<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDOR:2010:BM3546</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T19:38:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM3546</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Dordrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Dordrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-04-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">81609 - HA ZA 09-2438</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDOR:2010:BM3546">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDOR:2010:BM3546</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:21:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDOR:2010:BM3546 Rechtbank Dordrecht , 28-04-2010 / 81609 - HA ZA 09-2438</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDOR:2010:BM3546:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verzekeringszaak.</para>
        <para>Gedaagde partij heeft onjuiste opgave gedaan over zijn strafrechtelijk verleden bij het aanvragen van een autoverzekering bij eiseres. Eiseres had vóórdat zij deze onjuiste opgave ontdekte schadebedragen uitgekeerd aan gedupeerden van aanrijdingen, waarbij de auto van gedaagde betrokken was geweest.</para>
        <para>De vordering tot veroordeling van gedaagde tot betaling van de uitgekeerde bedragen aan eiseres is op grond van art. 7 : 930 lid 4 BW jo. artl 15 lid 2 WAM toewijsbaar.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDOR:2010:BM3546:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK DORDRECHT</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector civiel recht</para>
    <para />
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 81609 / HA ZA 09-2438</para>
    <para />
    <para>Vonnis van de meervoudige kamer van 28 april 2010</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V., tevens handelend onder de naam FBTO,</para>
      <para>gevestigd te Leeuwarden,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. M.A. Bos,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[gedaagde]</para>
      <para>wonende te Sliedrecht,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. J. Gonlag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna FBTO-Achmea en [gedaagde] worden genoemd.</para>
    <para> </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1	Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>-	de dagvaarding van 9 juni 2009;</para>
      <para>-	de conclusie van antwoord;</para>
      <para>-	de door partijen overgelegde producties;</para>
      <para>-	het tussenvonnis van 23 september 2009 waarin een comparitie van partijen is gelast;</para>
      <para>-	het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 14 januari 2010.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De feiten</para>
      <para>2.1	[gedaagde] was in 2003 gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Vught.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2   	In oktober 2005 heeft [gedaagde] voor zijn auto, een Volkswagen Polo met het kenteken </para>
      <para>	[nummer], een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering afgesloten bij FBTO-Achmea. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.3	Op 18 maart 2006 heeft een schadegeval plaatsgevonden waarbij genoemde auto van 	[gedaagde] was betrokken. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.4 	Op 28 mei 2007 heeft een ongeval plaatsgevonden met de auto van [gedaagde], waarbij 	drie andere auto’s zijn beschadigd. De schade aan die drie auto’s bedroeg in totaal </para>
      <para>	€ 9.386,73. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.5 	FBTO-Achmea heeft op grond van de verzekeringsovereenkomst met [gedaagde] (hierna: 	de overeenkomst) het totale schadebedrag van € 9.386,73 uitgekeerd aan de gedupeerden 	van het ongeval op 28 mei 2007 en een schadebedrag van € 1.048,24 aan een benadeelde 	van het schadegeval van 18 maart 2006.</para>
    <para />
