<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2015:3163</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T12:11:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-05-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/820026-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:3163">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:3163</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-05-21T14:58:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2015:3163 Rechtbank Gelderland , 13-05-2015 / 05/820026-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2015:3163:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Werkstraf voor nalaten gegevens aan de gemeente te verstrekken in verband met bijstandsuitkering.</para>
        <para>Woning en bankrekening in Marokko niet opgegeven. Vrijspraak voor valsheid in geschrift.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2015:3163:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/820026-14</para>
      <para>Datum uitspraak	: 13 mei 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1956] te [geboorteplaats] (Marokko), wonende te [adres], [woonplaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman	: mr. N. van Schaik, advocaat te Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 29 januari 2015 en 30 april 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2002 tot </para>
      <para>en met 10 maart 2013 in de gemeente Culemborg, in elk geval in Nederland, </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans </para>
      <para>éénmaal (telkens) een geschrift, (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om </para>
      <para>tot bewijs van enig feit te dienen - te weten (telkens) een formulier van de </para>
      <para>gemeente Culemborg (rechtmatigheidsformulier ABW/WWB en/of </para>
      <para>heronderzoeksformulier ABW/WWB), waarop opgave moest worden gedaan (onder </para>
      <para>meer) van wijzigingen van vermogen en/of onroerende zaken - (telkens) </para>
      <para>valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst, immers heeft/hebben verdachte </para>
      <para>en/of zijn medededader (telkens) valselijk op dat/die formulier(en) niet </para>
    </parablock>
    <para>- in de periode van 28 juni 2002 t/m 10 maart 2013 het bankrekeningnummer [nr] (Attijariwafa bank) met een beginsaldo van 261.250,00 Dirham (= omgerekend 23.482,-- euro) en/of </para>
    <para>- in de periode 28 februari 2007 t/m 10 maart 2013 onroerend goed (in de gemeente Nador in Marokko) vermeld/opgegeven en/of (telkens) dat/die formulier(en) ondertekend, (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en </para>
    <para>onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 </para>
      <para>tot en met 16 oktober 2013 in de gemeente Culemborg, in elk geval in </para>
      <para>Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, </para>
      <para>althans éénmaal, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift </para>
      <para>opgelegde verplichting, te weten de inlichtingenverplichting op grond van </para>
      <para>artikel 65 van de Algemene bijstandswet en/of artikel 17 van de Wet werk en </para>
      <para>bijstand, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te </para>
      <para>verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf </para>
      <para>of een ander, terwijl verdachte en/of zijn mededader wist/wisten, althans </para>
      <para>redelijkerwijze moest/moesten vermoeden dat die gegevens van belang waren voor </para>
      <para>de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of </para>
      <para>tegemoetkoming, te weten zijn verdachtes recht en/of het recht van [medeverdachte] </para>
      <para>op een uitkering krachtens de Algemene bijstandswet en/of de Wet werk en </para>
      <para>bijstand, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of </para>
      <para>tegemoetkoming, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader (telkens) aan </para>
      <para>de gemeente Culemborg niet opgegeven/gemeld: </para>
    </parablock>
    <para>- bankrekeningnummer [nr] (Attijariawafa bank) tnv verdachten </para>
    <para>en/of </para>
    <para>- onroerend goed (in de gemeente Nador, Marokko).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_c8428016-13db-47ff-b2de-0e289e25d3f1" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De standpunten van de officier van justitie en de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat beide feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging bepleit vrijspraak voor beide feiten en voert daartoe het volgende aan: zowel de bankrekening als het onroerend goed in Marokko had verdachte in mede-eigendom met zijn moeder en twee zussen. Om die reden meende verdachte dat hij redelijkerwijs niet kon beschikken over de vermogenscomponenten. Voorts overschreed de nominale waarde van het vermogen van hem en zijn echtgenote nooit de vrijstellingsgrens zodat die waarde niet van invloed was op hun recht op bijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt het navolgende.</para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier onvoldoende aanknopingspunten om de beweringen van verdachte te weerleggen. Dit betekent dat niet kan worden bewezen dat bij verdachte opzet bestond op de valsheid van de door hem verstrekte gegevens. Verdachte zal van dat feit worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
      <para>Verdachte ontvangt sinds 6 november 1992 samen met zijn echtgenote een uitkering van de afdeling sociale zaken van de gemeente Culemborg naar de norm voor een echtpaar. In de periode van 1 januari 2005 en 16 oktober 2013 werd die uitkering verstrekt in het kader van de AWB en, vanaf 13 januari 2005, WWB.<footnote-ref linkend="_769a0c17-b621-44de-aeb7-200b2f304152" /></para>
