<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:3619</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T17:00:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL26.7636</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:3619">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:3619</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-24T10:09:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:3619 Rechtbank Den Haag , 23-02-2026 / NL26.7636</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:3619:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgberoep bewaring, verzwaarde belangenafweging, verzoek om verstrekken inlichtingen, ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:3619:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL26.7636</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], v-nummer: [nummer], eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J. van Bennekom),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft op 11 augustus 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring eerder getoetst.  Op het eerste beroep is beslist bij uitspraak van 1 september 2025.<footnote-ref linkend="_aa663e0b-78a4-4ed8-b89b-5ecceb9ad115" /> Het voortduren van deze maatregel is getoetst bij de uitspraken van 17 november 2025,<footnote-ref linkend="_c157a6ee-a782-42f5-8fc4-cfc195093304" /> 19 januari 2026<footnote-ref linkend="_14998ddb-c8ad-4413-b598-81eaafd98d6e" /> en 6 februari 2026.<footnote-ref linkend="_126a955c-144f-4406-876a-881947351f73" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het vooronderzoek op 18 februari 2026 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.<footnote-ref linkend="_4456b775-b7c4-4885-8d96-bb0a3b157aca" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft</para>
    <parablock>
      <para>getoetst. Uit de uitspraak van 6 februari 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het</para>
      <para>moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt,</para>
      <para>rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van</para>
      <para>de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten</para>
      <para>van dat onderzoek, op 3 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Had de minister een verzwaarde belangenafweging moeten maken? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eiser voert aan dat, omdat eiser langer dan zes maanden in bewaring zit, de minister een verzwaarde belangenafweging had moeten maken. Uit de voortgangsrapportage blijkt niet dat de minister deze belangenafweging heeft gemaakt. De bewaring is daarmee onrechtmatig. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt voorop dat eiser op 11 augustus 2025 in bewaring is gesteld en de maximale termijn voor inbewaringstelling van zes maanden dus op 7 februari 2026 is verstreken. Gelet op het beleid in paragraaf A5/6.8 van de Vreemdelingencirculaire 2000 kan de minister deze termijn met 12 maanden verlengen. In geval van eiser heeft de minister dit ook, vóór het verstrijken van de zes maandentermijn, gedaan met het verlengingsbesluit van 2 februari 2026. In dit besluit is de minister nagegaan of voldaan is aan de voorwaarden voor verlenging van de inbewaringstelling, waarbij is gekeken of er nog voldoende gronden voor bewaring zijn, of een lichter middel kon worden opgelegd, of de bewaring voor eiser onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat. De rechtbank is van oordeel dat de minister naast het verlengingsbesluit niet nog een aparte verzwaarde belangenafweging hoeft te maken. Hierbij wijst de rechtbank op de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 december 2019.<footnote-ref linkend="_db3d12c9-713b-4108-b273-116d56d04b13" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Verzoek om verstrekken inlichtingen</emphasis>
        </para>
        <para>4.	Gemachtigde heeft op 11 februari 2026 verzocht de minister op te dragen de medische stukken, het terugkeerbesluit, de maatregel van bewaring en de eerdere uitspraken van de rechtbank toe te voegen aan het dossier. Op 12 februari 2026 heeft de minister de voortgangsrapportage overgelegd. De door de gemachtigde genoemde stukken zijn niet aan het dossier toegevoegd. Hierop heeft de gemachtigde op 16 februari 2026 gereageerd door te stellen dat eiser onmiddellijk in vrijheid dient te worden gesteld, omdat er ten onrechte geen verzwaarde belangenafweging zou hebben plaatsgevonden. De rechtbank maakt hieruit op dat de gemachtigde aan de voortgangsrapportage genoeg heeft gehad om een standpunt over de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring in te nemen. De rechtbank gaat dan ook aan het verzoek tot het verstrekken van inlichtingen voorbij.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?</emphasis>
          <?linebreak?>5.	Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet (langer) is voldaan.<footnote-ref linkend="_ced0eba7-55d2-45f8-80e3-f699f0243d4a" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. K.H.M.M. Otten, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_aa663e0b-78a4-4ed8-b89b-5ecceb9ad115" label="1">
    <para> Rb. Den Haag (zp. Arnhem) 1 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16500.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c157a6ee-a782-42f5-8fc4-cfc195093304" label="2">
    <para> Rb. Den Haag (zp. Arnhem) 17 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21714.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_14998ddb-c8ad-4413-b598-81eaafd98d6e" label="3">
    <para> Rb. Den Haag (zp. Arnhem) 19 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:896.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_126a955c-144f-4406-876a-881947351f73" label="4">
    <para> Rb Den Haag (zp. Arnhem) 6 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:2067.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4456b775-b7c4-4885-8d96-bb0a3b157aca" label="5">
    <para> Dit is mogelijk op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_db3d12c9-713b-4108-b273-116d56d04b13" label="6">
    <para> ABRvS 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4460.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ced0eba7-55d2-45f8-80e3-f699f0243d4a" label="7">
    <para> Vergelijk HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858 (C, B en X) en HvJEU 4 september</para>
    <para>2025, ECLI:EU:C:2025:647 (Adrar).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>