<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2015:5873</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T18:34:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-09-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">840607-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:5873">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:5873</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-09-16T13:58:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2015:5873 Rechtbank Gelderland , 14-09-2015 / 840607-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2015:5873:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank is van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende bewijsmiddelen bevinden voor de stelling dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij het opzetten van de hennepkwekerij en bij het kweken van de hennepplanten. Om die reden acht de rechtbank de onderdelen telen, bereiden, verwerken en bewerken niet bewezen. Om dezelfde reden acht de rechtbank medeplegen en bedrijfsmatig uitoefenen niet bewezen, nu daarvoor in het dossier geen aanknopingspunten zijn te vinden. Verdachte zal van die onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken. De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte de hennepplanten en delen daarvan aanwezig heeft gehad.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2015:5873:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/840607-14</para>
      <para>Datum uitspraak	: 14 september 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum], wonende te [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: J.M. Keizer, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 16 maart 2015 en 31 augustus 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair</para>
      <para>hij op of omstreeks 23 juni 2014 te Huissen, gemeente Lingewaard, althans in </para>
      <para>Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 450, in elk geval 270, althans een </para>
      <para>groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid </para>
      <para>van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid </para>
      <para>van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel </para>
      <para>aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid </para>
      <para>meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid </para>
      <para>van een middel (te weten ongeveer 450, in elk geval 270 hennepplanten, althans </para>
      <para>meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan); </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
      <para>een of meer (onbekend gebleven) persoon/personen ([medeverdachte]) op of </para>
      <para>omstreeks 23 juni 2014 te Huissen, gemeente Lingewaard, althans in Nederland, met elkaar, althans één van hen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, </para>
      <para>opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 450, in elk geval </para>
      <para>270, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval </para>
      <para>een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid </para>
      <para>van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel </para>
      <para>aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid </para>
      <para>meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid </para>
      <para>van een middel (te weten ongeveer 450, in elk geval 270 hennepplanten, althans </para>
      <para>meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan), tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of </para>
      <para>omstreeks 23 juni 2014 te Huissen, gemeente Lingewaard, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft </para>
      <para>en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die (onbekend gebleven) </para>
      <para>persoon/personen ([medeverdachte]) voornoemd pand voor de teelt/het kweken van </para>
      <para>hennepplanten ter beschikking te stellen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meer Subsidiair</para>
      <para>hij op of omstreeks 23 juni 2014 te Huissen, gemeente Lingewaard, althans in </para>
      <para>Nederland, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 450, in elk geval 270, althans een </para>
      <para>groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid </para>
      <para>van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een </para>
      <para>middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid </para>
      <para>van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel </para>
      <para>aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid </para>
      <para>meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid </para>
      <para>van een middel (te weten ongeveer 450, in elk geval 270 hennepplanten, althans </para>
      <para>meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan); </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair</para>
      <para>hij op of omstreeks 23 juni 2014 te Huissen, gemeente Lingewaard, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het </para>
      <para>oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de </para>
      <para>
        [adres]) heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig </para>
      <para>goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een </para>
      <para>ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte </para>
      <para>en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs </para>
      <para>heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun </para>
      <para>bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
