<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2014:3843</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T01:00:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-05-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">06/850882-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:3843">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:3843</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-06-23T09:12:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2014:3843 Rechtbank Gelderland , 09-05-2014 / 06/850882-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2014:3843:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank heeft op 9 mei 2014 een fysiotherapeut, die verdacht werd van het plegen van ontuchtige handelingen met cliënten, vrijgesproken. Buiten de aangiften van de slachtoffers was geen enkel bewijs in het dossier aanwezig. De rechtbank heeft de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2014:3843:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK GELDERLAND</title>
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 06/850882-12</para>
      <para>Uitspraak d.d.: 9 mei 2013</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>VONNIS</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte]
    </title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman mr. Özsüren, advocaat te Nijkerk</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van </para>
      <para>13 augustus 2013 en 25 april 2014.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">gewijzigde </emphasis>
        <emphasis role="underline">tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(de wijzigingen zijn <emphasis role="italic">cursief </emphasis>weergegeven)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij (op één of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 januari</para>
      <para>2008 tot en met 10 augustus 2010 te Lochem,</para>
      <para>ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 1],</para>
      <para>waarbij verdachte één of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 1]</para>
      <para>heeft gebracht en/of de borsten van die [slachtoffer 1] heeft betast,</para>
      <para>terwijl verdachte toen (als fysiotherapeut) werkzaam was in de gezondheidszorg</para>
      <para>en die [slachtoffer 1] als zijn cliënte of patiënte aan zijn hulp en/of zorgen was</para>
      <para>toevertrouwd;</para>
      <para>art 249 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van <emphasis role="italic">05 oktober 2011 tot en met 16 november</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2011</emphasis> te Lochem,</para>
      <para>met [slachtoffer 1], geboortedatum [geboortedatum 2], die toen de leeftijd van</para>
      <para>zestien jaren nog niet had bereikt,</para>
      <para>buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande</para>
      <para>uit het betasten van haar borsten;</para>
      <para>art 247 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van <emphasis role="italic">05 oktober 2011 tot en met 16 november</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2011</emphasis> te Lochem,</para>
      <para>ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 1],</para>
      <para>waarbij verdachte de borsten van die [slachtoffer 2] heeft betast,</para>
      <para>terwijl verdachte toen (als fysiotherapeut) werkzaam was in de gezondheidszorg</para>
      <para>en die [slachtoffer 2] als zijn cliënte of patiënte aan zijn hulp en/of zorgen was</para>
      <para>toevertrouwd;</para>
      <para>art 249 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ontvankelijkheid openbaar ministerie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie ten aanzien van de feiten 2 en 3 niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat ten eerste beide feiten betrekking hebben op hetzelfde feitencomplex en er sprake is van een eendaadse samenloop in de zin van artikel 55 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
      <para>Ten tweede heeft de raadsman aangevoerd dat ten aanzien van de feiten 2 en 3 in strijd is gehandeld met de “Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik”. Zo heeft voorafgaand aan de aangifte door de moeder van het slachtoffer en voorafgaand aan de aangifte door het slachtoffer [slachtoffer 1] zelf, geen informatief gesprek plaatsgevonden en is het eerste gesprek met de moeder niet auditief geregistreerd.</para>
      <para>Ten derde heeft de raadsman aangevoerd dat door het zoekraken van de auditieve opname van het verhoor van [slachtoffer 1], de betrouwbaarheid van haar verklaring - als enige bron in deze zaak - niet getoetst kan worden.</para>
      <para>Tenslotte heeft de raadsman gesteld dat pas besloten is aangifte te doen nadat de opsporingsambtenaren [slachtoffer 2] vooraf geïnformeerd hadden over de andere zaak ([slachtoffer 1]).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu tijdens het voorbereidend onderzoek in deze zaak een aantal onherstelbare fouten is gemaakt, is het niet meer mogelijk om tot een betrouwbare feitelijke grondslag te komen voor een einduitspraak en dient inzake de feiten 2 en 3 het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard, aldus de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat deze onherstelbare vormverzuimen niet dienen te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, nu zowel de moeder van aangeefster als aangeefster zelf opnieuw is gehoord door de rechter-commissaris.</para>
      <para>De officier van justitie is van mening dat een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie een stap te ver gaat..</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat weliswaar de Aanwijzing op een aantal punten door het openbaar ministerie met de voeten is getreden, maar dat nu geen sprake is geweest is van een grove of schending van de belangen van verdachte geen aanleiding bestaat om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren. Ook het feit dat sprake van eendaadse samenloop zou zijn tussen de feiten 2 en 3 vormt geen reden om te concluderen tot niet-ontvankelijkheid. Dit verweer wordt dan ook verworpen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Bewijs</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Standpunt van het Openbaar Ministerie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder feit 1 tenlastegelegde en bewezenverklaring van de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten. </para>
      <para>Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen uitvoerig toegelicht en opgesomd, waarbij de officier van justitie met betrekking tot het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft betoogd dat sprake is van eendaadse samenloop.</para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 2 en 3 bewezenverklaarde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde het opleggen van een beroepsverbod voor de duur van drie jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Standpunt van de verdachte / de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot het bewijs is door de raadsman een integrale vrijspraak bepleit van het  tenlastegelegde, nu niet is voldaan aan het wettelijk bewijsminimum. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de hem tenlastegelegde feiten heeft begaan, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.</para>
      <para>Ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten is buiten de aangifte onvoldoende steunbewijs in het dossier aanwezig. De rechtbank zal verdachte dan ook integraal vrijspreken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1], heeft zich middels haar moeder [moeder], in het strafproces gevoegd met een vordering tot immateriële schadevergoeding voor het bedrag van € 650,00, met het verzoek tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toewijzing van de wettelijke rente. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toewijzing van de wettelijke rente.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering, gelet op de door hem bepleite vrijspraak, dient te worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat - nu verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde zal worden vrijgesproken, zodat voor dit feit geen straf of maatregel wordt opgelegd - de benadeelde partij, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, in haar vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1, 2 en 3 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <para> verklaart ten aanzien van de feiten 2 en 3 de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering;</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. Van Valderen, 			voorzitter, </para>
      <para>mr. Gilhuis en mr. Kropman, 		rechters, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van De Badts, 	griffier, </para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 mei 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Van Valderen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>