<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2014:2900</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-24T17:15:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-05-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">06/850511-12 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:2900">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:2900</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-05-01T12:11:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2014:2900 Rechtbank Gelderland , 02-05-2014 / 06/850511-12 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2014:2900:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Gelderland stelt het geschat wederrechtelijk verkregen voordeel vast op 20.000 euro en legt voor dit bedrag de betalingsverplichting op.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2014:2900:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK GELDERLAND</title>
    <para>Team strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]06/850511-12 (ontneming)</para>
      <para>Uitspraak d.d.: 2 mei 2014</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>VONNIS</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboortedatum],</para>
      <para>wonende te [adres].</para>
      <para>Raadsvrouw: mr. J.H. Schaap, advocaat te Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 15 februari 2014 is de zaak door de politierechter verwezen naar de meervoudige kamer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van </para>
      <para>18 april 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank van heden is veroordeelde tot straf veroordeeld ter zake van het in zijn strafzaak bewezen verklaarde feiten, gekwalificeerd als:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 1:	Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 2:	Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de processtukken gezien, waaronder het rapport betreffende de berekening wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De schriftelijke vordering van het openbaar ministerie houdt in dat aan veroordeelde als wederrechtelijk verkregen voordeel zal worden ontnomen een bedrag van € 128.602,-. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat aannemelijk is geworden dat veroordeelde niet drie, maar twee keer heeft geoogst. Voor het berekenen van het genoten voordeel door veroordeelde is de officier van justitie uitgegaan van de eerste oogst die te gelde is gemaakt. De kosten van elektriciteit kunnen naar de mening van de officier van justitie niet in mindering worden gebracht, omdat veroordeelde weliswaar een afbetalingsregeling heeft getroffen, maar zich hiervan geen stukken in het dossier bevinden. Het te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel komt daarmee op een bedrag van </para>
      <para>€ 32.150,60.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft betoogd dat slechts sprake kan zijn van twee eerdere oogsten. Voor de aanname dat er sprake zou zijn van drie eerdere oogsten, is geen enkele objectieve reden, nu deze oogsten alleen qua tijd al niet in de tenlastegelegde periode zouden kunnen passen. Overigens zijn de eerste en een deel van de tweede oogst mislukt, en dient bovendien te worden gegaan van 250 planten. Ook de kosten die veroordeelde aan [aangever] terug heeft betaald, moeten van het bedrag worden afgetrokken. Tot slot heeft de raadsvrouw bepleit de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel te matigen in verband met het inkomen van veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vaststelling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft de veroordeelde tot het hierna vermelde bedrag wederrechtelijk verkregen voordeel verkregen door middel van of uit baten van de in zijn strafzaak bewezenverklaarde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank grondt haar overtuiging dat de veroordeelde vorenbedoeld voordeel heeft verkregen op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en ontleent aan de inhoud daarvan tevens de schatting van bedoeld voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank neemt bij de vaststelling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel ten dele als uitgangspunt het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel<footnote-ref linkend="_8904224d-c02f-4d15-8428-daaff728994c" /> van 17 maart 2011 en het vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 2 mei 2014 met de daarin opgenomen bewijsoverwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de hoofdzaak heeft de rechtbank bewezen geacht, zoals ook door de veroordeelde is erkend, dat hij in de periode van 12 augustus 2011 tot en met 12 maart 2012 in zijn woning aan de[adres] een hennepkwekerij ter grootte van 330 planten heeft gehad. Hij heeft de elektriciteit in die periode buiten de meter om afgenomen om de hennepkwekerij van elektriciteit te kunnen voorzien. