<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2013:3979</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T15:22:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-10-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/730416-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2013:3979">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2013:3979</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-10-22T10:21:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2013:3979 Rechtbank Gelderland , 22-10-2013 / 05/730416-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2013:3979:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem heeft een 36-jarige man veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar voor verduistering gepleegd uit hoofde van zijn dienstbetrekking als Coördinator financiële administratie bij een grote winkelketen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2013:3979:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Promis II</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	 : 05/730416-12</para>
      <para>Datum zitting	 : 08 oktober 2013</para>
      <para>Datum uitspraak	 : 22 oktober 2013</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">TEGENSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>naam		:[verdachte]</para>
      <para>geboren op	: [geboortedatum]</para>
      <para>adres		: [adres]</para>
      <para>plaats		: [woonplaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman	: mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 april 2008 </para>
      <para>tot en met 15 juni 2011 te Zaltbommel, althans in Nederland, (telkens) </para>
      <para>opzettelijk een of meer geldbedrag(en), (totaal ongeveer 379.421,04 euro), in </para>
      <para>elk geval enig(e) geldbedrag(en), die/dat geheel of ten dele toebehoorde(n) </para>
      <para>aan [naam bv] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en </para>
      <para>welk(e) geldbedrag(en) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke </para>
      <para>dienstbetrekking van/als Coördinator financiële administratie, en aldus anders </para>
      <para>dan door misdrijf onder zich had, zich (telkens) wederrechtelijk heeft </para>
      <para>toegeëigend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is op 08 oktober 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de benadeelde partij [naam bv] B.V. is als gemachtigde ter terechtzitting verschenen:</para>
      <para>[namens bp].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. A. Zuil, heeft gerekwireerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">3.	De beslissing inzake het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_1fef526a-acc2-4976-86ba-c6a9ad3362da" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [naam bv] met bijlagen, p. 6 t/m 11;</para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 72 t/m 82;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 oktober 2013.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat: </para>
      <para>hij op meer tijdstip<emphasis role="strike-through">(</emphasis>pen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> in de periode van 19 april 2008 </para>
      <para>tot en met 15 juni 2011 te Zaltbommel, telken </para>
      <para>opzettelijk geldbedragen, (totaal 379.421,04 euro), die toebehoorde<emphasis role="strike-through">(</emphasis>n<emphasis role="strike-through">) </emphasis></para>
      <para>aan [naam bv] B.V., en welke geldbedrag<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke </para>
      <para>dienstbetrekking als Coördinator financiële administratie, en aldus anders </para>
      <para>dan door misdrijf onder zich had, zich <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> wederrechtelijk heeft </para>
      <para>toegeëigend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Verduistering gepleegd door hem die het geld uit hoofde van zijn dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De motivering van de sanctie(s)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van tweehonderd uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van één jaar. De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege onder meer de ernst van het feit, het tijdsverloop tussen de sluiting van het proces-verbaal en de datum waarop de zaak op zitting is aangebracht en het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Voorts acht de officier van justitie van belang dat verdachte openheid heeft gegeven over zijn handelwijze en beweegredenen en dat verdachte zelf het initiatief heeft genomen tot een behandeling voor zijn gokverslaving. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft de rechtbank verzocht een straf conform de eis van de officier van justitie op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 17 september 2013 en een voorlichtingsrapportage van Reclassering IrisZorg, d.d. 19 september 2013, betreffende verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.</para>
      <para>Verdachte heeft gedurende drie jaar in zijn functie als Coördinator financiële administratie geldbedragen verduisterd. Daartoe maakte verdachte onder meer geldbedragen over naar rekeningnummers van bekenden, waaraan hij namen van bestaande crediteurs had verbonden. </para>
