<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2016:2535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-05-10T13:51:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-05-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/720023-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:2535">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:2535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-05-10T13:50:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2016:2535 Rechtbank Gelderland , 09-05-2016 / 05/720023-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2016:2535:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden voor het medeplegen van afpersing en het in vereniging plegen van diefstal met geweld. Twee medeverdachten zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden, voor medeplichtigheid aan die feiten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2016:2535:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/720023-16</para>
      <para>Datum uitspraak	: 9 mei 2016</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres]</para>
      <para>thans gedetineerd te P.I. Overijssel - HvB Zwolle te Zwolle.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. W.H. Boer, advocaat te Heerde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 april 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Primair</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 17 juni 2013, in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van één of meer geldkistje(s) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [zorginstelling 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader: </para>
    </parablock>
    <para>- bij die [slachtoffer] (werkzaam voor [zorginstelling 1] ) heeft/hebben aangebeld en/of </para>
    <para>- ( nadat die [slachtoffer] de (voor)deur van haar woning opende) de woning van die [slachtoffer] is/zijn binnen gegaan en/of </para>
    <para>- die [slachtoffer] een mes en/of schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp heeft/hebben getoond en/of </para>
    <para>- dat scherpe en/of puntige voorwerp op/tegen de keel van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt en/of </para>
    <para>- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Geld, geld ik moet geld hebben", althans woorden van gelijke aard of strekking; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , op of omstreeks 17 juni 2013, in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van één of meer geldkistje(s) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [zorginstelling 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s): </para>
      <para>bij die [slachtoffer] (werkzaam voor [zorginstelling 1] ) heeft/hebben aangebeld en/of </para>
    </parablock>
    <para>- ( nadat die [slachtoffer] de (voor)deur van haar woning opende) de woning van die [slachtoffer] is/zijn binnen gegaan en/of </para>
    <para>- die [slachtoffer] een mes en/of schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp heeft/hebben getoond en/of </para>
    <para>- dat scherpe en/of puntige voorwerp op/tegen de keel van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt en/of </para>
    <para>- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Geld, geld ik moet geld hebben", althans woorden van gelijke aard of strekking, </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 17 juni 2013, althans (in elk geval) in of omstreeks de maand juni 2013, in de gemeente Apeldoorn, althans (elders) in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of </para>
      <para>opzettelijk behulpzaam is geweest door (voor die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] </para>
      <para>en/of die [medeverdachte 3] ) op de uitkijk te (gaan) staan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Primair</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 17 juni 2013, in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meer (mobiele) telefoon(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [zorginstelling 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader, </para>
    </parablock>
    <para>- bij die [slachtoffer] (werkzaam voor [zorginstelling 1] ) heeft/hebben aangebeld en/of </para>
    <para>- ( nadat die [slachtoffer] de (voor)deur van haar woning opende) de woning van die [slachtoffer] is/zijn binnen gegaan en/of </para>
    <para>- die [slachtoffer] een mes en/of schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp heeft/hebben getoond en/of </para>
    <para>- dat scherpe en/of puntige voorwerp op/tegen de keel van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt en/of </para>
    <para>- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Geld, geld ik moet geld hebben", althans woorden van gelijke aard of strekking; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , op of omstreeks 17 juni 2013, in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meer (mobiele) telefoon(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [zorginstelling 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s): </para>
    </parablock>
    <para>- bij die [slachtoffer] (werkzaam voor [zorginstelling 1] ) heeft/hebben aangebeld en/of </para>
    <para>- ( nadat die [slachtoffer] de (voor)deur van haar woning opende) de woning van die [slachtoffer] is/zijn binnen gegaan en/of </para>
    <para>- die [slachtoffer] een mes en/of schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp heeft/hebben getoond en/of </para>
