<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2015:4293</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T08:54:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 14 _ 5149</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2015/1524</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2015-1652</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2015070309</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:4293">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:4293</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-07-01T08:27:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2015:4293 Rechtbank Gelderland , 02-07-2015 / AWB - 14 _ 5149</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2015:4293:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Assurantiebelasting. Beëindiging door eiseres van haar klassieke verzekeringsactiviteiten en de introductie van een innovatieve ‘Kwaliteitsregeling’ leidt niet tot beëindiging van de belastingplicht voor de assurantiebelasting, omdat naar het oordeel van de rechtbank nog steeds wordt voldaan aan alle vereisten van artikel 20 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 en artikel 7:925, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. Het betoog van eiseres dat zij op grond van de Kwaliteitsregeling nimmer tot uitkering verplicht is en het oogmerk van de regeling niet de compensatie van schade maar de verbetering van kwaliteit is, wordt door de rechtbank verworpen. De inspecteur heeft terecht een naheffingsaanslag opgelegd. Het beroep is ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2015:4293:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: AWB 14/5149 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 2 juli 2015</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [X] N.V., te [Z], eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. [gemachtigde] en drs. [A]),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft aan eiseres over het tijdvak september 2013 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [000]) assurantiebelasting opgelegd van € 50.000, alsmede bij beschikking een aangifteverzuimboete van € 61 en een betalingsverzuimboete van € 1.000. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 1 juli 2014 de naheffingsaanslag gehandhaafd en de boetebeschikkingen vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft daartegen bij brief van 29 juli 2014, ontvangen door de rechtbank op 30 juli 2014, beroep ingesteld. Bij brief van 28 augustus 2014 is het beroep nader gemotiveerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2015. Namens eiseres zijn verschenen [B], [C], mr. [D] en de gemachtigden. Namens verweerder zijn verschenen mr. [gemachtigde] en [E]. De onderhavige zaak is gelijktijdig behandeld met het beroep met zaaknummer AWB 14/5150.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beide partijen hebben ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan de wederpartij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Eiseres is een naamloze vennootschap, opgericht op 17 september 1980. Eiseres behoort tot de [F]-groep. De aandelen in de [F]-groep worden gehouden door Stichting [G]. Eiseres handelde voorheen onder de naam [H] N.V. Eiseres bood tot 1 juli 2013 verzekeringen aan ter dekking van het risico op schade als gevolg van verborgen gebreken bij slachtvarkens. De afnemers van deze verzekeringen waren slachtbedrijven. Het verzekeren van slachtvarkens was verplicht op basis van verordeningen van het Productschap Vee en Vlees. De slachtrisicoverzekeraar moest een verzekeringsbedrijf zijn. De verplichte verzekering van slachtdieren is opgeheven per 1 januari 2006.</para>
    <para />
    <para>2. Diverse ontwikkelingen in zowel de vee- en vleesbranche als in de verzekeringsbranche hebben eiseres er in 2012 toe gebracht een strategische heroriëntatie uit te voeren. Deze heroriëntatie heeft geresulteerd in de beslissing om de bestaande verzekeringsactiviteiten te beëindigen en een nieuwe vorm van dienstverlening, getiteld [I] (hierna: de Kwaliteitsregeling), te introduceren. Deze Kwaliteitsregeling houdt blijkens de bedrijfsbrochure van [F] het volgende in: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para> “[J] en [X] bieden een Kwaliteitsregeling die de kwaliteit van de dieren die ter slacht worden aangeboden beoogt te verbeteren. Voor deelname aan de