<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:2950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-16T10:55:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.61411</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2950">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-16T10:55:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:2950 Rechtbank Den Haag , 20-01-2026 / NL25.61411</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:2950:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tweede beroep niet tijdig aanvraag mvv nareis en 8EVRM gegrond nadere beslistermijn twee weken</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:2950:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak</para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="fb1fa1a3-b09a-47a9-8d58-35cb07a12acc" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f15eaffb-2684-4f5c-ab9a-9b8fa6c1a030" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.61411</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 1]
        </emphasis>, V-nummer: [V-nummer] <emphasis role="bold">[eiser 2]</emphasis>, V-nummer: [V-nummer] <emphasis role="bold">[eiser 3]</emphasis>, V-nummer: [V-nummer] gezamenlijk genoemd: eisers, (gemachtigde: mr. V. Senczuk),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie, </emphasis>de minister.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para>Deze uitspraak gaat over het beroep dat eisers hebben ingediend na de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 19 mei 2025.1 In die uitspraak staat onder meer dat de minister binnen acht weken na verzending van die uitspraak moet beslissen op de aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel en een mvv voor verblijf voor gezinshereniging nareis asiel – 8 EVRM (hierna: de aanvraag), indien de minister niet binnen die termijn kenbaar maakt dat hij nader onderzoek wil verrichten. Eisers stellen nu beroep in, omdat de minister binnen die termijn geen beslissing heeft genomen op de aanvragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Overwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De rechtbank vindt het in deze zaken niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.2</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.3</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="496cf49d-eabe-400b-8943-ee835bcbdf1c" depth="2" width="193" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ECLI:NL:RBDHA:2025:9637.</title>
    <para>2 Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
    <para>3 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Is het beroep van eisers ontvankelijk?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Soms kan niet worden verwacht dat de betrokkene eerst een ingebrekestelling stuurt. Dat is in dit geval zo, omdat de bestuursrechter in de uitspraak van 19 mei 2025 een uitdrukkelijke en inmiddels verstreken termijn heeft gesteld voor het nemen van besluiten.4 Ondanks het ontbreken van ingebrekestellingen, zijn de beroepen van eisers dus ontvankelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Is het beroep van eisers gegrond?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De rechtbank stelt vast dat de minister niet binnen de door de rechtbank genoemde termijn alsnog heeft beslist op de aanvragen. Het beroep is kennelijk gegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Welke nadere beslistermijn legt de rechtbank aan de minister op?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De rechtbank geeft de minister in beginsel een termijn van twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om alsnog besluiten te nemen.5 Er kunnen omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat de rechtbank een andere termijn geeft.6</para>
    <para />
    <para>6. De minister heeft geen verweerschrift ingediend. Onduidelijk is daardoor wanneer de minister gaat beslissen op de aanvragen. De rechtbank vindt het passend om te bepalen dat de minister binnen een termijn van twee weken na verzending van de uitspraak moet beslissen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Legt de rechtbank de minister een rechterlijke dwangsom op?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een dwangsom overeenkomstig het beleid dat de rechtbanken in dit verband hanteren.7 De rechtbank bepaalt in deze zaak dat de minister een dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee de minister de in de uitspraak bepaalde beslistermijn nu nog overschrijdt. Daarbij geldt een maximum van</para>
    <para>€ 37.500,-.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie en gevolgen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>8. De beroepen zijn gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en dat de minister binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog op de aanvragen moet beslissen. Als de minister dat niet doet, moet hij een dwangsom betalen.</para>
    <para>9. Omdat het beroep gegrond is, krijgen eisers ook een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. De minister moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eisers een professionele (juridische) hulpverlener hebben ingeschakeld om voor hen een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.</para>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="914374a8-016d-439d-99b5-63feb2a18036" depth="2" width="193" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>ECLI:NL:RVS:2021:774.</title>
    <para>5 Artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb.</para>
    <para>6 Artikel 8:55d, derde lid, van de Awb.</para>
    <para>7 Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. Zie https://www.rechtspraak.nl/Onderwerpen/Overheidsorganisatie-beslist-niet-op-tijd/Paginas/extra-dwangsom.aspx.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5). Ook moet de minister het door eisers betaalde griffierecht vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het met besluiten gelijk te stellen niet tijdig nemen van besluiten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de minister op om binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak besluiten op de aanvragen bekend te maken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de minister aan eisers een rechterlijke dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>€ 37.500,-;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de minister het door eisers betaalde griffierecht van € 194,- vergoedt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 467,-.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van</para>
      <para>C.A.A.W. van der Heijden, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>20 januari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="880e2524-a80c-4859-b696-848b2b2db631" depth="82" width="251" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Documentcode: [Documentcode]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>