    <para>- dat scherpe en/of puntige voorwerp op/tegen de keel van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt en/of </para>
    <para>- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Geld, geld ik moet geld hebben", althans woorden van gelijke aard of strekking, </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 17 juni 2013, althans (in elk geval) in of omstreeks de maand juni 2013, in de gemeente Apeldoorn, althans (elders) in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of </para>
      <para>opzettelijk behulpzaam is geweest door (voor die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] </para>
      <para>en/of die [medeverdachte 3] ) op de uitkijk te (gaan) staan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_9dba81c9-6e06-485a-995e-30f7675e3562" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 17 juni 2013 heeft [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) samen met [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) in Apeldoorn [slachtoffer] , die werkzaam is voor [zorginstelling 1] (hierna: [zorginstelling 1] ), gedwongen tot afgifte van een geldkistje en een hoeveelheid geld, dat toebehoorde aan [zorginstelling 1] .<footnote-ref linkend="_cbdd2c5d-8485-4086-94ef-d096c5bf3cf9" /> [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hadden een mes en een tot priem geslepen schroevendraaier bij zich.<footnote-ref linkend="_bfa6903a-776c-4e0d-9328-b2a752ca19d4" /> Zij hebben ieder het wapen dat ze bij zich droegen aan [slachtoffer] getoond.<footnote-ref linkend="_5d1be1d5-a031-470f-8e19-128bdeb8ad50" /> Daarbij heeft [medeverdachte 1] gezegd: ‘Geld, geld! Ik moet geld hebben.’<footnote-ref linkend="_7dc97cb9-29ea-4825-bcc6-caa4b57d32a1" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] heeft hierbij buiten op de uitkijk gestaan.<footnote-ref linkend="_fd2860d7-0107-428d-91b7-003c435f6ba2" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair onder 1 ten laste gelegde feit. Volgens de officier van justitie is sprake van de deelnemingsvorm ‘medeplegen’. Hoewel het idee om een overval te plegen van [medeverdachte 1] kwam, was er een rolverdeling tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] , waar gezamenlijk over is gesproken. Ook droegen allen een vermomming. Daarover en over het meebrengen van wapens, is gezamenlijk gesproken. Daarnaast is de buit gelijkelijk over alle vier verdachten verdeeld. Van scheve verhoudingen tussen de vier verdachten was geen sprake. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het primair onder 1 ten laste gelegde. Haar cliënt kan niet als pleger worden aangemerkt en heeft een beperkte rol in het geheel gespeeld, waardoor geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. </para>
      <para>Daarnaast kan niet worden bewezen dat meer dan één geldkistje is weggenomen en kan niet worden bewezen dat het geweld of de bedreiging met geweld heeft bestaan uit het aanbellen bij- en in het betreden van de woning van aangeefster. Het voorval is daarbij niet in de woning van aangeefster voorgevallen, maar op haar werk. Evenmin kan worden bewezen dat een scherp of puntig voorwerp tegen de keel van aangeefster is gedrukt. Het enige bewijsmiddel waar dat uit voortvloeit, is de aangifte en dat is onvoldoende. <?linebreak?>In het licht van het voorgaande heeft de raadsvrouw partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van het subsidiair onder 1 ten laste gelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Niet ter discussie staat dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 17 juni 2013 [slachtoffer] hebben gedwongen tot afgifte van een geldkistje en een geldbedrag. Eveneens staat niet ter discussie dat [verdachte] op dat moment op de uitkijk stond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat het geweld of de bedreiging met geweld niet heeft bestaan uit het aanbellen en het betreden van de woning door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Daarnaast is volgens de raadsvrouw geen sprake van een overval in de woning van aangeefster en kan niet worden bewezen dat een scherp of puntig voorwerp tegen de keel van aangeefster is gedrukt. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangeefster heeft op 18 juni 2013 verklaard dat zij als begeleidster bij [zorginstelling 1] werkt en dat zij daar op 17 juni 2013 een zogeheten ‘laat/slaapdienst’ had. Dit houdt in dat haar dienst ’s middags begint en de volgende ochtend eindigt. Zij begeleidt een groep van 9 meiden, die verdeeld over drie woningen wonen.<footnote-ref linkend="_92c0f055-b43f-49db-ade2-58658acf86b4" /> Aangeefster heeft verder verklaard dat omstreeks 23.20 uur werd aangebeld en dat, nadat zij de deur had geopend, twee mannen de woning binnen gingen.<footnote-ref linkend="_45173108-60ef-499f-a413-623573cd4600" /> De eerste persoon (opmerking rechtbank: <emphasis role="italic">uit het dossier komt naar voren dat dit [medeverdachte 1] betreft) </emphasis>droeg een soort zakdoek om zijn hals, die hij voor zijn gezicht deed toen hij binnen stapte. De tweede persoon droeg een capuchon over zijn hoofd (opmerking rechtbank: <emphasis role="italic">uit het dossier komt naar voren dat dit [medeverdachte 2] betreft</emphasis>).<footnote-ref linkend="_692528b0-bfb1-4628-af15-3fc96612e3ea" />  Verdachte [medeverdachte 2] heeft daarbij verklaard dat ook hij een bandana droeg.<footnote-ref linkend="_4468ef9c-1cf4-4a35-bec5-4e57c82b3230" /> Naast dat aangeefster heeft verklaard over de handelingen die hiervoor als vaststaand zijn aangemerkt, heeft zij verklaard dat de eerste persoon die binnen kwam de punt van het wapen dat hij bij zich droeg tegen haar keel heeft gezet.<footnote-ref linkend="_e8b29a75-cf7b-4673-8431-8adf82561a2c" /></para>