Kwaliteitsregeling betaalt de deelnemer voor alle slachtdieren een deelnemersbijdrage. De deelnemer wordt periodiek gecontroleerd op naleving van de geldende voorschriften. Na controle en beoordeling is bekend of de deelnemer voldoet aan de regeling of dat herstelmaatregelen genomen dienen te worden. Indien wordt voldaan aan de regeling kan de deelnemer, in geval van een OMC (Ongeschikt voor Menselijke Consumptie) verklaring na het slachten door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een compensatieverzoek indienen bij [J] of [X]. De hoogte van de compensatie wordt onder meer bepaald aan de hand van de beoordelingscriteria van de kwaliteitsregeling en de in de media gepubliceerde vleesprijzen van de verschillende diersoorten.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Op 21 maart 2013 heeft De Nederlandsche Bank N.V. (hierna: DNB) op verzoek van eiseres de vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar ingetrokken. De wijzigingen in de bedrijfsactiviteiten zijn doorgevoerd per 1 juli 2013. De nieuwe activiteiten worden uitgevoerd in de onderneming van eiseres (slachtvarkens) en in de onderneming van zustervennootschap [J] N.V. (slachtvee). De statuten van eiseres vermelden, na de statutenwijziging van 19 juni 2013, dat de activiteiten bestaan uit het verlenen van controle-, kwaliteits- en overige diensten ten behoeve van andere ondernemingen, organisaties en/of (rechts)personen in onder meer de vee- en vleessector.</para>
    <para />
    <para>4. Tot de Kwaliteitsregeling behoren de overeenkomst tot deelname aan de [I] (hierna: de Kwaliteitsregeling-overeenkomst), Algemene voorwaarden, Voorschriften en Beoordelingscriteria.</para>
    <para />
    <para>5. In de Kwaliteitsregeling-overeenkomst zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para> “Overwegende </para>
      <para>dat	door het bestuur van [X] NV een Kwaliteitsregeling is vastgesteld, waarin eisen worden gesteld aan werkzaamheden van be- en verwerkers,</para>
      <para>dat	[X] NV de controle en beoordeling in het kader van de Kwaliteitsregeling uitvoert, </para>
      <para>dat	contractant wenst deel te nemen aan de Kwaliteitsregeling en in verband met controle en beoordeling een overeenkomst wenst af te sluiten met [X] NV.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 3</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Als blijkt dat contractant voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de Regeling, kan [X] NV overwegen of contractant in aanmerking kan komen voor compensatie op basis van OMC verklaringen zoals bedoeld in de Regeling [Rechtbank: de Kwaliteitsregeling]. [X] NV is nimmer verplicht tot compensatie. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Als blijkt dat contractant de bepalingen van de Regeling niet of niet behoorlijk nakomt, komt contractant in geen geval in aanmerking voor compensatie zoals bedoeld in lid 1. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De hoogte van de eventuele compensatie zoals bedoeld in lid 1, is afhankelijk van de naleving van de voorschriften van de Regeling.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 5 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Contractant is deelnemersbijdragen en overige kosten in het kader van de Regeling </para>
    <parablock>
      <para>	verschuldigd in verband met deelname aan de Regeling. De hoogte van deze kosten wordt </para>
      <para>	bepaald bij of krachtens de Regeling.</para>
    </parablock>
    <para>2. De kosten als genoemd in lid 1 worden periodiek bij contractant in rekening gebracht.</para>
    <para>3. Betaling geschiedt binnen 30 dagen na facturering.</para>
    <para>4. [X] NV kan verrekening toepassen van bedragen voortvloeiend uit deze </para>
    <para>	overeenkomst.”</para>
    <para />
    <para>6. In de Algemene voorwaarden van de Kwaliteitsregeling zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title> “Doel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 3</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De Regeling beoogt de kwaliteit van dieren die ter slacht op het bedrijf van contractant </para>
      <para>	worden aangeboden te verbeteren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Naleving Regeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 5</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Elk bedrijf dat deelneemt aan de Regeling is verplicht het bepaalde bij of krachtens de </para>
