<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:725</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-20T09:29:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.28032</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:725">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:725</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-19T13:49:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:725 Rechtbank Den Haag , 15-01-2026 / NL25.28032</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:725:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep – asiel – ongegrond – leeftijdsbepaling – discriminatie – Gambia – adequate opvang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:725:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.28032 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. L.J.W. Altdorf).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 24 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.<footnote-ref linkend="_a9640290-03ef-40c2-b6f6-e2725f053f31" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De zitting heeft zonder tolk plaatsgevonden, nu de gemachtigde van eiser heeft aangegeven dat geen tolk Mandinka beschikbaar was. Partijen hebben ermee ingestemd de behandeling zonder tolk voort te zetten. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Het asielrelaas</emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag 1] 2007 en de Gambiaanse nationaliteit te hebben. Hij heeft op 11 augustus 2023 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Hieraan heeft hij het volgende ten grondslag gelegd. Eiser behoort tot de Mandinka-bevolkingsgroep. Toen eiser dertien jaar oud was, heeft hij eenmalig seksueel contact gehad met een vriend, [vriend 1] . Een gemeenschappelijke vriend, [vriend 2] , was hierbij aanwezig en heeft eisers familie over dit voorval verteld. Eiser is hierna door zijn moeder en broer mishandeld en vastgebonden. Eiser is twee dagen na de mishandeling vertrokken uit zijn land van herkomst. Ook heeft eiser op basis van zijn Mandinka-etniciteit discriminatie ervaren. Zo is hij als kind tijdens het zaklopen geduwd en geschopt en liet de Fula-bevolking uit zijn dorp soms hun dieren los in eisers moestuin om deze te vernielen en eiser hiermee te intimideren. <?linebreak?><emphasis role="italic">Het bestreden besluit </emphasis><?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst worden geloofwaardig geacht. Ten aanzien van eisers geboortedatum wordt door verweerder [geboortedag 2] 2005 aangehouden in plaats van de door eiser gestelde geboortedatum van [geboortedag 1] 2007. Reden hiertoe is dat eiser in Italië geregistreerd staat met als geboortedatum [geboortedag 2] 2005, de AVIM<footnote-ref linkend="_0b6d5a7e-6283-48ee-ba9d-04b6f06f61e4" /> heeft geconcludeerd dat eiser evident meerderjarig is en dat bij de schouwmedewerker van de IND<footnote-ref linkend="_0a44bc28-61a9-4fd5-95b3-2488badffeec" /> twijfel is ontstaan over de door eiser opgegeven geboortedatum. Omdat eiser geen identificerende documenten heeft overgelegd waaruit zijn leeftijd blijkt, wordt [geboortedag 2] 2005 daarom als geboortedatum aangehouden. Uit eisers verklaringen blijkt tevens niet dat hij pogingen heeft ondernomen om de gestelde foutieve geboortedatum te corrigeren en dit had van eiser wel verwacht mogen worden. Daarbij heeft eiser niet inzichtelijk gemaakt waarom door verweerder in dit kader niet meer van hem verwacht had mogen worden. <?linebreak?></para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>3.   Het incident naar aanleiding van eisers seksuele contact met [vriend 1] wordt geloofwaardig geacht. Dat geldt ook voor de door eiser ondervonden discriminatie op basis van zijn Mandinka-etniciteit. Eisers vrees bij terugkeer naar Gambia vanwege het incident waarbij hij op de grond is geduwd en is geslagen door Fula-kinderen, wordt niet aannemelijk geacht. Niet is volgens verweerder gebleken dat incident plaatsvond vanwege eisers etniciteit. Daarbij had eiser ondanks zijn etniciteit nog altijd toegang tot medische zorg, werk en scholing in Gambia. Eisers vrees vanwege de eerdere vernielingen van zijn moestuin door de Fula-bevolking wordt aannemelijk geacht, maar onvoldoende zwaarwegend bevonden. Eisers vrees dat hij vanwege het eerdere seksuele contact met [vriend 1]  zal worden mishandeld, is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Niet is gebleken dat eiser wordt bedreigd vanwege dit incident, ofwel dat er sprake is van andersoortige dreiging en nergens uit blijkt dat eiser in de brede omgeving bekend staat als homoseksueel. Aan eiser wordt geen AMV<footnote-ref linkend="_148d70c2-df3f-4200-9e5a-a35feab67050" />-buitenschuldvergunning verleend, omdat voor hem adequate opvang aanwezig is in Gambia in de vorm van weeshuizen. Aan eiser wordt een terugkeerbesluit opgelegd naar Gambia, met een vertrektermijn van vier weken.