      <para>een of meer (onbekend gebleven) persoon/personen ([medeverdachte]) op of </para>
      <para>omstreeks 23 juni 2014 te Huissen, gemeente Lingewaard, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het </para>
      <para>oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de </para>
      <para>
        [adres]) heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk </para>
      <para>geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk </para>
      <para>geval aan een ander of anderen dan aan die een of meer (onbekend gebleven) </para>
      <para>persoon/personen ([medeverdachte]) en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, </para>
      <para>waarbij die een of meer (onbekend gebleven) persoon/personen ([medeverdachte]) </para>
      <para>en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs </para>
      <para>heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun </para>
      <para>bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 juni </para>
      <para>2014 te Huissen, gemeente Lingewaard, en/of elders in Nederland opzettelijk </para>
      <para>gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk </para>
      <para>behulpzaam is geweest door aan die een of meer (onbekend gebleven) </para>
      <para>persoon/personen ([medeverdachte]) die woning (onder) te verhuren, althans ter </para>
      <para>beschikking te stellen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_0609670c-505c-41f8-8b99-205f6faa468a" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verweer bewijsuitsluiting</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft gesteld dat de politie het terrein (de kas) van verdachte niet op grond van artikel 9 van de Opiumwet had mogen betreden nu er geen sprake was van een redelijk vermoeden van een overtreding van die wet. Dit zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.</para>
      <para>Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de politie Gelderland-Midden hebben als volgt verklaard:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Volgens CIE-informatie zou mogelijk een misdrijf inzake de Opiumwet plaatsvinden op het perceel [adres];</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>op dit perceel werd niets aangetroffen maar medewerkers van de manege aldaar vertelden dat achterin op het terrein sinds anderhalf jaar wel eens een wietlucht werd geroken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>achter de manege (op het terrein van verdachte) zagen de verbalisanten een kas staan die was bespoten met wit spul zodat niet in de kas kon worden gekeken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>op het terrein zagen de verbalisanten een irrigatiesysteem liggen met aftakkingen zoals veelal wordt gebruikt in hennepkwekerijen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>Op grond van die omstandigheden besloten de verbalisanten het terrein en vervolgens de niet afgesloten kas van verdachte te betreden.</para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank waren deze omstandigheden voldoende om redelijkerwijs te vermoeden dat op het terrein en de betreffende kas een overtreding van de Opiumwet plaatsvond. Het betreden is dus niet onrechtmatig geweest zodat bewijsuitsluiting niet aan de orde is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
      <para>Op 23 juni 2014 hebben politieambtenaren in een kas op het terrein van de woning van verdachte op het adres [adres]  een hennepkwekerij met 270 hennepplanten en 180 hennepstengels aangetroffen.<footnote-ref linkend="_97b48719-2503-4f07-814a-cb014614af96" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit, voor zover dit het aanwezig hebben betreft. De officier van justitie acht telen, verwerken, bereiden en bewerken niet bewezen. </para>
      <para>De officier van justitie acht ook bewezen dan verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 primair ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging bepleit vrijspraak voor beide feiten. De verdediging voert daartoe kort gezegd aan dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte wist van de hennepkwekerij en dus ook niet van het omleiden van de elektriciteit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende bewijsmiddelen bevinden voor de stelling dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij het opzetten van de hennepkwekerij en bij het kweken van de hennepplanten. Om die reden acht de rechtbank de onderdelen telen, bereiden, verwerken en bewerken niet bewezen. Om dezelfde reden acht de rechtbank medeplegen en bedrijfsmatig uitoefenen niet bewezen, nu daarvoor in het dossier geen aanknopingspunten zijn te vinden. Verdachte zal van die onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte de hennepplanten en delen daarvan aanwezig heeft gehad en overweegt daartoe als volgt.</para>
      <para>Verdachte heeft op 1 juli 2014 tegenover de politie verklaard dat hij wel een vermoeden had dat er in de kas iets gebeurde dat niet mocht. Hij had dat vermoeden al een maand omdat hij toen een henneplucht had geroken<footnote-ref linkend="_a376d6af-e822-4d75-91fc-0a3607d571c6" />. Hij heeft (mede) om die reden het huurcontract met de huurder, [medeverdachte], per 1 juni 2014 beëindigd. Hij heeft verder geen actie ondernomen en is tot 23 juni niet in de kas gaan kijken. Hij beschikte wel over de sleutel van die kas<footnote-ref linkend="_cf15b228-120c-4295-9e7e-946059c2cd18" />. </para>