    <para>	overeenkomst en de Regeling strikt na te leven.</para>
    <para>2. Contractant verbindt zich deel te nemen aan de Regeling met alle slachtdieren die worden be- of verwerkt bij contractant en/of aangeboden aan een be- of verwerker. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Kosten deelname</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 8</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Contractant betaalt een verplichte deelnemersbijdrage voor deelname aan de Regeling. </para>
    <parablock>
      <para>	Deze deelnemersbijdrage is gerelateerd aan het totale aantal slachtdieren van </para>
      <para>	contractant en kan per diersoort en – klasse verschillen.</para>
    </parablock>
    <para>2. De deelnemersbijdrage wordt door [L] vastgesteld en kan worden </para>
    <para>	gewijzigd.</para>
    <para>3. De deelnemersbijdrage wordt vermeld op de website van [F] en dient door </para>
    <para>contractant op de door [L] aangegeven wijze te worden voldaan.</para>
    <para>4. Naast de deelnemersbijdrage voor deelname aan de Regeling, zijn kosten verschuldigd</para>
    <para>in geval van herstelcontrole.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toezicht en beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 9</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>In het kader van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Regeling of de overeenkomst, worden door of namens [L] controles uitgevoerd ten aanzien van de bedrijven.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [L] beoordelen aan de hand van de Voorschriften en de Beoordelingscriteria of contractant voldoet aan het bepaalde in de Regeling. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bij niet, of niet behoorlijke nakoming van het bepaalde in de Regeling wordt een maatregel toegepast tegen contractant. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Ten aanzien van het toepassen van maatregelen is het bepaalde bij of krachtens de Beoordelingscriteria van toepassing. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De maatregelen kunnen bestaan uit:</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>a. een schriftelijke waarschuwing;</para>
      <para>b. een herstelcontrole;</para>
      <para>c. schorsing;</para>
      <para>d. uitsluiting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Compensatie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 10</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Contractant kan een verzoek tot compensatie doen aan [L] bij een gehele of gedeeltelijke OMC verklaring van een dier of onderdelen ervan. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Contractant komt slechts voor eventuele compensatie in aanmerking indien voldaan wordt aan het bepaalde in de Regeling, waaronder de Voorschriften en Beoordelingscriteria. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Eventuele compensatie is onderhevig aan kortingsregelingen zoals beschreven in de Beoordelingscriteria.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [L] zijn nimmer verplicht tot compensatie.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bezwaar</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 12</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. In het geval dat contractant zich niet kan vinden in een besluit van [L]</para>
    <parablock>
      <para> ingevolge deze Regeling, kan contractant hiertegen schriftelijk gemotiveerd, </para>
      <para>	binnen vier weken na het omstreden besluit, bezwaar maken bij [L]. </para>
    </parablock>
    <para>2. [L] zullen het bezwaar in behandeling nemen en hier binnen zes weken    </para>
    <para>	gemotiveerd op reageren. </para>
    <para>3. Alle geschillen, welke tussen [L] en contractant bestaan na </para>
    <parablock>
      <para>	behandeling van het bezwaar, zullen worden beslecht door arbitrage overeenkomstig het </para>
      <para>	Arbitrage Reglement van het Nederlands Arbitrage Instituut.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. In de Beoordelingscriteria van de Kwaliteitsregeling zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para> “<emphasis role="underline">Artikel 2</emphasis></para>
    </parablock>
    <para>1. Indien voldaan wordt aan de Regeling, kan contractant, in geval van een OMC verklaring</para>
