<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2013:4961</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T08:06:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-11-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">06/880085-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2013:4961">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2013:4961</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-12-02T08:52:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2013:4961 Rechtbank Gelderland , 29-11-2013 / 06/880085-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2013:4961:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling tot een werkstraf van zestig uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren wegens overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2013:4961:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Promis II</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	 : 06/880085-12</para>
      <para>Datum zitting	 : 15 november 2013</para>
      <para>Datum uitspraak	 : 29 november 2013</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">TEGENSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>naam		: <emphasis role="bold">[verdachte],</emphasis></para>
      <para>geboren op	:[geboortedatum],</para>
      <para>adres		: [adres],</para>
      <para>plaats		: [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 19 oktober 2012, te Putten, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en), de Waterweg en/of de Arkemheenseweg, roekeloos, althans zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, </para>
      <para>terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd,</para>
      <para>(daarbij) naar links heeft gestuurd om de bocht af te snijden,</para>
      <para>en/of naar links is afgeslagen, in de richting van die Arkemheenseweg, waarbij hij, verdachte de binnenbocht heeft genomen </para>
      <para>en/of niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, als gesteld in artikel 3 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 </para>
      <para>en/of op het voor hem, verdachte voor het tegemoetkomede weggedeelte van die Arkemheenseweg is gebotst tegen en/of in aanrijding is gekomen met die fietser, welke fietser doende was voormelde kruising/splitsing op te rijden </para>
      <para>en/of hem, verdachte toen dicht genaderd was, ten gevolge waarvan die fietser ten val is gekomen en dus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 19 oktober 2012, te Putten, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en), de Waterweg en/of de Arkemheenseweg,</para>
      <para>terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, </para>
      <para>(daarbij) naar links heeft gestuurd om de bocht af te snijden en/of naar links is afgeslagen, in de richting van die Arkemheenseweg, waarbij hij, verdachte de binnenbocht heeft genomen en/of niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, als gesteld in artikel 3 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en/of op het voor hem, verdachte voor het tegemoetkomende weggedeelte van die Arkemheenseweg is gebotst tegen en/of in aanrijding is gekomen met die fietser, welke fietser doende was voormelde kruising/splitsing op te rijden en/of hem, verdachte toen dicht genaderd was, ten gevolge waarvan die fietser ten val is gekomen, en/of</para>
      <para>door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd althans kon worden gehinderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is op 15 november 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. A.C.J. Nettenbreijers, heeft gerekwireerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft het woord ter verdediging gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.	De beslissing inzake het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_3f4b9301-f4c7-4d93-902c-762b3913b236" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 oktober 2013 reed verdachte in een bedrijfsauto op de openbare weg de Waterweg in de gemeente Putten. Aldaar was het zicht van verdachte niet belemmerd, beperkt danwel gehinderd. Verdachte nam de bocht naar links in de richting van de Arkemheenseweg. Terwijl verdachte deze bocht nam is hij in aanrijding gekomen met een tegemoetkomende fietser.<footnote-ref linkend="_a621b60b-9944-4ef7-9e2d-49d584a1b12e" /> De fietser, [slachtoffer], heeft ten gevolge van de aanrijding meerdere gebroken ribben en een longkneuzing opgelopen.<footnote-ref linkend="_04f1adc8-deea-439c-b283-e912928e3f57" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat verdachte onvoldoende rechts heeft gehouden en een aanrijding met de fietser heeft veroorzaakt. Ten gevolge van de aanrijding heeft de fietser zwaar lichamelijk letsel opgelopen. De officier van justitie is van mening dat verdachte aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam heeft gereden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft aangevoerd dat hij op een tegemoetkomende auto aan het letten was en dat hij de fietser over het hoofd had gezien. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994, is vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos dan wel zeer of aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de politie heeft verdachte onder andere het volgende verklaard: ‘<emphasis role="italic">Al rijdend sloeg ik linksaf de Arkemheenseweg op. Ineens hoorde ik een harde knal. (…) De man op de fiets heb ik niet gezien. Die man op de fiets reed op de Arkemheenseweg in de richting van de genoemde t-kruising. Ik heb de bocht naar de Arkemheenseweg gewoon afgesneden.’</emphasis><footnote-ref linkend="_82ba7c48-c892-49ca-8dd4-97ae7d6def40" />Ter zitting heeft verdachte zijn verklaring in die zin aangevuld dat hij zijn aandacht bij een tegemoetkomende auto had. Tevens heeft verdachte verklaard dat hij wist dat het een onoverzichtelijke kruising was omdat hij er vaker heeft gereden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het slachtoffer heeft hierover bij de politie verklaard: <emphasis role="italic">‘Ik zag dat over de Waterweg uit de richting van Ermelo een bestelbusje naderde, die linksaf sloeg de Arkemheenseweg in. De bestuurder van die bestelauto zag mij kennelijk over het hoofd. Hij nam helemaal de binnenbocht. Ik kon echter niet meer naar rechts. De auto raakte mij/mijn fiets. (…) Ik kon een aanrijding niet meer voorkomen, omdat ik al helemaal aan de rechterzijde fietste.’</emphasis><footnote-ref linkend="_db18fc79-cdba-4c92-b1f1-2ccf57924f92" /> De getuige [getuige] heeft hierover verklaard: <emphasis role="italic">‘Ik zag dat [slachtoffer] rechtsaf de Waterweg in wilde fietsen en dat hij voldoende rechts van de weg reed. Ik zag ook dat uit tegenovergestelde richting vanaf de Waterweg een bestelauto naderde, die linksaf sloeg, de Arkemheenseweg in. Ik zag dat de auto helemaal de binnenbocht nam. (…) De auto raakte de fietser, die daardoor kwam te vallen. (…) De fietser reed al helemaal aan de rechterzijde van de weg.’