      <para>Door geen verdere actie te ondernemen, hoewel hij al begin juni 2014 vermoedde dat er hennep werd gekweekt op zijn terrein in zijn kas, heeft verdachte in ieder geval op de tenlastegelegde datum 23 juni 2014 bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij op het terrein van zijn perceel hennep aanwezig was. Nu verdachte, juist mede vanwege het vermoeden van de aanwezigheid van hennep, de verhuur aan Jansen van zijn eigendom per 1 juni 2014 heeft opgezegd, en hij ook over de sleutels van de kas beschikte en hij dus vanaf 1 juni 2014, niet alleen de voorwaardelijke wetenschap van de aanwezigheid van de hennep had, maar daar ook de volledige beschikkingsmacht over had, dient hij aangemerkt te worden als degene die de hennep aanwezig had. De rechtbank acht dit onderdeel van de tenlastelegging dan ook wettig en overtuigend bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Zoals overwogen bevinden zich in het dossier onvoldoende bewijsmiddelen voor de stelling dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij het opzetten van de hennepkwekerij en bij het kweken van de hennepplanten. Dat geldt ook voor de daar mee samenhangende diefstal van de elektriciteit. De officier van justitie heeft ter terechtzitting gesteld dat het verdachte duidelijk had moeten zijn dat er met de elektriciteit was geknoeid, omdat hij steeds de rekening betaalde en de rekening veel hoger moet zijn geweest dan voordat de hennepkwekerij er was. Uit de aangifte van Liander blijkt echter dat door de manipulatie van de meter de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij en het huishoudelijk verbruik niet werden geregistreerd. Ook overigens is niet gebleken dat verdachte wist van de diefstal van elektriciteit en dus ook niet dat hij de diefstal van elektriciteit door anderen opzettelijk als medeplichtige heeft gefaciliteerd. Verdachte zal van dat feit worden vrijgesproken. Gelet hierop zal de rechtbank het verweer van de verdediging, dat het onderzoek dat de medewerker van Liander heeft verricht in de meterkast moet worden beschouwd als een doorzoeking, waarvoor geen machtiging was verstrekt, zodat de uit dat onderzoek verkregen resultaten voor het bewijs moeten worden uitgesloten, niet bespreken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 23 juni 2014 te Huissen, gemeente Lingewaard, althans in Nederland, <emphasis role="strike-through">tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval </emphasis>opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 450<emphasis role="strike-through">, in elk geval 270, althans een groot aantal </emphasis>hennepplanten en/of delen daarvan<emphasis role="strike-through">, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep</emphasis>, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit gepleegde feit <emphasis role="strike-through">(</emphasis>mede<emphasis role="strike-through">)</emphasis> betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten ongeveer 450<emphasis role="strike-through">, in elk geval 270</emphasis> hennepplanten<emphasis role="strike-through">, althans meer dan 200 hennepplanten en/</emphasis>of delen daarvan).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1 primair:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van beide tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en voorts tot het verrichten van 200 uren werkstraf, te vervangen door 100 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 21 juli 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende:</para>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten doordat hij een hennepkwekerij bij zijn huis heeft getolereerd. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij niets heeft ondernomen om een einde te maken aan de aanwezigheid van die kwekerij. Met het kweken van hennep, alsook het voor de hennephandel essentiële bewerken of verwerken hiervan, worden grote illegale winsten behaald. Daarmee heeft de hennephandel een sterk corrumperende werking. Verdachte is voorts volledig voorbijgegaan aan de gezondheidsrisico’s voor gebruikers. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom, mede gelet op hetgeen doorgaans in vergelijkbare gevallen wordt opgelegd, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf van na te noemen duur op zijn plaats.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11 en 13 van de Opiumwet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">1 (een) maand</emphasis></para>
    <para />
    <para> bepaalt, dat deze gevangenisstraf <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;</para>
    <para />
    <para> dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para> een <emphasis role="bold">werkstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">120 (eenhonderdentwintig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gegeven door mr. R.G. J. Welbergen (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 september 2015.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. Welbergen is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_0609670c-505c-41f8-8b99-205f6faa468a" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Gelderland-Midden, district Rivierenland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0700-2014067900, gesloten op 9 oktober 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_97b48719-2503-4f07-814a-cb014614af96" label="2">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen p. 6-7; proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 65-67; Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 31 augustus 2015.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a376d6af-e822-4d75-91fc-0a3607d571c6" label="3">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte van 1 juli 2014 blok 11-14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf15b228-120c-4295-9e7e-946059c2cd18" label="4">
    <para> Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 31 augustus 2015</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>