<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2014:4337</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T10:23:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/80001-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:4337">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:4337</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-14T13:34:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2014:4337 Rechtbank Gelderland , 15-07-2014 / 05/80001-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2014:4337:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een ruzie tussen partners over het gebruik van de afstandsbediening mondde uit in een vechtpartij, waarbij verdachte geweld heeft gebruikt jegens het slachtoffer en het slachtoffer bovendien heeft bedreigd met de dood. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2014:4337:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK GELDERLAND</title>
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
      <para>Team strafrecht</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/80001-14</para>
      <para>Uitspraak d.d.: 15 juli 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>VONNIS</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
      <para>wonende te [woonplaats] aan de [adres].</para>
      <para>Raadsman: mr. J. Zeegers, advocaat te Doetinchem.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 juli 2014.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 01 januari 2014 in de gemeente Doetinchem ter uitvoering</para>
      <para>van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer],</para>
      <para>zijn vrouw, van het leven te beroven, met dat opzet (met kracht)</para>
    </parablock>
    <para>- met beide handen bij de hals/keel heeft vastgepakt en/of vastgegrepen en/of</para>
    <para>- vervolgens de hals/keel heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt heeft gehouden</para>
    <para>  en/of</para>
    <para>- vervolgens (terwijl hij met een hand haar keel/hals dichtgedrukt hield) een</para>
    <parablock>
      <para>kussen op het gezicht, althans het hoofd heeft geduwd en/of gedrukt,</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
      <para>art 287 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 01 januari 2014 in de gemeente Doetinchem ter uitvoering</para>
      <para>van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer]</para>
      <para>, zijn vrouw, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met</para>
      <para>dat opzet (met kracht)</para>
    </parablock>
    <para>- met beide handen bij de hals/keel heeft vastgepakt en/of vastgegrepen en/of</para>
    <para>- vervolgens de hals/keel heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt heeft gehouden</para>
    <para>  en/of</para>
    <para>- vervolgens (terwijl hij met een hand haar keel/hals dichtgedrukt hield) een</para>
    <parablock>
      <para>  kussen op het gezicht, althans het hoofd heeft geduwd en/of gedrukt,</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
      <para>art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 01 januari 2014 in de gemeente Doetinchem opzettelijk</para>
      <para>mishandelend zijn levensgezel/zijn vrouw, althans een persoon, te weten [slachtoffer]</para>
      <para>, (met kracht)</para>
    </parablock>
    <para>- met beide handen bij de hals/keel heeft vastgepakt en/of vastgegrepen en/of</para>
    <para>- vervolgens de hals/keel heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt heeft gehouden</para>
    <para>  en/of</para>
    <para>- vervolgens (terwijl hij met een hand haar keel/hals dichtgedrukt hield) een</para>
    <para>  kussen op het gezicht, althans het hoofd heeft geduwd en/of gedrukt en/of</para>
    <para>- meermalen, althans eenmaal, op/tegen het gezicht, althans het hoofd heeft</para>
    <para>  geslagen en/of gestompt en/of</para>
    <para>- bij de haren heeft vast gepakt en/of vastgegrepen en/of vervolgens aan de</para>
    <para>  haren heeft getrokken en/of</para>
    <para>- in de schouder heeft gebeten,</para>
    <parablock>
      <para>waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;</para>
      <para>art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 01 januari 2014 in de gemeente Doetinchem [slachtoffer]</para>
      <para>, zijn vrouw, meermalen, althans eenmaal, heeft bedreigd met enig</para>
      <para>misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft</para>
      <para>verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend, terwijl hij haar bij haar keel vast had, de woorden toegevoegd : “Ik ga je vermoorden” en/of “Ik vermoord je” en/of “Ik kan je wel vermoorden”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;</para>
      <para>art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_7eff847b-3ff7-4d69-a88c-954090ca254a" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De echtgenote van verdachte heeft aangifte gedaan van poging doodslag door verdachte tijdens een echtelijke ruzie op 1 januari 2014.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het primair en subsidiair ten laste gelegde, nu uit de stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen niet bewezen kan worden dat verdachte de opzet had, ook niet in voorwaardelijke zin, om zijn echtgenote te doden, dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van feit 1 meer subsidiair en feit 2. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Standpunt van de verdachte / de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van verdachte heeft zich, met de officier van justitie, op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 1 primair en subsidiair. Ten aanzien van het onder feit 1 meer subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman gepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen onder het tweede, derde en het zesde gedachtestreepje is tenlastegelegd. Voor wat betreft de bewezenverklaring van hetgeen onder het eerste, vierde en vijfde gedachtestreepje is tenlastegelegd refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 2 heeft verdachte ontkend tegen zijn vrouw te hebben gezegd: “Ik ga je vermoorden en/of ik vermoord je. Verdachte verklaart tegen zijn vrouw te hebben gezegd dat hij haar wel had kunnen vermoorden. De raadsman is van mening dat aangeefster op grond van die uitlatingen nooit de redelijke vrees kan hebben gehad dat verdachte haar daadwerkelijk van het leven zou beroven en dat er dus geen sprake was van een bedreiging als bedoeld in art. 285 Wetboek van Strafrecht. </para>
