<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2015:8362</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T15:01:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-10-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">3981377/ CV EXPL 15-1625</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Nijmegen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2019-0470</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2019-0470</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:8362">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:8362</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-29T15:14:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2015:8362 Rechtbank Gelderland , 16-10-2015 / 3981377/ CV EXPL 15-1625</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2015:8362:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>- -</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2015:8362:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="49f92ce2-8e1b-4483-a756-ffe6ab59a21e" depth="2" width="514" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
        <emphasis role="bold">vonni</emphasis>• <emphasis role="bold">s</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Nijmegen</para>
      <para>zaakgegevens 3981377\CVEXPL 15-1625\493 uitspraak van	16 oktober 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">1.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser sub 1]
        </emphasis> eiser in conventie</para>
      <para>gemachtigde mr. D. Djulbic</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser sub 2]
        </emphasis> eiser in conventie</para>
      <para>gemachtigde mt. D. Djulbic</para>
      <para>3.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser sub 3]
        </emphasis> eiser in conventie</para>
      <para>gemachtigde  mr. D. Djulbic</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">4.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser sub 4]
        </emphasis> eiser in conventie</para>
      <para>gemachtigde mr. D. Djulbic</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">5.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie]
        </emphasis>
      </para>
      <para> eiser in conventie gedaagde in reconventie</para>
      <para>gemachtigde mr. D. Djulbic</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">6.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser sub 6]
        </emphasis>
      </para>
      <para> eiser in conventie</para>
      <para>gemachtigde mr. D. Djulbic tegen</para>
      <para>de besloten  vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">NXP Semiconductors Netherlands  B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Nijmegen gemachtigde mr. E.J. Henrichs</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="2fd9027f-054b-41e2-a9d2-a996bc9431d1" depth="1" width="55" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gedaagde  partij in conventie</para>
      <para>eisende partij in reconventie (enkel tegen   [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie])</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden  hierna zowel bij hun eigen naam (eisers in conventie ieder voor zich) als    ook: eisers (eisers in conventie 1 t/m 6), [eisende partij] (eisers in conventie I t/m 5) en NXP genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt  uit:</para>
      <para>het tussenvonnis van 22 mei 2015 en de daarin genoemde processtukken de conclusie van antwoord  in reconventie in de zaak van  [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie]</para>
      <para>de bij brief van 7 september 2015 namens eisers ingediende nadere producties (17-19)  de bij brief van 15 september 2015 namens NXP ingediende  nadere productie   (7)</para>
      <para>het proces-verbaal van de griffier van de comparitie van  partijen  van 18 september   2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Eisers zijn allen  in dienst geweest van (de rechtsvoorgangster van)  NXP.</para>
        <para>
          [eiser sub 1], geboren op 19 juni 1952, is op 1 juni 1989 bij NXP in dienst getreden [eiser sub 2], geboren op 6 juni 1952, is op 1 maart 1979 bij NXP in dienst getreden [eiser sub 3], geboren op 9 mei 1950, is op 5 maart 1973 bij NXP in dienst    getreden</para>
        <para>
          [eiser sub 4], geboren op 30 december 1951, is op 1 oktober 1976 bij NXP in dienst getreden [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie], geboren op 2 juni 1951, is op 1 augustus 1980 bij NXP in dienst getreden  [eiser sub 6], geboren op 8 augustus 1951, is op 1 september 2007 bij NXP    in dienst getreden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Eisers zijn allen per 1 januari 2014 boventallig verklaard  .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De arbeidsovereenkomsten met [eisende partij] zijn, op grond van bedrijfseconomische redenen, met toestemming van het UWV, per 1 april 2014 opgezegd. [eiser sub 6] heeft per 1 februari 2014 ander werk gevonden. Zijn arbeidsovereenkomst is met wederzijds goedvinden  beëindigd  per die datum.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Van  toepassing  is het Sociaal  Plan  2010 NXP Semiconductors Nederland (verder: het sociaal plan). In het sociaal plan, dat zowel door NXP als door FNV Bondgenoten, CNV Bedrijvenbond, De Unie en VHP2 is ondertekend, is, voor zover hier van  belang, het volgende opgenomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">"Artikel  </emphasis>I <emphasis role="bold">Definities</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>(... )</para>
