<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2015:6407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T02:16:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-09-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/740153-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:6407">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:6407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-10-18T14:43:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2015:6407 Rechtbank Gelderland , 22-09-2015 / 05/740153-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2015:6407:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal uit een woning, waarbij hij onder meer een bankpas heeft weggenomen. Met deze gestolen bankpas heeft verdachte vervolgens meermalen geld gepind. Daarnaast heeft hij opzettelijk een (kleine) hoeveelheid cocaïne en xtc-pillen aanwezig gehad.</para>
        <para>Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest. De rechtbank is daarnaast van oordeel, dat gelet op het bewezenverklaarde, daarnaast geen ruimte meer is voor een voorwaardelijk strafdeel.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2015:6407:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/740153-15</para>
      <para>Datum uitspraak	: 22 september 2015</para>
      <para>Vordering na voorwaardelijke veroordeling: 05/840684-13</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman	: mr. C.W.J. de Bont advocaat te Doetinchem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van </para>
      <para>8 september 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op meerdere tijdstippen althans op enig tijdstip in de nacht van 17 op 18</para>
      <para>maart 2015 te Vorden, gemeente Bronckhorst, (telkens)</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander of ander, althans alleen, met het</para>
      <para>oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 2]</para>
      <para> heeft weggenomen een tv., een Ipad, een notebook, een</para>
      <para>jas, een of meerdere VVV-bonnen en/of een portemonnee met inhoud en/of een</para>
      <para>bromfiets merk Peugeot, in elk geval enig goed, geheel of ten dele</para>
      <para>toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of</para>
      <para>anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of</para>
      <para>zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft /hebben</para>
      <para>verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik</para>
      <para>heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming</para>
      <para>en/of valse sleutel;</para>
      <para>art 310 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 17 maart 2015 tot en met 18 maart 2015 te</para>
      <para>Vorden, gemeente Bronckhorst,,</para>
      <para>althans in Nederland, een bromfiets merk Peugeot</para>
      <para>heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij</para>
      <para>ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van deze bromfiets wist</para>
      <para>dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;</para>
      <para>art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 06 december 2014 te Zutphen tezamen en in vereniging met</para>
      <para>een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke</para>
      <para>toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 3] heeft weggenomen</para>
      <para>een fiets, een laptop, een spelcomputer, telefoons, bankpassen,</para>
      <para>brillen, huis- en/of autosleutels, contant geld (450 euro), in elk geval enig</para>
      <para>goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4]</para>
      <para> , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of</para>
      <para>zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang</para>
      <para>tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen</para>
      <para>goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,</para>
      <para>verbreking en/of inklimming;</para>
      <para>art 310 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 06 december 2014 te Zutphen,</para>
      <para>althans in Nederland, een bankpas</para>
      <para>heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij</para>
      <para>ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde bankpas</para>
      <para>wist</para>
      <para>dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;</para>
      <para>art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op meerdere tijdstippen althans op enig tijdstip op of omstreeks</para>
      <para>6 december 2014 te Apeldoorn en/of Zutphen, althans in Nederland,</para>
      <para>telkens, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van een</para>
      <para>bankrekening heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel</para>
      <para>of ten dele toebehorende aan de [benadeelde 5] , in elk geval aan</para>
      <para>een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot</para>
      <para>de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)</para>
      <para>onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (bankpas</para>
      <para>weggenomen bij woninginbraak);</para>
      <para>art 310 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 18 maart 2015 te Voorst</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>aanwezig heeft gehad</para>
