<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2013:1418</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T09:05:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">06/850738-11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2013:1418">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2013:1418</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-03T11:52:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2013:1418 Rechtbank Gelderland , 02-07-2013 / 06/850738-11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2013:1418:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft een 44 jarige man vrijgesproken van (verregaand) seksueel misbruik van zijn stiefzoon</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2013:1418:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK GELDERLAND</title>
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]06/850738-11</para>
      <para>Uitspraak d.d.: 2 juli 2013</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>VONNIS</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboortedag]</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>Raadsman: mr. R. Stam, advocaat te Doetinchem.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van </para>
      <para>18 juni 2013.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 20 mei 2001</para>
      <para>tot en met 10 januari 2004 te Zelhem, gemeente Bronckhorst, in ieder geval in</para>
      <para>Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opzettelijk [slachtoffer], geboortedatum [geboortedag], heeft</para>
      <para>mishandeld door</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- die[slachtoffer] hard en/of met kracht (met verdachtes hand en/of vuist) in het</para>
    <para>  gezicht te slaan/stompen en/of</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>die[slachtoffer] met een broekriem te slaan en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die[slachtoffer] met een mes op diens hoofd te slaan en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een stoel (en/of ander huisraad) naar die[slachtoffer] te gooien,</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl die[slachtoffer] een kind was dat door verdachte werd verzorgd en/of</para>
      <para>opgevoed als behorend tot verdachtes gezin;</para>
      <para>art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 10 januari 1997</para>
      <para>tot 10 januari 2002 te Zelhem, gemeente Bronckhorst, in ieder geval in</para>
      <para>Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld</para>
      <para>en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [slachtoffer] (geboortedatum [geboortedag]),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen bestaande uit het seksueel</para>
      <para>binnendringen van het lichaam van die[slachtoffer], te weten het brengen van zijn,</para>
      <para>verdachtes, penis in de anus en/of de mond van die[slachtoffer],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die</para>
      <para>bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat</para>
      <para>verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>die[slachtoffer] heeft mishandeld en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die[slachtoffer] heeft bedreigd met mishandeling indien[slachtoffer] zou weigeren</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>  voornoemde seksuele handelingen te ondergaan en/of</para>
    <para>- die[slachtoffer] voorafgaand aan die seksuele handelingen heeft verteld dat</para>
    <para>
      [slachtoffer] straf verdiend had,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl verdachte de stiefvader van[slachtoffer] was en - ook door het</para>
      <para>leeftijdsverschil tussen verdachte en zijn minderjarige stiefzoon[slachtoffer]- een</para>
      <para>fysiek en psychisch overwicht op die[slachtoffer] had waardoor die[slachtoffer] geen</para>
      <para>weerstand aan verdachte heeft kunnen bieden;</para>
      <para>art 242 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ALTHANS, dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 10 januari 1997</para>
      <para>tot 10 januari 2002 te Zelhem, gemeente Bronckhorst, in ieder geval in</para>
      <para>Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige stiefzoon, [slachtoffer],</para>
      <para>geboren op [geboortedag],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>die ontucht er in bestaande dat verdachte zijn, verdachtes, penis in de anus</para>
      <para>en/of de mond van die[slachtoffer] heeft gebracht;</para>
      <para>art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie </emphasis>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu het feit is verjaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat aan verdachte het misdrijf van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht in verband met artikel 304 van het Wetboek van Strafrecht is ten laste gelegd. De tenlastelegging vermeldt dat verdachte aangever in een periode van 2001 tot 2004 heeft mishandeld, terwijl die aangever een kind was dat door verdachte werd verzorgd en/of opgevoed als behorend tot verdachtes gezin. Overige strafverzwarende omstandigheden vermeldt de tenlastelegging niet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tot 1 februari 2006 bedroeg de strafbedreiging van (eenvoudige) mishandeling van een persoon een gevangenisstraf van maximaal twee jaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 304 van het Wetboek van Strafrecht, aanhef en onder 1, bepaalde - voor zover hier van belang – tot en met 31 januari 2006 dat de in artikel 300 bepaalde gevangenisstraf met een derde kan worden verhoogd ten aanzien van de schuldige die het misdrijf begaat tegen zijn kind. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vanaf 1 februari 2006 bepaalt artikel 304, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht - voor zover hier van belang - dat de in artikel 300 bepaalde gevangenisstraf met een derde kan worden verhoogd ten aanzien van de schuldige die het misdrijf begaat tegen zijn kind, een kind over wie hij het gezag uitoefent of een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangever is een stiefzoon van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wetgever zag mishandeling van een stiefzoon, niet zijnde een kind van verdachte, vóór </para>
