<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2013:6514</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-07-24T12:04:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-10-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/1968</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2013:6514">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2013:6514</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-07-24T12:02:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2013:6514 Rechtbank Gelderland , 03-10-2013 / 13/1968</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2013:6514:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzetsprocedure</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2013:6514:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 13/1968</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [opposant], opposant</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. W.J.W. van Ewijk),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasdriel, </emphasis>geopposeerde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 27 augustus 2013 heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, aanhef en sub b, van de Awb het beroep van opposant niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak heeft opposant verzet gedaan als bedoeld in artikel 8:55, eerste lid, van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door opposant is niet verzocht om te worden gehoord, en de rechtbank ziet ook geen aanleiding om opposant daartoe in de gelegenheid te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze verzetprocedure dient enkel de vraag te worden beantwoord of de rechtbank het onderzoek heeft kunnen sluiten op grond van de overweging dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was, dat wil zeggen zonder dat daarover in redelijkheid twijfel mogelijk was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het gestelde in het verzetschrift van 24 september 2013 heeft de rechtbank geen aanleiding gevonden anders te oordelen dan is gedaan in de uitspraak van 27 augustus 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om te beginnen merkt de rechtbank op dat de tekst van artikel 3.9, eerste lid, van de Wabo klip en klaar is: na de datum van ontvangst van de aanvraag omgevingsvergunning begint de termijn van acht weken, en dus niet op de datum van ontvangst.</para>
      <para>Voorts wijst de rechtbank op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) van 6 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ0747, waarin het volgende is overwogen:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“8.1.    Ter zitting heeft [wederpartij] bevestigd dat op 14 januari 2011 voor het hekwerk een elektronische aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend. Het dagelijks bestuur heeft op 11 maart 2011 en derhalve binnen de in artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gestelde termijn van acht weken na ontvangst van de aanvraag een besluit op de aanvraag genomen, zodat geen grond bestaat voor het oordeel dat voor het hekwerk van rechtswege een omgevingsvergunning is verleend.”</emphasis>
      </para>
      <para>In deze zaak was de aanvraag ingediend op vrijdag 14 januari 2011. Vrijdag 11 maart 2011 is de laatste dag van de termijn van acht weken die aanvangt op zaterdag 15 januari 2011.</para>
      <para>Volgens de Afdeling begint de termijn van acht weken dus de dag na de datum van ontvangst van de aanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op een en ander was het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
      <para>De door opposant genoemde uitspraken van de rechtbank Den Bosch van 3 juli 2012 en de rechtbank Midden-Nederland van 30 augustus 2013 doen daaraan niet af.</para>
      <para>Het verzet is derhalve ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het verzet ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, rechter, in aanwezigheid van R. van Diest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier								rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De rechtbank wijst erop dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep kan worden ingesteld.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>