    <para>2.6	 	Bij brief van 2 oktober 2007 heeft FBTO-Achmea [gedaagde] meegedeeld dat haar is 	gebleken dat hij in 2003 gedetineerd was en hem aangemaand tot betaling van de 	uitgekeerde bedragen van in totaal € 10.434,97 aan haar. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.7	 	[gedaagde] is nogmaals aangemaand te betalen bij brief van 6 november 2007 van </para>
      <para>	FBTO-Achmea, bij brief van 20 december 2007 van het door FBTO-Achmea ingeschakelde 	incassobureau Graydon Nederland B.V. en bij brief van 8 februari 2008 van het door </para>
      <para>	FBTO-Achmea ingeschakeld advocatenkantoor. </para>
    </parablock>
    <para>	</para>
    <parablock>
      <para>2.8		De algemene voorwaarden van FBTO-Achmea luiden - voor zover van belang -:</para>
      <para>	“(…)</para>
      <para>	VIII Premiebetaling</para>
      <para>	a U bent verplicht elk verschuldigd bedrag dat wij u in rekening brengen op de 	premievervaldatum bij vooruitbetaling, dan wel, indien daarvoor een ander tijdstip is 	aangegeven, vóór dat tijdstip te voldoen.</para>
      <para>	b Als u dit nalaat (…) wordt niet langer dekking verleend (…). U blijft niettemin gehouden 	tot betaling van elk verschuldigd bedrag, vermeerderd met eventuele incassokosten en 	wettelijke rente. (…)</para>
      <para>	(…)</para>
      <para>X Fraude</para>
      <para>Onder fraude wordt verstaan:</para>
      <para>Het op oneigenlijke gronden en wijze verkrijgen en/of trachten te verkrijgen van een verzekeringsdekking onder valse voorwendselen. (…)</para>
      <para>(…)</para>
      <para>Artikel 7</para>
      <para>FBTO verleent geen dekking in de volgende gevallen. Los van het bepaalde in de </para>
      <para>Contractvoorwaarden is van de verzekering uitgesloten: </para>
      <para>(…)</para>
      <para>2</para>
      <para>(…)</para>
      <para>h  schade, terwijl de bestuurder van de verzekerde auto de plaats van het ongeval direct heeft verlaten zonder zijn/haar identiteit duidelijk kenbaar te maken. (…)”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het geschil</para>
      <para>3.1	FBTO-Achmea vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] 	veroordeelt om aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen </para>
      <para>1.	de hoofdsom van € 10.434,97;</para>
      <para>2.	de contractuele vertragingsrente, subsidiair de wettelijke vertragingsrente, over de hoofdsom vanaf 20 december 2007 tot de dag der algehele voldoening;</para>
      <para>3.	de buitengerechtelijke kosten ad € 904,-;</para>
      <para>4.	de wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten vanaf de datum dagvaarding tot de dag van voldoening;</para>
      <para>5.	de kosten van het geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2  	Zij stelt hiertoe, naast de vaststaande feiten, het volgende.</para>
      <para>	Bij het aangaan van de overeenkomst heeft FBTO-Achmea [gedaagde] gevraagd of hij 	feiten had te melden omtrent een eventueel strafrechtelijk verleden die binnen de acht jaren 	voorafgaand aan de aanvraag zijn voorgevallen. [gedaagde] heeft ten onrechte geantwoord 	dat dit niet het geval was en heeft daarmee bij het aangaan van de verzekering gefraudeerd. 	Als [gedaagde] op de vraag over zijn strafrechtelijk verleden had aangegeven dat hij 	gedetineerd was geweest in 2003, dan had FBTO-Achmea hem conform haar beleid 	geweigerd voor de verzekering. De persoon die volgens [gedaagde] de bestuurder was 	van zijn auto ten tijde van de aanrijding op 28 mei 2007 heeft de plaats van het ongeval 	verlaten zonder zijn identiteit kenbaar te maken. Dit alles maakt dat FBTO-Achmea op 	grond van haar Algemene Voowaarden en de wet het recht heeft de uitgekeerde 	schadebedragen terug te vorderen van [gedaagde].</para>
    </parablock>
    <para>	</para>
    <parablock>
      <para>3.3	[gedaagde] voert hiertegen het volgende verweer. </para>
      <para>	De algemene voorwaarden van FBTO-Achmea moeten worden vernietigd omdat deze niet 	aan [gedaagde] ter hand zijn gesteld voor of bij het aangaan van de overeenkomst.</para>
