<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:2670</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T12:00:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/680250 / FA RK 25-1108</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2670">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2670</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T12:00:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:2670 Rechtbank Den Haag , 13-01-2026 / C/09/680250 / FA RK 25-1108</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:2670:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kinderalimentatie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:2670:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige Kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 25-1108</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/680250</para>
    <para>Datum beschikking: 13 januari 2026</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Vaststelling kinderalimentatie</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het 14 februari 2025 ingekomen verzoek van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de vrouw] ,</title>
    <parablock>
      <para>de vrouw,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,				</para>
      <para>advocaat: mr. E. Kocabas-Güler te Zoetermeer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de man] ,</title>
    <parablock>
      <para>de man,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,			 </para>
      <para>advocaat: mr. C.E. van der Meijs te Zoetermeer. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek tot vaststellen kinderalimentatie; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweer tegen het zelfstandig verzoek tot vaststellen kinderalimentatie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het F9-formulier van 24 november 2025 van de zijde van de man, met bijlagen; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het F9-formulier van 11 december 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlagen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 16 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door een tolk B. Karpinska;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de man, bijgestaan door zijn advocaat en vergezeld door een tolk N. Polak.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten </title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Partijen zijn gehuwd op [datum] 2014 te [plaats] ( [land] ). </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats] ( [land] ),	</para>
    <para>- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats] ( [land] ).	</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit.	</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De kinderen staan ingeschreven op het adres van de vrouw. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De man, de vrouw en de kinderen hebben de Poolse nationaliteit.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <para>De vrouw verzoekt – na wijziging – :</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>te bepalen dat de man, per datum van indiening van het verzoek, dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen ten bedrage van € 388,- per maand per kind, bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie juist acht; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>
      <emphasis role="underline">Rechtsmacht en toepasselijk recht</emphasis>
      <?linebreak?>De Nederlandse rechter is op grond van artikel 3 van de Alimentatieverordening bevoegd om van de alimentatieverzoeken kennis te nemen. De rechtbank zal op grond van artikel 3 van het Haags Protocol 2007 het Nederlandse recht toepassen op de verzoeken met betrekking tot de kinderalimentatie, nu de onderhoudsgerechtigde (Nadia en Lena) hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie (hierna: de expertgroep) opgenomen in het Rapport alimentatienormen (hierna: het rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ingangsdatum </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om eerst de ingangsdatum te bespreken. De vrouw verzoekt uit te gaan van de datum van indiening van haar verzoek, te weten 14 februari 2025. De man voert hiertegen verweer en stelt dat moet worden uitgegaan van de datum van deze beschikking, omdat hij de overblijfkosten van de kinderen heeft voldaan. Volgens de man bedragen deze kosten ongeveer € 20,- per maand per kind. De vrouw stelt dat de overblijfkosten € 20,- per maand in totaal bedragen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank bepaalt de ingangsdatum van de kinderalimentatie op de datum van indiening van het verzoekschrift. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de vrouw in februari 2024 een echtscheidingsprocedure aanhangig heeft gemaakt in [land], waarin zij – onder meer – om kinderalimentatie heeft verzocht. De man kon er daarom al langere tijd mee rekening houden dat hij kinderalimentatie zou moeten gaan betalen. Gelet op de omvang van de opvangkosten ziet de rechtbank geen aanleiding om vanwege deze kosten een latere ingangsdatum te bepalen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Behoefte</emphasis>
      </para>
      <para>Bij berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind (de behoefte) zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De ouders zijn begin 2024 uit elkaar gegaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zij zijn het erover eens dat de behoefte van de kinderen in 2024 € 1566,- per maand bedraagt, te weten € 783,- per maand per kind. De rechtbank indexeert dit bedrag naar 2025, zodat de behoefte van de kinderen € 1.668,- per maand bedraagt, te weten € 834,- per maand per kind. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens dient te worden beoordeeld in welke verhouding deze behoefte van de kinderen tussen de ouders moet worden verdeeld. Daarvoor is het van belang de draagkracht van de ouders te berekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Draagkracht vrouw </emphasis>
      </para>
      <para>De draagkracht van de vrouw is tussen partijen in geschil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man stelt dat voor de bepaling van de draagkracht van de vrouw rekening moet worden gehouden met haar bruto maandloon inclusief drie toeslagen: vakantiegeld, CAO a la carte en TOW uren. Ten aanzien van de TOW uren heeft de vrouw aangevoerd dat zij deze toeslag krijgt omdat zij nachtdiensten draait. De vrouw stelt dat zij voortaan geen nachtdiensten meer zal draaien in verband met de zorg voor de kinderen. Daarom dient deze toeslag in de berekening buiten beschouwing te worden gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Uit de loonstroken die de vrouw heeft overgelegd blijkt dat zij structureel nachtdiensten draait. De rechtbank is van oordeel dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat zij voortaan geen nachtdiensten meer zal draaien, zodat de rechtbank met deze toeslag in haar berekening rekening zal houden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank voor de bepaling van de draagkracht van de vrouw uit van een inkomen van € 3.033,- bruto per maand exclusief vakantiegeld. