<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2015:6946</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T15:17:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-11-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/840314-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:6946">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:6946</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T15:14:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2015:6946 Rechtbank Gelderland , 06-11-2015 / 05/840314-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2015:6946:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 51-jarige voormalig autorijschoolhouder uit Arnhem zag zich door zijn financiële situatie genoodzaakt tot het houden van hennepkwekerijen op zolder en in een bedrijfspand. Omdat de kwekerijen lange tijd hebben gedraaid, wordt de verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2015:6946:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/840314-14</para>
      <para>Datum uitspraak	: 6 november 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. M.R. Roethof, advocaat te Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 oktober 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2008 tot en met 5 maart 2014 te Duiven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of aanwezig heeft gehad, (in een ruimte van een woning gelegen aan de [adres 2] ), </para>
      <para>(telkens) een hoeveelheid van 165 hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde (telkens) hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit feit (telkens) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel </para>
      <para>aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 5 maart 2014 te Duiven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of aanwezig heeft gehad (in een ruimte in een bedrijfspand aan de [adres 3] ) een </para>
      <para>hoeveelheid 1434 hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde (telkens) hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit feit (telkens) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel </para>
      <para>vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens </para>
      <para>artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij </para>
      <para>algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_04bee3a6-21cb-4560-84aa-cb711c69ffb3" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 5 maart 2014 wordt in een bedrijfspand aan de [adres 3] een ruimte aangetroffen  met daarin een niet in werking zijnde hennepkwekerij en 1434 lege bloempotten. Dit bedrijfspand wordt gehuurd door en is in gebruik bij verdachte.<footnote-ref linkend="_bd9f9a50-7c94-4307-a513-e602b4807c5b" /></para>
      <para>Diezelfde dag wordt op de zolderruimte van de woning van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , gelegen aan de [adres 2] , een hennepkwekerij aangetroffen, bestaande uit 165 hennepplanten.<footnote-ref linkend="_fd828860-16c5-410c-abe6-0120b747eaef" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat op grond van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 en 2 tenlastegelegde. De officier van justitie houdt verdachte aan de bij de politie afgelegde verklaringen, aangezien deze gedetailleerd en in overeenstemming zijn met die van de medeverdachte en van ontoelaatbare druk door de verbalisanten niet is gebleken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft ter terechtzitting betoogd dat het bewijs in de strafzaak onrechtmatig is verkregen. Naar de mening van de raadsman zou de anonieme melding over de hennepkwekerij onvoldoende zijn voor een redelijk vermoeden van schuld. Een en ander klemt temeer nu uit een warmtemeting geen bijzonderheden naar voren zijn gekomen en ook diverse observaties tot niets hebben geleid. Daarmee is het betreden van het pand onrechtmatig geweest, als gevolg waarvan het verzamelde bewijsmateriaal onrechtmatig is verkregen. Om die reden zou dit materiaal van de bewijsvoering dienen te worden uitgesloten en zou vrijspraak moeten volgen. Mocht de rechtbank dit verweer verwerpen, dan is de raadsman van mening dat aansluiting dient te worden gezocht bij de eerste verklaring van verdachte, aangezien verdachte nadien heeft verklaard waarvan hij vermoedde dat de verbalisanten dit wilden horen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Rechtmatigheid van het verkregen bewijs</emphasis>
      </para>
      <para>Op 25 oktober 2013 werd door een wijkagent een anonieme melding ontvangen die als volgt is geverbaliseerd:</para>
      <para>‘Mld geeft aan dat in Duiven op het industrie terrein waarschijnlijk een wietplantage zit. Zou zijn op [adres 3] . Er zou een [bedrijf] zitten. De ramen zijn afgeplakt. Er staan soms rare figuren ’s nachts. 1 van de personen is een blanke, slanke man met donker haar. Mld heeft geen kentekens.’(proces-verbaal van bevindingen, p. 25)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 29 oktober 2013 is een warmtemeting verricht. Deze gaf onvoldoende informatie over de aanwezigheid van een mogelijke hennepkwekerij (proces-verbaal van bevindingen, p. 2).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verbalisanten zijn op 29 november 2013 ter plaatse gegaan en constateerden via een ruit dat – in overeenstemming met de anonieme melding – in het pand een theorielokaal van een [bedrijf] gevestigd zat en dat de ruiten van de roldeur aan de binnenzijde voorzien waren van een soort isolatiemateriaal. Tijdens die dienst, alsmede latere wijkdiensten, zijn geen verdere bijzonderheden, personen of voertuigen geconstateerd (proces-verbaal van bevindingen, p. 25).