<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:4509</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-06T10:18:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-03-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.12148</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4509">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4509</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-06T10:17:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:4509 Rechtbank Den Haag , 05-03-2026 / NL25.12148</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:4509:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvraag voor EU/EER verblijfsdocument, meerderjarige derdelander, arrest [naam], arrest E.K., arrest K.A., beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:4509:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.12148</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. K.A.W. Boonen).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 14 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een verblijfsdocument EU/EER ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 11 februari 2026 op zitting behandeld in Breda. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van verweerder, [naam] en [tolk] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2006 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben. Eiser wil in Nederland verblijven bij zijn moeder en halfbroertje. Daarom is namens eiser op 31 juli 2023 een aanvraag ingediend tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER op grond van het [arrest] .<footnote-ref linkend="_e165da04-6ebc-428c-8a7b-c1303fd31ebb" /></para>
    <para />
    <para>2. Bij besluit van 25 april 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Bij het bestreden besluit heeft verweerder deze afwijzing gehandhaafd. Verweerder heeft overwogen dat eiser meerderjarig is en dat hij alleen al daarom niet valt onder de reikwijdte van het [arrest] . Daarnaast heeft verweerder geconcludeerd dat eiser ook niet onder de reikwijdte van het arrest K.A.<footnote-ref linkend="_d80f52e8-0382-42c3-9208-5b6d0ce04d76" /> valt, omdat de familierechtelijke relatie met zijn gestelde moeder niet is aangetoond en ook is niet gebleken dat er sprake is van een zodanige afhankelijkheidsverhouding tussen hen dat zij op geen enkele manier van elkaar gescheiden kunnen worden. Verder heeft verweerder overwogen dat van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM<footnote-ref linkend="_b515e7eb-c5e6-401a-9b77-2ac083ddfd70" /> geen sprake is, nu eiser de familierechtelijke relatie met zijn gestelde moeder niet heeft aangetoond.  </para>
    <para />
    <para>3. Eiser voert het volgende aan. Verweerder heeft ten onrechte overwogen dat eiser om de enkele reden dat hij meerderjarig is niet onder de reikwijdte van het [arrest] valt. Eiser verwijst hierbij naar het arrest E.K.,<footnote-ref linkend="_f0a828ab-754a-4c2a-9e81-b3919161c740" /> waaruit volgt dat een afhankelijkheidsverhouding in beginsel niet van korte duur is en zich over een aanzienlijke periode kan uitstrekken. Verweerder heeft ten onrechte niet onderzocht of de afhankelijkheidsverhouding tussen eiser en zijn moeder op het moment van de aanvraag reeds aanleiding gaf tot het ontstaan van een Unierechtelijk verblijfsrecht. Daarnaast heeft verweerder ten onrechte de overgelegde geboorteakte onvoldoende geacht om de familierechtelijke relatie tussen eiser en zijn moeder aan te tonen. Onder de gegeven omstandigheden is het disproportioneel om dit document terzijde te schuiven vanwege het ontbreken van legalisatie. Verder heeft verweerder ten onrechte niet getoetst of sprake is van een afhankelijkheidsverhouding zoals bedoeld in het arrest K.A. Daarbij wijst eiser op de verklaringen van zijn moeder tijdens de hoorzitting, waaruit blijkt dat eiser psychisch en emotioneel afhankelijk is van zijn moeder. Voorts heeft verweerder miskend dat artikel 8 van het EVRM geen formeel bewijs van juridische afstamming vereist, maar een beoordeling van feitelijke affectieve banden betreft. Verweerder was gehouden een belangenafweging te maken, omdat de affectieve band tussen eiser en zijn moeder evident is. Tot slot heeft verweerder nagelaten om het belang van het kind als eerste overweging te betrekken in de besluitvorming.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beroep op de arresten [arrest] en E.K. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Het beroep van eiser op het [arrest] slaagt niet. Verweerder heeft terecht de feiten en omstandigheden ten tijde van het primaire besluit als uitgangspunt genomen bij de beoordeling van de aanvraag. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling van 18 juni 2024.<footnote-ref linkend="_a3ae0054-b624-45a4-9e62-19cd0e494e85" /> Niet in geschil is dat eiser tijdens de aanvraagprocedure, voorafgaand aan het primaire besluit, meerderjarig is geworden. Nu het [arrest] betrekking heeft op minderjarige kinderen, heeft verweerder dan ook terecht geconcludeerd dat eiser niet onder de reikwijdte van het [arrest] valt.</para>
    <para />