      <para>1 februari 2006 kennelijk niet als een strafverzwarende omstandigheid, zodat in casu vóór die datum de mishandeling van een persoon (artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht) resteert. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat, gelet op artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht, aanhef en onder 2, de verjaringstermijn van feit 1, voor wat betreft de eenvoudige mishandeling van een persoon, zes jaren bedraagt. In aanmerking genomen de in de (gewijzigde) tenlastelegging vermelde periode van 20 mei 2001 tot en met 10 januari 2004 en de datum waarop de verjaring is gestuit (28 mei 2013, de datum waarop de dagvaarding aan verdachte is betekend), is de rechtbank van oordeel dat het recht op strafvervolging is vervallen door verjaring. De officier van justitie is derhalve niet ontvankelijk in haar vervolging ten aanzien van feit 1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen ten aanzien van het bewijs ter zake van feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Aanleiding van het onderzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 17 maart 2011 heeft een informatief gesprek plaatsgevonden met [slachtoffer]. [slachtoffer] verklaarde in dat gesprek dat hij als minderjarige jarenlang is mishandeld en misbruikt door zijn stiefvader [verdachte] (verdachte). Op 8 april 2011 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan, waarna [verdachte] (verdachte) op 11 juli 2011 is aangehouden op verdenking van seksueel misbruik van zijn stiefkind.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak nu de aangifte onvoldoende steun vindt in bewijsmiddelen uit een andere bron dan aangever.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Standpunt van de verdachte / de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft betoogd dat er naast de aangifte geen wettig en overtuigend bewijs is. Zijn cliënt is ervan overtuigd dat in de familie over de zaak is gesproken en dat de door de getuigen afgelegde verklaringen zijn ingevuld aan de hand van de verklaring van aangever.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat veel van de zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het feit dat er slechts twee personen aanwezig waren bij de (beweerdelijke) seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Dat maakt dat extra zorgvuldig naar de waardering van afgelegde verklaringen moet worden gekeken, zeker als het een ontkennende verdachte betreft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering en de op die bepaling betrekking hebben jurisprudentie van de Hoge Raad kan het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij eraan in de weg staat dat de rechter tot een bewezenverklaring komt ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.<footnote-ref linkend="_82d536f3-2c6e-4238-8775-197e6b8123b8" /></para>
      <para>Uit deze jurisprudentie volgt dat niet is vereist dat het springende punt (het door verdachte betwiste onderdeel van de betreffende verklaring) steun vindt in een ander bewijsmiddel. Voldoende is dat de gebezigde verklaring op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat de verklaring niet op zichzelf staat, maar is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Concreet betekent het voorgaande dat de aangifte van [slachtoffer] voldoende steun moet vinden in (een) ander(e) bewijsmiddel(len). Dit is naar het oordeel van de rechtbank niet het geval. Aldus kan niet worden vastgesteld dat zijn verklaringen aangaande het seksuele misbruik in voldoende mate zijn ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron. Verdachte dient daarom van het onder 2 ten laste gelegde te worden vrijgesproken reeds omdat niet is voldaan aan het vereiste bewijsminimum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering tot schadevergoeding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer]</emphasis> heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 18.232,60 vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals hiervoor overwogen zal het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken.</para>
      <para>Gelet hierop zal de benadeelde partij [slachtoffer] zal niet-ontvankelijk verklaard worden in zijn vordering, nu deze vordering geen betrekking heeft op een bewezen verklaard feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart de <emphasis role="bold">officier van justitie niet-ontvankelijk</emphasis> in de strafvervolging ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde;<?linebreak?><?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart <emphasis role="bold">niet bewezen</emphasis>, dat verdachte het <emphasis role="bold">onder 2 ten laste gelegde</emphasis> heeft begaan en <emphasis role="bold">spreekt verdachte daarvan vrij</emphasis>;<?linebreak?><?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in zijn vordering</emphasis>;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mrs. Ouweneel, voorzitter, Kleinrensink en Van der Mei, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 juli 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_82d536f3-2c6e-4238-8775-197e6b8123b8" label="1">
    <para> vgl. HR 30 juni 2009, NJ 2009, 495 en laatstelijk ook nog HR 6 maart 2012, in een drietal arresten</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>