<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ2142</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T01:05:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ2142</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Dordrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Dordrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-860058-11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ2142">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ2142</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:03:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-04-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ2142 Rechtbank Dordrecht , 19-04-2011 / 11-860058-11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ2142:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft een potje zalf gestolen in een supermarkt in Dordrecht. Toen hij werd betrapt heeft hij de bedrijfsleider geschopt en geslagen om te kunnen vluchten. De rechtbank heeft verdachte, die eerder geweld heeft gebruikt, veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan één maand voorwaardelijk. Bovendien moet hij tijdens de proeftijd van twee jaar de aanwijzingen van de reclassering opvolgen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ2142:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK DORDRECHT</para>
    <para />
    <para>Sector strafrecht</para>
    <para />
    <para>parketnummer: 11/860058-11 [Promis]</para>
    <para />
    <para>vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 april 2011 </para>
    <para />
    <para>in de strafzaak tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte],</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [in 1987],</para>
      <para>wonende te [adres en woonplaats],</para>
      <para>thans gedetineerd in de PI Dordrecht te Dordrecht,</para>
      <para>hierna: verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Raadsman mr. J. van der Stel, advocaat te Dordrecht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1 Onderzoek van de zaak</para>
      <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 5 april 2011, waarbij de officier van justitie mr. W.B.J. ten Have, de verdachte en zijn raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2 De tenlastelegging</para>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(primair) op 27 januari 2011 te Dordrecht door middel van geweld tegen [slachtoffer] een verzorgingsproduct uit een supermarkt heeft weggenomen, dan wel (subsidiair) toen en daar een verzorgingsproduct uit een supermarkt heeft weggenomen en toen en daar [slachtoffer]  heeft mishandeld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3 De voorvragen</para>
      <para>De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4 De beoordeling van het bewijs</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1 Het standpunt van de officier van justitie</para>
      <para>De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde, waaronder het slaan door verdachte, wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte, de verklaringen van verdachte, de verklaring van getuige [getuige 1], de medische verklaring en de processen-verbaal van bevindingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2 Het standpunt van de verdediging</para>
      <para>De verdediging is op grond van het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de camerabeelden, de verklaring van getuige [getuige 2], de verklaring van getuige [getuige 1] en de medische verklaring, van mening dat niet overtuigend is bewezen dat er door verdachte is geslagen. Op de camerabeelden is niet meer te zien, dan dat het lijkt of de man slaat. Volgens de verdediging dient verdachte op dit punt te worden vrijgesproken. Voor het overige refereert de verdediging zich.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.3 Het oordeel van de rechtbank</para>
      <para>Op grond van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden, die de rechtbank samengevat en zakelijk zal weergeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij op 27 januari 2011 in supermarkt [supermarkt], aan de [straatnaam] in Dordrecht een verzorgingsproduct (te weten een potje Star Balm) heeft meegenomen zonder daarvoor te betalen. Deze verklaring wordt bevestigd door de aangever, die bovendien heeft verklaard dat aan niemand het recht of de toestemming is gegeven om dit feit te plegen.</para>
      <para>Volgens verdachte werd hij daarna, nog in de supermarkt, aangesproken door de bedrijfsleider van genoemde supermarkt, [slachtoffer], (hierna te noemen: aangever). Aangever zei dat verdachte iets had gestolen. Verdachte ontkende en probeerde weg te lopen. Aangever pakte verdachte bij zijn jas. </para>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij vervolgens om te kunnen vluchten geweld tegen aangever heeft gebruikt door hem te schoppen tegen het lichaam en te duwen tegen en te trekken aan het lichaam van aangever. Het schoppen door verdachte tegen het lichaam van aangever wordt bevestigd door getuige [getuige 1]. Het duwen tegen en trekken aan het lichaam van aangever door verdachte wordt bevestigd door getuige [getuige 2].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie en de raadsman verschillen uitsluitend van mening over de vraag of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte aangever in het gelaat heeft geslagen, nu verdachte de ten laste gelegde diefstal, noch het door hem toegepaste geweld in de vorm van duwen, trekken en schoppen ontkent, maar wel ontkent te hebben geslagen. </para>
      <para>Op grond van de verklaring van getuige [getuige 1] die heeft verklaard dat hij heeft gezien dat verdachte aangever twee keer in het gezicht heeft geslagen, en de constatering van de verbalisant die de aangifte opnam, dat hij bij aangever zag dat de rechterzijde van diens gezicht opgezwollen was en rood, en dat aangever letsel aan de binnenzijde van de lip had, welke verbalisant herkende als een bloedlip, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte aangever ook heeft geslagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.4 De bewezenverklaring</para>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(primair) </para>
      <para> op  27 januari 2011, te Dordrecht, in een supermarkt ([supermarkt], [straatnaam]), met het oogmerk van wederrechtelijke </para>
      <para>toe-eigening heeft weggenomen een verzorgingsproduct , </para>
      <para>toebehorende aan voornoemde supermarkt, welke diefstal werd  gevolgd van geweld </para>
      <para> tegen [slachtoffer],  gepleegd met het oogmerk  om bij betrapping op </para>
      <para>heterdaad aan zichzelf  de vlucht mogelijk te maken,  welk geweld  </para>
      <para>bestond uit </para>
      <para>- het slaan in het gelaat van die [slachtoffer] en</para>
      <para>- het schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] en</para>
      <para>- het duwen tegen en trekken aan het lichaam van die [slachtoffer].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    <para />
    <para>Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</para>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(primair)</para>
