<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:4786</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-19T11:32:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-03-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12033388 \ EJ VERZ 25-83701</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Gouda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4786">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4786</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-19T11:13:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:4786 Rechtbank Den Haag , 05-03-2026 / 12033388 \ EJ VERZ 25-83701</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:4786:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontslag op staande voet rechtsgeldig. De werknemer heeft geen overtuigende verklaring kunnen geven voor het feit dat een koffer, medicatie en opiaten die toebehoren aan de werkgever door de politie zijn aangetroffen in haar woning.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:4786:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">DEN HAAG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>CvR</para>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Gouda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: 12033388 \ EJ VERZ  25-83701</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 5 maart 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats],</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoekster],</para>
      <para>gemachtigde: mr. H.H. Göertz,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING GROENE HART ZIEKENHUIS</emphasis>, </para>
      <para>te Gouda,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: het Groene Hart,</para>
      <para>gemachtigde: mr. L. Klumperink.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:</para>
      <parablock>
        <para> het verzoekschrift van 29 december 2025 met producties,</para>
        <para> het verweerschrift met producties,</para>
        <para> het aanvullende stuk van [verzoekster] van 4 februari 2026,</para>
        <para> de mondelinge behandeling van 5 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De beschikking is bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1989, is op 28 februari 2011 op basis van een leerovereenkomst BVP begonnen bij het Groene Hart. Met ingang van 1 juli 2011 is [verzoekster] in dienst getreden bij het Groene Hart op basis van een leer/arbeidsovereenkomst in de functie van operatieassistent in opleiding. Per 1 maart 2025 is deze overeenkomst omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de functie van operatieassistent ten behoeve van de afdeling OK met een loon van € 3.462,17 bruto per maand exclusief emolumenten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 9 juli 2025 is [verzoekster] tijdens haar werkzaamheden bij het Groene Hart door een arrestatieteam van negen gewapende politieagenten gearresteerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het Groene Hart heeft op 10 juli 2025 per brief aan [verzoekster] meegedeeld dat haar salaris en bijbehorende emolumenten per die dag worden stopgezet, omdat [verzoekster] in detentie zit en daarom niet beschikbaar is voor haar werkzaamheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoekster] heeft op 15 juli 2025 een gesprek gehad met [naam 1] en [naam 2]. Van dit gesprek is een verslag gemaakt, waarin onder meer het volgende is vermeld:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Aanleiding gesprek:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [verzoekster] is op 9 juli 2025 tijdens haar dienst op de OK aangehouden door een gewapend arrestatieteam bestaande uit negen politieagenten. De aanleiding voor de arrestatie was tot nu toe voor GHZ onbekend. (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Aanhouding en huiszoeking</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [verzoekster] geeft aan dat reden van haar aanhouding afgelopen woensdag was dat haar ex-partner aangifte heeft gedaan van stalking en computervredebreuk, wat zij zelf als een onterechte beschuldiging ziet.