    <parablock>
      <para>	binnen het bedrijf van contractant, aan [L] om compensatie in</para>
      <para>	verband met de OMC verklaring verzoeken.</para>
    </parablock>
    <para>2. Uitsluitend indien slachtdieren bij de ante mortem keuring door de dierenarts van de</para>
    <parablock>
      <para>	NVWA in Categorie 1 zijn ingedeeld kan een verzoek tot compensatie in behandeling</para>
      <para>	worden genomen.</para>
    </parablock>
    <para>3. Een verzoek tot compensatie wordt beoordeeld en afgehandeld door een beoordelaar</para>
    <para>	van [L] overeenkomstig het bepaalde in deze Regeling.</para>
    <para>4. Eventuele compensatie door [L] vindt plaats overeenkomstig de</para>
    <parablock>
      <para>	door [L] vastgestelde bedragen en in overeenstemming met het</para>
      <para>	bepaalde in deze Beoordelingscriteria. De compensatie is gebaseerd op in de media</para>
      <para>	gepubliceerde vleesprijzen en door [L] gedane opvragen.</para>
    </parablock>
    <para>5. Bij de bepaling van de compensatie kan rekening worden gehouden met de restwaarde</para>
    <parablock>
      <para>	na de OMC verklaring en bijkomende kosten, voor zover dit naar het oordeel van de</para>
      <para>	Regelinghouder bijdraagt aan de doelstelling van de Regeling.</para>
    </parablock>
    <para>6. Na beoordeling besluiten [L] of compensatie aan contractant zal</para>
    <para>	worden verleend en wordt de hoogte van de compensatie bepaald.</para>
    <para>7. Het in lid 6 bedoelde besluit zal binnen 30 dagen na het verzoek tot compensatie door</para>
    <para>	[L] aan contractant worden meegedeeld.</para>
    <para>8. Alle verzoeken tot compensatie zullen door [L] op redelijke wijze</para>
    <para>	worden beoordeeld indien deze passen binnen de Regeling.</para>
    <para>9. Periodiek zullen de beoordelingen door een auditor van [L] worden</para>
    <para>	getoetst.</para>
    <para>10. [L] nemen een verzoek tot compensatie in behandeling, maar zijn</para>
    <para>	nimmer verplicht enige compensatie aan contractant te verlenen.</para>
    <para>11. De contractant dient een sluitende en controleerbare administratie inzake de OMC</para>
    <para>	verklaringen te overleggen.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 3</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Indien tijdens een controle een tekortkoming op de naleving van de Voorschriften wordt</para>
    <parablock>
      <para>	geconstateerd, wordt op een eventuele compensatie, als bedoeld in artikel 2 van de</para>
      <para>	Beoordelingscriteria, een kortingspercentage toegepast of geconstateerd dat niet wordt</para>
      <para>	voldaan aan de Regeling. Het kortingspercentage is afhankelijk van de weging van het</para>
      <para>	Voorschrift in verband waarmee de tekortkoming is geconstateerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De kortingspercentages zijn opgenomen in onderstaande tabel:</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>1 of meer licht en geen middel of zwaar</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>10% korting op eventuele compensatie</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>1 of meer middel en geen zwaar</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>25% korting op eventuele compensatie</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>1,2 of 3 zwaar</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>50% korting op eventuele compensatie</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>4 of meer zwaar</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Contractant voldoet niet aan de Regeling</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para>(…)”</para>
    <para>8. Eiseres heeft sinds de invoering van de Kwaliteitsregeling meerdere aanvragen voor compensatie in behandeling genomen. Geen van de aanvragen is volledig afgewezen, wel is in een aantal gevallen een korting op de compensatie toegepast. Naast de geheel of gedeeltelijke afwijzing vanwege voornoemde tekortkomingen kan een aanvraag onder meer worden geweigerd in geval van faillissement van de contractant of in geval van gebrek aan liquide middelen bij eiseres. </para>
    <para />
