<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ9488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T11:16:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ9488</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Dordrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Dordrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-06-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">83771 / HA ZA 09-2807</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ9488">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ9488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:25:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ9488 Rechtbank Dordrecht , 22-06-2011 / 83771 / HA ZA 09-2807</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ9488:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering afgewezen wegens gebrek aan stelplicht en beschikkingsbevoegdheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ9488:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK DORDRECHT</para>
      <para>Sector civiel recht</para>
      <para>zaaknummer / rolnummer: 83771 / HA ZA 09-2807</para>
      <para>Vonnis van 22 juni 2011</para>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>[eiseres],</para>
      <para>wonende te Dordrecht,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. L.P. Quist,</para>
      <para>tegen</para>
      <para>1. [gedaagde 1],</para>
      <para>wonende te St. Willibrord,</para>
      <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>FITTNESCENTRUM RICO B.V.,</para>
      <para>gevestigd te St. Willebrord,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat mr. V.C. Andeweg</para>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres], [gedaagden], of afzonderlijk [gedaagde 1] en</para>
      <para>Rico genoemd worden.</para>
      <para>1. De procedure</para>
      <para>1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord tevens houdende incidentele conclusie tot oproep in</para>
      <para>vrijwaring tevens houdende preliminair verweer;</para>
      <para>- de antwoordakte in het incident;</para>
      <para>- vonnis van 12 mei 2010;</para>
      <para>- herstelvonnis van 2 juni 2010;</para>
      <para>- comparitievonnis van 27 oktober 2010;</para>
      <para>- het proces-verbaal van comparitie van 24 februari 2011;</para>
      <para>- akte houdende depot;</para>
      <para>- antwoordakte zijdens [gedaagde 1];</para>
      <para>- alle producties van partijen.</para>
      <para>1.2. Deze procedure wordt om proces-economische redenen tezamen behandeld met</para>
      <para>een bij de rechtbank Dordrecht, sector kanton, onder zaak-/rolnummer 264220 CV EXPL</para>
      <para>83771 / HA ZA 09-2807</para>
      <para>22 juni 2011</para>
      <para>2</para>
      <para>10-9213 aanhangige procedure, tussen Rico als eiseres en Hairhold Lease B.V., gevestigd te</para>
      <para>Capelle aan den IJssel, hierna verder te noemen Hairhold, als gedaagde.</para>
      <para>1.3. Die kantonprocedure is een gevolg van een vonnis van de rechtbank Rotterdam,</para>
      <para>sector civiel, van 17 maart 2010 onder zaak-/rolnummer 344523/09-3612, waarbij die te</para>
      <para>Rotterdam aanhangige procedure tussen Rico en Hairhold Lease B.V. wegens samenhang en</para>
      <para>verknochtheid naar de rechtbank Dordrecht is verwezen, aanvankelijk naar de sector civiel,</para>
      <para>maar na een door Hairhold Lease B.V. opgeworpen exceptie van onbevoegdheid naar de</para>
      <para>sector kanton (vonnis rechtbank Dordrecht, sector civiel van 25 augustus 2010 zaak-</para>
      <para>/rolnummer 87239/ HA ZA 10-2442), aangezien de grondslag van die vordering</para>
      <para>(operational lease) betreft.</para>
      <para>1.4. Beide procedures kunnen formeel niet worden gevoegd, maar zij worden om</para>
      <para>proces-economische redenen wel gezamenlijk behandeld. De akte van depot, die op de</para>
      <para>kantonprocedure ziet, is om die reden ook in deze procedure ingebracht. Bovendien hebben</para>