      </parablock>
      <para>i.	Salaris</para>
      <parablock>
        <para>Het bruto loon per maand, inclusief vakantiegeld, dertiende maanduitkering, ploegentoeslag en vaste bijzondere urentoeslag;</para>
        <para>(... )</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Artikel 6 Vergoeding bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst Opzegging door werkgever</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>1. Indien de arbeidsO\ ereenkomst van de mede\\ erker door \\ erkge, er ,, ordt beëindigd. heeft de medewerker aanspraak op een vergoed ing. Deze vergoeding \,ordt vastgesteld op basis van de kantonrechtersformule (KRF). zoals deze geldt op het moment \\aarop de arbeidsovereenkomst eindigt. De in deze formule gehanteerde correctiefactor C bedraagt 1.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Opzegging  door medewerker</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. Indien de arbeidsovereenkomst van de aangezegd medewerker - na het verstrijken van de boventalligheidsdatum - eindigt op initiatief van de medewerker, door middel van(... ) een door \\erkgever en mede\\erker op te stellen beëindigingsovereenkomst. heeft de mede\\erker aanspraak op een vergoeding. Deze vergoeding wordt vastgesteld op basis van de kantonrechtersformule (KRF). zoals deze geldt op het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. De in deze formule gehanteerde correctiefactor C bedraagt 1. (... )</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Maximale vergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Indien de berekening van de vergoeding op basis van de kantonrechtersformule (... ) meer bedraagt dan het salaris over de periode vanaf en met inbegrip van de eerste dag na afloop van de arbeidsovereenkomst en de dag waarop de arbeidsovereenkomst geëindigd zou zijn als gevolg van het bereiken van de uittredingsrichtdatum conform de door NXP met PME overeengekomen pensioenregeling, wordt de vergoeding vastgesteld op laatstbedoeld bedrag.</para>
      <parablock>
        <para>Voor medewerkers geboren in 1950, 1951 of 1952 geldt, indien zij aanspraak hebben op de TOPSUM(VEOP)-regeling van PME. als uittredingsrichtdatum de eerste van de maand waarin de desbetreffende medewerker de leeftijd van 62 jaar bereikt.</para>
        <para>Indien en voor zover de medewerker, geboren in 1950, 1951 of 192, aantoont geen aanspraken te kunnen ontlenen aan de VEOP-regeling, wordt als uittredingsrichtdatum gehanteerd, de eerste dag van de maand waarin de medewerker alsnog kan pensioneren onder dezelfde voorwaarden als op 62 jaar, als ware bij het bereiken van de leeftijd van 62jaar de VEOP-regeling wel van toepassing geweest."</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De in artikel 6 lid 4 eerste volzin van het sociaal plan bedoelde uittredingsrichtdatum is, overeenkomstig de door NXP met  PME overeengekomen  pensioenregeling, 65  jaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eisende partij] hebben een onvoorwaardelijke aanspraak op de TOPSUM(VEOP)- regeling van PME (verder: de VEP-regeling) als genoemd in artikel 6 lid 4 tweede volzin van het sociaal plan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser sub 1] heeft bij zijn uitdiensttreding op  I april 2014 een vergoeding   van</para>
        <para>€ 9.716,00 bruto (zijnde twee maandsalarissen) ontvangen  in verband  met het bereiken van de leeftijd van 62jaar in juni 2014. [eiser sub 2] heeft bij zijn uitdiensttreding een vergoeding van€ 6.051,00  bruto (zijnde twee maandsalarissen) ontvangen,  omdat ook hij in juni 2014  62 jaar oud  is geworden.</para>
        <para>
          [eiser sub 3], [eiser sub 4], [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] en [eiser sub 6] waren op I april 2014 reeds 62 jaar oud en hebben bij uitdiensttreding geen  vergoeding ontvangen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>In de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid (verder: de WGBLA) is, voor zover van belang, het volgende  bepaald:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">"Artikel 1</emphasis>
        </para>
        <para>In deze wet wordt verstaan  onder:</para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>onderscheid: direct  en  indirect  onderscheid,  alsmede de opdracht daartoe;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>direct onderscheid: indien een persoon op grond van leeftijd op een andere wijze wordt behandeld dan een ander in een  vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden   behandeld;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>indirect  onderscheid: (... )</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Artikel 3</emphasis>
