<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:2726</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-16T17:00:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.43883</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2726">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2726</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-13T09:05:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:2726 Rechtbank Den Haag , 12-02-2026 / NL25.43883</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:2726:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Doorsturen als bezwaar; MVV.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:2726:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">ECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.43883</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M.J.A. Rinkes),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie,</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	 Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiseres om haar beroepschrift door te verwijzen naar de minister als bezwaarschrift. De rechtbank ziet hiervoor aanleiding en verwijst het beroepschrift door als bezwaarschrift naar de minister. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	 Eiseres heeft op 21 juni 2023 een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf ingediend. Eiseres heeft op 10 september 2025 haar (derde) beroep tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag ingediend. De minister heeft op 1 december 2025 – voordat de rechtbank het beroep van eiseres heeft kunnen behandelen – een besluit genomen op de aanvraag van eiseres. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.<footnote-ref linkend="_66f8fc5d-da9b-4514-b472-0dd0d5600227" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>3. De minister heeft een inhoudelijk besluit op de aanvraag van eiseres genomen. De rechtbank is niet gebleken dat eiseres nog een belang heeft bij een beoordeling van haar beroep tegen het niet tijdig beslissen. Het beroep is daarom, voor zover het zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>4. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft van rechtswege mede betrekking op het alsnog genomen besluit.<footnote-ref linkend="_b5fa9048-4ef0-4e51-b57c-cce15639be0d" /> Eiseres heeft verzocht om het beroep tegen het alsnog genomen besluit te verwijzen naar de minister om daar als bezwaar te worden behandeld.<footnote-ref linkend="_894f1e93-ff1c-46f5-8e66-e594248bc1c1" /> De rechtbank verwijst daarom het beroep naar de minister om daar als bezwaar te worden behandeld.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. 	Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank verwijst het beroep naar de minister om daar als bezwaar te worden behandeld. Eiseres krijgt een vergoeding van haar proceskosten, omdat de minister niet op tijd had beslist en eiseres dus terecht beroep had ingesteld. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt   Deze vergoeding stelt de rechtbank vast op € 233,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 met een wegingsfactor 0,25)<footnote-ref linkend="_d6a26a06-c7e7-4e58-8daf-a535251bfb1b" />. Omdat eiseres is vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen, hoeft de minister dit niet te vergoeden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verwijst het beroep, voor zover dat is gericht tegen het besluit van 1 december 2025, naar de minister om daar als bezwaar te worden behandeld;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de minister tot betaling van € 233,50,- aan proceskosten aan eiseres.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>S. Voolstra, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_66f8fc5d-da9b-4514-b472-0dd0d5600227" label="1">
    <para> Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b5fa9048-4ef0-4e51-b57c-cce15639be0d" label="2">
    <para> Dat staat in artikel 6:20, derde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_894f1e93-ff1c-46f5-8e66-e594248bc1c1" label="3">
    <para> De rechtbank kan dat doen op grond van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d6a26a06-c7e7-4e58-8daf-a535251bfb1b" label="4">
    <para> Rechtbank Den Haag (zp. Arnhem) 1 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:22665, onder 6.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>