<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:4034</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T09:39:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/696522 / FA RK 25-9685</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4034">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4034</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T09:39:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:4034 Rechtbank Den Haag , 29-01-2026 / C/09/696522 / FA RK 25-9685</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:4034:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>afwijzen verzoek 223 Rv, geen spoedeisend belang, financiële noodsituatie niet gesteld / aangetoond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:4034:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps"> Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 25-9685</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/696522</para>
    <para>Datum beschikking: 29 januari 2026</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Voorlopige voorzieningen ex 223 Rv (alimentatie)</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 18 december 2025 ingekomen verzoek van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de vrouw] ,</title>
    <parablock>
      <para>de vrouw,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: mr. mr. T. Ertekin te Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de man] ,</title>
    <parablock>
      <para>de man,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: --.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen en van het verweerschrift.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten </title>
    <para>- Partijen zijn gehuwd geweest van 13 november 2007 tot 26 april 2018.</para>
    <para>- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:</para>
    <para>- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ;</para>
    <para>- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats] ;</para>
    <para>- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats] .</para>
    <para>- De kinderen verblijven bij de vrouw. </para>
    <para>- Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 18 oktober 2017 is – voor zover hier van belang – de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is geen door de man te betalen kinderalimentatie vastgesteld. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek </title>
    <para>Het verzoek van de vrouw luidt bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van het geding en uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen zal te betalen van € 267,-- per maand per kind, bij vooruitbetaling te voldoen en jaarlijks te indexeren of zoveel als de Rechtbank redelijk en billijk acht. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">(Spoedeisend) belang</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van artikel 223 lid 1 Rv kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Op grond van het tweede lid moet deze vordering samenhangen met de hoofdvordering. In een verzoekschriftprocedure kan een voorlopige voorziening naar analogie van artikel 223 Rv worden verzocht (Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor vaststelling van door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie voor de duur van de bodemprocedure is in het kader van artikel 223 Rv slechts plaats, indien naar het oordeel van de rechtbank een (spoedeisend) belang bestaat, in die zin dat van de vrouw niet gevergd kan worden dat zij de afloop van de bodemprocedure afwacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw stelt dat zij de echtelijke woning heeft verlaten ten tijde van de echtscheidingsprocedure en dat zij een lange periode samen met de minderjarigen op geheime locaties van de vrouwenopvang heeft verbleven. De vrouw had destijds geen inkomen en heeft na de scheiding geleefd van een bijstandsuitkering. Inmiddels heeft de vrouw een baan en inkomsten uit arbeid. De vrouw heeft op meerdere momenten via haar advocaat gevraagd naar de financiële stukken van de man ten behoeve van de alimentatieberekening. De man heeft niet gereageerd op de verzoeken van de vrouw. Nu de man niet reageert op de verzoeken van de vrouw, is de vrouw genoodzaakt om deze procedure aanhangig te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat de vrouw in haar verzoek ex artikel 223 Rv onvoldoende haar spoedeisend belang heeft gesteld. Niet gesteld of gebleken is van een financiële noodsituatie bij de vrouw. De vrouw heeft sinds 18 april 2022 een baan met een huidig netto inkomen van € 1.808,-- per maand en de man heeft sinds de echtscheiding in 2017 geen kinderalimentatie betaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is aangetoond dat sprake is van een situatie dat van de vrouw niet gevergd kan worden dat zij de eindbeslissing in de hoofdzaak afwacht. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot het treffen van een voorlopige voorziening dan ook afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing  </title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, bijgestaan door </para>
              <para>D. van den Born als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 29 januari 2026.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>