        </para>
        <para>Onderscheid  is verboden  bij:</para>
        <para>(... )</para>
      </parablock>
      <para>het aangaan  en  het beëindigen  \ an een arbeids, erhouding:</para>
      <parablock>
        <para>(...)</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Artikel </emphasis>7</para>
      </parablock>
      <para>1. Het ,erbod  van onderscheid geldt  niet  indien  het onderscheid :</para>
      <para>(...)</para>
      <para>c.	anderszins  objectief gerechtvaardigd is door een  legitiem  doel en de middelen  voor het  bereiken  \ an dat  doel</para>
      <parablock>
        <para>passend en noodzakelijk zij n.</para>
        <para>(...)</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Artikel 13</emphasis>
        </para>
        <para>Bedingen  in strijd  met deze wet zijn nietig·.'</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>
        [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] heeft, na zijn uitdiensttreding, over de maand april 2014 abusievelijk nog salaris en een onkostenvergoeding ontvangen. Het betreft een salaris van€ 3.312,78 bruto en een vergoeding voor woon/werk-verkeer ad€ 140,00 netto.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering en het verweer in conventie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Eisers vorderen dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">primair:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>voor recht verklaart dat artikel 6 lid 4 van het sociaal plan, althans het gedeelte van deze bepaling, waarin sprake is van ongeoorloofde leeftijdsdiscriminatie waardoor eisers ten opzichte van collega's die na 1952 zijn geboren worden benadeeld, in strijd is met de WGBLA en derhalve  nietig;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>NXP veroordeelt om aan eisers conform het sociaal plan binnen 14 dagen na de datum van het vonnis te  betalen:</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <parablock>
        <para>• een  bedrag van€ 174.896,74  bruto aan  [eiser sub 1]</para>
        <para>• een  bedrag van€  108.922,94  bruto aan [eiser sub 2]</para>
        <para>• een bedrag van€ 40.059,37 bruto aan [eiser sub 3]</para>
        <para>• een bedrag van€ 94.436,48 bruto aan [eiser sub 4]</para>
        <para>• een  bedrag van€  101.147,02  bruto aan [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie]</para>
        <para>• een bedrag van € 71.901,12 bruto aan   [eiser sub 6]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">subsidiair:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. NXP veroordeelt om aan [eisende partij] wegens kennelijk onredelijke opzegging te betalen:</para>
      <parablock>
        <para>• een  bedrag van€ 70.210,68  bruto aan [eiser sub 1]</para>
        <para>• een bedrag van€ 18.971,62 bruto aan [eiser sub 2]</para>
        <para>• een bedrag van€ 3.575,27 bruto aan [eiser sub 3]</para>
        <para>• een bedrag van€ 32.971,51 bruto aan [eiser sub 4]</para>
        <para>• een bedrag van€ 36.519,07 bruto aan [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie]</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">primair en subsidiair:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. NXP veroordeelt tot betaling aan eisers van de wettelijke rent over de gevorderde bedragen vanaf 1  april 2014, de kosten van het geding, het salaris van de gemachtigde  en  het griffierecht daaronder begrepen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Eisers leggen het volgende aan hun vorderingen  ten  grondslag.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">primair:</emphasis>
        </para>
        <para>Artikel 6 lid 4 van het sociaal plan, althans het gedeelte van deze bepaling waarin sprake is van ongeoorloofde leeftijdsdiscriminatie, waardoor eisers ten opzichte van collega's die na 1952 zijn geboren  worden  benadeeld, is in strijd met de WGBLA en derhalve  nietig.</para>
        <para>Eisers maken aanspraak op een vergoeding conform het sociaal plan die slechts is gemaximeerd tot de salarisderving tot de te verwachten pensioneringsdatum, namelijk de leeftijd van 65 jaar. Zij stellen dat zij nimmer van plan zijn geweest om op 62-jarige leeftijd  te stoppen met werken, zij waren van plan door te werken tot hun   65e.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">subsidiair:</emphasis>
        </para>
        <para>Voor het geval de kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van verboden onderscheid naar leeftijd, stellen [eisende partij] (eisers, m.u.v. [eiser sub 6]) zich op het standpunt dat de opzegging    van  hun arbeidsovereenkomsten door NXP kennelijk  onredelijk is, omdat de uitkomst van   het sociaal plan voor hen evident onbillijk is. [eisende partij] stellen dat zij een aanzienlijk inkomstenverlies lijden zowel tot als na hun pensionering. Zij maken aanspraak op de ontslagvergoeding ter hoogte van het laatstverdiende salaris en de WW-uitkering tot aan hun pensionering,  dan wel op een door de kantonrechter  rechtvaardig  te achten vergoeding.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>NXP voert gemotiveerd  verweer.</para>
