<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:905</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-22T17:00:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL26.152</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:905">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:905</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-22T09:00:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:905 Rechtbank Den Haag , 20-01-2026 / NL26.152</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:905:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin; ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:905:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL26.152</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser], v-nummer: [nummer], eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. W.J. Rohlof),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie,</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding<?linebreak?></title>
    <para>1.	In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 26 december 2025. De minister heeft in dit besluit bepaald de asielaanvraag van eiser van 20 juni 2025 niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_2ebd26e4-741a-4e33-bd33-a16cd1001f9f" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Totstandkoming van het besluit</emphasis>
        <?linebreak?>4. 	De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.<footnote-ref linkend="_098e5939-5368-47cb-a837-448f5301a056" /> In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek geaccepteerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 17 van de Dublinverordening</emphasis>
        <?linebreak?>5. 	Eiser voert aan dat de minister eisers asielaanvraag onverplicht in behandeling moet nemen op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. Eiser doet een beroep op het arrest C.K. e.a.<footnote-ref linkend="_eb2667b9-a813-49c4-a1e4-0c93d2ec08fc" /> Een overdracht naar Duitsland zal een reëel en bewezen risico zijn op een onomkeerbare achteruitgang van de gezondheidstoestand van eiser. De minister moet de twijfel over de gevolgen van de overdracht wegnemen door voorzorgsmaatregelen te treffen of de overdracht op te schorten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De beroepsgrond van eiser slaagt niet. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat uit het arrest C.K. e.a. volgt dat het aan de vreemdeling is om objectieve gegevens over te leggen die de bijzondere ernst van de gezondheidstoestand en ook de aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen daarvoor van een overdracht aantonen.<footnote-ref linkend="_ff281ba4-2846-4ee1-b825-6e4db83549a5" /> Eiser heeft zijn gestelde medische problematiek in beroep niet onderbouwd. Hiermee heeft eiser dan ook niet onderbouwd dat zijn overdracht naar Duitsland een reëel en bewezen risico inhoudt op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van de gezondheidstoestanden en dat de minister om die reden twijfel over de gevolgen van de overdracht moet wegnemen door de benodigde voorzorgsmaatregelen gedurende de overdracht te treffen of de overdracht op had moeten schorten. Het beroep op het arrest C.K. e.a. slaagt daarom niet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Indien en voor zover eiser medische zorg nodig heeft, heeft eiser ook niet onderbouwd dat deze hem in Duitsland niet of onvoldoende ter beschikking zal staan. De minister mag er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel van uitgaan dat Duitsland de internationale verplichtingen nakomt, zoals die bijvoorbeeld volgen uit de Opvangrichtlijn.<footnote-ref linkend="_d9a26364-b9dd-4f7b-9f3a-16a6f355721e" /> Niet is gebleken dat Duitsland zich daar in het algemeen niet aan houdt of zich daar in eisers geval niet aan zal houden. Eiser heeft daar ook niets over aangevoerd. Los daarvan mag van eiser worden verwacht dat, voor zover hij meent dat Duitsland niet aan zijn specifieke medische behoeften kan voldoen, hij zich wendt tot de (hogere) Duitse autoriteiten. Niet is gebleken dat de autoriteiten van Duitsland hem niet zouden kunnen of willen helpen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	 Het beroep is kennelijk ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>S. Voolstra, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2ebd26e4-741a-4e33-bd33-a16cd1001f9f" label="1">
    <para> Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_098e5939-5368-47cb-a837-448f5301a056" label="2">
    <para> Dit staat in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_eb2667b9-a813-49c4-a1e4-0c93d2ec08fc" label="3">
    <para> HvJ 16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127 (in de zaak C.K. e.a. tegen Slovenië).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ff281ba4-2846-4ee1-b825-6e4db83549a5" label="4">
    <para> ABRvS 3 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2986.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d9a26364-b9dd-4f7b-9f3a-16a6f355721e" label="5">
    <para> Op grond van artikel 19 van de Opvangrichtlijn dragen de lidstaten er zorg voor dat verzoekers de nodige medische zorg ontvangen, die ten minste de spoedeisende behandelingen en de essentiële behandeling van ziekten en ernstige mentale stoornissen omvat. Ook verstrekken de lidstaten de noodzakelijke medische of andere zorg aan verzoekers met bijzondere opvangbehoeften, inclusief, indien nodig, passende geestelijke gezondheidszorg.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>