<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2014:1634</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T02:41:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-02-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">250644</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:1634">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:1634</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-12T12:42:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2014:1634 Rechtbank Gelderland , 19-02-2014 / 250644</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2014:1634:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>[eiser] vordert op de voet van artikel 223 Rv Greenval te veroordelen tot betaling van een voorschot op de door hem geleden schade. De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde voorziening niet aan de daarvoor geldende maatstaf voldoet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2014:1634:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4515e829-eed1-4a0c-94ae-fe439f2f575b" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d42ef3fa-060e-4b0e-a0c5-74077d9de961" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/05/250644 / HA ZA 13-627</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 19 februari 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>eiser in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. J. van Andel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">GREENVAL INSURANCE COMPANY LIMITED</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Dublin (Ierland),</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. B.L.G. Moolhuijsen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en Greenval genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 27 november 2013, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aanvullende producties van [eiser],</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte houdende wijziging van eis c.q. verzoek om voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv van [eiser],</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte wijziging van eis en conclusie van antwoord in het incident van Greenval,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verkorte proces-verbaal van de comparitie van partijen van 23 januari 2014 waarin is vastgelegd dat op verzoek van partijen de hoofdzaak heden zal worden doorgehaald.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.	De feiten (voor zover van belang voor de beoordeling van de incidentele vordering)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] is op 10 november 2009 betrokken geweest bij een verkeersongeval op het kruispunt Randweg – Prinses Beatrixweg te Geldermalsen. [eiser], rijdend in zijn auto, werd aangereden door een leaseauto die in eigendom toebehoort aan Arval B.V. Greenval was ten tijde het ongeval de verzekeraar van Arval B.V. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] was voor het ongeval werkzaam als magazijnmedewerker bij Albert Heijn B.V. Hij verrichte daar in verband met reeds aanwezige lichamelijke klachten aangepast werk. Thans is [eiser] volledig arbeidsongeschikt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Greenval heeft op 15 februari 2010 aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. In totaal heeft Greenval aan [eiser] € 16.500,00 bevoorschot. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert op de voet van artikel 223 Rv Greenval te veroordelen tot betaling van een voorschot op de door hem geleden schade van € 50.000,00, althans een bedrag van € 25.000,00, althans een zodanig (hoger of lager) bedrag als de rechtbank zal bepalen, met veroordeling van Greenval in de kosten van het incident. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan zijn incidentele vordering ten grondslag dat hij in afwachting van de bodemprocedure (waarin hij een schadevergoeding vordert van € 292.245,00) behoefte heeft aan een nader voorshot, nu de bodemprocedure waarschijnlijk lang gaat duren en hij door het ongeval te maken heeft met een grote inkomensterugval. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Greenval heeft verweer gevoerd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft voldoende processueel belang bij de incidentele vordering. De gevraagde voorlopige voorziening hangt immers samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die in beginsel voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Derhalve moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel rechtvaardigt. Bij een voorziening in de vorm van betaling van een geldsom is dat in verband met het restitutierisico meestal alleen het geval indien de vordering tot het beloop van het gevorderde voorschot reeds voldoende vaststaat dan wel op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde voorziening niet aan de hiervoor genoemde maatstaf voldoet. Uit het gevoerde partijdebat volgt dat het causale verband tussen het ongeval en de gevorderde schade op diverse punten gemotiveerd wordt betwist. Zo heeft Greenval gewezen op pre-existente klachten van [eiser] en is volgens Greenval sprake van predispositie. Daarnaast zijn [eiser] na het ongeval nog een tweetal incidenten overkomen die mogelijk het causaal verband hebben doorbroken, aldus Greenval. Greenval heeft daarnaast gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de gevorderde schadeposten en heeft ten slotte gewezen op de voorschotten die reeds zijn voldaan. Met het oog op het voorgaande zijn partijen ter comparitie overeengekomen dat zij gezamenlijk een deskundige zullen aanzoeken voor het vaststellen van de gevolgen van het ongeval. Gelet op het voorgaande is het thans onvoldoende aannemelijk dat het provisioneel gevorderde bedrag in de hoofdzaak zondermeer toewijsbaar zal zijn. Daarop stuit de incidentele vordering af. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het incident, aan de zijde van Greenval tot op heden begroot op € 894,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>de zaak wordt heden doorgehaald.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2014.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Cc: AB</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>