<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:2711</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-13T08:19:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.39421</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2711">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2711</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-13T08:16:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:2711 Rechtbank Den Haag , 09-02-2026 / NL24.39421</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:2711:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging voor voorlopig verblijf; identiteit en familierechtelijke relatie niet aangetoond; belangenafweging; ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:2711:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.39421 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak van 9 februari 2026 tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], v-nummer: [nummer 1], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, v-nummer: [nummer 2], eiseres</para>
      <para>samen, eisers</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Stoetzer-van Esch),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_b7079f81-a935-43ba-a529-bf071ce50d7b" />
      </para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.M. Luik).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eisers voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij hun vader (referent). Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag van eisers in stand blijft. De minister heeft zich namelijk terecht op het standpunt gesteld dat eisers hun identiteit en daarmee hun familierechtelijke relatie met referent niet hebben aangetoond. Daarom is geen sprake van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Op 1 april 2023 hebben eisers een mvv-aanvraag ingediend voor verblijf bij referent op grond van artikel 8 van het EVRM. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 16 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 september 2024 op het bezwaar van eisers is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de minister. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het bestreden besluit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>3. Eisers stellen de meerderjarige kinderen van referent te zijn. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat de identiteit van eisers niet is aangetoond, omdat geen (kopieën van) geldige paspoorten zijn overgelegd. Daardoor is de familierechtelijke relatie niet aangetoond en is geen sprake is van familie- of gezinsleven tussen eisers en referent, zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM. De minister heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat, indien de identiteit van eisers wél zou zijn aangetoond, er wel sprake zou zijn van dit familie- en gezinsleven, omdat eiseres als jongvolwassenen worden aangemerkt.<footnote-ref linkend="_1f96db5e-4b91-43a3-bb9b-441f7121d5d2" /> De daaropvolgende belangenafweging valt echter in het nadeel van eisers uit.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Hebben eisers hun identiteit en de familierechtelijke relatie met referent aangetoond? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. Eisers voeren aan dat zij de meerderjarige kinderen van referent zijn en hebben ter onderbouwing meerdere documenten overgelegd, waaronder uittreksels uit het geboorteregister en een familieboekje. Volgens eisers kunnen zij geen paspoorten overleggen, omdat referent de kosten daarvoor niet kan opbrengen, het risicovol is een paspoort aan te vragen bij de Syrische ambassade en het voor meerderjarige kinderen niet mogelijk is om vanuit het buitenland (eisers verblijven op dit moment in Beiroet) een paspoort aan te vragen. Eisers wijzen op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak voor de Raad van State (Afdeling) van 26 januari 2022<footnote-ref linkend="_bbc4ceb5-7074-4aa3-9904-136cec8c32fa" /> waarin is overwogen dat de minister een integrale beoordeling moet maken van alle overgelegde documenten en verklaringen voor het ontbreken van relevante documenten. Eisers voeren aan dat het uitgangspunt is dat lidstaten gezinshereniging begunstigen en de minister daarom had moeten beoordelen of aanleiding bestond om eisers het voordeel van de twijfel te gunnen.<footnote-ref linkend="_d02ed492-3fe6-42bc-b80a-19d78b423cd5" /> Hierbij kan dan aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld in de vorm van een DNA-onderzoek, worden aangeboden. Daarbij wijzen eisers erop dat volgens de Afdeling het rechtsvermoeden van een biologisch kerngezin meebrengt dat minder hoge eisen kunnen worden gesteld aan het bewijs van de identiteit, waarbij vooruitlopend een DNA-onderzoek kan worden opgestart.<footnote-ref linkend="_8b371ee5-a0f0-4625-af94-59e9bef26889" /> Eisers betogen dat de minister in het geval van eisers een aanvullend onderzoek had moeten aanbieden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat het de eigen verantwoordelijkheid van eisers is om hun identiteit aan te tonen. Eisers hebben geen (kopie van) geldige paspoorten overgelegd en hebben niet aangetoond dat zij geen paspoorten kunnen krijgen. De minister wijst daarbij terecht op het thematisch ambtsbericht van Syrië waaruit blijkt dat er meerdere mogelijkheden zijn om aan een paspoort te komen.<footnote-ref linkend="_9adff83a-c9c3-478d-88df-df5e81e0e5a1" /> Zo kunnen onder meer reservisten, deserteurs en dienstplichtontduikers vanuit het buitenland een paspoort aanvragen en kan een paspoort door een familielid of gemachtigde worden aangevraagd.