naam 1] dat verdachte voor haar thee heeft ingeschonken wordt niet ondersteund door andere bewijsmiddelen. Ook is er geen bewijs dat verdachte MDMA aan de thee heeft toegevoegd en/of aan [naam 1] heeft toegediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts bevindt zich in het dossier een aantal verklaringen waaruit zou kunnen worden afgeleid dat verdachte twee keer eerder is beschuldigd van het drogeren van een meisje. Deze eerdere verklaringen leveren geen enkel bewijsmiddel op waaruit blijkt dat verdachte het thans ten laste gelegde feit heeft gepleegd. Daarom kan aan deze verdenkingen ten aanzien van het huidige feit geen bewijskracht worden toegekend, nog daargelaten wat er waar is van die eerdere beschuldigingen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer beschikt dan ook over onvoldoende bewijs om te kunnen oordelen dat verdachte degene is geweest die op 24 november 2013 MDMA aan [naam 1] heeft toegediend. De in het dossier genoemde feiten en omstandigheden laten immers de mogelijkheid open dat een ander [naam 1] de MDMA heeft toegediend. </para>
      <para>Daarom zal verdachte ook van het onder 1 tenlastegelegde worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 3</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_c07915c4-d532-4e25-b7f3-5e18f3ba75f7" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het navolgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
      <para>Op 26 november 2013 is in de woning van verdachte te Bergschenhoek in een kluis professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik aangetroffen, te weten een Zink-Feuerwerk Signaalraket<footnote-ref linkend="_409afa7e-00c8-4378-aab4-a848170c00f3" />. Verdachte wist dat dit vuurwerk daar lag<footnote-ref linkend="_ce821129-15ab-4aa6-a37a-e4ec8b2dacdf" />.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie en de verdediging hebben gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het als overtreding ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer </emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft zowel bij de Koninklijke Marechaussee als ter terechtzitting verklaard dat hij niet wist dat het bezit van een dergelijke pijl strafbaar is, zodat hij niet opzettelijk heeft gehandeld. </para>
      <para>De militaire kamer overweegt dat in zijn algemeenheid wordt aangenomen dat bij de vraag of een strafbaar feit als het onderhavige (strafbaar gesteld in de Wet Economische Delicten) kan worden bewezen, wordt uitgegaan van ‘kleurloos opzet’. Echter, in deze concrete zaak betwist verdachte te hebben geweten dat het aangetroffen vuurwerk verboden was, aldus betwistend dat sprake was van opzet op de wederrechtelijkheid van zijn gedraging. Gelet op het arrest in een soortgelijke zaak van de Hoge Raad d.d. 27 maart 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BU8791) is de militaire kamer van oordeel dat genoemde betwisting door verdachte gemotiveerd moet kunnen worden weerlegd om te kunnen komen tot opzet op de wederrechtelijkheid. Bewijsmateriaal dat kan leiden tot een dergelijke gemotiveerde weerlegging heeft de militaire kamer echter niet aangetroffen. </para>
      <para>Daarom zal de militaire kamer vrijspreken van opzettelijk handelen en volstaan met een bewezenverklaring van de eveneens ten laste gelegde overtredingsvariant. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para>Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 november 2013 te Bergschenhoek, gemeente Lansingerland, </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">al dan</emphasis> niet opzettelijk, een hoeveelheid professioneel vuurwerk bestemd voor </para>
      <para>particulier gebruik, te weten: </para>
      <para>- één signaalraket of lawinepijl (aangeduid als Zink 901) </para>
      <para>voorhanden heeft gehad in zijn<emphasis role="strike-through">/een</emphasis> woning gelegen aan [adres] </para>
      <para> .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot betaling van een geldboete ten bedrage van € 150,00 te vervangen door 3 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman van verdachte heeft verzocht te volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van een straf of maatregel. Daartoe heeft de raadsman gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte alsmede het feit dat het een ‘oud feit’ betreft en verdachte al 2,5 jaar in onzekerheid heeft moeten verkeren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer </emphasis>
      </para>
      <para>De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 4 april 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat het ‘enkel’ een overtreding betreft en dat er sprake is van een groot tijdsverloop, te weten 2,5 jaar, tussen de verdenkingen en het onderzoek ter terechtzitting, gedurende welke periode de dreiging hiervan, met name gelet op de ernst van de andere verdenkingen, steeds boven verdachtes hoofd heeft gehangen. Hierbij heeft de militaire kamer meegewogen dat verdachte, vanwege de verdenkingen, inmiddels is ontslagen bij Defensie. Daarnaast is verdachte een zogenoemde ‘first offender’. De militaire kamer vindt in deze omstandigheden redenen om verdachte schuldig te verklaren zonder hem een straf op te leggen, zoals is bedoeld in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold"> 	de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [naam 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. Gevorderd wordt een totaalbedrag bij voorschot van € 7.254,22.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft afwijzing van de vordering van de benadeelde partij bepleit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte wordt vrijgesproken van het onder feit 1 tenlastegelegde. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 9a en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 1a en 2 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer en artikel 1.2.2. van het Vuurwerkbesluit. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	spreekt verdachte vrij van de onder 1, 2 en 3 (impliciet) primair ten laste gelegde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het overige ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> bepaalt dat <emphasis role="bold">geen straf of maatregel</emphasis> wordt opgelegd;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 1] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [naam 1] niet-ontvankelijk </emphasis>in haar vordering.</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.H. van Laethem (voorzitter), mr. P.C. Quak en kolonel mr. H.C.M. Snellen als militair lid, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.B. Moll van Charante, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 juni 2016.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c07915c4-d532-4e25-b7f3-5e18f3ba75f7" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Staf Commandant Koninklijke Marechaussee, Kabinet/Cluster Integriteit, sectie Interne onderzoeken, dossiernummer PL27AZ/13-000300, gesloten op 25 juli 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_409afa7e-00c8-4378-aab4-a848170c00f3" label="2">
    <para> De kennisgeving van inbeslagneming p. 330 en 332.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ce821129-15ab-4aa6-a37a-e4ec8b2dacdf" label="3">
    <para> De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 mei 2016.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>