      <para>DIEFSTAL, GEVOLGD VAN GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM, BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD, AAN ZICHZELF DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6 De strafbaarheid van de verdachte</para>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7 De strafoplegging</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.1 De vordering van de officier van justitie</para>
      <para>De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde toezicht door de reclassering. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat er door verdachte veel geweld tegen het slachtoffer is gepleegd. Gelet op het reclasseringsrapport is een deels voorwaardelijke straf met toezicht van de reclassering geïndiceerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.2 Het standpunt van de verdediging</para>
      <para>De verdediging heeft bepleit dat gelet op de LOVS-oriëntatiepunten en de Indicatiepunten straftoemeting Hofressort Den Haag voor een diefstal met geweld een gevangenisstraf van acht tot twaalf weken passend is. Verdachte betreurt oprecht wat hij heeft misdaan en is gemotiveerd voor reclasseringscontact. De verdediging bepleit een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de dagen, reeds doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis. Verdachte is bereid tot het uitvoeren van een werkstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.3 Het oordeel van de rechtbank</para>
      <para>De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, evenals op grond van de persoon en persoonlijke omstandigheden van de verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    <para />
    <para>Verdachte heeft een winkeldiefstal gepleegd waarbij hij, weliswaar zonder wapen, meer dan licht geweld heeft gebruikt, toen hij werd betrapt.</para>
    <para />
    <para>Volgens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS) wordt, voor iemand die voor het eerst met de strafrechter in aanraking komt, voor winkeldiefstal met eenvoudig geweld, een uitgangspunt van acht weken gevangenisstraf gehanteerd. Verdachte heeft in dit geval echter meer dan eenvoudig geweld gebruikt door het slachtoffer te slaan, te schoppen en met hem te worstelen, ten gevolge waarvan het slachtoffer letsel heeft opgelopen. Genoemd uitgangspunt dient daarom in voor verdachte nadelige zin bijgesteld te worden. </para>
    <para />
    <para>Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder voor een geweldsdelict is veroordeeld. De rechtbank zal deze omstandigheid eveneens in strafverzwarende zin laten meewegen bij het bepalen van de strafmaat.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank zal daarom als uitgangspunt een gevangenisstraf van vier maanden hanteren.</para>
    <para />
    <para>De reclassering acht een verplichte reclasseringsbegeleiding nodig en heeft daarom een deels voorwaardelijke straf geadviseerd. De rechtbank kan zich, gelet op de inhoud van het rapport vinden in het advies van de reclassering. Verdachte heeft zich bereid verklaard om de aanwijzingen van de reclassering te volgen. </para>
    <para />
    <para>De rechtbank zal daarom een gedeelte van de straf voorwaardelijk opleggen, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot oplegging van een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan een maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met genoemde bijzondere voorwaarde. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>8 De wettelijke voorschriften</para>
      <para>De opgelegde straf berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>9. De beslissing</para>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
      <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het onder 5 vermelde strafbare feit oplevert;</para>
      <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) maanden, waarvan 1 (één) maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:</para>
      <para>* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      <para>* omdat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of niet een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
      <para>* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- stelt als bijzondere voorwaarde:</para>
      <para>* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <para>- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan de duur van de onvoorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. van Walree, voorzitter, mr. M.A.C. Prins en mr. H.C.A. de Groot, rechters, in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2011.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging </para>
    <para />
    <para>1. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 27 januari 2011, te Dordrecht,in/uit een supermarkt ([supermarkt],  [straatnaam]), met het oogmerk van wederrechtelijke </para>
      <para>toeëigening heeft weggenomen een verzorgingsproduct in elk geval enig goed, </para>
      <para>geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde supermarkt, in elk geval aan </para>
      <para>een ander of anderen dan aan verdachte, </para>
      <para>welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld </para>
      <para>en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], in ieder geval tegen een </para>
      <para>medewerker van voornoemde supermarkt, gepleegd met het oogmerk om die diefstal </para>
      <para>voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op </para>
      <para>heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit </para>
      <para>van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld </para>
      <para>bestond uit </para>
      <para>- het slaan in het gelaat van die [slachtoffer] en/of</para>
      <para>- het schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of</para>
      <para>- het duwen tegen en trekken aan het lichaam van die [slachtoffer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht</para>
      <para>of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 27 januari 2011, te Dordrecht,in/uit een supermarkt ([supermarkt]  [straatnaam]), met het oogmerk van wederrechtelijke </para>
      <para>toeëigening heeft weggenomen een verzorgingsproduct in elk geval enig goed, </para>
      <para>geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde supermarkt, in elk geval aan </para>
      <para>een ander of anderen dan aan verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en/of</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 27 januari 2011 te Dordrecht opzettelijk mishandelend een </para>
      <para>persoon (te weten [slachtoffer]), in het gelaat heeft geslagen en/of tegen het </para>
      <para>lichaam heeft geschopt en/of tegen het lichaam heeft geduwd en/of aan het </para>
      <para>lichaam heeft getrokken, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft </para>
      <para>ondervonden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 310 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>Parketnummer: 11/860058-11</para>
      <para>Vonnis d.d. 19 april 2011</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>