      <para>ongeveer 2 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</para>
      <para>bevattende cocaine en/of</para>
      <para>11 tabletten, in elk geval een aantal tabletten bevattende MDMA,</para>
      <para>zijnde cocaine en/of MDMA</para>
      <para>een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,</para>
      <para>dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
      <para>art 2 ahf/ond C Opiumwet</para>
      <para>art 10 lid 3 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Overwegingen ten aanzien van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van feit 1 primair en 2 primair en tot bewezenverklaring van feit 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 en feit 4. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van verdachte heeft zich – kort gezegd - op het standpunt gesteld dat verdachte  dient te worden vrijgesproken van zowel het onder 1 primair, te weten de woninginbraak in Vorden, als van het onder 2 primair ten laste gelegde, te weten de woninginbraak in Zutphen, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het onder feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair tenlastegelegde, te weten de opzetheling, heeft de raadsman de rechtbank eveneens verzocht verdachte vrij te spreken, aangezien verdachte, op het moment dat verdachte de goederen, te weten de bromfiets en de bankpas, voorhanden kreeg, niet wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich verder met betrekking tot het onder 3 en 4 tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_9b155b45-6ddd-4145-b76e-71e6960b2d32" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor het onder 1 primair ten laste gelegde feit, te weten de woninginbraak in Vorden op 18 maart 2015, en oordeelt dat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door [benadeelde 2] is mede namens [benadeelde 1] aangifte gedaan van een inbraak in hun woning in Vorden in de nacht van 17 op 18 maart 2015, waarbij diverse goederen zijn gestolen, waaronder een bromfiets van het merk Peugeot. De rechtbank is van oordeel dat zich in het dossier weliswaar aanwijzingen bevinden dat verdachte betrokken is geweest bij deze woninginbraak, nu uit het dossier is gebleken dat verdachte zich in de nacht van 17 op 18 maart 2015 in Vorden heeft bevonden, verdachte in de vroege ochtend van 18 maart 2015 in Voorst op deze (gestolen) bromfiets door de politie is aangehouden en verdachte zich steeds heeft beroepen op zijn zwijgrecht en dus hieromtrent geen aannemelijke verklaring heeft gegeven, maar acht dit onvoldoende om tot een bewezenverklaring van de woninginbraak te komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte ook ten aanzien van de onder 1 subsidiair ten laste gelegde opzetheling van de bromfiets vrijgesproken dient te worden, aangezien niet is komen vast te staan dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de bromfiets wist dat deze van misdrijf afkomstig was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op bovenstaande zal de verdachte worden vrijgesproken van zowel het onder 1 primair als van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de verdachte het onder 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde feit op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2 primair en feit 3</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De aangifte door [benadeelde 3] , mede namens [benadeelde 4] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, dat er in de nacht van 5 op 6 december 2014, tussen 03:30 uur en 07:30 uur, is ingebroken in de schuur en in hun woning aan de Braamkamp in Zutphen en dat onder andere de volgende goederen zijn weggenomen:</para>
    </parablock>
    <para>- een elektrische fiets; </para>
    <para>- een laptop;</para>
    <para>- een spelcomputer;</para>
    <para>- telefoons;</para>
    <para>- bankpassen; </para>
    <para>- brillen;</para>
    <para>- huis –en autosleutels;</para>
    <para>- contant geld ter waarde van € 450,-.<footnote-ref linkend="_43729297-b151-4cb1-a9e1-502783307415" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangeefster [benadeelde 3] heeft in een nader verhoor verklaard dat tijdens de inbraak ook een Business bankpas van de Rabobank, met rekeningnummer [rek.nr] , is weggenomen en dat deze pas op naam staat van de [benadeelde 5] . Uit het bankoverzicht is gebleken dat er op 6 december 2014 diverse malen onbevoegd gebruik is gemaakt van deze bankpas en dat het schadebedrag € 726,- bedraagt.<footnote-ref linkend="_d65b3a4f-82c3-43a5-8d58-72f2fd65767f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het proces-verbaal van bevindingen inzake het uitlezen van de camerabeelden bij de [winkel] aan de Zutphensestraat te Apeldoorn van 6 december 2014, staat onder meer beschreven, zakelijk weergegeven, dat verbalisant op de beelden ziet dat om 7:50 uur een jongeman naar de kassa loopt en vervolgens om 07:53 uur een pintransactie doet. Verbalisant herkent de jongeman voor 100 % als de hem ambtshalve bekende [verdachte] (zijnde verdachte).<footnote-ref linkend="_6771bbfb-7208-4085-819c-bb1ad73cdfb3" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De getuige [getuige 1] heeft, zakelijk weergegeven, hieromtrent verklaard dat ze op 5 maart 2015 contact heeft gehad met haar zoon [verdachte] , zijnde verdachte, en dat hij tijdens dit gesprek aan haar heeft verteld dat hij werd gezocht. Ook heeft hij toen tegen de getuige [getuige 1] gezegd ‘ik ben ergens binnen geweest waar ik niet mocht zijn.’ [verdachte] heeft toen ook verteld dat hij op de site <emphasis role="underline">www.politie.nl</emphasis> stond bij ‘gezochte personen.’ Thuisgekomen heeft getuige [getuige 1] deze site bezocht en heeft haar zoon direct herkend vanaf de beelden.<footnote-ref linkend="_f2cf9f44-e817-4bac-a890-8273432aa0e4" /></para>