        <para>Zij voert aan dat artikel 6 lid 4 van het sociaal plan slechts een nadere invulling door de bonden en NXP betreft van het begrip "redelijkerwijs te verwachten pensioneringsdatum" als bedoeld in Aanbeveling 3.5 van de Aanbevelingen van de kring van kantonrechters en betwist dat dit artikel uit het sociaal plan in strijd is met de WGBLA.</para>
        <para>Primair voert zij aan dat omdat eisers een onvoorwaardelijk recht op VEP hebben (r.o. 2.6), hun situatie volstrekt anders is dan die van (voormalig) medewerkers geboren na 1952. Van gelijke gevallen als bedoeld in de WGBLA is derhalve geen sprake, aldus <emphasis role="bold">NXP.</emphasis></para>
        <para>Subsidiair, voor zover geoordeeld zou worden dat sprake is van een direct onderscheid in de zin van de WGLBA, dan dient dit onderscheid volgens NXP een legitiem doel in de zin van artikel 7 WGBLA. Voorkomen moet worden dat medewerkers wiens dienstverband wordt beëindigd in een betere situatie komen te verkeren, dan medewerkers die in dienst blijven. NXP voert aan dat eisers bij de inwerkingtreding van de VPL-wetgeving al een aanzienlijk deel van hun pensioen opgebouwd hadden voor een ingangsdatum die aanzienlijk lager was dan 65 jaar. Voorts voert zij aan dat pensionering op een lagere leeftijd dan 65 jaar maatschappelijk en arbeidsvoorwaardelijk de norm is gebleven, ook na invoering van de VPL-wetgeving. Dit is volgens haar ook de reden dat in nauw overleg met de vakbonden artikel 6 lid 4 van het sociaal  plan tot stand is  gekomen.</para>
        <para>Van een kennelijk onredelijk ontslag is gelet op het voorgaande geen sprake, aldus NXP.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen  van partijen zal, voor zover van belang, nader worden   ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
      <para>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="c556b068-d292-492b-85b0-58b3b6b25494" depth="2" width="428" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="b68e15d0-8f99-44c4-b9c5-3f42cae95601" depth="2" width="428" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De vordering en het venveer  in reconventie  tegen  [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie]</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>NXP vordert dat de kantonrechter, voor zover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad :</para>
      <para>1. [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie]  veroordeelt  om binnen  14 dagen  na het vonnis een bedrag van€  2.758,04</para>
      <para>bruto aan haar te  betalen;</para>
      <para>2. [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] veroordeelt tot betaling aan haar van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het onder  I genoemde  bedrag vanaf de datum van verzuim, dan wel  vanaf de datum  van de conclusie  van antwoord;</para>
      <para>3. [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] veroordeelt in de kosten van het geding in reconventie en in de gebruikelijke nakosten (zowel zonder als met betekening), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld  in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen  na de datum  van het vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>NXP  legt het volgende aan haar vorderingen  ten  grondslag.</para>
        <para>Hoewel de arbeidsovereenkomst met [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] per 1 april 2014 is beëindigd is aan [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] over april 2014 - vanwege een te late verwerking van diens uitdiensttreding - abusievelijk nog salaris en een woon-/werkvergoeding uitgekeerd. NXP heeft [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] in 2014 een vijftal brieven gestuurd waarin zij [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] heeft verzocht om terugbetaling van het onverschuldigd betaalde (netto) salaris . [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] heeft aan dit verzoek echter niet voldaan .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] voert verweer. Hij erkent dat hij in april 2014 geen aanspraak meer had op salaris en vergoedingen van NXP, maar geeft aan dat hij een beroep heeft gedaan op verrekening met de vordering die hij naar zijn mening op grond van het sociaal plan, dan wel op grond van kennelijk onredelijk ontslag heeft op NXP. [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] betwist, gelet op zijn verrekeningsverweer, dat hij in verzuim verkeert. Wettelijke rente is daarom niet verschuldigd, aldus [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Op de stellingen  van partijen zal, voor zover van belang, nader worden    ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling  van het geschil  in conventie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ten aanzien van [eiser sub 1], [eiser sub 2],  [eiser sub 3], [eiser sub 4] en   [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Sociaal plan in strijd met  WGBLA?