<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:503</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-13T14:51:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL26.292</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:503">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:503</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-13T14:51:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:503 Rechtbank Den Haag , 13-01-2026 / NL26.292</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:503:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vierde vervolgberoep bewaring – voldoende voortvarend – Ghana – inlichtingenformulier niet actueel – verweer opgevraagd – eiser aangegeven dat hij niet in gesprek wil met DT&amp;V – geen sprake van verzwaarde belangenafweging – beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:503:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL26.292</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer] ,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. D. Schaap),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.S.W.Boorsma).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 30 juli 2025 heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw<footnote-ref linkend="_b3ec6a9e-93dd-45a2-9d2c-6bf470586597" /> opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op verzoek van de rechtbank een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 12 januari 2026 gesloten.<footnote-ref linkend="_378c6c60-4759-4fce-99a8-c5f88d0ba964" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1981 en de Ghanese nationaliteit te hebben.</para>
    <para />
    <para>2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 13 augustus 2025.<footnote-ref linkend="_e19b3c3c-cea4-4237-971b-745ae2805f98" /> Vervolgens zijn er vervolgberoepen ingesteld.<footnote-ref linkend="_7536d90b-5e9f-4111-9f30-f8199ca6d5c1" /> Uit de laatste uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 4 december 2025<footnote-ref linkend="_cf640ddf-c027-4d34-991b-2da4d1681102" /> volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 4 december 2025, rechtmatig was. Daarom ziet de beoordeling nu op het voortduren van de maatregel van bewaring sinds de sluiting van voornoemd onderzoek op 4 december 2025. </para>
    <para />
    <para>4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting naar Ghana. Het door verweerder overgelegde inlichtingenformulier van 2 december 2025 is niet actueel, omdat dit hetzelfde formulier is als in het vorige vervolgberoep door verweerder is overgelegd. Daardoor is niet inzichtelijk of na 27 november 2025 nog bij de Ghanese autoriteiten is gerappelleerd over de lp<footnote-ref linkend="_e8e2078c-05b2-446e-8286-12d5eee1e30d" />-aanvraag. Uit het inlichtingenformulier blijkt bovendien niet van recente uitzettingshandelingen. Eiser wijst erop dat het meest recente verslag van een vertrekgesprek in het dossier van 5 december 2025 dateert en dat sindsdien onvoldoende voortgang is geboekt. Verder stelt eiser dat in het inlichtingenformulier wordt verwezen naar een verzwaarde belangenafweging en een mogelijke overschrijding van de zesmaandentermijn, terwijl die termijn volgens hem nog niet is verstreken. Ook is geen verlengingsbesluit genomen. Voor zover al een verzwaarde belangenafweging is verricht, is die onvoldoende kenbaar en onvoldoende gemotiveerd. Niet is toegelicht welke belangen zijn betrokken en waarom het belang van verweerder bij verwijdering aanmerkelijk groter zou zijn dan in het algemeen het geval is. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank overweegt allereerst dat er in zijn algemeenheid zicht op uitzetting naar Ghana bestaat.<footnote-ref linkend="_642040d0-9a1e-43f1-9c17-6d6e050196ac" /> Uit het dossier blijkt dat de door verweerder op 23 juni 2025 aangevraagde lp bij de Ghanese autoriteiten nog steeds loopt. Daarbij geldt dat op eiser de verplichting rust om volledig en actief mee te werken aan zijn uitzetting en zijn lp-traject. Niet is gebleken van aanknopingspunten die erop wijzen dat bij volledige medewerking geen lp zal worden afgegeven door de Ghanese autoriteiten. Tijdens het vertrekgesprek van 5 december 2025 heeft eiser verklaard geen enkele actie te hebben ondernomen om zijn identiteit en nationaliteit met documenten te onderbouwen, dat hij niet naar Ghana wil terugkeren en niet aan uitzetting zal meewerken, nu hij op eigen gelegenheid naar Italië wil vertrekken. Verder blijkt uit het verweerschrift dat op 17 december 2025 schriftelijk is gerappelleerd bij de Ghanese autoriteiten. Op 7 januari 2026 is gepoogd een vertrekgesprek met eiser te voeren in verband met het voornemen tot verlenging van de inbewaringstelling, maar eiser heeft aangegeven niet met de Dienst Terugkeer en Vertrek in gesprek te willen gaan. Gelet hierop is voldoende inzichtelijk dat verweerder voortvarend aan eisers uitzetting werkt. Dat het inlichtingenformulier van 2 december 2025 niet is geactualiseerd, maakt het vorenstaande niet anders. Onder deze omstandigheden is niet gebleken dat uitzetting binnen een redelijk termijn ontbreekt. </para>
    <para />
    <para>6. De maatregel van bewaring is opgelegd op 30 juli 2025, wat betekent dat eiser nog geen zes maanden in bewaring zit. Uit vaste rechtspraak volgt dat in de eerste zes maanden van de bewaring doorgaans het belang van verweerder om de bewaring voort te zetten zwaarder weegt dan het belang van de vreemdeling op vrijlating. Bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven dat het belang van de vreemdeling, ook binnen die zes maanden, zwaarder weegt. In het geval van eiser zijn van dergelijke omstandigheden niet gebleken. Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat in het inlichtingenformulier bij punt 10a standaard wordt vermeld dat bij overschrijding van de zes maanden een zwaardere belangenafweging geldt en dat verweerder overweegt de bewaring voort te laten duren. Dit is momenteel niet van toepassing op eiser.  </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is. </para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 13 januari 2026 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier en openbaar gemaakt door middel van publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b3ec6a9e-93dd-45a2-9d2c-6bf470586597" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_378c6c60-4759-4fce-99a8-c5f88d0ba964" label="2">
    <para> Op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e19b3c3c-cea4-4237-971b-745ae2805f98" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2025:15102.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7536d90b-5e9f-4111-9f30-f8199ca6d5c1" label="4">
    <para> Zie uitspraken van 25 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:17631, 30 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19995 en 4 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:23051.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf640ddf-c027-4d34-991b-2da4d1681102" label="5">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2025:23051.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e8e2078c-05b2-446e-8286-12d5eee1e30d" label="6">
    <para> Laissez-passer.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_642040d0-9a1e-43f1-9c17-6d6e050196ac" label="7">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:824.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>