</emphasis><footnote-ref linkend="_cebdf565-3182-4475-8136-a5d60cfd34ab" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte de binnenbocht heeft genomen, onvoldoende rechts heeft gehouden en op het tegemoetkomende weggedeelte van het slachtoffer terecht is gekomen. Hierdoor heeft een aanrijding plaatsgevonden, ten gevolge waarvan het slachtoffer ten val is gekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van iedere bestuurder mag worden verwacht dat deze anticipeert op verkeerssituaties en dat deze zich vergewist van de eventuele aanwezigheid van ander verkeer dat hij daarbij ontmoet. Op het moment dat verdachte op de Waterweg reed richting de Arkemheenseweg, had verdachte zijn aandacht bij een tegemoetkomende auto. Naar eigen zeggen dacht verdachte dat hij nog voor de auto langs kon. </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte niet alle handelingen heeft verricht die van hem als bestuurder van een auto werden vereist en niet voortdurend de nodige oplettendheid en voorzichtigheid op de weg heeft betracht. Mede gelet op het feit dat verdachte bekend was met de verkeerssituatie en de onoverzichtelijke kruising is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet aan zijn zorgplicht heeft voldaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op bovengenoemde feiten en omstandigheden (onder vaststaande feiten en beoordeling) in onderlinge samenhang beschouwd, kwalificeert de rechtbank het rijgedrag van verdachte als aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam, zodat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] als gevolg van het ongeval letsel heeft opgelopen. Gelet op de ernst van de verwondingen, de ziekenhuisopname en de geschatte genezingsduur merkt de rechtbank dit lichamelijke letsel aan als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 19 oktober 2012, te Putten, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en), de Waterweg en de Arkemheenseweg, aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, </para>
      <para>terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en werd gehinderd,</para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">en/of</emphasis> naar links is afgeslagen, in de richting van die Arkemheenseweg, waarbij hij, verdachte de binnenbocht heeft genomen </para>
      <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, als gesteld in artikel 3 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 </para>
      <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> op het voor hem, verdachte voor het tegemoetkomede weggedeelte van die Arkemheenseweg in aanrijding is gekomen met die fietser, welke fietser doende was voormelde kruising/splitsing op te rijden </para>
      <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> hem, verdachte toen dicht genaderd was, ten gevolge waarvan die fietser ten val is gekomen en dus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, werd toegebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De motivering van de sanctie(s)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 40 uren werkstraf subsidiair 20 dagen hechtenis. Daarnaast dient verdachte veroordeeld te worden tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft zich verzet tegen een ontzegging van de rijbevoegdheid omdat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor woon- en werkverkeer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met	de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 13 augustus 2013. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.</para>
      <para>Verdachte heeft onvoorzichtig gereden waardoor een ongeval is ontstaan. Het slachtoffer heeft door dit ongeval zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Op grond van het bovenstaande zou volgens de oriëntatiepunten voor straftoemeting bij een dergelijke overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken richtinggevend zijn. De rechtbank zal hiertoe echter niet overgaan vanwege de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank zal aan verdachte een onvoorwaardelijk werkstraf opleggen. De rechtbank houdt hierbij ook rekening met het feit dat verdachte eerder voor een verkeersfeit is veroordeeld waarbij verdachte tot voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid was veroordeeld. Verdachte was dus gewaarschuwd. Om die reden zal de rechtbank een hogere werkstraf opleggen dan de officier van justitie heeft geëist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht vanuit het oogpunt van normhandhaving een ontzegging van de rijbevoegdheid op zijn plaats, omdat verdachte de verkeersveiligheid in gevaar heeft gebracht. </para>
      <para>Ondanks het feit dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor woon- en werkverkeer acht de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid, zoals geëist door de officier van justitie, passend. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank, rechtdoende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>A. het verrichten van een werkstraf gedurende 60 (zestig) uren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt deze vervangende hechtenis vast op 30 (dertig) dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">Ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van 6 (zes) maanden.</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat van deze ontzegging <emphasis role="bold">3 (drie) maanden</emphasis> niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. B.F.M. Klappe, (voorzitter), mr. A.M. van Gorp en mr. N.K. van den Dungen- Dijkstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 november 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_3f4b9301-f4c7-4d93-902c-762b3913b236" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland, district Noordwest Veluwe, team Ermelo-Putten, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0611 2012142763, gesloten op 20 november 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a621b60b-9944-4ef7-9e2d-49d584a1b12e" label="2">
    <para> De verklaringen van verdachte ter terechtzitting van 15 november 2013, het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige], d.d. 19 oktober 2013, p. 10 regel 8, 9, 11 en 12 en het verhoor van benadeelde [slachtoffer], d.d. 19 oktober 2013, p. 12 regel 6, 7, 10 en 11. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_04f1adc8-deea-439c-b283-e912928e3f57" label="3">
    <para> Een schriftelijk bescheid, zijnde een geneeskundige verklaring, d.d. 19 oktober 2012, p. 19. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_82ba7c48-c892-49ca-8dd4-97ae7d6def40" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 19 oktober 2012, p. 7 laatste alinea. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_db18fc79-cdba-4c92-b1f1-2ccf57924f92" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor betrokkene, d.d. 19 oktober 2012, p. 12 regel 6 t/m 13. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cebdf565-3182-4475-8136-a5d60cfd34ab" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige], d.d. 19 oktober 2012, p. 11 regel 6 t/m 14. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>