      <para>Naar aanleiding van foto’s die de getuige [getuige 1] worden getoond, gemaakt van de camerabeelden, heeft de getuige verklaard dat ‘dat gewoon [verdachte] is en dat daar geen ontkomen aan is.’<footnote-ref linkend="_25c42c20-cff8-461d-8eb8-33fb965b293f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De getuige [getuige 3] , zoon van aangever, heeft, zakelijk weergegeven, onder meer verklaard dat hij die avond van 5 op 6 december 2015 samen met [getuige 2] en met [verdachte] (zijnde verdachte) naar een café in Zutphen is geweest en dat het zou kunnen dat [getuige 2] en [verdachte] bij hem thuis zijn geweest na het stappen.<footnote-ref linkend="_600cc957-cb87-4b86-a1f2-c2e7e4886495" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De getuige [getuige 2] , heeft, zakelijk weergegeven, hieromtrent verklaard dat hij samen met [getuige 3] en met [verdachte] (zijnde verdachte) die nacht in Zutphen is wezen stappen en dat ze na afloop naar het huis van Eelco zijn gegaan om daar met z’n drieën nog wat te drinken.<footnote-ref linkend="_a64aec0c-865e-46bc-b865-e4a7c40882d4" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich bij de politie op zijn zwijgrecht beroepen. Verdachte heeft zich ook ter terechtzitting beroepen op zijn zwijgrecht. Gelet op de hierboven aangehaalde bewijsmiddelen en gelet op het feit dat verdachte, ook ter terechtzitting daarnaar gevraagd, geen aannemelijke verklaring heeft gegeven over deze ten laste gelegde feiten, kan naar het oordeel van de rechtbank de onder 2 primair tenlastegelegde diefstal uit een woning en de onder 3 tenlastegelegde diefstal van een geldbedrag, wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. De rechtbank is daarbij van oordeel dat verdachte bij deze diefstal niet alleen de bankpas, toebehorende aan de [benadeelde 5] , heeft weggenomen, maar dat hij ook de overige door de aangever opgegeven goederen wederrechtelijk heeft weggenomen. </para>
      <para>Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde, de diefstal van een geldbedrag, oordeelt de rechtbank dat, gelet op de camerabeelden bij de [winkel] waarop te zien is dat verdachte op 6 december 2014 geld heeft gepind met de bankpas van de [benadeelde 5] , gelet op het feit dat uit het bankafschrift van de [benadeelde 5] is gebleken dat op 6 december 2014 kort na elkaar voor een totaalbedrag van € 726,- bij diverse winkels is betaald met deze bankpas, als ook gelet op het feit dat verdachte zich ook hier heeft beroepen op zijn zwijgrecht en hieromtrent geen aanmerkelijke verklaring heeft gegeven, bewezen kan worden dat verdachte niet alleen het geldbedrag wat hij bij de [winkel] heeft gepind, heeft weggenomen, maar dat hij ook de overige door de aangever opgegeven geldbedragen wederrechtelijk heeft weggenomen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 4</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant betreffende de aanhouding van verdachte;<footnote-ref linkend="_6c69d2b8-5039-486c-8a5f-eb728f6799e6" /></para>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant betreffende het aantreffen van goederen in de bosjes en foto’s;<footnote-ref linkend="_9ffd1b9f-a6ca-4d69-97f5-9c8915daa410" /></para>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen betreffende het onderzoek naar de verdovende middelen;<footnote-ref linkend="_6ce63a89-ae14-45db-a1c8-9a9a9d763118" /></para>
    <para>- het rapport van het NFI inzake de identificatie van drugs en precursoren;<footnote-ref linkend="_2ee0f2ef-e4cf-4a7a-9565-8dbc156ccf6e" /></para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, zakelijk weergegeven, dat verdachte coke, wiet en MDMA pillen gebruikt en dat de drugs die gevonden zijn, voor eigen gebruik zijn;<footnote-ref linkend="_1135bb4a-a51d-4ace-b59b-f4e723ef22fa" /></para>
    <para>- de (bekennende) verklaring van verdachte ter zitting, zakelijk weergegeven, te weten dat de cocaïne die is aangetroffen, voor eigen gebruik is.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. primair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 06 december 2014 te Zutphen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres 3] heeft weggenomen een fiets, een laptop, een spelcomputer, telefoons, bankpassen,</para>