      <para>De rechtbank heeft, gelet op het specifieke karakter van de aangifte, in het licht van het dossier, geen reden om te twijfelen aan de door aangeefster afgelegde verklaring en acht op grond van die aangifte bewezen dat de punt van een wapen tegen haar keel is gedrukt. Daarbij acht de rechtbank het geheel van handelen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] – dus vanaf het aanbellen tot aan het verlaten van de woning van [zorginstelling 1] –  in samenhang bezien en gelet op de aard van het ten laste gelegde, gewelddadig en/of bedreigend, te meer nu [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op een laat tijdstip aanbelden en de woning binnen stapten, terwijl zij vermomd waren. <?linebreak?>De ‘overval’ vond plaats in een woning van [zorginstelling 1] , waar meerdere personen wonen. Naar het oordeel van de rechtbank moet die woning dan ook worden gezien als een plaats waar zich het privé-huiselijke leven afspeelt. Ook aangeefster nam deel aan dit privé-huiselijke leven en zou de nacht in die woning doorbrengen. Dat zij dat in de hoedanigheid van begeleidster zou doen, doet naar het oordeel van de rechtbank niet aan het voorgaande af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot het gevoerde verweer, inhoudende dat niet kan worden bewezen dat meer dan één geldkistje is weggenomen, overweegt de rechtbank als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het dossier volgt dat [slachtoffer] is gedwongen tot afgifte van een (grote) geldkist met daarin een geldbedrag van € 558,-- en een geldkistje, waaruit een portemonnee met een geldbedrag van € 40,-- is meegenomen.<footnote-ref linkend="_9edf4c85-714b-4d34-ac76-8efc8b0e40c0" /> Het kleine geldkistje is volgens het dossier niet door verdachten meegenomen uit de woning van [zorginstelling 1] . Daarnaast is de € 40,-- uit de portemonnee die uit dat geldkistje is gehaald, op de trap van de woning van [zorginstelling 1] teruggevonden.<footnote-ref linkend="_bcf361ca-44c2-4c55-a935-bad5fbd9c158" /> Dat doet echter niet af aan het feit dat dit geldkistje en het daarin aanwezige geldbedrag onder bedreiging met geweld zijn afgegeven door [slachtoffer] . Naar het oordeel van de rechtbank kan dan ook wettig en overtuigend worden bewezen dat [slachtoffer] is gedwongen tot afgifte van geldkistjes en een hoeveelheid geld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] stond tijdens het voorval op de uitkijk. Hij heeft verklaard dat hij en [medeverdachte 3] [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een seintje moesten geven als er wat zou zijn.<footnote-ref linkend="_3ccf3fb6-0f83-4e3b-a999-dd789812e6bf" /> Hij wist dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] wapens bij zich droegen.<footnote-ref linkend="_f9013498-e95e-4657-9cb1-3c7be082ba96" /> Van tevoren is afgesproken dat de buit onder [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] zou worden verdeeld.<footnote-ref linkend="_25f9fe66-069a-42b8-8a24-130c35304689" /> Dat is ook gebeurd.<footnote-ref linkend="_056d961e-5c24-41fc-a26f-58dea39d3533" /> Daarnaast is besproken dat ze donkere kleding zouden dragen.<footnote-ref linkend="_131bc2f8-c424-40fe-ae94-742c40205dad" /> De bandana die [medeverdachte 1] tijdens de overval droeg, was van [verdachte] .<footnote-ref linkend="_d567932c-f0c1-49fe-b9e1-7d74e1d22511" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de rol van verdachte overweegt de rechtbank als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van jurisprudentie kan worden gesteld dat ‘medeplegen’ primair een voldoende nauwe en bewuste samenwerking vereist met een ander of anderen, waarbij het accent op de samenwerking ligt en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht, een kwestie die dus een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval verlangt. Daarnaast moet in ieder geval voor de kwalificatie medeplegen de intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht zijn. </para>
      <para>Kernverwijt bij medeplichtigheid is – kort gezegd –  ‘het bevorderen en/of vergemakkelijken van een door een ander begaan misdrijf’. Indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht) rust op de rechter de taak om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering — dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging — dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. In dat laatste geval zijn de aspecten die bij de beoordeling (en motivering) een rol kunnen spelen onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, waaronder diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarbij dient te worden opgemerkt dat aan het zich niet distantiëren op zichzelf geen grote betekenis toe komt, het gaat er immers om dat de verdachte een wezenlijke bijdrage moet hebben geleverd aan het delict. </para>