      <para>alle betrokken partijen er ter comparitie van 24 febuari 2011 mee ingestemd dat hun</para>
      <para>verklaringen en alle processtukken, inclusief alle toekomstige processtukken uit beide</para>
      <para>procedures in beide procedures worden gebruikt.</para>
      <para>2. De feiten</para>
      <para>2.1. [eiseres] exploiteerde een fitnesscentrum te St. Willebrord, dat</para>
      <para>door haar bij overeenkomst van 13 november 2008 tegen 1 januari 2009 aan Fitnesscentrum</para>
      <para>Rico B.V. i.o. is verkocht voor een bedrag van EUR 250.000,00.</para>
      <para>2.2. [gedaagde 1], de latere aandeelhouder van Rico, vertegenwoordigde de B.V. i.o..</para>
      <para>2.3. De koopovereenkomst omvat de gehele onderneming waaronder het ledenbestand,</para>
      <para>de handelsnaam, de goodwill, een huurovereenkomst, de bedrijfsmiddelen en de inventaris.</para>
      <para>2.4. Naast de in de aan de koopovereenkomst gehechte bijlage vermelde roerende zaken</para>
      <para>zijn geen andere roerende zaken aan [gedaagden] verkocht.</para>
      <para>2.5. Levering heeft per 1 januari 2009 plaats gevonden; Rico is op 29 december 2008</para>
      <para>opgericht.</para>
      <para>2.6. Artikel 4 van de koopovereenkomst luidt:”Verkoper is thans geen eigenaar van de</para>
      <para>fitnessapparatuur, genoemd in artikel 1 en omschreven in de bijgevoegde staat in bijlage 1,</para>
      <para>vanwege een lopende lease-overeenkomst tussen verkoper en Fitnesslease B.V. Verkoper zal</para>
      <para>dientengevolge schriftelijk een onherroepelijke toestemming moeten krijgen van</para>
      <para>FitnessLease B.V. om de genoemde apparatuur te kunnen verkopen aan koper. Een kopie</para>
      <para>van deze schriftelijke toestemming zal worden aangehecht aan deze overeenkomst als</para>
      <para>bijlage 6.”</para>
      <para>2.7. [eiseres] heeft tot nu toe niet aan haar verplichtingen jegens</para>
      <para>FitnessLease B.V. voldaan, waardoor de hiervoor genoemde bijlage 6 niet door</para>
      <para>FitnessLease is verstrekt.</para>
      <para>2.8. [gedaagden] hebben voor de financiering van de koop een leaseovereenkomst</para>
      <para>(operational lease) gesloten met Hairhold voor de volledige koopsom van EUR 250.000,00.</para>
      <para>2.9. Hairhold heeft dat bedrag aan een vennootschap P&amp;A Sports B.V. te Wierden</para>
      <para>betaald. P&amp;A Sports heeft op haar beurt een bedrag van EUR 120.000,00 aan Van der</para>
      <para>Linde-Kempees betaald.</para>
      <para>2.10. De echtgenoot van [eiseres] is gedurende 6 jaar tot de datum van</para>
      <para>het faillissement bij P&amp;A Sports als accountmanager België werkzaam geweest.</para>
      <para>2.11. P&amp;A Sports (Nederland) is op 14 oktober 2009 in staat van faillissement verklaard.</para>
      <para>2.12. [gedaagden] zijn hun betalingsverplichtingen jegens Hairhold steeds nagekomen.</para>
      <para>83771 / HA ZA 09-2807</para>
      <para>22 juni 2011</para>
      <para>3</para>
      <para>3. De vordering</para>
      <para>3.1. [eiseres] vordert bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij</para>
      <para>voorraad [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan</para>
      <para>eiseres te voldoen een bedrag van EUR 130.000,00 te vermeerderen met de wettelijke</para>
      <para>(handels)rente vanaf 1 januari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening met hoofdelijke</para>
      <para>veroordeling van [gedaagden] in de kosten van deze procedure, de proceskosten</para>
      <para>veroordeling eveneens uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para>3.2. Zij legt hieraan ten grondslag dat de koopsom van EUR 250.000,-- slechts voor</para>
      <para>EUR. 120.000,00 is betaald, terwijl [gedaagden] met Fit2Finance B.V. te Hengelo een</para>
      <para>leaseovereenkomst voor EUR 250.000,-- heeft gesloten. Het bedrag van EUR 120.000,-- is</para>