      <para>Verdachte heeft op de heronderzoeksformulieren die hij en zijn echtgenote in die perioden hebben ingevuld of laten invullen, bij de vraag naar bank-, giro- en spaarrekeningen alleen een Nederlands bankrekeningnummer ingevuld. Bij de vraag “bezit u onroerende zaken” is steeds de optie “nee” aangekruist.<footnote-ref linkend="_d2ec6b2b-30f4-4e17-aae3-4961085de4db" /></para>
      <para>In genoemde periode stond er in Marokko een bankrekening op naam van verdachte en zijn echtgenote (bankrekeningnummer [nr], Attijariawafa bank) en stond een woning in de gemeente Nador in Marokko op verdachtes naam.<footnote-ref linkend="_42e4e3ad-5c96-4445-aea5-1dbb13306f8c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Op de genoemde heronderzoeksformulieren staat onder “bezittingen en schulden” een blanco lijst met daarboven het kopje “Bank- giro- en spaarrekeningen”. Onder het kopje “Onroerende zaken” staat het volgende: “<emphasis role="italic">Bezit u onroerende zaken? (een woning in het buitenland dient u ook op te geven)</emphasis>”. Bij de toelichting op het onderdeel staat onder meer: “<emphasis role="italic">Als u alleen-eigenaar of mede-eigenaar bent van een woning die u niet zelf bewoont, vermeldt u de gegevens over die woning bij het onderdeel ‘Onroerende zaken’ in het vak ‘overige t.w.’</emphasis>”.</para>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij dacht dat hij de woning en bankrekening niet aan de gemeente hoefde te melden omdat zijn moeder en twee zussen respectievelijk mede-eigenaars van de woning en medegerechtigd tot de bankrekening waren. Gelet echter op voornoemde tekst, die voldoende duidelijk is over verdachtes specifieke plichten op dat vlak, is de rechtbank van oordeel dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat verdachte ook de bedoelde woning en bankrekening had moeten opgeven aan de gemeente omdat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van het recht op de uitkering van hem en zijn echtgenote of de hoogte van die uitkering, ongeacht of de bankrekening en de eigendom van de woning met familie werd gedeeld. De rechtbank acht dat onderdeel van feit 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 16 oktober 2013 in de gemeente Culemborg, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten de inlichtingenverplichting op grond van </para>
      <para>artikel 65 van de Algemene bijstandswet en artikel 17 van de Wet werk en </para>
      <para>bijstand, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te </para>
      <para>verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf </para>
      <para>of een ander, terwijl verdachte en zijn mededader redelijkerwijze moesten vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten zijn verdachtes recht en het recht van [medeverdachte] </para>
      <para>op een uitkering krachtens de Algemene bijstandswet en/of de Wet werk en </para>
      <para>bijstand, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of </para>
      <para>tegemoetkoming, immers heeft hij, verdachte en zijn mededader <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> aan </para>
      <para>de gemeente Culemborg niet opgegeven/gemeld: </para>
    </parablock>
    <para>- bankrekeningnummer [nr] (Attijariawafa bank) tnv verdachten en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- onroerend goed (in de gemeente Nador, Marokko).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Medeplegen van in strijd met een hem bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl dat kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn recht op een verstrekking, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden  voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en voorts tot het verrichten van 240 uren werkstraf, subsidiair te vervangen door 120 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging verzoekt in geval van bewezenverklaring een werkstraf op te leggen, eventueel gecombineerd met een voorwaardelijke straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank  </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 15 maart 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
      <para>Verdachte heeft samen met zijn echtgenote nagelaten aan de gemeente mede te delen dat hij een woning en een bankrekening in Marokko had, terwijl hij had moeten vermoeden dat dit van belang was voor hun uitkering. Een dergelijke handelwijze ondermijnt het stelsel van sociale zekerheid en de onderlinge solidariteit waarop degenen die daar terecht aanspraak op maken en zich wel aan de daarvoor geldende regels houden, moeten kunnen rekenen. Naar het oordeel van de rechtbank is voor dit feit een werkstraf van navolgende duur op zijn plaats. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 47, 57 en 227b van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> een <emphasis role="bold">werkstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">120 (eenhonderdentwintig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gegeven door mr. J.M.J.M. Doon (voorzitter), mr. W.A. Holland en mr. J.M. Klep, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 mei 2015.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mrs. Holland en Klep zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c8428016-13db-47ff-b2de-0e289e25d3f1" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van Sociale Recherche opgemaakte proces-verbaal, nummer 130050, gesloten op 16 december 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_769a0c17-b621-44de-aeb7-200b2f304152" label="2">
    <para> Wijzigingsbeschikking gemeente Culemborg, p. 153; Proces-verbaal uitkeringsfraude p. 4. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d2ec6b2b-30f4-4e17-aae3-4961085de4db" label="3">
    <para> Heronderzoeksformulieren, p. 300-317.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_42e4e3ad-5c96-4445-aea5-1dbb13306f8c" label="4">
    <para> Bankafschrift (vertaald) p. 13; koopakte (vertaald) p. 119; verklaringen verdachte ter terechtzitting van 29 januari 2015 en 30 april 2015.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>