      <para>De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd <emphasis role="italic">tijdens</emphasis> het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit, maar kan ook uit verscheidene gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit of in hoofdzaak vóór het strafbare feit bestaan. Indien de bijdrage niet geleverd is in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit, dient in de bewijsvoering aandacht te worden besteed aan de vraag of wel zo bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. Dat geldt in nog sterkere mate indien het hoofdzakelijk gaat om gedragingen die na het strafbare feit zijn verricht. Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal in dergelijke uitzonderlijke gevallen wel moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vastgesteld kan worden dat verdachte geen rol had in de uitvoering van het strafbare feit. Hoewel de rol van verdachte in het geheel zeker niet marginaal was, is de rechtbank gelet op het voorgaande van oordeel dat zijn handelen de deelnemingsvorm ‘medeplichtigheid’ niet overstijgt. Het ontbreken van verdachtes rol in de uitvoering wordt naar het oordeel van de rechtbank immers onvoldoende gecompenseerd door een – ten opzichte van medeverdachten –  grotere rol in de voorbereiding, nu uit het dossier volgt dat het idee om juist in deze woning een overval te plegen van [medeverdachte 1] kwam, dat [medeverdachte 2] bandana’s heeft geleverd en dat overige afspraken gezamenlijk zijn gemaakt. <?linebreak?></para>
      <para>De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair onder 1 aan hem ten laste gelegde. </para>
      <para>Zij acht gelet op het voorgaande evenwel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest aan het medeplegen van afpersing, zoals subsidiair onder 1 ten laste is gelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair onder 1 ten laste gelegde feit. Volgens de officier van justitie is sprake van de deelnemingsvorm ‘medeplegen’. Hoewel het idee om een overval te plegen van [medeverdachte 1] kwam, was er een rol verdeling tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] , waar gezamenlijk over is gesproken. Ook droegen allen een vermomming. Daarover en over het meebrengen van wapens, is gezamenlijk gesproken. Daarnaast is de buit gelijkelijk over alle vier verdachten verdeeld. Van scheve verhoudingen tussen de vier verdachten was geen sprake. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft ten aanzien van het primair en subsidiair ten laste gelegde vrijspraak bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat bij haar cliënt geen sprake was van opzet op de medeplichtigheid aan diefstal van telefoons. Daarnaast volgt het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van telefoons bij haar cliënt niet uit het dossier. Niet kan worden bewezen dat het geweld of de bedreiging met geweld heeft bestaan uit het aanbellen bij- en in het betreden van de woning van aangeefster. Evenmin kan worden bewezen dat een scherp of puntig voorwerp tegen de keel van aangeefster is gedrukt. Tot slot is de raadsvrouw van mening dat het geweld of de bedreiging met geweld niet gepleegd is met het oogmerk om de diefstal van telefoons voor te bereiden, gemakkelijker te maken, bij betrapping op heterdaad de vlucht mogelijk te maken of het bezit van de telefoons te verzekeren. Uit het dossier volgt geen voornemen om telefoons weg te nemen. </para>
      <para>Subsidiair heeft de raadsvrouw gesteld dat toepassing moet worden gegeven aan artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Voor zover relevant voor het onder 2 ten laste gelegde, verwijst de rechtbank naar de bewijsmiddelen zoals die ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde zijn opgenomen. Dit geldt eveneens ten aanzien van de door de raadsvrouw gevoerde verweren, die ook ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde zijn gevoerd. <?linebreak?>De rechtbank overweegt daarnaast het volgende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat tijdens het voorval op 17 juni 2013 ook twee mobiele telefoons zijn weggenomen. Het betreft een Nokia, die eigendom is van [zorginstelling 1] en haar eigen Apple Iphone.<footnote-ref linkend="_0eb6784f-9767-4e75-8de4-efbfeb19cd74" /> Zij heeft hierover verklaard dat beide daders wegliepen nadat zij de geldkistjes had afgegeven. Zij zag daarna persoon 1 terugkomen en zag dat hij de twee mobiele telefoons van het bureau pakte. De tweede persoon stond volgens haar nog op de overloop. Persoon 1 heeft ook de vaste telefoon losgetrokken en meegenomen.<footnote-ref linkend="_a2658206-d02b-4c5c-8110-4f87419a86de" /> De mobiele telefoon van aangeefster, samen met haar mobiele werktelefoon zijn in de nabije omgeving in de bosjes aangetroffen. De vaste telefoon werd halverwege de trap in de woning van [zorginstelling 1] gevonden.<footnote-ref linkend="_5ea224da-095d-40c7-bd9f-2d21601b1808" /> De rechtbank is van oordeel dat ook deze vaste telefoon wederrechtelijk is toegeëigend door [medeverdachte 1] . Op het moment dat hij de telefoon uit de muur had getrokken, beschikte hij immers als heer en meester over dit goed. Dat de telefoon in de woning van [zorginstelling 1] is achtergelaten, maakt dit niet anders. </para>