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [verzoekster] geeft aan dat er naast de arrestatie ook een huiszoeking heeft plaatsgevonden, hierbij zou er een zak drugs (cocaïne) gevonden zijn door politie. Dit is genoemd in het verhoor geeft [verzoekster] aan. [verzoekster] zegt hier niets van te weten, dat zij zelf geen cocaïne gebruikt. Daarbij noemt [verzoekster] dat haar achterdeur altijd open staat, waarmee ze impliciet lijkt aan te geven dat ook anderen dit daar kunnen hebben neergelegd. (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Voorlopige vrijlating (Schorsing)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [verzoekster] is op dit moment geschorst in afwachting van een rechtszaak, waarvan de planning volgens haar advocaat naar verwachting mogelijk 6 tot 9 maanden op zich laat wachten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Afspraken</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. Afspraak is gemaakt om uiterlijk begin volgende week opnieuw contact te hebben om het vervolg te bespreken. Hierbij is aangegeven dat we een zorgvuldige afweging willen maken of en zo ja wanneer en hoe [verzoekster] terug kan keren op het werk, met oog voor [verzoekster] (persoon), de collega’s op de OK en de organisatie (het GHZ),</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. [verzoekster] vraagt na bij reclassering of zij op enerlei wijze het verhaal zoals [verzoekster] dat met ons heeft gedeeld kan bevestigen. (…)’ </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Het Groene Hart heeft bij brief van 18 juli 2025 onder meer het volgende aan [verzoekster] geschreven:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘(…) Het gesprek heeft afgelopen dinsdag 15 juli ’25 plaatsgevonden. (…) Na dit gesprek is voor ons nog veel onduidelijk rond de reden en context van je arrestatie. Ook lijken delen van je verklaring strijdig met elkaar. Ook is voor ons onduidelijk of en zo ja, hoe groot de dreiging is dat jouw ex-partner jou in ons ziekenhuis op komt zoeken.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omdat we nog veel vragen hebben willen graag nogmaals in gesprek voor we een keuze maken of we het verantwoord vinden om jou terug te laten keren op de OK. Voorlopig zal je op non-actief worden gesteld met behoud van loon. De doorbetaling van jouw salaris zal met ingang van 14 juli ’25 worden hervat. (…)’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoekster] heeft op 24 juli 2025 een vervolggesprek gehad met [naam 1] en [naam 2]. Van dit gesprek is een verslag gemaakt, waarin onder meer het volgende is vermeld:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘(…) </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Toelichting aanhouding en verdenking</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betreft de stand van zaken in haar zaak is volgens [verzoekster] niets veranderd sinds het vorige gesprek. [verzoekster] bevestigd wat te lezen is in de stukken: dat het gaat om stalking en computervredebreuk, maar gaf aan geen verklaring te hebben voor de inzet van een arrestatieteam. Zij bestempelt dit als onnodig en overdreven vanuit de politie. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [naam 2] ziet een voorblad ‘proces-verbaal’, maar weet dan nog niet of dat alles is. [verzoekster] geeft hierbij ook aan dat dit lang niet alles is en dat het een dik pak papier is. Ook kan [naam 2] zich maar moeilijk voorstellen dat dit reden is geweest om op deze manier te komen halen door de politie van je werk. Er is geobserveerd inname van meerdere telefoons bij haar arrestatie; [verzoekster] geeft aan dat er maar sprake is van een werktelefoon (…) en één privételefoon. [verzoekster] noemt drugs in haar huis die genoemd zouden zijn tijdens verhoor, maar hierover zou niets zijn opgenomen in de stukken; dat lijkt onwaarschijnlijk. (…)’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 29 oktober 2025 heeft [naam 1] telefonisch contact gehad met <?linebreak?>[rechercheur], rechercheur van de politie Utrecht. Tijdens dit gesprek deelde [rechercheur] mede dat tijdens de huiszoeking bij [verzoekster] in juli 2025 een oranje koffer (met daarop het logo van het Groene Hart) was aangetroffen alsook diverse medicatie en opiaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [naam 1] heeft op 30 oktober 2025 namens het Groene Hart aangifte gedaan van verduistering van een Groene Hart koffer, medicatie en opiaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Op 30 oktober 2025 hebben [naam 1] en [verzoekster] contact gehad over de bevindingen van de centrale apotheek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Op 3 november 2025 is [verzoekster] op staande voet ontslagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <parablock>