    <para>9. Eiseres is per 1 juli 2013 gestopt met het indienen van aangiften assurantiebelasting. Naar aanleiding hiervan is de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>10. In geschil is of de onderhavige naheffingsaanslag assurantiebelasting terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de Kwaliteitsregeling een verzekering is in de zin van artikel 20 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 (hierna: WBR). De berekening van de belastingaanslag als zodanig is niet in geschil. Evenmin is in geschil dat, indien de Kwaliteitsregeling kwalificeert als verzekering, eiseres moet worden aangemerkt als verzekeraar in de zin van de WBR.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling van het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>11. De WBR (tekst 2013) luidt, voor zover van belang, als volgt<emphasis role="italic">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para> “Artikel 20</para>
      <para>Onder de naam 'assurantiebelasting' wordt een belasting geheven ter zake van verzekeringen waarvan het risico in Nederland is gelegen en ter zake van daarmee samenhangende diensten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 22</para>
    </parablock>
    <para>1. De belasting wordt berekend over de premie, alsmede over de vergoeding voor met de verzekering samenhangende diensten.</para>
    <para>2. Onder premie wordt verstaan het totale bedrag dat - of voor zover de tegenprestatie niet in een geldsom bestaat, de totale waarde van de tegenprestatie welke - in verband met de verzekering in rekening wordt gebracht, de assurantiebelasting niet daaronder begrepen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 23</para>
      <para>De belasting bedraagt 21 percent.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 26</para>
      <para>De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de premie vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 27</para>
      <para>De in een tijdvak verschuldigd geworden belasting moet op aangifte worden voldaan.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>12. Eiseres stelt dat de Kwaliteitsregeling geen verzekering is, omdat het doel van de Kwaliteitsregeling niet het afdekken van een risico op schade betreft, maar het bevorderen van kwaliteit. Bovendien ontbreekt een uitkeringsplicht.</para>
    <para />
    <para>13. Verweerder neemt het standpunt in dat de Kwaliteitsregeling aan alle criteria van een overeenkomst van verzekering in de zin van artikel 7:925 van het Burgerlijk Wetboek (tekst 2013) (hierna: BW) voldoet. Verweerder voert daartoe aan dat de controle en voorlichting ondergeschikt zijn aan de compensatie van schade en voorts dat de contractanten redelijkerwijs mogen vertrouwen op compensatie, indien zij aan de voorwaarden voldoen. </para>
    <para />
    <para>14. Voor het begrip verzekering in de bepaling van artikel 20 van de WBR dient aansluiting te worden gezocht bij het civielrechtelijke verzekeringsbegrip van artikel 7:925, eerste lid, BW (vgl. Hoge Raad 14 februari 2014, nr. 12/05800, ECLI:NL:HR:2014:282).</para>
    <para />
    <para>15. Ingevolge artikel 7:925, eerste lid, BW is een verzekering een schade- of sommenverzekering die bestaat in een overeenkomst waarbij de ene partij, de verzekeraar, zich tegen het genot van premie jegens haar wederpartij, de verzekeringnemer, verbindt tot het doen van een of meer uitkeringen, indien bij het sluiten van de overeenkomst voor partijen geen zekerheid bestaat dat, wanneer of tot welk bedrag enige uitkering moet worden gedaan, of ook hoe lang de overeengekomen premiebetaling zal duren. Een schadeverzekering is in artikel 7:944 BW gedefinieerd als een verzekering strekkende tot vergoeding van vermogensschade die de verzekerde zou kunnen lijden. </para>
    <para />
    <para>16. De Kwaliteitsregeling-overeenkomst en de Algemene voorwaarden, Voorschriften en Beoordelingscriteria in ogenschouw nemend, is de rechtbank van oordeel dat de </para>
    <para>Kwaliteitsregeling een verzekering is in de zin van artikel 20 van de WBR. Blijkens de tekst van de voornoemde documenten is sprake van een overeenkomst tussen eiseres en de contractanten, op grond waarvan de contractanten verplicht zijn om een deelnemersbijdrage te betalen. De verplichting van eiseres bestaat uit het in behandeling nemen van een verzoek om compensatie bij een gehele of gedeeltelijke OMC-verklaring van een dier of onderdelen ervan. De rechtbank leidt uit de tekst van voornoemde documenten af dat eiseres in beginsel tot compensatie overgaat indien voldaan wordt aan het bepaalde in de Kwaliteitsregeling-overeenkomst, de Algemene voorwaarden, de Voorschriften en de Beoordelingscriteria. </para>