      <para>Zoals ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat het geheel van handelen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] – dus vanaf het aanbellen tot aan het verlaten van de woning van [zorginstelling 1] – in samenhang bezien en gelet op de aard van het ten laste gelegde, gewelddadig en/of bedreigend is. Gelet op de aard van het feit en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, is de rechtbank daarnaast van oordeel dat dit geweld, dan wel de bedreiging met geweld, gepleegd is met het oogmerk om de diefstal van telefoons gemakkelijker te maken en het bezit van de telefoons te verzekeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft gesteld dat verdachte geen opzet had op – kort gezegd – de medeplichtigheid aan diefstal van telefoons. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gezamenlijke doel voor de overval was het verkrijgen van geld.<footnote-ref linkend="_4c6460eb-b3b9-45d1-8052-a14793d4379c" /> Dat sluit naar het oordeel van de rechtbank echter niet uit dat ook op geld waardeerbare goederen kunnen worden weggenomen of dat zal worden geprobeerd goederen weg te nemen, zoals telefoons, met het doel het slachtoffer te beletten om de politie in te schakelen. Op het moment dat verdachte zich leende om medeplichtig te zijn aan een overval, zoals overwogen ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde, aanvaardde hij naar het oordeel van de rechtbank dan ook ten minste bewust de aanmerkelijke kans dat door een medeverdachte dergelijke goederen zouden worden weggenomen. Bij verdachte was ten tijde van het ten laste gelegde dan ook sprake van ten minste voorwaardelijk opzet op de medeplichtigheid aan het wederrechtelijk wegnemen van de telefoons.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het primair onder 1 tenlastegelegde. Zij acht evenwel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair onder 2 ten laste gelegde heeft begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair onder 1 en het subsidiair onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] <emphasis role="strike-through">en/of [medeverdachte 3]</emphasis>, op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 17 juni 2013, in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander <emphasis role="strike-through">of anderen</emphasis>, <emphasis role="strike-through">althans alleen,</emphasis> met het oogmerk om zich en<emphasis role="strike-through">/of (een)</emphasis> ander<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van <emphasis role="strike-through">één of meer </emphasis>geldkistje<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een hoeveelheid geld, <emphasis role="strike-through">in elk geval van enig goed, geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan [zorginstelling 1] <emphasis role="strike-through">, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte</emphasis>, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] <emphasis role="strike-through">en/of die [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s)</emphasis>: </para>
    </parablock>
    <para>- bij die [slachtoffer] (werkzaam voor [zorginstelling 1] ) heeft/hebben aangebeld en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- ( nadat die [slachtoffer] de (voor)deur van haar woning opende) de woning van die [slachtoffer] is/zijn binnen gegaan en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- die [slachtoffer] een mes en/of schroevendraaier, althans een scherp en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> puntig voorwerp heeft/hebben getoond en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- dat scherpe en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> puntige voorwerp <emphasis role="strike-through">op/</emphasis>tegen de keel van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Geld, geld ik moet geld hebben", <emphasis role="strike-through">althans woorden van gelijke aard of strekking, </emphasis>tot en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 17 juni 2013, althans (in elk geval) in of omstreeks de maand juni 2013, in de gemeente Apeldoorn, althans (elders) in Nederland, opzettelijk gelegenheid<emphasis role="strike-through">, middelen en/of inlichtingen</emphasis> heeft verschaft en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> opzettelijk behulpzaam is geweest door (voor die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] <emphasis role="strike-through">en/of die [medeverdachte 3]</emphasis>) op de uitkijk te (gaan) staan; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>
        [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] <emphasis role="strike-through">en/of [medeverdachte 3]</emphasis>, op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 17 juni 2013, in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander <emphasis role="strike-through">of anderen</emphasis>, <emphasis role="strike-through">althans alleen</emphasis>, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meer (mobiele) telefoon(s), <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed, geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan [slachtoffer] en/of [zorginstelling 1] , <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte</emphasis>, welke diefstal werd voorafgegaan en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> vergezeld <emphasis role="strike-through">en/of gevolgd</emphasis> van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal <emphasis role="strike-through">voor te bereiden en/of</emphasis> gemakkelijk te maken en<emphasis role="strike-through">/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij</emphasis> het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] <emphasis role="strike-through">en/of die [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s)</emphasis>: </para>
    </parablock>
