<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:3981</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T15:54:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/672511 / FA RK 24-6627</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:3981">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:3981</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T15:54:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:3981 Rechtbank Den Haag , 28-01-2026 / C/09/672511 / FA RK 24-6627</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:3981:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:3981:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 24-6627</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/672511</para>
    <para>Datum beschikking: 28 januari 2026 </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken </title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 16 september 2024 ingekomen verzoek van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de moeder] , </title>
    <parablock>
      <para>de moeder,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,		</para>
      <para>advocaat: voorheen mr. R.A.M. Verlijsdonk-Gerards te Eindhoven, die zich inmiddels heeft onttrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de vader] ,</title>
    <parablock>
      <para>de vader,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres.		</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>Bij beschikking van 13 december 2024 van deze rechtbank is:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag afgewezen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaald dat [minderjarige] <emphasis role="underline italic">voorlopig</emphasis> bij de vader zal zijn:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>- een weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag uit school tot zondagmiddag 17.00 uur;</para>
      <para>waarbij de vader [minderjarige] op vrijdag uit school haalt en de moeder [minderjarige] op zondag bij de moeder van de vader ophaalt;</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>aan de moeder toestemming – welke toestemming die van de vader vervangt – verleend om [minderjarige] aan te melden voor speltherapie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>aan de moeder toestemming – welke toestemming die van de vader vervangt – verleend om [minderjarige] aan te melden voor de training van [hulpverlener] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling en de proceskosten aangehouden tot 1 juni 2025 pro forma.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:</para>
    </parablock>
    <para>- het F9-formulier van de moeder van 28 mei 2025, met bijlagen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 31 december 2025 is de behandeling ter zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de moeder;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vader;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer </title>
    <parablock>
      <para>Het verzoek van de moeder strekt er na wijziging nog toe:</para>
      <para>- een zorgregeling vast te stellen in die zin dat [minderjarige] eens per twee weken naar haar vader gaat van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur;</para>
      <para>een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader heeft ter zitting verweer gevoerd.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijk kader</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van artikel 1:253a tweede lid onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van één van hen een zorgregeling vaststellen. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>De moeder heeft haar verzoek gewijzigd en verzoekt om een zorgregeling vast te stellen in die zin dat [minderjarige] eens per twee weken naar haar vader gaat van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur. Volgens de moeder leeft de vader de voorwaarden voor de tijdelijke zorgregeling niet na en verlopen de overdrachten niet goed. Zij vindt het niet in het belang van [minderjarige] dat de vader haar op vrijdag ophaalt uit school. Hij toont geen betrokkenheid op school, zegt geen gedag tegen andere ouders en kijkt boos. [minderjarige] krijgt daar opmerkingen over van andere kinderen. Dat is niet in haar belang. Ook is de vader niet flexibel gebleken op de momenten dat er sociale aangelegenheden van [minderjarige] zijn op de vrijdagmiddagen. Verder heeft de vader tot twee keer toe politie naar de school gestuurd. Dit alles maakt dat de voorlopige regeling aangepast moet worden, aldus de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader heeft op de zitting verweer gevoerd. Hij is bang dat een wijziging ertoe zal leiden dat de moeder opnieuw eenzijdig de zorgregeling zal stopzetten. Op dit moment haalt hij [minderjarige] immers op van school, maar bij een overdrachtsmoment op de zaterdag is hij afhankelijk van de wil van de moeder. Verder heeft de vader aangegeven dat hij goed contact heeft met de conciërge van de school van [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet onvoldoende aanleiding om de voorlopige zorgregeling te wijzigen en acht dat ook niet in het belang van [minderjarige] . Kort na de vorige zitting in november 2024 zijn er twee incidenten geweest, waarbij de vader de politie heeft gebeld. In het afgelopen halfjaar zijn er echter geen incidenten meer geweest en verloopt de zorgregeling beter. [minderjarige] heeft tijdens haar gesprek met de kinderrechter verteld dat zij de zorgregeling prettig vindt en dat zij deze niet wil aanpassen. De moeder heeft aangegeven dat het overdrachtsmoment op de zaterdag plaats zou kunnen vinden bij een tankstation van Shell, waarbij [minderjarige] van de auto van de moeder naar de auto van de vader loopt zonder dat de ouders met elkaar communiceren. Een dergelijke overdracht acht de rechtbank niet in het belang van [minderjarige] . Gezien de moeizame verstandhouding tussen de ouders verdient het de voorkeur om de overdrachtsmomenten zoveel mogelijk te beperken. Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de voorlopige zorgregeling te wijzigen. Zij zal daarom de voorlopige zorgregeling definitief vaststellen. De rechtbank verwacht wel van de vader dat hij het faciliteert als [minderjarige] tijdens de weekenden dat zij bij hem is naar sociale uitjes met leeftijdsgenootjes of familie wil gaan. </para>
      <para>Indien sprake is van familiebezoek zullen partijen in dat geval in onderling overleg moeten afspreken wanneer deze dag gecompenseerd wordt. [minderjarige] zou bijvoorbeeld in een vakantie een dag langer bij de vader kunnen verblijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting is daarnaast de verstandhouding tussen de ouders besproken. De vader had tijdens de voorgaande zitting toegezegd dat hij zijn huisarts zou benaderen voor hulpverlening voor zijn emotieregulatie. De rechtbank betreurt het dat hij zich niet aan deze afspraak heeft gehouden en spoort hem aan dit alsnog te doen. De moeder heeft aangegeven dat zij nog steeds last heeft van de berichtjes die de vader naar haar stuurt, ook al bevatten deze geen bedreigingen meer. Voor zover de vader in de nacht berichtjes stuurt naar de moeder verwacht de rechtbank daarom dat hij daarmee stopt, omdat dit intimiderend overkomt. Volgens de vader is het vertrouwen tussen de ouders onherstelbaar beschadigd. De Raad heeft de ouders op de zitting aangeraden om toch te zoeken naar een wijze waarop zij op een zakelijke en constructieve manier over [minderjarige] kunnen communiceren. Naarmate zij ouder wordt, wordt het gebrek aan communicatie tussen de ouders namelijk steeds problematischer. De rechtbank drukt de ouders daarom op het hart om over dit advies van de Raad na te denken en te zoeken naar een werkbare vorm van communicatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank –  met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 13 december 2024– :</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] bij de vader zal zijn:</para>
      <para>- een weekend per veertien dagen, van vrijdagmiddag uit school tot zondagmiddag 17.00 uur;</para>
      <para>waarbij de vader [minderjarige] op vrijdag uit school haalt en de moeder [minderjarige] op zondag bij de moeder van de vader ophaalt; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para>Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 28 januari 2026. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>