      <para>De raadsman heeft de rechtbank verzocht verdachte vrij te spreken van het onder feit 2 tenlastegelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 primair en subsidiair is ten laste gelegd. Zij spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Beoordeling van de ten laste gelegde feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gaat bij de beoordeling van het ten laste gelegde uit van de volgende feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [slachtoffer], echtgenote van verdachte, heeft in haar aangifte<footnote-ref linkend="_47b691a9-6fe0-433c-b76a-a30e18879c3a" /> verklaard dat zij in de nacht van 31 december 2013 op 1 januari 2014, terwijl zij in hun woning in Doetinchem in bed lag, ruzie kreeg met haar man. Haar man heeft haar geslagen, op het bed geduwd en haar met zijn handen bij de keel gepakt. Vervolgens heeft hij gezegd dat hij haar ging vermoorden. Zij voelde pijn en zij kreeg het benauwd doordat zij minder lucht kreeg. Zij was bang. Aangeefster wist te ontvluchten en rende schreeuwend naar buiten. Verdachte kwam ook naar buiten en sleurde aangeefster aan haar haren weer naar binnen. Bij de voordeur greep hij haar weer bij de keel. Op dat moment kwam er een aantal buurvrouwen aanlopen, waarop verdachte haar losliet en naar boven rende. </para>
      <para>Verdachte<footnote-ref linkend="_15698302-6165-4d6a-9b46-f8839c07c57e" /> heeft bij de politie en ter terechtzitting<footnote-ref linkend="_9f06896a-be1b-48a9-b6c0-6751de837563" /> verklaard dat zijn vrouw en hij ruzie kregen en dat hij haar een klap heeft gegeven en bij de strot heeft gepakt en op het bed heeft geduwd. Toen zijn vrouw naar buiten rende heeft hij haar bij haar haren gepakt en naar binnen getrokken. Hij heeft gezegd dat hij haar wel kon vermoorden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De letselrapportage van de GGD, opgemaakt op 2 januari 2014 door [arts], forensisch arts KNMG<footnote-ref linkend="_a210131c-6449-4398-b016-377d3eaf95c3" />, beschrijft dat na onderzoek bij het slachtoffer letsel is waargenomen en dat het slachtoffer pijnklachten had aan de rechterkant van haar hoofd, in haar hals en op haar strottenhoofd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1 meer subsidiair</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is op basis van het vorenstaande van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte het onder gedachtestreepje 2, 3 en 6 van het onder feit 1 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat verdachte de keel van het slachtoffer zou hebben dichtgedrukt (gehouden) en een kussen op haar gezicht zou hebben gedrukt en haar in haar schouder zou hebben gebeten. Zij spreekt verdachte vrij van deze onderdelen. Voor het overige komt de rechtbank op basis van het vorenstaande tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 meer subsidiair tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman van verdachte ten aanzien van feit 2.</para>
      <para>Zij is van oordeel dat op basis van het vorenstaande bewezen kan worden dat verdachte, nadat hij het slachtoffer op het bed heeft geduwd en haar keel heeft dichtgeknepen, tezelfdertijd tegen haar heeft gezegd: ‘ik kan je wel vermoorden’. De rechtbank is, anders dan de raadsman, van oordeel dat de situatie dusdanig bedreigend was voor het slachtoffer, in aanmerking nemende het fysieke overwicht van verdachte op het slachtoffer en de positie waarin het slachtoffer zich bevond in combinatie met de bedreiging die verdachte tegen haar uitte, dat bij het slachtoffer de gerede vrees heeft kunnen ontstaan dat verdachte haar daadwerkelijk van het leven zou beroven. Verdachte heeft verder verklaard dat hij [slachtoffer] nooit bang heeft willen maken en dat de woorden zo niet moeten worden geïnterpreteerd. Echter, naar het oordeel van de rechtbank kunnen de gebruikte woorden in relatie tot de geschetste omstandigheden bezwaarlijk anders worden uitgelegd dan dat verdachte op dat moment [slachtoffer] vrees heeft willen aanjagen. Daarmee staat vast dat verdachte [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht. De rechtbank komt derhalve tot een bewezenverklaring van het onder feit 2 tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 1 januari 2014 in de gemeente Doetinchem opzettelijk mishandelend zijn vrouw, te weten [slachtoffer], met kracht</para>
    </parablock>
    <para>- met beide handen bij de hals/keel heeft vastgepakt en</para>
    <para>- eenmaal tegen het hoofd heeft geslagen en</para>
    <para>- bij de haren heeft vast gepakt en vervolgens aan de haren heeft getrokken</para>