      <para>brillen, huis- en autosleutels, contant geld (450 euro), toebehorende aan [benadeelde 3] en [benadeelde 4] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op meerdere tijdstippen op 6 december 2014 te Apeldoorn en/of Zutphen, althans in Nederland, telkens, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van een bankrekening heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan de [benadeelde 5] , waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (bankpas weggenomen bij diefstal uit woning);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 18 maart 2015 te Voorst opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2 gram van een materiaal bevattende cocaine en 11 tabletten bevattende MDMA, zijnde cocaine en/of MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2 primair:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Diefstal;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 4:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de feiten 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 en 4 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 250 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden als gesteld in het reclasseringsrapport d.d. 1 september 2015. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de strafmaat op het standpunt gesteld dat bij de strafoplegging rekening moet worden gehouden met het gegeven dat verdachte inmiddels bijna 6 maanden in voorarrest heeft gezeten. De raadsman heeft daarover voorts aangevoerd dat, mede gelet op de door de raadsman bepleite vrijspraak ten aanzien van feit 1 en feit 2, de  oriëntatiepunten voor straftoemeting ten aanzien van het overige bewezenverklaarde, al fors overschreden zijn. In dat kader heeft de raadsman bepleit verdachte op de dag van de terechtzitting nog in vrijheid te stellen en hij verzoekt dan ook aan de rechtbank de voorlopige hechtenis onmiddellijk op te heffen. Gelet op bovenstaande is de raadsman van mening dat daarnaast geen ruimte zal overblijven voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte zoals van één en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 30 juli 2015;</para>
    <para>- een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, gedateerd 1 september 2015.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan een diefstal uit een woning, waarbij hij onder meer een bankpas heeft weggenomen. Met deze gestolen bankpas heeft verdachte vervolgens meermalen geld gepind. Daarnaast heeft hij opzettelijk een (kleine) hoeveelheid cocaïne en xtc-pillen aanwezig gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmaat ten nadele van verdachte meegewogen dat uit het strafblad van verdachte is gebleken dat hij vaker met politie en justitie in aanraking is gekomen voor strafbare feiten en – laatstelijk – door de politierechter in Arnhem op 15 juli 2013 is veroordeeld, hetgeen hem er niet van heeft weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Van deze veroordeling liep verdachte nog in een proeftijd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, dat inhoudt dat, gezien het delictverleden, de kans op recidive groot is wanneer verdachte zijn levensstijl en –instelling niet verandert. Verdachte wil niet meer met justitie in aanraking komen en wil om die reden behandeling door het F-ACT team. De reclassering is van mening dat verdachte hiervoor alleen extern gemotiveerd is en niet werkelijk inziet dat hij behoorlijke problemen heeft op verschillende leefgebieden. Een onderzoek naar zijn intelligentie en het stellen van een diagnose heeft prioriteit en daarna kan bekeken worden welke behandeling of begeleiding voor verdachte passend is, aldus de reclassering.</para>
      <para>Geadviseerd wordt oplegging van een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarde het opvolgen van de aanwijzingen van de volwassenreclassering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS inzake feiten, soortgelijk aan de bewezenverklaarde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overwegende, als ook gelet op het gegeven dat de rechtbank tot een andere </para>
      <para>bewezenverklaring komt dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelijk aan de duur van het voorarrest, passend en geboden is en dat er, mede gelet op het bewezenverklaarde, daarnaast geen ruimte meer is voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel. De rechtbank heeft de opheffing van de voorlopige hechtenis bevolen op de terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 639,82.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde 4] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 449,85.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.696,83.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de vorderingen van deze benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren aangezien deze vorderingen zien op de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde woninginbraken en zij hiervan vrijspraak heeft gevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk of afgewezen dienen te worden, aangezien de raadsman vrijspraak heeft bepleit van de onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde woninginbraken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde <emphasis role="bold">[benadeelde 2] </emphasis>zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij <emphasis role="bold">[benadeelde 4]</emphasis> als gevolg van het hierboven onder punt 3 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag van € 449,85, voor welk bedrag verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij <emphasis role="bold">[benadeelde 3]</emphasis> als gevolg van het hierboven onder punt 3 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks materiële schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag van € 1.396,83, voor welk bedrag verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. </para>