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Op de beëindiging van de arbeidsovereenkomsten met [eisende partij] is het sociaal plan van toepassing. Hierin is een regeling opgenomen met betrekking tot de aan de werknemer toekomende vergoeding bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst (artikel 6). Deze vergoeding wordt berekend aan de hand van de kantonrechtersformule (C=1).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de eerste volzin van artikel 6 lid 4 van het sociaal plan, in combinatie met de door NXP en PME overeengekomen pensioenregeling, volgt- kort gezegd - dat wanneer de vergoeding op basis van de kantonrechtersformule meer bedraagt dan het salaris tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst geëindigd zou zijn als gevolg van het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, de vergoeding wordt vastgesteld op laatstbedoeld bedrag</para>
        <para>("aftopping op 65 jaar").</para>
        <para>In de tweede volzin van artikel 6 lid 4 van het sociaal plan is opgenomen dat voor medewerkers geboren in 1950, 1951 of 1952 die aanspraak hebben op de VEP-regeling als uittredingsrichtdatum geldt de eerste van de maand waarin de desbetreffende medewerker de leeftijd van 62 jaar bereikt ("aftopping op 62 jaar").</para>
        <para>Er wordt in het sociaal plan derhalve onderscheid  naar leeftijd   gemaakt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Ter beantwoording van de vraag of artikel 6 lid 4 van het sociaal plan in strijd met de WGBLA en daarmee nietig is, is echter niet doorslaggevend of sprake is van een onderscheid naar leeftijd, maar of sprake is van verboden (direct) onderscheid naar leeftijd. Daarvan is  sprake wanneer een persoon op grond van leeftijd op een andere wijze wordt behandeld  dan  een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden    behandeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>In het onderhavige geval is geen sprake van een onderscheid enkel op grond van leeftijd. In de tweede volzin van artikel 6 lid 4 van het sociaal plan wordt immers een onderscheid gemaakt ten aanzien van medewerkers uit een bepaalde leeftijdscategorie (geboren  in 1950, 1951 en 1952) die aanspraak  hebben op een bepaalde  voorziening</para>
        <para>(de VEP-regeling).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>
        [eisende partij] hebben, anders dan medewerkers geboren na 1952, een onvoorwaardelijk recht op VEP. De situatie van [eisende partij] is daarom niet vergelijkbaar met die van andere medewerkers van NXP. Van verboden leeftijdsdiscriminatie is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. Er bestaat derhalve geen aanleiding voor   toewijzing van de vorderingen  van [eisende partij] op deze   grondslag.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kennelijk  onredelijk ontslag</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>
        [eisende partij] stellen (subsidiair) dat sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag omdat de uitkomst van het sociaal plan voor hen evident onbillijk    is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat van een kennelijk onredelijk ontslag in de zin van artikel 7:681 BW, op grond van vaste jurisprudentie, enkel sprake is wanneer sprake is van evidente onredelijkheid. Het enkele feit dat een werknemer door een ontslag nadeliger af is dan zonder ontslag, maakt een ontslag op zichzelf nog niet kennelijk    onredelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom een beëindiging van een dienstverband vanwege bedrijfseconomische redenen, met toestemming van het UWV, onder toepassing van de in een met voldoende representatieve vakbonden overeengekomen sociaal  plan opgenomen  regeling,  kennelijk  onredelijk is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>Ook deze grondslag leidt niet tot toewijzing van de vorderingen van [eisende partij] De vorderingen  van [eisende partij] zullen worden  afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>
        [eisende partij] zullen als de in het ongelijk gestelde partijen, hoofdelijk, in de proceskosten in conventie worden veroordeeld. De gevorderde nakosten zullen worden begroot op een bedrag van € l 00,00, zijnde een half salarispunt van het toe te wijzen salaris van de gemachtigde met een maximum  van €  l 00,00, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten  van betekening van het vonnis.  De wettelijke  rente over de (proces)kosten zal worden toegewezen  als  hierna vérmeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">ten aanzien van [eiser sub 6]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <para>Hoewel  [eiser sub 6]  in de dagvaarding dezelfde stellingen  aan zijn vorderingen ten  grondslag heeft gelegd als de overige eisers in conventie, heeft zijn gemachtigde  bij brief van   7 september 2015 aangevoerd  dat de situatie van [eiser sub 6] anders is dan die van de overige eisers   in conventie omdat [eiser sub 6]- anders dan de anderen - (toch) geen aanspraak  zou kunnen  maken   op de VEP-regeling.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12.</nr>
