<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2013:3701</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T01:59:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">06/940365-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2013:3701">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2013:3701</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-10-08T14:29:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2013:3701 Rechtbank Gelderland , 09-10-2013 / 06/940365-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2013:3701:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte wegens bezit van GHB veroordeeld tot één week gevangenisstraf met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht.</para>
      <para />
      <para>Vrijspraak voor handel in en productie van GHB</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2013:3701:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK GELDERLAND</title>
    <parablock>
      <para>Team Strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
      <para>Meervoudige kamer </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]06/940365-12</para>
      <para>Uitspraak d.d.: 9 oktober 2013</para>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>VONNIS</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboortedatum],</para>
      <para>wonende te [adres].</para>
      <para>Raadsman: mr. D.P. Poppe, advocaat te Epe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 september 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van</para>
      <para>1 juni 2012 tot en met 14 september 2012, te Wapenveld, althans in de gemeente</para>
      <para>Heerde, in ieder geval in Nederland,</para>
      <para>(telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht</para>
      <para>en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of heeft vervaardigd (een)</para>
      <para>hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende 4-hydroxyboterzuur (GHB),</para>
      <para>zijnde 4-hydroxyboterzuur (telkens) een middel als bedoeld in de bij de</para>
      <para>Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van</para>
      <para>artikel 3a van die wet;</para>
      <para>art 2 ahf/ond D Opiumwet</para>
      <para>art 2 ahf/ond B Opiumwet</para>
      <para>art 10 lid 4 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 14 september 2012 te Wapenveld, althans in de gemeente</para>
      <para>Heerde,</para>
      <para>opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 223,5 milliliter, in elk geval een</para>
      <para>hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-hydroxyboterzuur (GHB), zijnde</para>
      <para>4-hydroxyboterzuur een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende</para>
      <para>lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die</para>
      <para>wet;</para>
      <para>art 2 ahf/ond C Opiumwet</para>
      <para>art 10 lid 3 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Taal- en/of schrijffouten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_383da52a-d037-4cfa-add8-70409994a363" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak voor het onder 1 ten laste gelegde en tot bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde.</para>
      <para>Ter terechtzitting heeft de officier van justitie aangegeven welke bewijsmiddelen daartoe voorhanden zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de raadsman is vrijspraak voor feit 1 bepleit. Samengevat heeft hij betoogd dat er vraagtekens gezet kunnen worden bij de betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3]. Zo zijn eerstgenoemden beiden bekende harddrugsgebruikers en voor de verklaring van [getuige 3] geldt dat die aantoonbaar onjuist is gebleken; in de stortbak van de wc van verdachte is geen GHB aangetroffen, zoals door [getuige 3] beweerd.</para>
      <para>Het enkele feit dat mogelijke bestanddelen om GHB te maken in de woning van verdachte zijn aangetroffen, is voorts niet voldoende voor bewezenverklaring. Verdachte dient aldus voor de verkoop en het vervaardigen van GHB te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feit 1:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat er onvoldoende bewijs aanwezig is voor het onder 1 ten laste gelegde feit. De rechtbank overweegt hieromtrent dat door [getuige 1] en [getuige 3] geen redenen van wetenschap zijn opgegeven voor de door hen geuite beschuldigingen aan het adres van verdachte. Daarnaast is door hen, als ook door[getuige 2], tijd en plaats van het vermeende handelen in dan wel het produceren van GHB door verdachte niet geconcretiseerd. Van betekenis is ook dat hun verklaringen enkel en alleen zijn neergelegd in processen-verbaal van bevindingen en dat zij niet als getuige (nader) zijn gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit feit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feit 2:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat er voldoende wettig én overtuigend bewijs aanwezig is voor het onder 2 ten laste gelegde.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter gelegenheid van het onderzoek zijn in de woning van verdachte verschillende flessen en andere voowerpen aangetroffen, telkens bevattende een hoeveelheid vloeistof. In totaal ging het om een hoeveelheid van 223 milliliter.<footnote-ref linkend="_8dde5e63-46d5-4cd7-b30b-2da6b9dad6d3" /> Onderzoek wees uit dat het in vier van de vijf gevallen GHB (4-hydroxyboterzuur) betrof (en in één geval GBL dat in het lichaam in GHB wordt omgezet maar niet onder een verbod van de Opiumwet valt).<footnote-ref linkend="_d8884466-fb7a-4de8-b70f-19dafdfea996" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zowel bij de politie<footnote-ref linkend="_f568a4d3-0c71-4215-8676-3abba60ebeef" /> als ter terechtzitting verklaard dat de aangetroffen vloeistof (telkens) GHB betrof en dat het van hem was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door wettige bewijsmiddelen en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht de rechtbank wettig bewezen en heeft de rechtbank de overtuiging verkregen, dat verdachte het 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 14 september 2012 te Wapenveld, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer </para>
      <para>223,5 milliliter, van een materiaal bevattende 4-hydroxyboterzuur (GHB), zijnde</para>
      <para>4-hydroxyboterzuur een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende</para>
      <para>lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die</para>
      <para>wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oplegging van straf en/of maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, waarvan 16 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van de tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft bepleit bij strafoplegging een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen. Verzocht is geen voorwaardelijk strafdeel op te leggen, aangezien verdachte al onder toezicht van de Reclassering staat en er daarnaast sprake is van elektronische controle.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van GHB. Er zijn aanwijzingen dat het langdurig en/of herhaaldelijk gebruik van GHB tot hersenschade kan leiden. Ook leidt regelmatig GHB-gebruik snel tot afhankelijkheid, met alle nadelige gevolgen van dien voor de gebruikers zelf en voor de samenleving als geheel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de justitiële documentatie<footnote-ref linkend="_38afacc2-bdf8-4cae-800f-78cf64e69869" /> van verdachte blijkt dat hij vaker is veroordeeld voor strafbare feiten. Die eerdere veroordelingen en de daarin begrepen waarschuwingen hebben verdachte er blijkbaar niet van weerhouden andermaal de fout in te gaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank houdt bij het opleggen van na te melden straf op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening met de veroordeling door de politierechter te Arnhem van 16 januari 2013. </para>
      <para>Alles afwegende zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week. De gevorderde straf van de officier van justitie komt de rechtbank bovenmatig voor.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 63 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart <emphasis role="bold">niet bewezen</emphasis>, dat verdachte het <emphasis role="bold">onder 1 ten laste gelegde</emphasis> heeft begaan en <emphasis role="bold">spreekt verdachte daarvan vrij</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan;</para>
    <para />
    <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <para> verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">1 (één) week</emphasis>;<?linebreak?><?linebreak?></para>
    <para> beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mrs. Van Lookeren Campagne, voorzitter, Ouweneel en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. van Oosten-Boksem, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 oktober 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Van der Hooft is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_383da52a-d037-4cfa-add8-70409994a363" label="1">
    <para> Hierna wordt telkens verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie, genummerd PL0618 2012115814, gesloten en getekend op 6 december 2012, door[verbalisant], hoofdagent van politie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8dde5e63-46d5-4cd7-b30b-2da6b9dad6d3" label="2">
    <para> Processen-verbaal van bevindingen, p. 38, 39 en 45.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d8884466-fb7a-4de8-b70f-19dafdfea996" label="3">
    <para> Rapport van het NFI, p. 48. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f568a4d3-0c71-4215-8676-3abba60ebeef" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 50 en 51. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_38afacc2-bdf8-4cae-800f-78cf64e69869" label="5">
    <para> Uittreksel Justitieel Documentatieregister d.d. 10 september 2013.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>