    <para>- bij die [slachtoffer] (werkzaam voor [zorginstelling 1] ) heeft/hebben aangebeld en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- ( nadat die [slachtoffer] de (voor)deur van haar woning opende) de woning van die [slachtoffer] is/zijn binnen gegaan en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- die [slachtoffer] een mes en/of schroevendraaier, althans een scherp en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> puntig voorwerp heeft/hebben getoond en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- dat scherpe en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> puntige voorwerp <emphasis role="strike-through">op/</emphasis>tegen de keel van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Geld, geld ik moet geld hebben", <emphasis role="strike-through">althans woorden van gelijke aard of strekking, </emphasis>tot en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 17 juni 2013, althans (in elk geval) in of omstreeks de maand juni 2013, in de gemeente Apeldoorn, althans (elders) in Nederland, opzettelijk gelegenheid<emphasis role="strike-through">, middelen en/of inlichtingen</emphasis> heeft verschaft en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> opzettelijk behulpzaam is geweest door (voor die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] <emphasis role="strike-through">en/of die [medeverdachte 3]</emphasis>) op de uitkijk te (gaan) staan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De voortgezette handeling van </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">medeplichtigheid aan medeplegen van afpersing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">en </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 14 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijke strafdeel dienen als bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld een meldplicht en de verplichting om mee te werken aan een gedragsinterventie (CoVa of CoVa+ training). Daarnaast heeft de officier van justitie een werkstraf voor de duur van 240 uren gevorderd. </para>
      <para>Bij het bepalen van haar strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de ernst van de feiten. Voor [slachtoffer] hebben de feiten grote gevolgen gehad. Aan de andere kant heeft de officier van justitie in grote mate rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.</para>
      <para>Volgens de officier van justitie is er geen reden om het adolescentenstrafrecht toepassing te geven, nu deze straf in het geval van verdachte geen pedagogische meerwaarde meer heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft aandacht gevraagd voor de persoonlijke omstandigheden van haar cliënt en heeft, hoewel dat niet door de reclassering is geadviseerd, om die reden verzocht om toepassing van het adolescentenstrafrecht. Haar cliënt heeft na het voorval een andere wending aan zijn leven gegeven. Hij is vader van een zoontje geworden. Dat zoontje is na 27 weken zwangerschap geboren en heeft veel zorg nodig. Haar cliënt, maar ook zijn zoontje en partner hebben er groot belang bij dat geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd dan de tijd die in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Daarnaast is de maatschappij daarbij gebaat. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het van belang is dat haar cliënt zo snel mogelijk met de CoVa training kan starten, teneinde hem weerbaarder te maken. Haar cliënt is bereid om zich te conformeren aan de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geformuleerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">De beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 20 januari 2016;</para>
    <para>- een beknopt reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 21 januari 2016; </para>
    <para>- een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 21 april 2016.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt in het bijzonder het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is medeplichtig geweest aan het medeplegen van afpersing en diefstal met geweld, in vereniging gepleegd. Vermomd door onder andere bandana’s en gewapend met een mes en een tot priem geslepen schroevendraaier hebben de plegers het slachtoffer gedwongen geldkistjes en geld af te staan. Daarnaast zijn meerdere telefoons weggenomen. De wapens zijn aan het slachtoffer getoond en één van de wapens is tegen de keel van het slachtoffer gezet. Dit moet zeer angstaanjagend zijn geweest voor het slachtoffer, [slachtoffer] . De feiten hebben dan ook veel teweeg gebracht bij het slachtoffer. Verdachte heeft hierbij onder meer op de uitkijk gestaan. Dit terwijl hij wist dat de plegers wapens bij zich hadden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft ernstige feiten begaan. De rechtbank houdt daar bij het bepalen van de strafmaat rekening mee. Daarnaast houdt zij rekening met de rol die verdachte ten opzichte van de medeverdachten in het geheel heeft gespeeld, als ook met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het reclasseringsrapport van 21 april 2016 staat beschreven dat verdachte een jongeman is met een licht verstandelijke beperking. Verdachte lijkt het delict niet heel doordracht, maar impulsief te hebben gepleegd, zonder goed na te denken over de consequenties. </para>