      <para>Omdat ten tijde van de comparitie onduidelijk was waarop [eiser sub 6] al dan niet aanspraak kan maken, is de zaak [eiser sub 6] naar de rol verwezen zodat [eiser sub 6] UPO's over de jaren 2011 tot en  met 2013 in het geding kan brengen, waarop NXP dan vervolgens kan    reageren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.13.</nr>
      <para>In afwachting van deze stukken zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling van het geschil  in reconventie  tegen [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie]</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Vast staat dat [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] geen recht had op vergoedingen over april 2014. Al hetgeen aan  hem  is betaald over april 2014 is derhalve onverschuldigd  betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Het beroep van [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] op verrekening wordt, gelet op hetgeen is overwogen in conventie,  verworpen.  [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] heeft, zo is reeds overwogen, geen vordering op <emphasis role="bold">NXP.</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Niet in geschil is dat [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] over april 2014 aan salaris een bedrag van E 3.312,78 bruto en aan vergoeding voor woon/werk-verkeer een bedrag van € 140,00 netto heeft ontvangen. NXP heeft onbetwist gesteld dat bij de eindafrekening in mei 2014 reeds een verrekening heeft plaatsgevonden met de uitbetaling van vakantieuren (ad€ 688,14 bruto) en de uren tijd voor tijd (ad E 6,60 bruto). De kantonrechter zal [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] daarom veroordelen tot (terug)betaling van bedrag van E 2.618,04 bruto en een bedrag van€ 140,00 netto.</para>
        <para>Dat [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] niet eerder dan bij conclusie van antwoord is aangesproken op terugbetaling  van het bedrag van € 140,00 netto moge zo zijn, maar doet aan de verschuldigdheid daarvan niet af.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de dag waarop de conclusie van antwoord  in conventie, tevens houdende eis in reconventie  is genomen, zijnde 22 mei   2015.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. Aangezien de nakosten aan de zijde van NXP in conventie reeds zijn toegewezen,  bestaat geen aanleiding deze in reconventie (nogmaals) toe te   wijzen.</para>
        <para>De wettelijke rente over de proceskosten  zal worden toegewezen als hierna   vermeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ten aanzien van [eiser sub 1], [eiser sub 2], [eiser sub 3], [eiser sub 4]    en [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser sub 1], [eiser sub 2], [eiser sub 3],  [eiser sub 4] en [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] hoofdelijk, in die  zin dat voor zover de een betaalt ook de ander(en) is (zijn) bevrijd, in de proceskosten in conventie, tot deze uitspraak aan de zijde van NXP begroot op € 2.000,00 aan salaris voor de gemachtigde, € l 00,00 aan kosten die na dit vonnis zullen ontstaan, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten  van betekening van   het vonnis, dit alles vermeerderd  met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na  betekening van het vonnis tot aan de dag van algehele   voldoening;</para>
      <para />
      <para />
      <para>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="639aa73f-a832-4353-827d-40e3730e3ac5" depth="2" width="514" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="6f929990-c601-4400-9ae2-c6eb2ad0d2c5" depth="2" width="514" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>verklaart deze veroordeling uitvoerbaar  bij voorraad;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">ten aanzien van [eiser sub 6]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>houdt iedere beslissing aan:</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] om aan NXP te betalen een bedrag van E 2.618 04 bruto en een bedrag van E 140,00 netto, te vermeerderen met de \\ettelijke rente vanaf 22 mei 2015 tot aan de dag rnn  volledige betaling:</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.6.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser sub 5 / gedaagde in reconventie] in de proceskosten in reconventie, tot deze uitspraak aan de  zijde van NXP begroot op€ 175,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na betekening van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.7.</nr>
      <para>verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij  voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.8.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.M. Graat en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2015.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>