<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2014:6751</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T11:57:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-10-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/820229-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:6751">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:6751</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-27T11:54:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2014:6751 Rechtbank Gelderland , 27-10-2014 / 05/820229-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2014:6751:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft ontucht gepleegd met een destijds 17-jarige werkneemster. De rechtbank Gelderland legt op een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaren, met de bijzonder voorwaarde van een contactverbod met het slachtoffer. Daarnaast legt de rechtbank een werkstraf op voor de duur van 180 dagen subsidiair 90 dagen hechtenis, met een aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering is doorgebracht. Verdachte wordt verplicht het slachtoffer een bedrag van € 1.182,14 te betalen als schadevergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2014:6751:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK GELDERLAND</title>
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]05/820229-14</para>
      <para>Uitspraak d.d. 27 oktober 2014</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>VONNIS</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboortedatum 1],</para>
      <para>wonende te [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 oktober 2014.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 november 2011</para>
      <para>tot en met 30 april 2012 te Twello, gemeente Voorst, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige ondergeschikte [slachtoffer], geboortedatum [geboortedatum 2],</para>
      <para>de ontucht bestaande uit het betasten van de borsten van die [slachtoffer];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Taal- en/of schrijffouten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_26c80304-e015-4f65-ae10-d6fdd3057b67" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Aanleiding van het onderzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 juli 2013 heeft een informatief gesprek plaatsgevonden tussen [slachtoffer]en een zedenrechercheur. In dat gesprek heeft [slachtoffer] aangegeven dat haar werkgever, verdachte, ontuchtige handelingen bij haar heeft gepleegd. Vervolgens werd op 4 oktober 2013 door [slachtoffer] aangifte gedaan tegen verdachte van seksueel misbruik. In dat verband is verdachte op 20 januari 2014 aangehouden en in verzekering gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Standpunt van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft ter terechtzitting het tenlastegelegde bekend. Hij heeft verklaard dat hij twee keer de borsten van [slachtoffer] heeft betast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangeefster heeft aangifte tegen verdachte gedaan van het plegen van verregaande ontuchtige handelingen jegens haar in de periode van mei 2011 tot en met juni 2013. Verdachte zou onder meer meermalen haar borsten hebben betast (op het laatst bijna iedere zaterdag<footnote-ref linkend="_c3b30a00-38ca-4aba-8de2-d22f96324102" />).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zowel bij de politie, als ter terechtzitting, erkend dat hij twee maal de borsten van aangeefster heeft betast; eenmaal in oktober/november 2011 en eenmaal medio april 2012. Alle andere aantijgingen van aangeefster heeft hij met klem ontkend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De steller van de tenlastelegging heeft er vervolgens kennelijk voor gekozen om verdachtes’ lezing van het gebeuren te volgen en <emphasis role="italic">alleen</emphasis> het betasten van de borsten van aangeefster aan hem ten laste te leggen in de periode van 1 november 2011 tot en met 30 april 2012. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie die ook met zoveel woorden bevestigd, door aan te geven dat zij er bij de bewezenverklaring vanuit is gegaan dat verdachte tweemaal de borsten van aangeefster heeft betast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging beziende, kan gelet op verdachtes’ erkennende verklaring, eenvoudig tot een bewezenverklaring worden gekomen. De rechtbank is aldus van oordeel dat de verdachte het ten laste gelegde feit op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen: </para>
    </parablock>
    <para>- een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer]<footnote-ref linkend="_d788d43e-c0cf-4c8f-ba7a-cbcc71e64b45" />;</para>
    <para>- de bekennende verklaring van de verdachte bij de politie<footnote-ref linkend="_4b7fc9f0-829a-42db-9a65-6f26979f9130" /> en ter terechtzitting van</para>
    <parablock>
      <para>     13 oktober 2014<footnote-ref linkend="_238bb47a-dd98-42b4-89e2-080f0bb138a1" />.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>Gelet op verdachtes’ duidelijke en ondubbelzinnige bekennende verklaring wordt met deze opsomming volstaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel voor de bewezenverklaring als zodanig niet van belang, nu in de tenlastelegging immers niet tot uitdrukking is gebracht de frequentie waarmee de ontuchtige handelingen zouden zijn gepleegd, gaat de rechtbank er op grond van hetgeen door de aangeefster is verklaard, ook in het licht van de reeks van WhatsApp-berichten uit april 2013 tot en met juli 2013, vanuit dat het niet bij tweemaal is gebleven. De rechtbank realiseert zich heel goed dat de WhatsApp-berichten buiten de tenlastegelegde periode vallen, maar deze berichten schetsen een zodanig beeld over de gevoelens van verdachte jegens aangeefster, nota bene een jaar nadat hij naar eigen zeggen voor het laatst aan aangeefster zou hebben gezeten, dat zijn verklaring dat het <emphasis role="italic">maar</emphasis> tweemaal is geweest dat hij aan de borsten van aangeefster heeft gezeten met een korreltje zout wordt genomen.</para>