    <para>waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 1 januari 2014 in de gemeente Doetinchem [slachtoffer], zijn vrouw, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend, terwijl hij haar bij haar keel vast had, de woorden toegevoegd: "Ik kan je wel vermoorden".</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 1 meer subsidiair:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mishandeling, begaan tegen zijn echtgenoot</emphasis>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>Feit 2:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oplegging van straf en/of maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren met daaraan gekoppeld reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt het volgen van een Borg training.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte doordrongen is van het feit dat wat hij gedaan heeft verkeerd is geweest. Partijen zijn inmiddels alweer een half jaar bij elkaar  en in die periode is geen sprake geweest van een herhaling van het huiselijk geweld. Verdachte heeft aangegeven niet positief tegenover het volgen van de Borg-training te staan omdat de tijden waarop deze training wordt gegeven niet corresponderen met de werkzaamheden van verdachte. De raadsman heeft bepleit dat indien de rechtbank aan verdachte een straf oplegt, een (deels voorwaardelijke) werkstraf goed zou zijn voor verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan huiselijk geweld jegens zijn partner. Een ruzie tussen partners over het gebruik van de afstandsbediening mondde uit in een vechtpartij, waarbij verdachte geweld heeft gebruikt jegens het slachtoffer en het slachtoffer bovendien heeft bedreigd met de dood. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank er bij de beoordeling van de strafmaat rekening mee dat verdachte zich heeft gehouden aan de bij de schorsing van de voorlopige hechtenis opgelegde voorwaarden.</para>
      <para>Reclassering Nederland adviseert in haar advies van 28 mei 2014, dat verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt opgelegd met daaraan gekoppeld een meldplicht en deelname aan de Borg-training. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft ter zitting duidelijk aangegeven dat hij niet wil deelnemen aan de Borg-training. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat een dergelijke training minder effectief is wanneer er grote weerstand bestaat bij de deelnemer en zij zal deze training derhalve niet opleggen. Ook in het opleggen van reclasseringstoezicht ziet de rechtbank geen meerwaarde. </para>
      <para>Als straf voor de feiten die verdachte heeft gepleegd legt de rechtbank aan verdachte een werkstraf op van 100 uur subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. </para>
      <para>Om ervoor te zorgen dat verdachte voortaan in een soortgelijke situatie voor een andere, niet gewelddadige, oplossing kiest en ter generaal preventieve werking zal de rechtbank verdachte een deel van deze werkstraf, te weten 40 uur, voorwaardelijk opleggen, met daaraan gekoppeld een proeftijd van twee jaren.  <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 57, 285, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht. <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair en subsidiair heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <para> verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 meer subsidiair en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan;</para>
    <para />
    <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <para> verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>	feit 1 meer subsidiair:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mishandeling, begaan tegen zijn echtgenoot</emphasis>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>feit 2:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">	bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt de verdachte tot de navolgende <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, te weten:</para>
    <para>een werkstraf gedurende <emphasis role="bold">100 (honderd) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">50 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> bepaalt, dat een gedeelte van deze werkstraf te weten <emphasis role="bold">40 (veertig) uur </emphasis>subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis <emphasis role="bold">niet zal worden ten uitvoer gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;   </para>
    <para />
    <para> beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf in mindering wordt gebracht op het onvoorwaardelijke deel van de werkstraf volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;</para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">heft op</emphasis> het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mrs. Janssen, voorzitter, Van der Mei en Maanicus, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Erp-Noordenbos, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 juli 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7eff847b-3ff7-4d69-a88c-954090ca254a" label="1">
    <para> Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0630-2014000293, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district IJsselstreek, Team Recherche IJsselstreek, getekend en gesloten te Zutphen op 3 februari 2014.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_47b691a9-6fe0-433c-b76a-a30e18879c3a" label="2">
    <para>Proces-verbaal aangifte [slachtoffer], pag. 21 en 22</para>
  </footnote>
  <footnote id="_15698302-6165-4d6a-9b46-f8839c07c57e" label="3">
    <para>Proces-verbaal verklaring verdachte, pag. 59 t/m 61</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9f06896a-be1b-48a9-b6c0-6751de837563" label="4">
    <para> De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 1 juli 2014</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a210131c-6449-4398-b016-377d3eaf95c3" label="5">
    <para> Letselrapportage GGD, pag. 25 en 26</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>