        <para>In de ontslagbrief van 3 november 2025 is onder meer het volgende opgenomen:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘(…) Jouw handelen is voor GHZ absoluut onacceptabel. Het is volstrekt onaanvaardbaar dat medicatie die aan het GHZ toebehoort in jouw woning is aangetroffen. Wij beschouwen dit als ongepast, ontoelaatbaar en in strijd met de geldende wet- en regelgeving, interne protocollen en jouw verplichtingen als zorgmedewerker. Daarnaast heb je herhaaldelijk onjuiste en/of onvolledige verklaringen afgelegd en geen openheid van zaken gegeven. Het feit dat jij ons onjuist dan wel onvolledig hebt geïnformeerd, is voor ons bevestigd door de informatie van de recherche op 29 oktober 2025 omtrent de bij jou thuis aangetroffen zaken. Jouw handelen is dermate ernstig dat het vertrouwen in jou al medewerker onherstelbaar is geschaad en van GHZ in redelijkheid niet kan worden verwacht het dienstverband voort te zetten (…)’. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek en het verweer</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoekster] verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I. een verklaring voor recht dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst door het Groene Hart strijdig is met de wet;</para>
        <para>II. het Groene Hart te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van:</para>
        <para>a. een billijke vergoeding van € 54.509,76 bruto;</para>
        <para>b. het loon over de fictieve opzegtermijn van € 22.409,56 bruto;</para>
        <para>c. een transitievergoeding van € 23.725,99 bruto;</para>
        <para>d. het onjuist ingehouden salaris van november 2025 van € 2.018,87 netto;</para>
        <para>e. de wettelijke verhoging over de bedragen onder II. a. t/m d. binnen tien dagen na betekening van deze beschikking;</para>
        <para>f. de wettelijke rente vanaf 29 december 2025 over de bedragen onder II. a. t/m d. binnen tien dagen na betekening van deze beschikking;</para>
        <para>III. het Groene Hart te veroordelen tot het overleggen van deugdelijke specificatie over het betaalde binnen tien dagen na betekening van deze beschikking op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag dat deze verplichting niet wordt nageleefd;</para>
        <para>IV. het Groene Hart te veroordelen in de kosten van deze procedure.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan dit verzoek legt [verzoekster] het volgende ten grondslag. Het op 3 november 2025 gegeven ontslag op staande voet is in strijd met artikel 7:671 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). [verzoekster] betwist een koffer, diverse medicatie en opiaten toebehorende aan het Groene Hart mee naar huis te hebben genomen. Bovendien is het ontslag niet onverwijld gegeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het Groene Hart voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Het Groene Hart voert aan dat het ontslag op staande voet aan de daarvoor geldende vereisten voldoet. [verzoekster] dient in de kosten van deze procedure veroordeeld te worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontslag op staande voet</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het gaat in deze zaak allereerst om de vraag of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Een ontslag op staande voet is alleen geldig als daarvoor een dringende reden is, dat wil zeggen zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook moet er onverwijld worden opgezegd en moet de dringende reden onverwijld worden meegedeeld aan de werknemer. Onverwijld betekent dat dit direct of zo snel mogelijk moet gebeuren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dringende reden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Bij de beoordeling of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals de leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet zou hebben.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het Groene Hart heeft onder meer in de ontslagbrief van 3 november 2025 aan het ontslag ten grondslag gelegd dat een koffer met medicatie en opiaten die toebehoren aan het Groene Hart in de woning van [verzoekster] zijn aangetroffen door de politie tijdens een huiszoeking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [verzoekster] betwist dat de koffer met medicatie en opiaten door de politie bij haar thuis zijn aangetroffen, dat blijkt namelijk niet uit de stukken van de politie. Daarnaast betwist [verzoekster] dat de medicatie en opiaten eigendom zijn van het Groene Hart. Als het al zo zou zijn dat de koffer met medicatie en opiaten in de woning van [verzoekster] zijn aangetroffen en deze spullen toebehoren aan het Groene Hart, dan is het niet [verzoekster] die de spullen mee naar huis heeft genomen. [verzoekster] vermoedt dat haar ex-partner dat dan heeft gedaan. De ex-partner zou met haar toegangspas tot het Groene Hart, die zij naast haar (huis)deur heeft hangen, het Groene Hart binnen zijn gegaan, de koffer hebben gepakt, deze hebben gevuld met medicatie en opiaten en de koffer met inhoud vervolgens bij [verzoekster] thuis hebben achtergelaten. [verzoekster] weet hier verder niets van af. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De rechercheur van de politie Utrecht heeft het Groene Hart op 29 oktober 2025 meegedeeld dat tijdens een huiszoeking in de woning van [verzoekster] een oranje koffer met daarop <emphasis role="italic">‘Groene Hart Ziekenhuis’</emphasis> is aangetroffen, alsook verschillende medicatie en opiaten. Het Groene Hart heeft de spullen op 30 oktober 2025 van de politie meegekregen. Diezelfde dag heeft de centrale apotheek van het Groene Hart op basis van LOT-nummers en barcodes die op de medicatie en opiaten staan geconstateerd dat deze afkomstig zijn uit het Groene Hart. De kantonrechter ziet geen aanleiding te twijfelen aan de mededeling van de rechercheur en de constatering door de centrale apotheek, althans [verzoekster] heeft dit onvoldoende gemotiveerd weersproken. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat de koffer met medicatie en opiaten toebehoren aan het Groene Hart en dat deze in de woning van [verzoekster] zijn aangetroffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De stelling van [verzoekster] dat haar ex-partner de koffer, medicatie en opiaten vanuit het Groene Hart heeft meegenomen acht de kantonrechter niet aannemelijk. Volgens [verzoekster] hangt haar toegangspas tot het Groene Hart naast haar deur en kan iedereen die hebben gepakt. Dat maakt echter nog niet dat haar ex-partner de spullen uit het Groene Hart heeft meegenomen. Het Groene Hart heeft ter zitting onweersproken aangevoerd dat de ruimte waar de koffers liggen een andere ruimte is dan waar de medicatie en de opiaten worden bewaard. Beide ruimtes zijn enkel toegankelijk met een toegangspas. Ook de kast waarin de opiaten worden bewaard is alleen toegankelijk met een toegangspas. De paslezer voor die kast zit op een onlogische plek, zodat onbevoegden daar niet zomaar in kunnen. Het is niet aannemelijk dat de ex-partner, die niet werkzaam is bij het Groene Hart, over deze informatie beschikt. Informatie die [verzoekster] als operatieassistent ten behoeve van de afdeling OK wel heeft. Daar komt bij dat [verzoekster] ter zitting heeft verklaard dat zij haar toegangspas tot het Groene Hart niet kwijt is geweest. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>
        [verzoekster] heeft geen overtuigende verklaring kunnen geven voor het feit dat de koffer, medicatie en opiaten van het Groene Hart in haar woning zijn aangetroffen. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat [verzoekster] degene is geweest die de koffer, medicatie en opiaten die toebehoren aan het Groene Hart mee naar huis heeft genomen. Dat is ernstig verwijtbaar en levert een dringende reden voor ontslag op staande voet op. Dat sprake is van een veertienjarig dienstverband en dat het ontslag op staande voet ingrijpende gevolgen voor [verzoekster] heeft, doet daaraan gelet op de aard van de dringende reden onvoldoende af.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Onverwijld</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Vervolgens moet worden beoordeeld of het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven. [verzoekster] heeft aangevoerd dat het ontslag niet onverwijld is gegeven. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt hierover het volgende. Het vereiste dat het ontslag op staande voet onverwijld moet worden gegeven brengt niet met zich dat de werkgever meteen na het ontstaan van een vermoeden van een dringende reden tot het ontslag moet overgaan. De werkgever mag enige tijd in acht nemen om onderzoek te doen en om juridisch advies in te winnen. Wel moet de werkgever daarbij voldoende voortvarend handelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat is gebleken dat het onderzoek voldoende voortvarend is uitgevoerd. Het Groene Hart wordt er op 29 oktober 2025 mee bekend dat een koffer, medicatie en opiaten in de woning van [verzoekster] zijn aangetroffen. Het Groene Hart heeft de medicatie en opiaten op 30 oktober 2025 onderzocht en vastgesteld dat deze toebehoren aan het Groene Hart. Op 30 oktober 2025 zijn deze bevindingen met [verzoekster] besproken. [verzoekster] heeft op vrijdag 31 oktober 2025 contact opgenomen met [naam 1] en aangegeven dat zij foto’s heeft waarmee