    <para>5. Ook het beroep op het arrest E.K. slaagt niet. Dat uit dit arrest volgt dat een verblijfsrecht op grond van artikel 20 van het VWEU<footnote-ref linkend="_41a269c1-8549-485a-bba4-3a4da7c89b86" /> van langere duur kan zijn, betekent nog niet dat in eisers geval sprake is van een voorgezet verblijfsrecht. Eiser heeft niet uitgelegd waarom hij een rechtmatig voortgezet verblijfsrecht zou kunnen ontlenen aan een al ten tijde van zijn minderjarigheid ontstaan afgeleid verblijfsrecht.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beroep op het arrest K.A. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Een derdelander kan een afgeleid verblijfsrecht aan artikel 20 van het VWEU ontlenen als sprake is van een uitzonderlijke afhankelijkheidsrelatie met een Unieburger in die zin dat zij feitelijk niet van elkaar kunnen worden gescheiden. Uit het arrest K.A. volgt dat dit bij twee meerderjarige familieleden slechts in zeer uitzonderlijke gevallen aan de orde is. Het is aan eiser om die afhankelijkheid met objectieve en verifieerbare stukken aannemelijk te maken.</para>
    <para />
    <para>7. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser niet heeft aangetoond dat sprake is van een familierechtelijke relatie tussen hem en zijn gestelde moeder. De door eiser overgelegde geboorteakte heeft verweerder onvoldoende kunnen achten, omdat deze niet voldoet aan de voorwaarden die aan Nigeriaanse akten worden gesteld. De geboorteakte is namelijk tardief opgemaakt en niet gelegaliseerd. De stelling van eiser dat het onredelijk is dat verweerder de geboorteakte onvoldoende acht vanwege het ontbreken van legalisatie, wordt niet gevolgd. Daarbij is van belang dat verweerder tijdens de hoorzitting heeft opgemerkt dat dit document legalisatie behoeft. Ook heeft verweerder terecht erop gewezen dat op het aanvraagformulier is opgenomen dat officiële buitenlandse documenten gelegaliseerd moeten worden overgelegd en dat bovendien van een gemachtigde mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van de eisen die aan buitenlandse documenten worden gesteld. </para>
    <para />
    <para>8. Daarnaast ontbreken objectieve en verifieerbare stukken die wijzen op de uitzonderlijke afhankelijkheid die artikel 20 van het VWEU vereist. Eiser heeft geen documenten overgelegd waaruit blijkt dat zijn gestelde moeder zonder zijn aanwezigheid niet zelfstandig kan functioneren of dat scheiding ertoe leidt dat de Unieburger het grondgebied van de Europese Unie zou moeten verlaten. De enkele verklaringen van de gestelde moeder van eiser tijdens de hoorzitting zijn daartoe onvoldoende.</para>
    <para />
    <para>9. Gelet op het ontbreken van onderbouwing van zowel de familieband als van de gestelde uitzonderlijke afhankelijkheidsrelatie heeft verweerder terecht geconcludeerd dat eiser geen geslaagd beroep kan doen op het arrest K.A en artikel 20 van het VWEU.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beroep op artikel 8 van het EVRM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. Verweerder heeft terecht overwogen dat tussen eiser en zijn gestelde moeder geen familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM kan worden vastgesteld, omdat de familierechtelijke relatie tussen hen niet is aangetoond. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling<footnote-ref linkend="_14a07e0c-6b36-4538-bb22-e31f3a150996" /> volgt dat verweerder geen belangenafweging hoeft te verrichten indien geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_cba32c49-320a-49ac-85e2-2679ab5e067a" /> Anders dan eiser stelt, heeft verweerder in het bestreden besluit dan ook geen belangenafweging hoeven maken. </para>
    <para />
    <para>11. Eiser wordt verder ook niet gevolgd in zijn stelling dat ten onrechte het belang van het kind niet als eerste overweging is betrokken bij de besluitvorming. Daarbij is van belang dat eiser ten tijde van de besluitvorming reeds meerderjarig was.</para>
    <bridgehead role="italic">Conclusie</bridgehead>
    <para />
    <para>12. Het beroep is ongegrond. </para>
    <para />
    <para>13. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is op 5 maart 2026 gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_e165da04-6ebc-428c-8a7b-c1303fd31ebb" label="1">
    <para> Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) van 10 mei 2017 in de zaak C-133/15, (ECLI:EU:C:2017:354).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d80f52e8-0382-42c3-9208-5b6d0ce04d76" label="2">
    <para> Arrest van het Hof van 8 mei 2018, (ECLI:EU:C:2017:821).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b515e7eb-c5e6-401a-9b77-2ac083ddfd70" label="3">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f0a828ab-754a-4c2a-9e81-b3919161c740" label="4">
    <para> Arrest van het Hof van 7 september 2022, (ECLI:EU:C:2022:639).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a3ae0054-b624-45a4-9e62-19cd0e494e85" label="5">
    <para> ECLI:NL:RVS:2024:2474.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_41a269c1-8549-485a-bba4-3a4da7c89b86" label="6">
    <para> Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_14a07e0c-6b36-4538-bb22-e31f3a150996" label="7">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cba32c49-320a-49ac-85e2-2679ab5e067a" label="8">
    <para> Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1188.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>