      <para>door P&amp;A Sports B.V. aan [eiseres] betaald. [gedaagden] zal derhalve zijn</para>
      <para>verplichting uit de koopovereenkomst tot betaling van het restant dienen na te komen.</para>
      <para>4. Het verweer</para>
      <para>4.1. Nadat met een door de echtgenoot van [eiseres] voorgestelde</para>
      <para>leasemaatschappij Fit2Finance uit Hengelo, dochtermaatschappij van P&amp;A Sports en op 11</para>
      <para>november 2009 eveneens gefailleerd, geen leaseovereenkomst tot stand kwam, is</para>
      <para>uiteindelijk een operational lease overeenkomst met Hairhold gesloten.</para>
      <para>4.2. Ten onrechte is door Hairhold het gehele leasebedrag aan P&amp;A Sports B.V.</para>
      <para>betaald.</para>
      <para>4.3. P&amp;A Sports B.V. is in het geheel geen partij bij die leaseovereenkomst, noch</para>
      <para>daarbij betrokken geweest.</para>
      <para>4.4. [eiseres], steeds vertegenwoordigd door haar man Jeroen van der</para>
      <para>Linde, is hiervan volledig op de hoogte, omdat van die zijde nota bene bemiddeld is bij de</para>
      <para>totstandkoming van de overeenkomst met Hairhold.</para>
      <para>4.5. [gedaagde 1] in privé is geen partij bij de koopovereenkomst en evenmin bestuurder</para>
      <para>van Rico, zodat [eiseres] in haar vordering jegens hem niet ontvankelijk</para>
      <para>dient te worden verklaard</para>
      <para>4.6. [gedaagden] betwisten bij gebrek aan wetenschap dat [eiseres]</para>
      <para>niet volledig is voldaan en opening van zaken wordt, ondanks verzoeken daartoe, door Van</para>
      <para>der Linde-Kempees niet gegeven.</para>
      <para>4.7. De geleverde goederen zijn blijkbaar nog steeds ook onderwerp van lease tussen</para>
      <para>[eiseres] en Fitnesslease, maar ook daaromtrent geeft Van der Linde-</para>
      <para>Kempees desgevraagd geen verdere informatie.</para>
      <para>5. De beoordeling</para>
      <para>5.1. [eiseres] legt aan haar vordering de niet nakoming van de</para>
      <para>koopovereenkomst ten grondslag.</para>
      <para>5.2. Ter comparitie heeft [eiseres] verklaard: “In artikel 4 van de</para>
      <para>overeenkomst (….) staat vermeld dat een aantal goederen bij Fitness Lease was geleased. In</para>
      <para>dat artikel is ook vermeld dat er schriftelijke toestemming van Fitness Lease voor het</para>
      <para>vrijgeven van die goederen aan de overeenkomst zou worden gehecht. Dat is nog steeds de</para>
      <para>bedoeling, maar dat kan pas nadat wij Fitness Lease de restant leasesom van EUR</para>
      <para>40.000,00 ex btw hebben betaald. Wij hebben dat bedrag niet uit de ontvangen EUR</para>
      <para>120.000,00 betaald, want we hadden nog meer schulden die voorrang genoten. Zodra de</para>
      <para>restantkoopsom zou worden betaald zou Fitness Lease door ons zijn voldaan. Behalve de</para>
      <para>83771 / HA ZA 09-2807</para>
      <para>22 juni 2011</para>
      <para>4</para>
      <para>apparatuur zoals beschreven in bijlage 2 (ten onrechte in de koopovereenkomst bijlage 1</para>
      <para>genoemd) hebben wij geen apparatuur verkocht.”</para>
      <para>5.3. Uit de aan de overeenkomst gehechte lijsten kan worden opgemaakt dat het</para>
      <para>overwegende gedeelte van de koopprijs bestaat uit apparatuur die blijkens artikel 4 van die</para>
      <para>overeenkomst van een derde, namelijk Fitnesslease B.V., geleased is. Of door Van der</para>
      <para>Linde-Kempees nog slechts EUR 40.000,00 aan Fitnesslease moet worden betaald, zoals zij</para>
      <para>heeft aangevoerd is niet nader onderbouwd, maar ook niet belangrijk.</para>
      <para>5.4. Uit de tekst van artikel 4 van de overeenkomst, luidende “Verkoper is thans geen</para>
      <para>eigenaar van de fitnessapparatuur, genoemd in artikel 1 en omschreven in de bijgevoegde</para>
      <para>staat in bijlage 1(…).” in samenhang met het door [eiseres] ter comparitie</para>
      <para>verklaarde : “Behalve de apparatuur zoals beschreven in bijlage 2 (ten onrechte in de</para>