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nog daargelaten dat de raadsman onvoldoende heeft gemotiveerd in welke belangen verdachte met het betreden van het bedrijfspand is geschaad, waarom hiermee afbreuk wordt gedaan aan de eisen van een <emphasis role="italic">fair trial</emphasis> en waarom dit zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de anonieme melding in combinatie met de waarneming van de verbalisanten op 29 november 2013, redelijkerwijs vermoed kon worden dat zich in het bedrijfspand een hennepkwekerij bevond. De anonieme melding bevatte concrete informatie die in overwegende mate bevestigd werd door de waarneming van de verbalisanten, terwijl hetgeen de verbalisanten waarnamen (zoals afgeplakte ruiten), naar algemene ervaringsregels, kon duiden op de aanwezigheid van een hennepkwekerij in het pand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van het bepaalde van artikel 9, lid 1, aanhef en onder b, van de Opiumwet waren de verbalisanten bevoegd het bedrijfspand te betreden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is het politieoptreden derhalve niet onrechtmatig geweest en wordt het namens verdachte gevoerde verweer verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Met betrekking tot feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>In de woning van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] is een hennepkwekerij aangetroffen. Verdachte heeft hieromtrent een gedetailleerde verklaring afgelegd en daarbij onder meer verklaard dat hij de hennepkwekerij zelf heeft opgezet en dat deze gedurende maximaal zeven jaren heeft gedraaid, met een korte tussenpoos wegens de zwangerschap van zijn partner, medeverdachte [medeverdachte] . Verdachte heeft meegeholpen met werkzaamheden in de kwekerij en ook gedeeld in de opbrengst.<footnote-ref linkend="_878a0f23-f42f-44a9-b975-530ccad19424" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Met betrekking tot feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>In de door verdachte gehuurde Loods aan de [adres 3] zijn diverse goederen aangetroffen die erop duiden dat in het bedrijfspand een hennepkwekerij heeft gedraaid, bestaande uit 1434 hennepplanten.<footnote-ref linkend="_87b53c34-7799-4ef9-9ff5-bd682380379e" /> Verdachte heeft ter zake van deze hennepkwekerij verklaard dat hij de loods heeft gehuurd om de kwekerij mogelijk te maken.<footnote-ref linkend="_7b205cd3-de4a-45df-a585-a39207581437" /> Dit idee is ontstaan toen hij in de financiële problemen kwam.<footnote-ref linkend="_f659be98-6543-40bc-bb5b-c12121467d4e" /> De kwekerij is opgebouwd ongeveer driekwart jaar voordat verdachte werd aangehouden.<footnote-ref linkend="_c12b04fd-d5c6-461c-9870-11f859fa61ab" /> Hoewel de oogst tegenviel, heeft hij gedeeld in de opbrengst.<footnote-ref linkend="_141e778c-2efe-4302-bcdd-580db445d845" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door en namens verdachte is aangevoerd dat hij zijn laatste verklaring onder druk heeft afgelegd en dat hij de verbalisanten naar de mond heeft gepraat omdat hij dacht dat hij dan eerder naar huis toe mocht. De rechtbank gaat hieraan echter voorbij. Uit niets blijkt van enige door de verhorende verbalisanten op verdachte uitgeoefende druk. Aan het begin van het verhoor op 7 maart 2014 is verdachte voorgehouden dat hij voor de laatste keer verhoord zou worden en dat hij nadien in vrijheid gesteld zou worden. Het al dan niet voortduren van zijn detentie hing dan ook niet af van het verloop van het verhoor. Daarbij komt dat de gedetailleerde verklaring van verdachte in sterke mate overeenkomt met de verklaring die medeverdachte [medeverdachte] heeft afgelegd, in die zin dat zij vergelijkbaar heeft verklaard over wanneer de kwekerijen zijn opgezet en hoe lang deze hebben gedraaid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij <emphasis role="strike-through">op een of meerdere tijdstippen</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 maart 2008 tot en met 5 maart 2014 te Duiven, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland,</emphasis> tezamen en in vereniging met een of meer anderen, <emphasis role="strike-through">althans alleen, (telkens)</emphasis> opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt <emphasis role="strike-through">en/of aanwezig heeft gehad,</emphasis> (in een ruimte van een woning gelegen aan de [adres 2] ), </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">(telkens)</emphasis> een hoeveelheid van 165 hennepplanten en/of delen daarvan, <emphasis role="strike-through">in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,</emphasis> zijnde <emphasis role="strike-through">(telkens)</emphasis> hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, <emphasis role="strike-through">dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit feit (telkens) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel</emphasis>; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij <emphasis role="strike-through">op een of meer tijdstippen</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 september 2013 tot en met 5 maart 2014 te Duiven, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland,</emphasis> tezamen en in vereniging met een of meer anderen, <emphasis role="strike-through">althans alleen, (telkens)</emphasis> opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of <emphasis role="strike-through">aanwezig heeft gehad</emphasis> (in een ruimte in een bedrijfspand aan de [adres 3] ) een </para>