zij kan aantonen dat niet zij maar haar ex-partner de spullen uit het Groene Hart heeft meegenomen. [verzoekster] heeft nagelaten deze foto’s met het Groene Hart te delen. Op maandag 3 november 2025 heeft [naam 1] een telefonisch gesprek met [verzoekster] gehad. Tijdens dit gesprek is [verzoekster] op staande voet ontslagen. Deze handelwijze van het Groene Hart is, gezien het belang en de omvang van het onderzoek, voldoende voortvarend. Aan de vereiste onverwijldheid is dan ook voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Het ontslag op staande voet is op 3 november 2025 aan [verzoekster] meegedeeld en dezelfde dag schriftelijk bevestigd. Daarmee is ook voldaan aan de vereiste onverwijlde mededeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>De kantonrechter komt op grond van hetgeen hiervoor is overwogen tot de conclusie dat het op 3 november 2025 gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vergoedingen en fictief loon</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>In het voorgaande is geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Dat betekent dat de verzochte billijke vergoeding en transitievergoeding niet toewijsbaar zijn. Nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen op 3 november 2025 is geëindigd, is het verzochte loon over de fictieve opzegtermijn eveneens niet toewijsbaar. Dat geldt tevens voor de daarover verzochte wettelijke rente en wettelijke verhoging.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhouding loon en afgifte specificaties</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>Het Groene Hart heeft € 2.018,87 netto ingehouden op het loon in november 2025 van [verzoekster]. Dit bedrag is volgens het Groene Hart gelijk aan de waarde van de koffer, medicatie en opiaten die in de woning van [verzoekster] zijn aangetroffen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat het Groene Hart de waarde van de koffer, medicatie en opiaten mocht inhouden op het loon van [verzoekster]. Dat geldt echter niet voor de kosten voor <emphasis role="italic">‘Poeder in potje, identiteit onbekend. Indien cocaïne:’</emphasis> ad € 538,46. Het Groene Hart heeft niet onderzocht wat het poeder in het potje is. [verzoekster] betwist dat het cocaïne betreft. Volgens haar zit er ketamine in het potje, hetgeen goedkoper is dan cocaïne. Het Groene Hart heeft de inhoud van het potje op 30 november 2025 vernietigd, zodat niet komt vast te staan dat de poeder in het potje cocaïne is en een waarde vertegenwoordigt van <?linebreak?>€ 538,46. Het Groene Hart dient dit bedrag aan [verzoekster] te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>
        [verzoekster] verzoekt wettelijke rente en wettelijke verhoging over € 538,46. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 29 december 2025 en de wettelijk verhoging wordt vastgesteld op 10%.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>Van het bovenstaande moet het Groene Hart, zoals verzocht door [verzoekster], een correcte salarisspecificatie overleggen. [verzoekster] heeft onvoldoende onderbouwd dat het Groene Hart een extra prikkel nodig heeft tot nakoming hiervan, zodat de verzochte dwangsom wordt afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [verzoekster], omdat [verzoekster] overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoekster]. De proceskosten aan de zijde van het Groene Hart worden begroot op € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt het Groene Hart om aan [verzoekster] te betalen € 538,46 netto,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt het Groene Hart om aan [verzoekster] te betalen de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW van 10% over het onder 5.1. toegewezen bedrag, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt het Groene Hart om aan [verzoekster] te betalen de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119BW over het onder 5.1. toegewezen bedrag, gerekend vanaf <?linebreak?>29 december 2025 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt het Groene Hart tot afgifte van een correcte salarisspecificatie over het toegewezen bedrag onder 5.1. binnen tien dagen na heden,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoekster] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad<footnote-ref linkend="_83b0d3bb-b71b-4cfd-884b-e5931013881d" />,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. I.F. Dam en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_83b0d3bb-b71b-4cfd-884b-e5931013881d" label="1">
    <para> Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>