<footnote-ref linkend="_70863d33-704f-4142-a908-8679f7414ac0" /> De stelling van eisers dat de wet bepaalt dat meerderjarige kinderen persoonlijk in Syrië moet zijn om een paspoort aan te vragen en dat dit niet via een gemachtigde kan, is onvoldoende onderbouwd. Dat aan de paspoortaanvragen hoge kosten zijn verbonden betekent ook niet dat eisers geen paspoort kunnen krijgen. Bovendien heeft referent zelf verklaard dat de hoge kosten niet de belangrijkste reden zijn van het ontbreken van een paspoort en dat familie mogelijk financiële steun kan bieden.<footnote-ref linkend="_316d9a9a-780e-447a-9db3-ff501ff8e6c7" /> Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister het negatieve onderzoeksresultaat van Bureau Documenten met betrekking tot de uittreksels uit het geboorteregister en het overgelegde familieboekje als contra-indicatie mocht betrekken in de integrale beoordeling. Hoewel sommige andere documenten wel positief zijn beoordeeld, neemt dat niet weg dat de minister de conclusies ‘hoogstwaarschijnlijk niet echt’ en ‘vals’ van deze onderzochte documenten in het nadeel van eisers mocht meewegen. Gelet op het voorgaande, heeft de minister terecht geen aanleiding gezien om eisers het voordeel van de twijfel te gunnen en nader onderzoek te doen. Omdat eisers hun identiteit niet hebben aangetoond, is daarmee ook de familierechtelijke relatie met referent niet aangetoond. Er is dan ook geen sprake van familie- of gezinsleven tussen eisers en referent, zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM. De beroepsgrond slaagt niet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Mocht de minister de belangenafweging in het nadeel van eisers laten uitvallen?</emphasis>
        </para>
        <para>5.	 Eisers voeren aan dat zij het besluit van de minister niet kunnen volgen, omdat daarin wordt overwogen dat, voor zover hun identiteit en de familierechtelijke relatie zou moeten worden aangenomen, er sprake is van familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM. Daarbij heeft de minister een belangenafweging gemaakt die in het nadeel van eisers is uitgevallen. Bij nareis is er geen ruimte voor een belangenafweging.<footnote-ref linkend="_25c1c685-3f32-4256-8e6d-41f3378fd246" /> Voor zover wel een belangenafweging vereist is, betogen eisers dat deze in hun voordeel moet uitvallen, gelet op het (dan aangenomen) gezinsleven met referent, het ontbreken van familie in Syrië en hun langdurige verblijf in Beiroet. Daarnaast voeren eisers aan dat de langdurige scheiding van referent het gevolg is van de lange procedures bij de IND. Nu referent en de overige gezinsleden in Nederland wonen en het gezinsleven niet in Syrië kan worden uitgeoefend, is daarnaast sprake van een objectieve belemmering. Tot slot voeren eisers aan dat referent over voldoende inkomen beschikt, zodat het economisch belang niet kan worden tegengeworpen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat de aanvraag van eisers een reguliere aanvraag is en geen aanvraag voor nareis. Dit hebben eisers op de zitting ook erkend. In reguliere zaken wordt een belangenafweging gemaakt als familie- of gezinsleven aannemelijk is gemaakt. Uit vaste rechtspraak volgt dat de minister geen belangenafweging hoeft te maken als hij geen familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM aanneemt.<footnote-ref linkend="_ff8b2030-f5bf-4b6e-8e9c-0be57f4a8b5c" /> Nu in het bestreden besluit, gelet op het voorgaande, niet ten onrechte is uitgegaan van het ontbreken van familie- of gezinsleven, was de minister niet verplicht tot het maken van een belangenafweging. De rechtbank ziet gelet daarop geen aanleiding om de beroepsgronden die eisers hiertegen richten, te bespreken. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen en de afwijzing van de aanvraag in stand blijft. Daarom bestaat voor vergoeding van proceskosten of griffierecht geen aanleiding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Harten, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Pruijn, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_b7079f81-a935-43ba-a529-bf071ce50d7b" label="1">
    <para> Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1f96db5e-4b91-43a3-bb9b-441f7121d5d2" label="2">
    <para> Zie paragraaf B7/3.8.1. van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bbc4ceb5-7074-4aa3-9904-136cec8c32fa" label="3">
    <para> ABRvS 26 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:245. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d02ed492-3fe6-42bc-b80a-19d78b423cd5" label="4">
    <para> Richtlijn 2003/86/EG; Zie artikel 31, zesde lid, van de Vw 2000. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b371ee5-a0f0-4625-af94-59e9bef26889" label="5">
    <para> ABRvS 26 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:245, r.o. 6.1; Eisers wijzen ook op het informatiebericht 2022/22 Bewijsnood bij gezinsherenigingszaken en Chavez-aanvragen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9adff83a-c9c3-478d-88df-df5e81e0e5a1" label="6">
    <para> Thematisch ambtsbericht  Documenten Syrië december 2019, p. 7. en 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_70863d33-704f-4142-a908-8679f7414ac0" label="7">
    <para> Algemeen ambtsbericht Syrië augustus 2023, p. 61 en Thematisch ambtsbericht Documenten Syrië december 2019, p. 7. en p. 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_316d9a9a-780e-447a-9db3-ff501ff8e6c7" label="8">
    <para> Verslag van gehoor ambtelijke commissie, p. 2. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_25c1c685-3f32-4256-8e6d-41f3378fd246" label="9">
    <para> Zie ook het beleid in paragraaf C2/4.1 van de Vc 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ff8b2030-f5bf-4b6e-8e9c-0be57f4a8b5c" label="10">
    <para> ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1188. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>