<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2014:6159</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T11:26:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-09-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2768899 - CV EXPL  14-2375</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RF 2015/8</rdf:li>
          <rdf:li>NTHR 2014, afl. 6, p. 308</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:6159">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:6159</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-06T09:38:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2014:6159 Rechtbank Gelderland , 24-09-2014 / 2768899 - CV EXPL  14-2375</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2014:6159:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Creditcardzaak; samenloop van boete(beding) en dwangsom bij het niet tijdig inleveren van de creditcard; ambtshalve toetsing van het boetebeding conform Rapport ambtshalve toetsing van Europees consumentenrecht (samen maximaal € 1.000,00)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2014:6159:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens	2768899 \ CV EXPL  14-2375 \ 475\636</para>
      <para>uitspraak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">International Card Services B.V., h.o.d.n. Visa Card Services</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eisende partij</emphasis>
      </para>
      <para>gemachtigde Jongejan Wisseborn Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te[woonplaats]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">gedaagde partij</emphasis>
      </para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna ICS en [gedaagde partij] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het tussenvonnis van 5 maart 2014 en het daarin genoemde processtuk</para>
    <para>- de akte uitlating van ICS van 2 april 2014</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 5 maart 2014. ICS is daarin in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het al dan niet onredelijk bezwarende karakter van het boetebeding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In haar akte van 2 april 2014 heeft ICS haar vordering toegelicht, in die zin dat zij door overlegging van haar algemene voorwaarden heeft aangetoond dat zij de totale boete reeds in het boetebeding heeft gemaximeerd tot € 1.000,--, zodat volgens haar niet kan worden gesproken van een oneerlijk boetebeding. Zij merkt daarbij op dat zij in haar algemene voorwaarden aansluiting heeft gezocht bij aanbeveling 4 van het Rapport Ambtshalve toetsing van Europees consumentenrecht van het LOVCK: </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>“4. In creditcardzaken dient een beding dat op het niet tijdig inleveren van een creditcard een boete stelt die hoger kan oplopen dan EUR 1000 (zo nodig ambtshalve) te worden vernietigd. Indien samen met of in plaats van een boete een dwangsom wordt gevorderd, zal de dwangsom of zullen de boete en de dwangsom samen in ieder geval niet hoger moeten worden gesteld dan EUR 1000.(…)”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt als volgt. Op zichzelf is het niet onredelijk bezwarend dat ICS [gedaagde partij] probeert aan te sporen de creditcard te retourneren en dat ICS onrechtmatig gebruik wil voorkomen middels een boete of dwangsom. De kantonrechter is echter van oordeel dat, ondanks de limitering door ICS van de boete in haar algemene voorwaarden tot maximaal € 1.000,--, het beding toch onredelijk bezwarend is omdat dit boetebeding in samenhang wordt gezien met de daarnaast door ICS gevorderde (ongelimiteerde) dwangsom in geval [gedaagde partij] de creditcard na betekening van het vonnis niet afgeeft. In samenhang met de gevorderde dwangsom heeft het beding tot gevolg dat [gedaagde partij] een onevenredig hoge ‘prijs’ betaalt, terwijl ICS voor geleden schade door onbevoegd gebruik ook nog eens een afzonderlijke vordering tot schadevergoeding kan instellen. Een dergelijke hoge prijs, in feite een dubbele prikkel tot nakoming op dezelfde gedraging, wordt onredelijk geacht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>In het licht van het voorgaande én in navolging van de hiervoor weergegeven aanbeveling 4 van het Rapport Ambtshalve toetsing van Europees consumentenrecht, waarnaar ICS zelf verwijst, zal de kantonrechter de gevorderde dwangsom (bij het in gebreke blijven van afgifte van de creditcard) afwijzen. Bij afwijzing van deze dwangsom wordt het boetebeding in dit geval niet meer onredelijk bezwarend geacht. De gevorderde boete van </para>
        <para>€ 1.000,-- is dan toewijsbaar. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Voor zover de vordering het saldo van opnamen / bestedingen betreft komt deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat het saldo daarvan (€ 2.950,26 per 15 oktober 2012) alsmede de rente daarover vanaf 20 oktober 2012 tot en met 20 januari 2014 van € 111,03 zal worden toegewezen. ICS heeft deze rente in haar akte van 2 april 2014 deugdelijk onderbouwd. Ook zal het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten ad € 508,10 (inclusief btw) worden toegewezen. Het daarnaast door ICS apart gevorderde bedrag van € 73,43 aan explootkosten van het sommatie-exploot worden afgewezen omdat deze kosten worden geacht bij de buitengerechtelijke incassokosten te zijn inbegrepen. Het in totaal toe te wijzen bedrag wordt dan € 4.569,39 (€ 2.950,26 + € 1.000,00 + € 111,03 + € 508,10).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De vordering komt de kantonrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor. Deze wordt daarom toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde partij] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. </para>
        <para>Ook de gevorderde nakosten worden toegewezen tot € 100,00. Dit is een half salarispunt van het toe te wijzen salaris van de gemachtigde. De kosten van de akte blijven evenwel voor rekening van ICS.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] om aan ICS te betalen een bedrag van € 4.569,39, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.950,26 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] om, binnen twee dagen na de betekening van dit vonnis, de in zijn bezit zijnde creditcard tegen deugdelijk bewijs van afgifte aan ICS af te geven;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van ICS begroot op € 95,77 aan dagvaardingskosten, € 462,00 aan griffierecht, € 200,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 100,00 aan kosten die na dit vonnis zullen ontstaan;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B.J. Engberts en in het openbaar uitgesproken op</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>