      <para>Door deze werkwijze heeft verdachte gedurende een lange periode anderen bij de verduistering betrokken. Verdachte heeft daarbij een aanzienlijk bedrag, € 379.421,04, verduisterd. Door dit handelen heeft verdachte op grove wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen van zijn werkgever en zijn positie als Coördinator financiële administratie. [naam bv] B.V. heeft door het handelen van verdachte aanzienlijke schade geleden, ten aanzien waarvan verdachte bij civielrechtelijk vonnis (gedeeltelijk hoofdelijk) is veroordeeld tot vergoeding van deze schade. Gelet op het voorgaande rekent de rechtbank verdachte het bewezenverklaarde feit zwaar aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Voorts houdt de rechtbank rekening met het feit dat er sprake is van een groot tijdsverloop tussen het bewezenverklaarde feit en de datum waarop de zaak op zitting is aangebracht. Daarbij heeft verdachte volledige openheid gegeven over het tenlastegelegde feit en heeft hij op eigen initiatief een behandeling gevolgd voor zijn gokverslaving. De situatie van verdachte is door de hulpverlening gestabiliseerd, ten gevolge waarvan de reclassering zich op het standpunt stelt dat alleen een toezicht om de gehele situatie te ondersteunen en verder te stabiliseren gewenst is. In geval deze ingeslagen weg wordt gecontinueerd, is de prognose naar de mening van de reclassering niet ongunstig. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de stelselmatigheid en de langdurige periode waarin de verduistering heeft plaatsgevonden in onderlinge samenhang met de functie van verdachte en de hoogte van het totaalbedrag dat verdachte heeft verduisterd, acht de rechtbank een maximale werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden passend en geboden. Daaraan zal de rechtbank in navolging van het advies van de reclassering de meldplicht als bijzondere voorwaarde verbinden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">6a. 	De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 371.986,84.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd om de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien verdachte reeds in een onherroepelijk vonnis van de civiele rechter aansprakelijk is gehouden voor de schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich vereenzelvigd met het standpunt van de officier van justitie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het vonnis van de civiele rechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch d.d. 17 augustus 2011. Daarin is verdachte (gedeeltelijk hoofdelijk) veroordeeld tot betaling van de totaalsom van € 379.421,04 vermeerderd met de wettelijke rente en de proceskosten, begroot op € 5.692,12. Voornoemde bedragen zijn thans in de vordering van de benadeelde partij opgenomen, aangevuld met de executiekosten en de betekeningskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij met dit – naar eigen zeggen: onherroepelijk – vonnis reeds over een executoriale titel beschikt ter verkrijging van vergoeding van haar schade voor zover het betreft de totaalsom vermeerderd met de wettelijke rente en de proceskosten. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij geen belang meer heeft bij haar vordering ter zake van deze kosten, op grond waarvan zij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard zal worden (HR 19 februari 2010,<emphasis role="italic"> LJN BK9031</emphasis>). De gevorderde betekeningskosten en executiekosten vormen een onderdeel van de proceskosten, waartoe verdachte onherroepelijk is veroordeeld. Deze kosten konden in dat vonnis uiteraard nog niet worden begroot. Bij geschil over de omvang daarvan, biedt de regeling van artikel 237, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een laagdrempelige procedure. Ook in zoverre heeft de benadeelde partij dus geen belang bij haar vordering.</para>
      <para>De rechtbank zal daarom de benadeelde partij ook in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank, rechtdoende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat deze gevangenisstraf <emphasis role="underline">niet</emphasis> ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren navolgende (bijzondere) voorwaarde(n) niet is nagekomen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Algemene voorwaarden dat de veroordeelde: </para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para>4. zich gedurende de proeftijd houdt aan de aanwijzingen van de reclassering en zich zal melden bij de Reclassering IrisZorg Nijmegen op het adres Tarweweg 20 te Nijmegen of telefoonnummer 088-6061600 dan wel op een nader door de reclassering te bepalen locatie, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">En voorts: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het verrichten van een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt deze vervangende hechtenis vast op 120 (honderdtwintig) dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam bv] B.V. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk</emphasis> in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. B.F.M. Klappe (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. J.M. Klep, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D.T.P.J. Damen, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 oktober 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1fef526a-acc2-4976-86ba-c6a9ad3362da" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Zuid, district De Waarden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0800 2011062673, gesloten op 6 maart 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>