      <para>	De mededelingsplicht bij het aangaan van de verzekering ziet slechts op feiten waarvan 	[gedaagde] wist of behoorde te begrijpen dat zij doorslaggevend waren of konden zijn voor 	FBTO-Achmea. De vraag over zijn strafrechtelijk verleden laat ruimte voor een beoordeling 	van de relevantie van de vraag door de aanvrager. [gedaagde] is veroordeeld voor diefstal 	van computers en achtte dit niet van belang voor de aanvraag. Hij heeft die vraag dus terecht 	met nee beantwoord. FBTO-Achmea heeft de ontdekking van [gedaagde]s strafrechtelijk 	verleden niet binnen twee maanden vóór het verzenden van de brief van 2 oktober 2007 	gedaan, zodat zij zich niet op de gevolgen van de gestelde schending van de 	mededelingsplicht kan beroepen. Schending van de mededelingsplicht leidt niet tot verlies 	van elk recht op uitkering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	De beoordeling</para>
      <para>4.1  	Op 1 januari 2006 is titel 7.17 van het nieuw BW (het nieuwe verzekeringsrecht) in 	werking getreden. Ingevolge het overgangsrecht is in de onderhavige zaak artikel 7:928 BW 	niet van toepassing, zodat de mededelingsplicht van de verzekeringsnemer als bedoeld in 	artikel 251 Wetboek van Koophandel geldt. Het overgangsrecht verklaart de artikelen 7:929 	en 7:930 BW (die beide gaan over de rechtsgevolgen van niet-nakoming van de 	mededelingsplicht) in deze zaak van toepassing. Daarnaast zijn de bepalingen van de 	Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen van kracht omdat de overeenkomst een 	auto betreft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2	Ter comparitie is door FBTO-Achmea gesteld dat de overeenkomst telefonisch is gesloten 	en dat de betreffende vraag over het strafrechtelijk verleden in twee delen aan [gedaagde] 	is gesteld, waarbij het eerste deel de vraag betrof of [gedaagde] feiten had te melden 	omtrent een strafrechtelijk verleden in de afgelopen acht jaren en het tweede deel de vraag 	bevatte of er nog andere feiten zijn die voor het beoordelen van de aanvraag van belang 	zouden zijn. Nu deze stellingen niet zijn betwist, staat het gestelde vast. </para>
      <para>4.3   	Ten aanzien van toezending van de algemene voorwaarden geldt het volgende. Indien 	sprake is van een telefonisch gesloten overeenkomst zoals de onderhavige kunnen de 	algemene voorwaarden onverwijld na het sluiten van de overeenkomst worden toegezonden 	aan de wederpartij. Als ter comparitie gesteld en niet weersproken, staat vast dat dit direct 	na het sluiten van de overeenkomst is gebeurd, tegelijkertijd met het aan [gedaagde] 	zenden van de schriftelijke bevestiging in de vorm van de verzekeringspolis. De rechtbank 	ziet zodoende geen grond voor vernietiging van de algemene voorwaarden, zodat 	deze deel uitmaken van de overeenkomst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.4  	Daargelaten de vraag of voor een aanvrager van een verzekering sprake is van 	interpretatieruimte bij het beantwoorden van vragen, had [gedaagde], gelet op de 	vraagstelling in twee delen en gelet op het feit dat hij naar eigen zeggen is veroordeeld voor 	diefstal van computers - zijnde een delict dat zijn algehele moraliteit raakt -, moeten 	begrijpen dat de vraag die hem werd gesteld over zijn strafrechtelijk verleden van belang 	was voor FBTO-Achmea. Nu [gedaagde] die vraag met nee heeft beantwoord, heeft hij bij 	het aangaan van de overeenkomst onjuiste opgave gedaan, of te wel de op hem rustende	mededelingsplicht geschonden. </para>
    <para />
    <para>4.5  	Het onjuist beantwoorden van de betreffende vraag kan niet zonder meer als fraude worden 	betiteld in de zin van artikel X van de toepasselijke algemene voorwaarden. Daarom kan 	niet worden geoordeeld dat dit artikel van toepassing is. Dit brengt mee dat de aan de 	benadeelden uitgekeerde schadebedragen niet op grond van dit artikel van [gedaagde] 	kunnen worden teruggevorderd. </para>
    <para />
