<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:487</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-13T11:46:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.29234</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:487">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:487</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-13T11:46:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:487 Rechtbank Den Haag , 05-01-2026 / NL25.29234</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:487:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijwillig vertrek van eiser naar Syrië; mob; eiser verzoekt verweerder te veroordelen in de proceskosten; proceskostenvergoeding afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:487:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.29234 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker], V-nummer: [nummer], verzoeker</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 juli 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij bericht van 18 augustus 2025 heeft verzoeker het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht verweerder te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.</para>
    <para />
    <para>2. Verzoeker heeft op 6 augustus 2025 een ‘Verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland’ ondertekend. In die verklaring staat onder andere het volgende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Met de ondertekening van deze verklaring verklaar ik het volgende. Ik verlaat Nederland vrijwillig. Ik stem ermee in dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd en/of de verblijfsvergunning wordt ingetrokken (procedures tegen terugkeerbesluit en inreisverbod vallen hier niet onder).</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover verzoeker met de ondertekening van deze verklaring niet al het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag heeft ingetrokken, zou verzoeker geen belang meer bij een beoordeling van dit beroep hebben gehad als hij het niet op 18 augustus 2025 zou hebben ingetrokken. Verzoeker heeft namelijk ermee ingestemd dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd. Daarmee heeft hij ook te kennen gegeven geen belang meer te hebben bij een beslissing op zijn asielaanvraag. Dat betekent dat verzoeker ook geen belang meer zou hebben gehad bij de beoordeling van het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op die asielaanvraag. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen zou om die reden niet-ontvankelijk zijn verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De reden voor het vervallen van het belang bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen zou in deze zaak zijn gelegen in het feit dat verzoeker vrijwillig uit Nederland is vertrokken en een verklaring heeft ondertekend waarmee hij heeft ingestemd dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd. In die omstandigheden is geen grond gelegen om over te gaan tot een proceskostenveroordeling. (vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3819). Dat op het moment van het instellen van het beroep de beslistermijn was verstreken en verzoeker toen nog geen instemmingsverklaring had ondertekend, maakt dit niet anders. Het procesbelang is namelijk daarna komen te vervallen door toedoen van verzoeker zelf.    </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J. de Gans, rechter, in aanwezigheid van G.I. Heijblom, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over verzet</emphasis>
      </para>
      <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>