<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDOR:2012:BW3372</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T14:13:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BW3372</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Dordrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Dordrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-04-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">292710 CV EXPL 12-4</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDOR:2012:BW3372">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDOR:2012:BW3372</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:02:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDOR:2012:BW3372 Rechtbank Dordrecht , 16-04-2012 / 292710 CV EXPL 12-4</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDOR:2012:BW3372:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>PrimeLine heeft premie voor verzekering niet bijgeboekt. Klant mocht erop vertrouwen tegen overlijdensrisico verzekerd te zijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDOR:2012:BW3372:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK DORDRECHT</para>
      <para>Sector kanton</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Locatie Gorinchem</para>
    <para />
    <para>kenmerk: 292710 CV EXPL 12-4</para>
    <para />
    <para>vonnis van de kantonrechter te Gorinchem van 16 april 2012. </para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LaSer Nederland B.V., h.o.d.n. PrimeLine,  </para>
      <para>gevestigd te [plaatsnaam], </para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde Vesting Finance Incasso B.V. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[naam], </para>
      <para>wonende te [adres],</para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1.         Verloop van de procedure</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>1. de dagvaarding van 6 decem ber 2011;</para>
      <para>2. de conclusie van antwoord;</para>
      <para>3. het tussenvonnis  van 16 januari 2012;</para>
      <para>4. de aantekening, dat er op 16 maart 2012 een mondelinge  behandeling is</para>
      <para>    gehouden;</para>
      <para>5. de overgelegde producties.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>2.	De feiten</para>
    <para />
    <para>2.1	Op 6 februari 1997 hebben [gedaagde] en [echtgenote van gedaagde] (verder te noemen [echtgenote van gedaagde]) een kredietovereenkomst gesloten met PrimeLine, de rechtsvoorgangster van LaSer. De Wet Consumentenkrediet is op deze overeenkomst van toepassing.</para>
    <para />
    <para>2.2	 Aanvullend op deze overeenkomst hebben dezelfde partijen een zogenaamd Certificaat PrimeLine Protectieplan (verder te noemen PPP) ondertekend.                                             </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op het PPP (productie 7 bij dagvaarding) is vermeld, voor zover thans van belang:</para>
      <para>Dit certificaat wordt uitgereikt aan client, die zich wenst te verzekeren tegen de volgende risico’s (…) op basis van de voorwaarden zoals vermeld in de bijlage bij dit certificaat: overlijden (…) Hiervoor wordt maandelijks 0,52% van het uitstaand saldo gereserveerd. (…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.3	Art. 9 van de voorwaarden bij het PPP luidt als volgt:</para>
    <para />
    <para>1.	PPP in geval van overlijden voorziet er in dat PrimeLine na het overlijden van cliënt (…) afstand doet van haar aanspraak op het netto-saldo dat op het moment van overlijden nog verschuldigd is. (…)</para>
    <para />
    <para>2.4	Op 9 januari 2010 is [echtgenote van gedaagde] overleden. </para>
    <para />
    <para />
    <para>3.	De vordering en het verweer</para>
    <para />
    <para>2.1	LaSer vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om aan LaSer € 25.046,96 te betalen met de vertragingsrente over € 22.794,58 vanaf 25 november 2011 en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2	Aan haar vordering legt LaSer het volgende ten grondslag.</para>
      <para>[gedaagde] is met betaling van één of meer termijnen gedurende twee of meer maanden, ondanks herhaalde aanmaning in gebreke gebleven, zodat het geheel dat uit de overeenkomst verschuldigd is (€ 25.046,96), opeisbaar is geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.3	[gedaagde] voert aan dat (de rechtsvoorgansgter van) Laser de schuld na het overlijden van [echtgenote van gedaagde] op grond van art 9 van de voorwaarden bij het PPP heeft moeten kwijtschelden.</para>
    <para />
    <para>4.	De beoordeling</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1	LaSer voert aan dat [gedaagde] nooit premie heeft betaald, zodat hij geen aanspraken heeft uit art. 9 van de voorwaarden bij het PPP. Gelet op de wijze van premiebetaling (maandelijks een percentage van het uitstaande saldo reserveren) ligt het voor de hand, dat [gedaagde] geen premie betaalde, maar dat het premiebedrag door (de rechtsvoorgangster van) LaSer werd bijgeboekt op het saldo van [gedaagde] en [echtgenote van gedaagde]. </para>
      <para>[gedaagde] stelt onbetwist dat hij terzake de premie nooit facturen of overzichten heeft ontvangen. Als (de rechtsvoorgangster van) LaSer al geen premies heeft bijgeboekt, kon [gedaagde] dat niet weten. Wel mocht hij er op vertrouwen dat (de rechtsvoorgangster van) LaSer haar verplichtingen zou nakomen en dat al het verschuldigde op 9 januari 2010 door het overlijden van [echtgenote van gedaagde] zou zijn kwijtgescholden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.2	De vordering zal worden afgewezen. LaSer wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld die aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op                € 50,--.</para>
    <para />
    <para>5.	De belsissing</para>
    <para />
    <para>wijst het gevorderde af;</para>
    <para />
    <para>veroordeelt LaSer in de proceskosten die tot op heden aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 50,--.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2012, in aanwezigheid van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>