    <para />
    <para>17. Hoewel eiseres in de met de Kwaliteitsregeling samenhangende documenten expliciet heeft opgenomen dat zij nimmer tot compensatie verplicht is, komt aan die passages naar het oordeel van de rechtbank geen zelfstandige betekenis toe. Eiseres verbindt zich blijkens artikel 2, onderdeel 8, van de Beoordelingscriteria tot een beoordeling ‘op redelijke wijze’. Contractanten kunnen een bezwaar- en arbitrageprocedure starten en zich daarbij op het standpunt stellen dat een compensatie hen redelijkerwijs niet kan worden onthouden, omdat zij aan alle vereisten voor (enige vorm van) compensatie voldoen. Uit de tekst van de overeenkomst, de Algemene voorwaarden en de Beoordelingscriteria blijkt vervolgens niet op welke gronden eiseres, zonder de contractanten van de uitkomst van de beoordeling ‘op redelijke wijze’ in kennis te stellen, de aanvraag geheel kan afwijzen. Dit is tot op heden feitelijk ook niet gebeurd. De rechtbank wijst er voorts op dat dit voorbehoud niet is vermeld in de bedrijfsbrochure, waarmee voorlichting aan potentiële contractanten wordt gegeven.</para>
    <para />
    <para>18. Het betoog van eiseres dat geen sprake is van een verzekering omdat de Kwaliteitsregeling is geïntroduceerd met het doel om kwaliteitsverbeteringen in de sector te realiseren, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Het uitgangspunt voor het bepalen van de hoogte van de compensatie wordt gevormd door het bedrag van de geleden schade, waarop een kortingspercentage wordt toegepast indien eiseres een of meerdere kwaliteitsindicatoren heeft geschonden. De kwaliteitsdoelstellingen zijn naar het oordeel van de rechtbank ondergeschikt aan de compensatieregeling. In de kern komt het erop neer dat het karakter van het product is gewijzigd van een klassiek opgebouwde schadeverzekering in een innovatieve waarborgregeling, waarbij de differentiatie in de uitkeringen is gekoppeld aan kwaliteitsnormen. Het oogmerk van de regeling is echter nog steeds om ontstane schade als gevolg van OMG-verklaringen te compenseren, welke compensatie door de deelnemers kan worden afgedwongen. In de kern is dan nog steeds sprake van een schadeverzekering.</para>
    <para />
    <para>19. Ook de omstandigheid dat DNB de vergunning voor het uitoefenen van het schadeverzekeringsbedrijf heeft ingetrokken maakt voornoemd oordeel niet anders. DNB hanteert zelfstandige criteria voor het afgeven danwel intrekken van een vergunning, zodat aan de beslissing daaromtrent geen betekenis toekomt bij de beoordeling van het onderhavige geschil.</para>
    <para />
    <para>20. Gelet op het voorgaande zijn de overeenkomsten tussen eiseres en de contractanten aan te merken als verzekeringen. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres voor dat geval is aan te merken als verzekeraar in de zin van artikel 25, vierde lid, van de WBR en dat de berekening van de verschuldigde assurantiebelasting juist is. De naheffingsaanslag is dan ook terecht opgelegd. </para>
    <para />
    <para>21. Gelet op het voorgaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>22. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Dondorp-Loopstra, voorzitter, mr. J.M.W. van de Sande en mr. A.F. Germs-de Goede, rechters, in tegenwoordigheid van </para>
              <para>mr. M.M.R. Richardson, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 2 juli 2015</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>griffier </para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>voorzitter</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>
                <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
              </para>
              <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.</para>
              <para />
              <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
              <para>1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;<?linebreak?>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:<?linebreak?>	a. de naam en het adres van de indiener;</para>
              <para>	b. een dagtekening;</para>
              <para>	c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
              <para>	d. de gronden van het hoger beroep.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>