<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:4089</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T12:01:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/692503 / FA RK 25-7460</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4089">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4089</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T12:00:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:4089 Rechtbank Den Haag , 30-01-2026 / C/09/692503 / FA RK 25-7460</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:4089:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorziening in de voogdij wegens curatele gezagsdrager (artikel 1:246 jo 1:253q BW).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:4089:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 25-7460</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/692503</para>
    <para>Datum beschikking: 30 januari 2026</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Voorziening in de voogdij wegens curatele gezagsdrager </title>
    <bridgehead role="bold">(artikel 1:246 jo 1:253q BW)</bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 1 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift van: </title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden, </title>
    <para>hierna: de Raad; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbenden worden aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de moeder], </title>
    <parablock>
      <para>de moeder,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats,			</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>NPB Bewind, Beheer &amp; Coaching,</title>
    <para>de curator en wettelijk vertegenwoordiger van de moeder,</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,</title>
    <parablock>
      <para>de (beoogd) voogdes,</para>
      <para>hierna: de gecertificeerde instelling, </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de gezinshuisvader],</title>
    <parablock>
      <para>de gezinshuisvader,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de brief van de gecertificeerde instelling van 12 januari 2026;</para>
    <para>- het bericht van de Raad van 12 januari 2026;</para>
    <para>- het e-mailbericht van de gezinshuisvader van 15 januari 2026.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 januari 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [naam 1] namens de Raad;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinshuisvader.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder en de curator van de moeder zijn – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter terechtzitting verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten </title>
    <para>- Uit de moeder is het volgende nog minderjarige kind geboren:</para>
    <para>		- [minderjarige], op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats].</para>
    <para>- Bij beschikking van 16 mei 2025 van deze rechtbank, locatie Leiden is de moeder onder curatele gesteld wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand.</para>
    <para>- Bij beschikking van 15 juli 2025 is de gecertificeerde instelling belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige].</para>
    <para>- [minderjarige] verblijft in een gezinshuis.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek </title>
    <para>Het verzoek strekt ertoe de gecertificeerde instelling te belasten met de voogdij over [minderjarige].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen verweer gevoerd tegen het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Procesbevoegdheid van de moeder</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank dient allereerst te beoordelen of de moeder zelfstandig een rechtshandeling mag verrichten in deze zaak. Ingevolge artikel 1:381 tweede lid Burgerlijk Wetboek (BW) is de onder curatele gestelde onbekwaam rechtshandelingen te verrichten voor zover de wet niet anders bepaalt. Dit geldt ook voor familierechtelijke rechtshandelingen en procesrechtelijke handelingen. De vertegenwoordigingsbevoegdheid van de curator dient echter te wijken voor, ondanks de curatele, nog bestaande feitelijke bekwaamheid van de curandus. Naar het oordeel van de rechtbank is de vraag tot benoeming van een voogd over een kind bij uitstek een zaak die de curandus persoonlijk betreft waarvoor deze uitzondering op de procesonbekwaamheid ook moet gelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is op basis van de daarover verstrekte informatie van oordeel dat de moeder als curandus in deze zaak tot een redelijke waardering van haar belangen in staat is. Zij wordt geacht te kunnen overzien wat het zou betekenen als de gecertificeerde instelling als voogdes wordt benoemd over [minderjarige]. De rechtbank merkt de moeder daarom in deze zaak aan als belanghebbende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijk kader</emphasis>
      </para>
      <para>Een ouder is op grond van artikel 1:246 van het BW niet bevoegd het gezag uit te oefenen wanneer zij onder curatele is gesteld. Op grond van artikel 1:295 van het BW benoemt de rechtbank een voogd over alle minderjarigen, die niet onder ouderlijk gezag staan en in wiens voogdij nog niet op wettige wijze is voorzien. Gelet op artikel 1:299 van het BW benoemt de rechtbank een voogd op verzoek, dat onder meer door de Raad voor de Kinderbescherming kan worden ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>De Raad verzoekt om de gecertificeerde instelling te belasten met de voogdij over [minderjarige]. [minderjarige] heeft een bovengemiddelde zorgbehoefte. De moeder heeft tijdens de zwangerschap harddrugs gebruikt en is blootgesteld geweest aan veel spanning en fysiek onveilige situaties. [minderjarige] heeft na zijn geboorte last gehad van afkickverschijnselen en ervaart nog steeds veel onrust. Het is van belang dat hij rust en veiligheid krijgt op een perspectiefbiedende plek. Het gezinshuis is in staat om hem dit te bieden en om te voorzien in zijn bovengemiddelde zorgbehoefte. Zijn drie oudere broers en zijn oudere zus verblijven ook in dit gezinshuis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder is nauwelijks bereikbaar voor de voogd, oma moederszijde, of andere instanties zoals de Raad. </para>
      <para>Oma moederszijde heeft aangegeven dat zij niet bereid is om te worden belast met de voogdij over [minderjarige], omdat dit kan zorgen voor wrijvingen tussen haar en de moeder. De gezinshuisouders hebben aangegeven dat zij wensen dat de gecertificeerde instelling de voogdij op zich neemt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad vindt het belangrijk dat een neutrale partij de voogdij over [minderjarige] krijgt en acht de gecertificeerde instelling het meest passend. De gecertificeerde instelling kan zorgen voor de continuering van de zorg voor [minderjarige] en het inzetten van noodzakelijke hulpverlening. Verder kan zij zorgen dat er contact en binding blijft met de moeder en de grootouders moederszijde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat de moeder vanwege de ondercuratelestelling onbevoegd is tot de uitoefening van het gezag over [minderjarige] en omdat [minderjarige] geen andere ouder heeft die met het gezag over hem belast zou kunnen worden, moet er een voogd(es) worden benoemd. Net als de Raad acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] dat de gecertificeerde instelling wordt benoemd als voogdes, zodat in het gezag over [minderjarige] kan worden voorzien en zodat goed zicht kan worden gehouden op hoe het met [minderjarige] gaat. De gecertificeerde instelling heeft zich schriftelijk bereid verklaard tot aanvaarding van de voogdij over [minderjarige].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande, en omdat het belang van [minderjarige] zich niet tegen de verzochte voogdijbenoeming verzet, zal de rechtbank het verzoek toewijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>benoemt tot voogdes over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 te </para>
      <para>
        [geboorteplaats]:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 30 januari 2026.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>