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is er daarbij van uit gegaan dat veroordeelde twee keer heeft geoogst en dat de laatste oogst door de politie in beslag is genomen. Dat de eerste oogst is mislukt, acht de rechtbank geenszins aannemelijk geworden. De rechtbank gaat dan ook uit van een geslaagde oogst van 330 planten. Geenszins aannemelijk is geworden, gelet op onder andere de grootschalige vervuiling in de woning, dat de eerste oogst slechts op 250 planten betrekking had.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank neemt in aanmerking de standaardberekeningen en normen van het rapport van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie van november 2010. Aan dat rapport wordt ontleend de gemiddelde verkoopprijs per gram hennep van <emphasis role="bold">€ 3,28</emphasis>. De opbrengst per plant wordt – in afwijking van het bovengenoemde proces-verbaal 36e van de politie – gesteld op <emphasis role="bold">28,2 gram</emphasis>. </para>
      <para>Dat leidt tot de volgende <emphasis role="bold">bruto opbrengst</emphasis>: 330 planten x 28,2 gram x € 3,28 = <emphasis role="bold">€ 30.523,68.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in aanmerking te nemen kosten kunnen als volgt worden gespecificeerd:</para>
      <para>De afschrijvingskosten bedragen <emphasis role="bold">€ 250,00</emphasis> (BOOM).</para>
      <para>De inkoopprijs en de overige variabele kosten per plant bedragen € 6,18 dus in totaal 330 x </para>
      <para>€ 6,18 = <emphasis role="bold">€ 2.039,40 </emphasis>(BOOM).</para>
      <para>Voor huisvesting (huur e.d.) komen geen kosten voor aftrek in aanmerking, nu de woning ook al voor legale doeleinden werd gebruikt, te weten bewoning.</para>
      <para>De kosten voor elektriciteit die veroordeelde verschuldigd is aan [aangever] zijn (nog) niet voldaan en komen dus in beginsel niet voor aftrek in aanmerking. Maar genoegzaam is komen vast te staan dat veroordeelde met behulp van zijn familie <emphasis role="italic">een soort van afbetalingsregeling</emphasis> heeft getroffen, zodat de rechtbank ze toch in aanmerking zal nemen. De kosten bedragen € 16.182,93, doch die hadden betrekking op twee oogsten. Dit leidt er toe dat voor één oogst (slechts) € 8.091,47 voor aftrek in aanmerking kan komen.</para>
      <para>Aldus bedraagt het <emphasis role="bold">totaal aan kosten € 10.380,87</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarmee komt het <emphasis role="bold">totaal geschatte voordeel</emphasis> op € 30.523,68 minus € 10.380,87, derhalve op </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">€ 20.142,81. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden bepaald op € 20.142,81. De rechtbank zal dit bedrag afronden op </para>
      <para>€ 20.000,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft ten slotte een draagkrachtverweer gevoerd. Een draagkrachtverweer kan alleen dan met vrucht aan de orde worden gesteld, indien aanstonds duidelijk is dat een veroordeelde wiens te betalen bedrag moet worden vastgesteld, nu en in de toekomst geen draagkracht heeft of zal hebben. In het onderhavige geval is niet aanstonds duidelijk dat de draagkracht ontbreekt en/of zal ontbreken. Dat veroordeelde het wederrechtelijk verkregen voordeel kennelijk heeft verbruikt, maakt dat niet anders. Temeer niet, nu niet valt in te zien waarom veroordeelde gelet op zijn leeftijd in de toekomst geen verdere inkomsten uit zijn werk zou kunnen genereren. Er zijn immers geen lichamelijke of geestelijke beperkingen aangevoerd die werkzaamheden in de weg zouden staan. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de raadsvrouw. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> stelt het geschat wederrechtelijk verkregen voordeel vast op <emphasis role="bold">€ 20.000,00</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> legt aan de veroordeelde, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van in totaal </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">€ 20.000,00</emphasis> (twintigduizend euro).</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mrs. Ouweneel, voorzitter, Kropman en Beljaars, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Hoesstee, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 mei 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_8904224d-c02f-4d15-8428-daaff728994c" label="1">
    <para> Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, van het Wetboek van Strafrecht, opgemaakt, gesloten en ondertekend op 8 mei 2012 door[verbalisant], hoofdagent.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>