      <para>De benadeelde partij is voor het overige, te weten de immateriële schade, niet-ontvankelijk in haar vordering, nu onvoldoende aannemelijk is geworden dat psychische schade is ontstaan en ook daadwerkelijk is ondervonden. De benadeelde partij kan daarom haar vordering voor het overige slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van de toe te wijzen bedragen ten behoeve van genoemde benadeelde partijen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7b. 	Vordering na voorwaardelijke veroordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat, nu is bewezen dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten, de tenuitvoerlegging van de bij parketnummer 05/840684-13 voorwaardelijk opgelegde straf (een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden) kan worden gelast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 57, 91, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart <emphasis role="bold">niet bewezen</emphasis> dat verdachte het onder <emphasis role="bold">1 </emphasis>tenlastegelegde heeft begaan en <emphasis role="bold">spreekt verdachte daarvan vrij</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">175 (honderd en vijfenzeventig) dagen</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [benadeelde 4]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 449,85</emphasis>,  met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para> legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 4] , een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 449,85</emphasis>, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 8 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [benadeelde 3]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.396,83</emphasis>, met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para> verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [benadeelde 3] voor het overige niet-ontvankelijk</emphasis> in haar vordering;</para>
    <para />
    <para />
    <para> legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 3] , een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 1.396,83</emphasis>, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 23 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;</para>
    <para />
    <para> verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in haar vordering</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">gelast de tenuitvoerlegging</emphasis> van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in het arrondissement Gelderland van 15 juli 2013:</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gegeven door mr. W.L.F. Prisse (voorzitter), mr. C.J.M. van Apeldoorn en mr. D.S.M. Bak, rechters, in tegenwoordigheid van E.T. Vriezekolk‑Velner, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 september 2015. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Bak is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9b155b45-6ddd-4145-b76e-71e6960b2d32" label="1">
    <para>Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district </para>
    <para>   Noord- en Oost Gelderland, Districtsrecherche Noord- en Oost Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, </para>
    <para>   dossiernummer PL0600-2015139681, gesloten op 5 juni 2015 te Zutphen en in de bijbehorende in wettelijke vorm </para>
    <para>   opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De </para>
    <para>   vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
    <para />
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_43729297-b151-4cb1-a9e1-502783307415" label="2">
    <para>Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3] , namens [benadeelde 4] , pag. 211-212</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d65b3a4f-82c3-43a5-8d58-72f2fd65767f" label="3">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [benadeelde 3] , pag. 223 en 225-226</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6771bbfb-7208-4085-819c-bb1ad73cdfb3" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant, pag. 250</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f2cf9f44-e817-4bac-a890-8273432aa0e4" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , pag. 245</para>
  </footnote>
  <footnote id="_25c42c20-cff8-461d-8eb8-33fb965b293f" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , pag. 246 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_600cc957-cb87-4b86-a1f2-c2e7e4886495" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , pag. 277</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a64aec0c-865e-46bc-b865-e4a7c40882d4" label="8">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , pag. 313</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6c69d2b8-5039-486c-8a5f-eb728f6799e6" label="9">
    <para>  Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant, pag. 116-117</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9ffd1b9f-a6ca-4d69-97f5-9c8915daa410" label="10">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant, pag. 198 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6ce63a89-ae14-45db-a1c8-9a9a9d763118" label="11">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant, pag. 202-203</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2ee0f2ef-e4cf-4a7a-9565-8dbc156ccf6e" label="12">
    <para> Rapport van het NFI, pag. 204-205</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1135bb4a-a51d-4ace-b59b-f4e723ef22fa" label="13">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 206</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>