      <para>De vraag is of verdachte zijn huidige situatie overziet. Tot aan zijn aanhouding in deze zaak woonde hij met zijn vriendin en zoontje in een woning van [zorginstelling 2] , een organisatie die ondersteuning biedt aan mensen met een beperking, en ontving hij ambulante woonbegeleiding. Zijn zoontje heeft veel zorg nodig. <?linebreak?>Sinds hij een relatie heeft met zijn huidige vriendin, heeft verdachte zijn leven anders ingericht. Hij is rustiger en meer gestructureerd gaan leven en hij heeft meer hulp gezocht bij zijn begeleiding van [zorginstelling 2] . Vooral sinds verdachte vader is geworden, is hij erg veranderd en neemt hij daarin zijn verantwoordelijkheden. Na zijn detentie, kan verdachte weer bij zijn vriendin en zoontje wonen. </para>
      <para>Op dit moment lijkt het plannen op lange termijn een uitdaging te zijn. Verdachte is gemotiveerd om zijn leven stabiel te houden, maar lijkt moeite te hebben met het adequaat aanpakken van zijn problemen en neemt een afwachtende houding aan. Verdachte zou assertiever kunnen zijn. Zijn verstandelijke beperking maakt dat hij zich laat beïnvloeden en naar de gevolgen op korte termijn kijkt. Verdachte is evenwel goed in staat om zelfstandig te wonen. Als bijzondere voorwaarden bij een eventueel op te leggen voorwaardelijk strafdeel adviseert de reclassering een meldplicht, een locatiegebod met elektronische controle en een gedragsinterventie in de vorm van een CoVa of CoVa+ training.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat geen toepassing moet worden gegeven aan het adolescentenstrafrecht, nu er geen aanwijzingen zijn dat dit strafrechtelijke kader nog pedagogische meerwaarde zal hebben voor verdachte. Verdachte heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt en de geformuleerde meldplicht en gedragsinterventie, lijken voldoende aan te sluiten bij zij behoeften. </para>
      <para>Gelet op de ernst van de feiten neemt de rechtbank als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. De rechtbank zal echter fors rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze hiervoor zijn beschreven. Om die reden zal de rechtbank een deel van de gevangenisstraf, groot 8 maanden, voorwaardelijk opleggen. Aan dit voorwaardelijke strafdeel zullen als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een gedragsinterventie in de vorm van een CoVa of CoVa+ training worden opgelegd. De rechtbank zal geen locatiegebod als bijzondere voorwaarde opleggen, nu zij van oordeel is dat een dergelijk vergaande voorwaarde gelet op het tijdsverloop én op de positieve ontwikkeling die verdachte in de periode na het ten laste gelegde heeft doorgemaakt, geen doel meer treft. De tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal op de gevangenisstraf in mindering worden gebracht. De proeftijd wordt bepaald op 2 jaren. </para>
      <para>De rechtbank wijkt af van de door de officier van justitie geëiste straf, nu zij tot een andere bewezenverklaring komt ten aan zien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de benadeelde [zorginstelling 1] heeft zich in het strafproces gevoegd de gemachtigde [gemachtigde] ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 20.875,66, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, nu gestelde kosten onvoldoende onderbouwd zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, dan wel dat de vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen, nu geen sprake is van rechtstreekse aan [zorginstelling 1] toegebrachte schade. Daarnaast is het causale verband tussen de gevorderde kosten en het ten laste gelegde niet komen vast te staan en is de vordering – kort gezegd – onvoldoende onderbouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de gestelde kosten onvoldoende in de vordering zijn onderbouwd. Daarnaast kan het causale verband tussen het ten laste gelegde en deze kosten, waaronder de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van [slachtoffer] niet eenvoudig worden vastgesteld, nu uit het dossier volgt dat [slachtoffer] tijdens haar werkzaamheden geconfronteerd is geweest met een slachtoffer van zelfdoding en dit zijn weerslag had op haar werkplezier. Aanhouding van de zaak om de benadeelde partij de gelegenheid te geven de vordering nader te onderbouwen zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren.</para>
      <para>De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering nog aanbrengen bij de civiele rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 48, 56, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Spreekt verdachte vrij van de primair onder 1 en primair onder 2 tenlastegelegde feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">12 (twaalf) maanden</emphasis>; </para>
    <para />
    <para> bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot <emphasis role="bold">8 (acht) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;</para>
    <para />
    <para> de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:</para>
    <parablock>
      <para>- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
      <para>- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;</para>
      <para>- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> de bijzondere voorwaarde(n) dat de veroordeelde:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Meldplicht</emphasis>
      </para>
      <para>- 	zich op uitnodiging moet melden bij de reclassering. Hierna moet veroordeelde zich blijven melden en zich houden aan de aanwijzingen, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gedragsinterventie</emphasis>
      </para>