<footnote-ref linkend="_7f143e30-9144-46fe-abd8-7c305c10cdbc" /></para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">De beroepsgronden</emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Verweerder stelt ten onrechte dat eiser zich niet tegen de in Italië geregistreerde leeftijd heeft verzet en zich hierover heeft geuit. Zo heeft eiser geprobeerd aan te geven dat zijn leeftijd niet klopt en nadat dit niet tot een wijziging leidde heeft eiser Italië verlaten. Verder heeft verweerder nagelaten te onderbouwen wat eiser anders of meer had kunnen doen om zijn foutieve gegevens in Italië te herstellen. Eisers zeer jonge leeftijd, dat hij als alleenstaande minderjarige vreemdeling de Italiaanse taal niet machtig was, een afhankelijke minderwaardige positie had ten opzichte van de Italiaanse politie en autoriteiten en dat hij geen andere manieren kende om tegen de leeftijdsbepaling te protesteren, zijn door verweerder onvoldoende meegewogen. Verweerder heeft niet tegengeworpen dat eiser zijn geboorteakte niet heeft overgelegd, waarmee hij erkent dat het ontbreken van dit document niet aan eisers inspanning te wijten is. Verweerder beperkt de discriminatie die eiser heeft ondervonden als onderdeel van de Mandinka-bevolking ten onrechte tot incidenten waarbij eiser het slachtoffer is geworden van mishandeling door Fula-kinderen en dat dit probleem is verholpen toen eiser niet langer met deze kinderen speelde. Er is echter sprake van etnische zuivering, waar ook eiser en zijn gezin slachtoffer van zijn geworden. Verweerder stelt ten onrechte dat eiser het bredere probleem van discriminatie en racisme niet nader heeft onderbouwd. Verweerder heeft hierbij niet gemotiveerd waarom aan eisers verklaringen getwijfeld op dit punt. Verweerder overweegt ten onrechte dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn toegeschreven homoseksuele gerichtheid in brede kring bekend is geraakt. Dat de omstandigheden niet erger zijn geworden voor eiser, komt omdat hij tijdig het land heeft verlaten. Hoewel het niet zeker is dat de autoriteiten op de hoogte zijn gesteld van eisers seksuele gerichtheid, is er een reële kans dat dit wel het geval is. Eiser kan het zich niet veroorloven om ervan uit te gaan dat de Gambiaanse autoriteiten niet van zijn homoseksuele gerichtheid op de hoogte zijn. Verweerder miskent dat eiser vanwege de vijandige houding van zijn familie geen adequate opvang of hulp zal hebben bij terugkeer naar Gambia.   </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Discriminatie wegens Mandinka-etniciteit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Uit onder meer het beleid van verweerder zoals neergelegd in paragraaf C2/3.2.6 van de Vc<footnote-ref linkend="_b5df2406-a457-4863-add6-9654d8806737" /> volgt dat discriminatie van een vreemdeling door de autoriteiten en door medeburgers als daad van vervolging wordt aangemerkt, indien de vreemdeling vanwege de discriminatie zodanig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden, dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. <?linebreak?></para>
    <para>6. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de discriminatie die eiser in Gambia heeft ondervonden vanwege zijn etniciteit aannemelijk is, maar onvoldoende zwaarwegend. Verweerder wijst er terecht op dat niet is gebleken dat eiser gedurende zijn verblijf in Gambia geen toegang had tot medische zorg, onderwijs en arbeid. Daarbij heeft verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd dat uit eisers verklaringen niet blijkt dat specifiek eisers etniciteit de aanleiding was voor het incident waarbij eiser door Fula-kinderen op de grond is geduwd en geslagen.