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de toeslagen CAO a la carte van € 66,- per maand en het gemiddelde aan TOW uren van € 716,- per maand. De rechtbank baseert zich hierbij op de door de vrouw overgelegde salarisstroken van 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop moeten volgens vaste rechtspraak bij het inkomen van de desbetreffende ouder die het ontvangt, worden opgeteld. De rechtbank berekent het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop aan de hand van bovenstaande inkomensgegevens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank houdt verder rekening met pensioenpremie van € 251,- per maand en de premie WIA van € 23,- per maand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen berekent de rechtbank het NBI van de vrouw in 2025 op € 3.912,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder is in geschil of voor de bepaling van de draagkracht van de vrouw moet worden uitgegaan van haar werkelijke (hogere) woonlasten in plaats van het woonbudget. De vrouw stelt dat haar werkelijke woonlasten € 1.400,- per maand betreffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Zoals hierna zal blijken, bestaat er een tekort aan gezamenlijke draagkracht om in de behoefte van de kinderen te voorzien. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de draagkracht van de vrouw te verlagen door rekening te houden met haar werkelijke hogere woonlasten, zoals door haar gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat het NBI van de vrouw hoger is dan € 2.125,- zal de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 x NBI + € 1.310,-) gebruiken. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan: 70% x [3.912 – ( 1.174 + 1.310)] = € 1.000,- per maand.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Draagkracht man </emphasis>
      </para>
      <para>De draagkracht van de man is tussen partijen in geschil.</para>
      <para>De man stelt dat voor de bepaling van zijn draagkracht rekening moet worden gehouden met de verlofuren die hij maandelijks koopt in verband met de zorg voor de kinderen op de woensdagmiddag. Hij werk fulltime en heeft onvoldoende vakantiedagen om iedere woensdag een vrije middag op te nemen. Bovendien is een dag minder werken per week (financieel) nadeliger dan extra uren kopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank acht het van belang dat de zorgregeling gecontinueerd kan blijven worden. Daarom zal zij in haar berekening rekening houden met de maandelijkse aankoop van verlofuren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gaat voor de bepaling van de draagkracht van de man uit van een inkomen van € 3.517,- bruto per maand. Gelet op het voorgaande komt hier een bedrag van € 276,- per maand op in mindering in verband met de aankoop van verlofuren. De rechtbank gaat dan ook uit van een inkomen van € 3.214,- bruto per maand exclusief vakantiegeld. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met een eindejaarsuitkering van € 248,- per maand. De rechtbank baseert zich hierbij op de door de man overgelegde salarisstroken van 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank houdt verder rekening met pensioenpremie van € 247,- per maand en de premie WIA van € 10,- per maand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen berekent de rechtbank het NBI van de man in 2025 op € 2.868,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder stelt de vrouw dat voor de bepaling van de draagkracht van de man moet worden uitgegaan van zijn werkelijke (lagere) woonlasten in plaats van het woonbudget. De man heeft op de zitting aangegeven dat zijn werkelijke woonlasten € 750,- per maand betreffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Zoals hierna zal blijken, bestaat er een tekort aan gezamenlijke draagkracht om in de behoefte van de kinderen te voorzien. Daarbij is de rechtbank niet gebleken dat de werkelijke woonlasten van de man op korte termijn zullen veranderen. De rechtbank ziet daarom aanleiding om de draagkracht van de man te verhogen door rekening te houden met zijn werkelijke lagere woonlasten. De rechtbank zal de formule voor het berekenen van de draagkracht hierop aanpassen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De formule die de rechtbank gebruikt is 70 % x [NBI – (<emphasis role="italic">woonlasten</emphasis> + € 1.310,-)]<emphasis role="italic">. </emphasis>De draagkracht van de man is dan € 566,- per maand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gezamenlijke draagkracht </emphasis>
      </para>
      <para>De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 1.566,- per maand (€ 1000,- + € 566,-). Dit is onvoldoende om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien. De rechtbank komt daarom niet toe aan een draagkrachtvergelijking. Er is sprake van een tekort van € 102,- per maand. <?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zorgkorting</emphasis>
      </para>
      <para>De vrouw gaat in haar berekening uit van een zorgkortingspercentage van 5 %. De man stelt dat rekening dient te worden gehouden met een zorgkortingspercentage van 15 %. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is gebleken dat de kinderen iedere woensdag uit school tot 19:00 uur en iedere zondag van 11:00 uur tot 19:00 uur bij de man zijn. Daarbij is namens de vrouw op de zitting aangegeven dat partijen zijn aangemeld bij een hulpverleningstraject en dat er wordt gekeken naar een uitbreiding van de zorgregeling. Gelet op de huidige zorgregeling en een mogelijke uitbreiding daarvan ziet de rechtbank aanleiding om in haar berekening uit te gaan van een zorgkortingspercentage van 15 %. De zorgkorting bedraagt dan € 250,- (15 % van € 1.668,-)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat sprake is van een tekort van € 102,- per maand, wordt het tekort aan beide ouders voor de helft toegerekend. De helft van het tekort komt in mindering op de zorgkorting van de man, dus € 51,- per maand. Dit betekent dat hij nog recht heeft op een zorgkorting van (250 – 51) = € 199,- per maand. <?linebreak?></para>
      <para>Het aandeel van de man in de kosten van de kinderen bedraagt dan (566 – 199) = € 367,- per maand, te weten € 184,- per maand per kind. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>Uitgaande van het bovenstaande zal de rechtbank de door de vader met ingang van 14 februari 2025 aan de moeder te betalen kinderalimentatie bepalen op € 184,- per maand per kind. Dit is geïndexeerd naar 2026 € 192,- per maand per kind. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het meer of anders verzochte met betrekking tot de kinderalimentatie zal de rechtbank afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para>De rechtbank:      </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>*</para>
      <para>bepaalt dat de man aan de vrouw, over de periode 14 februari 2025 tot en met 31 december 2025 een kinderalimentatie van € 184,- per maand per kind moet betalen, en met ingang van 1 januari 2026 € 192,- per maand per kind, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>*</para>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>*</para>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben- de Vries, rechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 januari 2026.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="6d41f76b-1d69-477a-a91a-d4726928de17" depth="771" width="545" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>