<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2015:1958</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-26T12:00:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-03-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2451381</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:1958">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:1958</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-26T11:58:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2015:1958 Rechtbank Gelderland , 25-03-2015 / 2451381</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2015:1958:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>eindvonnis (zie ook tussenvonnis van 10 december 2014 met</para>
        <para>Eclinummer 2014:7699</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2015:1958:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens	2451381 \ CV EXPL 13-15655 \ 475 </para>
      <para>uitspraak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">Intrum Justitia Nederland B.V.</emphasis></para>
      <para>gevestigd te 's-Gravenhage</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eisende partij</emphasis>
      </para>
      <para>gemachtigde mr. P.L.J.M. Guinee </para>
      <para>rolgemachtigde [naam rolgemachtigde] (AGC gerechtsdeurwaarders &amp; incasso Apeldoorn)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">gedaagde partij</emphasis>
      </para>
      <para>gemachtigde mr. M.M. de Jonge</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden ook hierna weer Intrum en [gedaagde partij] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het tussenvonnis van 10 december 2014</para>
    <para>- de akte van Intrum met producties</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In het tussenvonnis is geoordeeld dat de tussen T-Mobile en [gedaagde partij] gesloten telecommunicatieovereenkomst nietig is voor zover de overeenkomst ziet op de koop op afbetaling van de telefoon (iPhone 4S) en dat deze voor wat betreft de telecommunicatiedienst in stand kan blijven. De overeengekomen maandkosten bedroegen € 74,73 (inclusief btw) per maand. Teneinde te bepalen welk deel van die bedrag ziet op de telecommunicatiediensten is </para>
        <para>Intrum toegelaten:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>bewijs te leveren van haar stelling dat de bij het aangaan van de tussen partijen gesloten overeenkomst (r.ov. 2.1.) ter beschikking gestelde iPhone 4S een verkoopwaarde had van € 599,00;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat T-Mobile in de met [gedaagde partij] gesloten overeenkomst 10% rente en kosten in rekening heeft gebracht over de verkoopwaarde van de in de overeenkomst genoemde iPhone 4S.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Intrum heeft daartoe bij akte overgelegd een screenshot van de website Tweakers, die naar zij zegt onafhankelijk is. Hieruit blijkt dat de waarde van een iPhone 4S zwart 16 Gb in maart 2012 ongeveer € 600,- was. [gedaagde partij] heeft hierop niet gereageerd. De kantonrechter is van oordeel dat Intrum – bij gebreke van tegenbewijs en/of commentaar van [gedaagde partij] op het overgelegde bewijsmiddel (screenshot) – in dit bewijs is geslaagd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Intrum heeft voorts een vergelijking gemaakt tussen de kosten van een telecommunicatieabonnement exclusief telefoon (onder overlegging van een overzicht met tarieven voor abonnementen zonder telefoon) en onderhavig, vergelijkbaar contract maar dan inclusief de iPhone 4S. Dit verschil bedraagt volgens Intrum € 24,99 en op basis van de looptijd van 24 maanden wordt dan voor de telefoon € 599,76 betaald. Intrum heeft hiermee naar het oordeel de kantonrechter, mede nu [gedaagde partij] op een en ander niet heeft gereageerd, bedoeld tegenbewijs geleverd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De conclusie is dat [gedaagde partij] moet betalen de helft van: € 54,45 maal 24 maanden minus 1,5 maal € 54,45 (zijnde de drie maanden 50% korting) en minus de btw (zie rapport Ambtshalve Toetsing II 2014, par. 3.4.9). Dit is in totaal € 514,76 (€ 612,56 minus 19% btw) Dit bedrag wordt vermeerderd met wettelijke rente. De meegevorderde rente van € 155,77 kan niet worden toegewezen nu slechts een deel van de hoofdsom wordt toegewezen. Als onbetwist staat vast dat [gedaagde partij] vanaf 2 augustus 2012 (uiterste betaaldatum van de zogeheten uitfactureerfactuur d.d. 23 juli 2012) in verzuim is. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf die datum. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De buitengerechtelijke incassokosten – de veertiendagen brief (art. 6:96 lid 6 BW) is verzonden –worden toegewezen over € 514,76 zijnde € 77,21.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Partijen worden over en weer (deels) in het (on)gelijk gesteld. De proceskosten worden daarom gecompenseerd in die zin dat partijen elk de eigen kosten dragen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Intrum te betalen € 514,65 hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 2 augustus 2012 en om te betalen € 77,21 (buitengerechtelijke incassokosten);</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat partijen elk de eigen kosten dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B.J. Engberts en in het openbaar uitgesproken op</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>