      <para>De rechtbank doelt met name op de volgende WhatsApp-berichten:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>pagina 131: Wat dacht je!!! Een nummer van Borsato en ik moet aan jou denken, STAPEL OP JOU natuurlijk (…);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>pagina 132: Ik wil je stem even horen!!!;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>pagina 135: Zeg dan eens waar het op staat. Ik voel me telkens in de boot genomen. Ik hou gvd van jou;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>pagina 136: (…) Want je bent zo mooi als je boos bent. Nee grapje. Lieverd hier moeten we uitkomen. Ik wil je niet kwijt, zowel zakelijk niet en zeker niet privé (…);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>pagina 136: Ik ga zo lekker slapen en lekker dromen. Maar in al mijn dromen blijft mijn gedachten aan jou naar boven komen (…).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij (op meer tijdstippen) in de periode van 1 november 2011 tot en met 30 april 2012 te Twello, gemeente Voorst, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige ondergeschikte <?linebreak?>[slachtoffer], geboortedatum [geboortedatum 2], de ontucht bestaande uit het betasten van de borsten van die [slachtoffer].</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ontucht plegen met zijn minderjarige ondergeschikte, meermalen gepleegd. <?linebreak?><?linebreak?></title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oplegging van straf en/of maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis indien die werkstraf niet of niet naar behoren wordt verricht. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf dient naast de algemene voorwaarden de bijzondere voorwaarde van een contactverbod met aangeefster [slachtoffer] te worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het kader van de strafmaat hecht de officier van justitie er met name belang aan dat het om een ernstig feit gaat, gepleegd met een jonge werkneemster, waarbij sprake was van overwicht van verdachte op het slachtoffer. De officier van justitie wijst op de impact van het feit op het slachtoffer. Voor wat betreft de frequentie van de strafbare handelingen, is de officier van justitie uitgegaan van de twee keer waarover verdachte verklaard heeft. </para>
      <para>De officier laat voorts in de strafmaat meewegen dat verdachte een blanco strafblad heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de officier van justitie gevorderde straf te hoog is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich als volwassen man schuldig heeft gemaakt aan ontucht met een destijds <?linebreak?>17-jarige werkneemster. De verdachte heeft aldus het door het meisje en haar ouders in hem gestelde vertrouwen op grove wijze beschaamd en een onaanvaardbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn slachtoffer, die vanwege haar relatie tot de verdachte in een kwetsbare positie verkeerde en niet in afdoende mate in staat was om aan het handelen van de verdachte weerstand te bieden. Deze gedragingen kunnen, naar de ervaring leert, voor de slachtoffers ernstige psychische gevolgen hebben. Dat de gedragingen voor het slachtoffer nadelige psychische gevolgen heeft gehad en nog altijd heeft, is onder meer gebleken uit de schriftelijke slachtofferverklaring van het slachtoffer. Het slachtoffer bevond zich ten tijde van het misbruik in een zeer kwetsbare fase. Verdachte was op de hoogte van de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de problemen die zij ondervond. Bij het handelen als bewezenverklaard kan verdachte slechts het oog hebben gehad op bevrediging van zijn eigen lustgevoelens, waarbij hij zich in het geheel niet heeft bekommerd om de schade die hij daarbij bij zijn minderjarige slachtoffer en haar omgeving zou kunnen aanrichten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verklaring die het slachtoffer heeft afgelegd over de frequentie van het misbruik komt de rechtbank authentiek voor. De rechtbank gaat er dan ook uit vanuit dat verdachte veelvuldig haar borsten heeft betast. Dit gegeven is mede bepalend voor de strafmaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bepaling van de straf wordt meegewogen dat verdachte een blanco strafblad heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de officier van justitie volgen in haar eis. De rechtbank acht de gevorderde strafeis passend bij de frequentie van het misbruik.</para>
      <para>De rechtbank zal aan verdachte opleggen een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. Dit dient er toe om te voorkomen dat verdachte zich opnieuw inlaat met dit soort praktijken. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte opleggen een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 180 uren, bij niet of niet volledig te verrichten te vervangen door 90 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering is doorgebracht. De rechtbank legt op een proeftijd van twee jaren met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van een contactverbod met het slachtoffer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering tot schadevergoeding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.182,14 (€ 582,14 aan materiële schade en € 600,- aan immateriële schade), vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoeding, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de extra telefoon- en portokosten en de kosten voor medicijnen voldoende zijn onderbouwd. De reiskosten dienen te worden gematigd tot een vergoeding voor 275 kilometer. Voor wat betreft de immateriële schade acht de officier van justitie de toekenning van een bedrag van € 300,- redelijk. De officier van justitie heeft verzocht om toewijzing van de wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering dient te worden verklaard dan wel dat de vordering dient te worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De ervaring leert dat een slachtoffer door het handelen zoals ten laste is gelegd immateriële schade lijdt. Zulks blijkt ook uit de aangifte. Uit de toelichting op haar vordering, is naar voren gekomen welke psychische gevolgen de gedragingen van verdachte op de benadeelde partij hebben gehad. Dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden, staat voor de rechtbank derhalve vast. De rechtbank zal de verzochte immateriële schade van € 600,- toewijzen. </para>
      <para>De gevorderde materiële schade is goed onderbouwd en komt eveneens (in zijn geheel) voor toewijzing in aanmerking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de benadeelde partij wordt derhalve toegewezen voor een bedrag van € 1.182,14 (€ 582,14 + € 600,-), te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals in het navolgende vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is voor de schade -naar burgerlijk recht - aansprakelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 36f en 249 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;</para>
    <para />
    <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <para> verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als: </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ontucht plegen met zijn minderjarige ondergeschikte, meermalen gepleegd;</title>
    <para />
    <para> verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">2 (twee) maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> bepaalt, dat de gevangenisstraf <emphasis role="bold">niet zal worden ten uitvoer gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende <emphasis role="bold">algemene</emphasis> dan wel <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis> niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para> legt als algemene voorwaarden op dat de veroordeelde:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> legt als bijzondere voorwaarden op dat de veroordeelde:</para>
    <para>- op geen enkele wijze, direct dan wel indirect, contact opneemt dan wel onderhoudt met aangeefster [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] te Deventer; </para>
    <para />
    <para> veroordeelt de verdachte tot de navolgende <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, te weten:</para>
    <para>een <emphasis role="bold">werkstraf</emphasis> gedurende <emphasis role="bold">180 (honderdtachtig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte ten aanzien van feit tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.182,14 </emphasis>(waarvan € 600,-, immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2011 en waarvan € 582,14 materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2014) met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para> legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], een bedrag te betalen van <emphasis role="bold">€ 1.182,14 </emphasis>(waarvan € 600,-, immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2011 en waarvan € 582,14 materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2014), met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 21 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mr. Schaap, voorzitter, mr. Gilhuis en mr. Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 oktober 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>RECHTBANK GELDERLAND</title>
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]05/820229-14</para>
      <para>Uitspraak d.d. 27 oktober 2014</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig: </para>
      <para>mr.  							, rechter,</para>
      <para>mr.  							, officier van justitie,</para>
      <para>en mr. Buitenhuis 					, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter doet de zaak uitroepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboortedatum 1],</para>
      <para>wonende te [adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter spreekt het vonnis uit</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en wijst verdachte op de mogelijkheid om binnen veertien dagen na heden hoger beroep tegen dit vonnis in te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_26c80304-e015-4f65-ae10-d6fdd3057b67" label="1">
    <para> Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0630-2013093204-20, politie Noord- en Oost Gelderland, district IJsselstreek, team recherche IJsselstreek, gesloten en ondertekend op 26 februari 2014 door [verbalisant], hoofdagent van politie (bevoegd zedenrechercheur).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c3b30a00-38ca-4aba-8de2-d22f96324102" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte door aangeefster [slachtoffer], pagina 39</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d788d43e-c0cf-4c8f-ba7a-cbcc71e64b45" label="3">
    <para> Proces-verbaal van aangifte door aangeefster [slachtoffer], 29-45. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4b7fc9f0-829a-42db-9a65-6f26979f9130" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 109.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_238bb47a-dd98-42b4-89e2-080f0bb138a1" label="5">
    <para> Proces-verbaal van de terechtzitting van 13 oktober 2014</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>