<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:4266</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-04T14:31:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-03-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.61177</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4266">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4266</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-04T14:30:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:4266 Rechtbank Den Haag , 04-03-2026 / NL25.61177</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:4266:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>MOB</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:4266:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.61177</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam], V-nummer: [nummer], eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. B. de Haan),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie,</title>
    <para>(gemachtigde: mr. E. Amtink).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft op 17 november 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 5 december 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Ook is aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaren opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.<footnote-ref linkend="_eb47fb9c-107c-4658-b9fa-759cca8a069d" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft bepaald dat een behandeling op zitting achterwege blijft, omdat partijen hebben aangegeven dat zij hier geen gebruik van wensen te maken.<footnote-ref linkend="_96ed2b25-6ee6-42b4-a6e0-c4c6280a7a79" /> De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiser een actueel en reëel belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Dat is volgens de rechtbank niet het geval. Daartoe overweegt zij als volgt. </para>
    <para />
    <para>3. De minister heeft de rechtbank op 17 december 2025 bericht dat eiser op 12 december 2025 met onbekende bestemming (MOB) vertrokken is gemeld, omdat eiser zelfstandig zijn woonruimte heeft verlaten. De gemachtigde van eiser heeft vervolgens op 10 februari 2026 bericht dat hij sindsdien geen contact heeft met eiser en dat hij ook niet op de hoogte is van zijn verblijfsplaats. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Uit vaste rechtspraak volgt dat, als een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, die vreemdeling kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming. Dit is anders als de vreemdeling na een MOB-melding nog contact onderhoudt met zijn gemachtigde. In dat geval kan worden aangenomen dat de vreemdeling nog prijs stelt op bescherming in Nederland. Dit is weer anders als er andere concrete aanknopingspunten bestaan dat een vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, bijvoorbeeld omdat de vreemdeling in het buitenland verblijft. In het licht van het fundamentele recht op toegang tot de rechter en een doeltreffende en effectieve rechtsbescherming, moet voorzichtig worden omgegaan met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding.<footnote-ref linkend="_df65defd-c815-45ab-9c7b-9205e7be142c" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Op basis van de informatie van de minister en de gemachtigde van eiser, neemt de rechtbank aan dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Er zijn geen concrete aanknopingspunten om anders te oordelen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4. 	Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep van eiser niet inhoudelijk beoordeelt. Eiser krijgt daarom geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van A. Hoekstra - Verbeek, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudononimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_eb47fb9c-107c-4658-b9fa-759cca8a069d" label="1">
    <para> Zaaknummer NL25.61178</para>
  </footnote>
  <footnote id="_96ed2b25-6ee6-42b4-a6e0-c4c6280a7a79" label="2">
    <para> Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht maakt dit mogelijk.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_df65defd-c815-45ab-9c7b-9205e7be142c" label="3">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2662).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>