<footnote-ref linkend="_a2770b06-7dd9-478c-ab9d-fee90545151a" /> Voorts heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiser onvoldoende concreet heeft gemaakt dat er sprake is geweest van een aanval op de Mandinka om hen te intimideren en te verdrijven. Ook hieruit volgt niet dat eiser door de discriminatie dusdanig ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toegedichte homoseksualiteit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Verweerder heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat uit eisers verklaringen niet blijkt dat hij problemen heeft ondervonden in de vorm van bedreigingen vanwege zijn toegedichte homoseksualiteit. Eiser heeft Gambia immers ruim twee jaar geleden verlaten en geen dreigementen ontvangen sinds zijn vertrek. Ook heeft verweerder kunnen stellen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem gestelde situaties zullen plaatsvinden en dat zijn onderbouwing gebaseerd is op niet nader geconcretiseerde en onderbouwde vermoedens.<footnote-ref linkend="_c1f893a8-6b23-4dec-abec-43248fc25597" /> Daarbij heeft verweerder kunnen meewegen dat eiser er niet volledig van op de hoogte is wie van de toegeschreven homoseksuele handelingen op de hoogte zouden zijn, met uitzondering van zijn moeder en broer met wie hij geen contact wil of heeft. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Adequate opvang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat in het geval van eiser onderzoek is gedaan naar de aanwezigheid van adequate opvang in Gambia en dat voor de periode van eisers minderjarigheid sprake was van adequate opvang vanuit overheidswege in de vorm van weeshuizen.<footnote-ref linkend="_2b9c6c00-fec2-459e-8c2b-e3d39f69b708" /> Gelet hierop heeft verweerder niet ten onrechte geconcludeerd dat eiser daarom niet in aanmerking komt voor een (met terugwerkende kracht tot aan zijn meerderjarigheid) AMV-buitenschuldvergunning. De door eiser aangevoerde vijandigheid van zijn familie is geen weerspreking van wat verweerder in dit kader heeft overwogen. Dit doet immers geen afbreuk aan de vaststelling dat er adequate opvang aanwezig is in Gambia in de vorm van weeshuizen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Leeftijdsbepaling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. De beroepsgronden van eiser slagen tot dusver niet. Dit heeft tot gevolg dat verweerder eisers asielaanvraag terecht heeft afgewezen als ongegrond. Gelet hierop behoeft de het geschilpunt over de leeftijdsbepaling geen bespreking. Hierbij weegt de rechtbank mee dat ook al zou verweerder ten onrechte uitgaan van het geboortejaar 2005 in plaats van 2007 eiser daardoor niet in zijn belangen is geschaad omdat verweerder onderzoek heeft gedaan naar adequate opvang.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>10. Uit het voorgaande volgt dat eisers beroepsgronden niet slagen. Het beroep is ongegrond.<?linebreak?></para>
      <para>10. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 15 januari 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_a9640290-03ef-40c2-b6f6-e2725f053f31" label="1">
    <para> Op grond van artikel 31 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0b6d5a7e-6283-48ee-ba9d-04b6f06f61e4" label="2">
    <para> Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0a44bc28-61a9-4fd5-95b3-2488badffeec" label="3">
    <para> Immigratie en Naturalisatiedienst.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_148d70c2-df3f-4200-9e5a-a35feab67050" label="4">
    <para> Alleenstaande Minderjarige Vreemdeling. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7f143e30-9144-46fe-abd8-7c305c10cdbc" label="5">
    <para> Op grond van artikel 62, eerste lid, van de Vw. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b5df2406-a457-4863-add6-9654d8806737" label="6">
    <para> Vreemdelingencirculaire 2000. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a2770b06-7dd9-478c-ab9d-fee90545151a" label="7">
    <para> Pagina 3 van het bestreden besluit. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c1f893a8-6b23-4dec-abec-43248fc25597" label="8">
    <para> Pagina 3 van het bestreden besluit. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b9c6c00-fec2-459e-8c2b-e3d39f69b708" label="9">
    <para> Verweerder verwijst in dit kader naar het document:  <emphasis role="italic">Gambia: Visit to a shelter for children</emphasis> van 26 februari 2025. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>