      <para>koopovereenkomst bijlage 1 genoemd) hebben wij geen apparatuur verkocht.” staat vast</para>
      <para>dat de gehele apparatuur (nog steeds) geen eigendom van [eiseres] is</para>
      <para>geworden.</para>
      <para>5.5. Hieruit volgt dat Van Der Linde-Kempees zelf niet heeft voldaan aan de in art. 4</para>
      <para>van de koopovereenkomst opgenomen verplichting om haar eigendomsrechten te</para>
      <para>garanderen door middel van een verklaring van Fitness Lease, zodat [gedaagden] en in het</para>
      <para>verlengde daarvan Hairhold de eigendom van die apparatuur niet hebben verkregen, terwijl</para>
      <para>[eiseres] al wel een bedrag van EUR 120.000,00 op de koopprijs heeft</para>
      <para>ontvangen.</para>
      <para>5.6. Er is geen enkele aanleiding om [eiseres] alsnog in de gelegenheid</para>
      <para>te stellen een verklaring van Fitness Lease in het geding te brengen, omdat uit hetgeen ter</para>
      <para>comparitie door haar is verklaard voldoende blijkt dat zij daartoe (nog) niet bereid is. Dat is</para>
      <para>een keuze die voor haar risico komt. Bovendien heeft zij, indien zij na de comparitie toch</para>
      <para>nog tot een andere opvatting hieromtrent zou zijn gekomen, niet de mogelijkheid benut om</para>
      <para>die verklaring alsnog te bemachtigen en bij akte in het geding te brengen.</para>
      <para>5.7. Het oordeel is dat [eiseres] onvoldoende aan haar stelplicht heeft</para>
      <para>voldaan die haar vordering had behoren te onderbouwen, zodat de vordering zal worden</para>
      <para>afgewezen. Hierbij weegt mee dat [eiseres] in de dagvaarding een achteraf</para>
      <para>gebleken foutieve leasemaatschappij (Fit2Finance B.V.) heeft genoemd en een niet ter zake</para>
      <para>doende leaseovereenkomst mede aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd.</para>
      <para>5.8. Zelfs indien Van Der Linde-Kempees wel aan haar stelplicht zou hebben voldaan,</para>
      <para>zou de vordering niettemin afstuiten op de door Van Der Linde-Kempees zelf toegegeven</para>
      <para>omstandigheid, dat zij geen eigenaar van het geleverde was en derhalve</para>
      <para>beschikkingsonbevoegd was.</para>
      <para>5.9. Van Der Linde-Kempees zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van</para>
      <para>de procedure worden veroordeeld, waarbij de akte van depot en de antwoordakte van</para>
      <para>[gedaagde 1], die op Hairhold betrekking hebben buiten beschouwing zijn gelaten. De kosten</para>
      <para>in het vrijwaringsincident worden gecompenseerd in dier voege dat iedere partij de eigen</para>
      <para>kosten draagt. De door [gedaagden] gevorderde beslagkosten wegens beslag onder</para>
      <para>Hairhold vallen buiten het bestek van deze procedure.</para>
      <para>83771 / HA ZA 09-2807</para>
      <para>22 juni 2011</para>
      <para>5</para>
      <para>6. De beslissing</para>
      <para>De rechtbank</para>
      <para>6.1. wijst de vordering af en veroordeelt [eiseres] in de kosten aan vast</para>
      <para>recht EUR 1.185,00 en EUR 2.842,00 aan kosten procesadvocaat, alsmede in de kosten die</para>
      <para>na dit vonnis zullen ontstaan, begroot op EUR 131,-- aan salaris advocaat, te vermeerderen,</para>
      <para>onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de</para>
      <para>veroordeelde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een</para>
      <para>bedrag van EUR 68,-- aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente over deze</para>
      <para>(na)kosten te rekenen vanaf het tijdstip van verzuim;</para>
      <para>6.2. compenseert de proceskosten in het incident in dier voege dat iedere partij de eigen</para>
      <para>kost draagt;</para>
      <para>6.3. wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema en in het openbaar uitgesproken op 22 juni</para>
      <para>2011.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>