      <para>hoeveelheid van 1434 hennepplanten en/of delen daarvan, <emphasis role="strike-through">in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,</emphasis> zijnde <emphasis role="strike-through">(telkens)</emphasis> hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, <emphasis role="strike-through">dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,</emphasis> terwijl dit feit <emphasis role="strike-through">(telkens)</emphasis> betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II<emphasis role="strike-through">, dan wel aangewezen krachtens </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel, meermalen gepleegd. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>Volgens de raadsman is de strafeis van de officier van justitie buitenproportioneel hoog. Met name wanneer het onrechtmatig verkregen bewijs niet tot bewijsuitsluiting zou leiden, dient dit in aanzienlijke mate te worden verdisconteerd in de strafmaat. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met het feit dat verdachte zich financieel genoodzaakt zag zich in deze wereld te begeven. Op dit moment probeert hij ook alles weer recht te zetten door naheffingen te voldoen. De raadsman verzoekt dan ook te volstaan met oplegging van een werkstraf en eventueel een voorwaardelijke gevangenisstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank  </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- de adviesrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 24 september 2015;</para>
    <para>- het Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 8 oktober 2015.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het, op verschillende locaties en gedurende een lange periode, kweken van hennep. Hennep betreft een stof die - eenmaal in het verkeer gebracht - schadelijk kan zijn voor de gebruikers ervan. Het gebruik van de op lijst II van de Opiumwet voorkomende middelen - de hennepproducten - brengt risico's mee voor de gezondheid van gebruikers en veroorzaakt mede daardoor schade van velerlei aard in de samenleving. De verdachte heeft daaraan door zijn handelen bijgedragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het de verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie van 8 oktober 2015 volgt dat verdachte niet eerder met politie of justitie in aanraking is gekomen wegens strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande en op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd, acht de rechtbank een werkstraf voor de duur van 240 uren (met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht) en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur, te weten zes maanden, passend. De voorwaardelijke straf heeft naar het oordeel van de rechtbank toegevoegde waarde, nu het plegen van de feiten is ingegeven door de financiële situatie van verdachte en zijn medeverdachte en voorkomen moet worden dat verdachte dergelijke problemen opnieuw op deze of soortgelijke wijze probeert op te lossen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11 en 13 van de Opiumwet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tevens tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> bepaalt, dat deze gevangenisstraf <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd die op 2 (twee) jaren</emphasis> wordt bepaald:</para>
    <para>- dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.H. Hovens (voorzitter),  mr. K.A.M. van Hoof en mr. M.A. Bijl, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J.W. Lambregts, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 november 2015.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_04bee3a6-21cb-4560-84aa-cb711c69ffb3" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Gelderland-Midden opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0796-2013115113, gesloten op 27 augustus 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bd9f9a50-7c94-4307-a513-e602b4807c5b" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 27 e.v.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fd828860-16c5-410c-abe6-0120b747eaef" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 41 e.v.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_878a0f23-f42f-44a9-b975-530ccad19424" label="4">
    <para> Het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 127, 128 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_87b53c34-7799-4ef9-9ff5-bd682380379e" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 27 e.v.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7b205cd3-de4a-45df-a585-a39207581437" label="6">
    <para> De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 23 oktober 2015. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f659be98-6543-40bc-bb5b-c12121467d4e" label="7">
    <para> Het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 128.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c12b04fd-d5c6-461c-9870-11f859fa61ab" label="8">
    <para> Het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 127.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_141e778c-2efe-4302-bcdd-580db445d845" label="9">
    <para> Het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 124.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>