      <para>- wordt verplicht deel te nemen aan een training gericht op cognitieve vaardigheden. Er zal een nadere IQ bepaling moeten worden gedaan om duidelijk te krijgen of veroordeelde beter de CoVa of CoVa+ kan volgen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De rechtbank geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">heft op</emphasis> het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde straf.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [zorginstelling 1] niet-ontvankelijk </emphasis>in haar vordering.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Driessen (voorzitter), mr. S.A. van Hoof en mr. W.F. Roelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Kolkman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 mei 2016. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. W.F. Roelink is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9dba81c9-6e06-485a-995e-30f7675e3562" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2013079625, gesloten op 29 januari 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cbdd2c5d-8485-4086-94ef-d096c5bf3cf9" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 49 t/m 53 en het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 285, eerste alinea. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bfa6903a-776c-4e0d-9328-b2a752ca19d4" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 286 en p. 287, eerste alinea en de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 25 april 2016. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5d1be1d5-a031-470f-8e19-128bdeb8ad50" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 50 en het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 286, zevende alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7dc97cb9-29ea-4825-bcc6-caa4b57d32a1" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 50.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fd2860d7-0107-428d-91b7-003c435f6ba2" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 291, een na laatste alinea en het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 332, derde en negende alinea en de verklaring van verdachte ter terechtzitting. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_92c0f055-b43f-49db-ade2-58658acf86b4" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 49. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_45173108-60ef-499f-a413-623573cd4600" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 50.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_692528b0-bfb1-4628-af15-3fc96612e3ea" label="9">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 56 en het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 290, een na laatste alinea.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4468ef9c-1cf4-4a35-bec5-4e57c82b3230" label="10">
    <para> Het proces-verbaal van verdachte [medeverdachte 2] , p. 286, derde alinea. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e8b29a75-cf7b-4673-8431-8adf82561a2c" label="11">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 50.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9edf4c85-714b-4d34-ac76-8efc8b0e40c0" label="12">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 49 t/m 53 en de bijlage weggenomen goederen op p. 54 en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 84 en het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , p. 86.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bcf361ca-44c2-4c55-a935-bad5fbd9c158" label="13">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , p. 86.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ccf3fb6-0f83-4e3b-a999-dd789812e6bf" label="14">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 333, elfde alinea. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9013498-e95e-4657-9cb1-3c7be082ba96" label="15">
    <para> De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 25 april 2016. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_25f9fe66-069a-42b8-8a24-130c35304689" label="16">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 287, midden. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_056d961e-5c24-41fc-a26f-58dea39d3533" label="17">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 335, vijfde alinea. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_131bc2f8-c424-40fe-ae94-742c40205dad" label="18">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 333, vijfde en zesde alinea en de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 25 april 2016. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d567932c-f0c1-49fe-b9e1-7d74e1d22511" label="19">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 333, zevende alinea. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0eb6784f-9767-4e75-8de4-efbfeb19cd74" label="20">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 50 en 51..</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a2658206-d02b-4c5c-8110-4f87419a86de" label="21">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 51.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5ea224da-095d-40c7-bd9f-2d21601b1808" label="22">
    <para> Het proces-verbaal van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , p. 47.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4c6460eb-b3b9-45d1-8052-a14793d4379c" label="23">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 285, zevende alinea en het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 332, derde alinea.  </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>