<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:4805</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T10:34:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.39341</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4805">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4805</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T10:33:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:4805 Rechtbank Den Haag , 04-02-2026 / NL24.39341</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:4805:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvraag om een verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel “Verblijf als familie- of gezinslid". De rechtbank volgt eiser niet in het standpunt dat verweerder de vraag om de toets aan artikel 8 van het EVRM niet goed zou hebben verricht. Ook ziet de rechtbank niet dat verweerder had moeten toetsen aan het arrest Chavez-Vilchez. Ter zitting heeft eiser zich nog beroepen op het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel. Eiser heeft echter niet onderbouwd waarom hier sprake van is. Een beroep op dit beginsel kan dan ook niet slagen. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug en krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:4805:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zaaknummer:		NL24.39341</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>V-nummer:	271.087.9876</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiser] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 1999, van Surinaamse nationaliteit, eiser</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J. van Bennekom)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J. Albarda).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) met als doel “Verblijf als familie- of gezinslid bij [persoon] (de moeder van eiser, die in deze procedure optreedt als referente)”. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij besluit van 2 oktober 2023 heeft verweerder de aanvraag afgewezen (het primaire besluit). Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar aangetekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Met het besluit van 9 september 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard (het bestreden besluit). Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.	Eiser heeft een aanvullend stuk ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, referente (via een digitale verbinding) en de gemachtigde van verweerder (via een digitale verbinding).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een mvv op goede gronden heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar deze zaak over gaat</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiser heeft met zijn ouders vanaf zijn geboorte altijd samengewoond in Suriname. Zijn ouders zijn op 4 augustus 2019 naar St. Maarten verhuisd, omdat referente daar een baan kon krijgen. Eiser is niet meegegaan, omdat daar geen geschikte MBO onderwijs/opleiding beschikbaar was. Sinds het vertrek van zijn ouders verbleef eiser bij zijn opa van moederskant in Suriname. Hij zou zijn ouders in april 2020 bezoeken, maar in verband met de covid pandemie is hij pas in april 2022 voor drie maanden bij zijn ouders geweest. Zijn ouders zijn in 2022 naar Nederland gekomen, omdat zij hun toekomst perspectieven wilden verbeteren. Nu willen zijn ouders eiser ook naar Nederland halen. Daarom heeft referente op 5 april 2023 namens eiser een mvv aangevraagd met als doel “Verblijf als familie- of gezinslid bij referente”. </para>
    <para />
    <para>5. In het primaire besluit stelt verweerder zich op het standpunt dat er geen sprake is van gezinsleven tussen eiser en zijn ouders op grond van artikel 8 van het EVRM<footnote-ref linkend="_2fc737e4-7749-47c4-b2f0-40de1c77709f" />. Eiser voldoet namelijk niet aan het jongvolwassenbeleid. De ouders van eiser hebben er zelf voor gekozen om zonder eiser voor langere tijd op St. Maarten te wonen en om daarna naar Nederland te verhuizen. Ook is er volgens verweerder geen sprake van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen eiser en zijn ouders. Tot slot heeft verweerder een belangenafweging gemaakt en geconcludeerd dat het belang van de Nederlandse overheid zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van eiser en zijn ouders. Daarom valt de belangenafweging in het nadeel van hen uit en heeft verweerder de aanvraag afgewezen. </para>
    <para />
    <para>6. In het bestreden besluit handhaaft verweerder het primaire besluit. Op grond van de uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_9d3517c1-6594-43e1-b384-90760bcdd13c" /> van 27 maart 2024<footnote-ref linkend="_d0abe1f4-c3c6-4f53-b21f-77662c85a85a" /> heeft verweerder in het bestreden besluit de belangenafweging achterwege gelaten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 8 van het EVRM en het arrest Chavez-Vilchez</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_8bc6c6f4-8950-43fb-b627-8dfee94a5e33" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Eiser voert aan dat de 8 EVRM-toets die verweerder heeft gemaakt niet klopt en dat tevens ten onrechte niet getoetst is of eiser recht heeft op een verblijfsvergunning op grond van het arrest Chavez-Vilchez. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt. De rechtbank volgt eiser niet in het standpunt dat verweerder de vraag om de toets aan artikel 8 van het EVRM niet goed zou hebben verricht. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank op de juiste wijze getoetst dat eiser niet aan het jongvolwassenbeleid voldoet en dat er geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Eiser heeft ook niet toegelicht of onderbouwd wat er aan deze beoordeling niet klopt. De verwijzingen naar rechtspraak zonder toe te lichten op welke wijze deze van toepassing is op eiser, is daarvoor onvoldoende. Daar komt bij dat verweerder niet gehouden is om ambtshalve aan het arrest Chavez-Vilchez te toetsen en eiser heeft hier ook niet eerder om verzocht. De rechtbank ziet dus niet dat verweerder had moeten toetsen aan het arrest Chavez-Vilchez. En zelfs als hierom verzocht zou zijn, heeft verweerder terecht geconstateerd dat eiser ten tijde van de aanvraag geen minderjarige meer was en dus niet voldeed aan de voorwaarden van het arrest Chavez-Vilchez. Voor de huidige situatie geldt dat eiser inmiddels een verblijfsrecht heeft voor het volgen van een studie en dat het gezin herenigd is. Het beroep slaagt niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>Ter zitting heeft eiser zich nog beroepen op het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel. Eiser heeft echter niet onderbouwd waarom hier sprake van is. Een beroep op dit beginsel kan dan ook niet slagen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8.	Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug en krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, rechter, in aanwezigheid van mr. <?linebreak?>L. Kooring, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2fc737e4-7749-47c4-b2f0-40de1c77709f" label="1">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9d3517c1-6594-43e1-b384-90760bcdd13c" label="2">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d0abe1f4-c3c6-4f53-b21f-77662c85a85a" label="3">
    <para> ECLI:NL:RVS:2024:1189.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8bc6c6f4-8950-43fb-b627-8dfee94a5e33" label="4">
    <para> Arrest van 10 mei 2017, ECLI:EU:C:2017:354.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>