    <para>4.6 	Uit de door FBTO-Achmea (als productie 22) overgelegde uitdraai van Experian Nederland 	B.V. blijkt dat FBTO-Achmea op 1 oktober 2007 - derhalve binnen twee maanden vóór het 	verzenden van de brief van 2 oktober 2007 - ontdekt heeft dat [gedaagde] onjuiste opgave 	heeft gedaan bij het aangaan van de overeenkomst. De in artikel 7:929 lid 1 BW genoemde 	termijn is zodoende door FBTO-Achmea nageleefd. Dit brengt mee dat zij zich kan 	beroepen op de gevolgen van de onjuiste opgave. Nu ter comparitie is gesteld en niet 	weersproken dat FBTO-Achmea de overeenkomst met [gedaagde] niet zou zijn aangegaan 	als zij had geweten van [gedaagde]s strafrechtelijk verleden, is het bepaalde in artikel 	7:930 lid 4 BW van toepassing, zodat FBTO-Achmea geen uitkeringen verschuldigd is die 	verband 	houden met de aanrijdingen op 18 maart 2006 en 28 mei 2007. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.7  	Daar komt bij dat, als gesteld en niet weersproken, is komen vast te staan dat de bestuurder 	van de auto van [gedaagde] na de aanrijding op 28 mei 2007 de plaats van het ongeval 	heeft verlaten zonder gegevens over zijn identiteit achter te laten. Dit betreft gelet op artikel 	7 lid 2 onder h van de algemene voorwaarden een omstandigheid die er toe leidt dat dekking 	van schade is uitgesloten. Indien en voor zover [gedaagde] met zijn stelling dat hij de 	identiteit van de bestuurder bekend heeft gemaakt, heeft bedoeld dat hij het verzuim van de 	bestuurder heeft gezuiverd in de zin van artikel 184 Wegenverkeerswet 1994, overweegt de 	rechtbank - daarbij in het midden latend of een zodanige zuivering kan plaatsvinden door 	een ander dan de bestuurder - dat [gedaagde] onvoldoende feiten heeft gesteld om te 	kunnen aannemen dat het bekend maken van die identiteit door hem geheel vrijwillig is 	gebeurd als bedoeld in artikel 184 Wegenverkeerswet 1994. Reeds hierom kan de hiervoor 	bedoelde stelling [gedaagde] niet baten en was FBTO-Achmea evenmin op grond van 	artikel 7 lid 2 onder h van de algemene  voorwaarden gehouden de schade die op 28 mei 	2007 door de bestuurder is toegebracht, te dekken. </para>
      <para>4.8  	Het voorgaande leidt ertoe dat FBTO-Achmea op grond van artikel 15 lid 2 Wet 	aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen de aan de benadeelden uitgekeerde 	schadebedragen op [gedaagde] kan verhalen. De vordering in hoofdsom zal daarom 	worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.9   	De vorderingen tot betaling van contractuele vertragingsrente en contractuele 	buitengerechtelijk kosten kunnen niet worden toegewezen op grond van artikel VIII van de 	algemene voorwaarden, nu dit artikel ziet op (het uitblijven van of te late) betaling van de 	verzekeringspremie en niet op verhaal van onverschuldigd betaalde schade-uitkeringen. </para>
    <para />
    <para>4.10  	De subsidiair gevorderde wettelijke vertragingsrente over de hoofdsom met ingang van 20 	december 2007 zal worden toegewezen omdat daartegen geen afzonderlijk verweer is 	gevoerd. </para>
    <para>		</para>
    <para>4.11  	De subsidiair op grond van artikel 6:96 BW gevorderde buitengerechtelijke kosten dienen te  worden afgewezen, omdat FBTO-Achmea niet voldoende heeft onderbouwd dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele verstuurde (herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.</para>
    <para />
    <para>4.12  	[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de 	proceskosten. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.1  	veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan FBTO-Achmea te 	betalen een bedrag van € 10.434,97, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 	december 2007 tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.2  	veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van </para>
      <para>	FBTO-Achmea bepaald op € 904,- aan salaris van de advocaat, € 79,75 aan explootkosten 	en € 313,- aan griffierecht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.3  	verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>5.4  	wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. B.C. Vink, I. Bouter en K. Bakker en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2010.?</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>