<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:2647</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T15:30:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/678886 / FA RK 25-420</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2647">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2647</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T15:29:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:2647 Rechtbank Den Haag , 13-01-2026 / C/09/678886 / FA RK 25-420</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:2647:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>wijziging partneralimentatie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:2647:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 25-420</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/678886</para>
    <para>Datum beschikking: 13 januari 2026</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Alimentatie</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 20 januari 2025 ingekomen verzoek van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de man],</title>
    <parablock>
      <para>de man,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: mr. H.H.M. de Vries-Veringa te Lisse.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de vrouw],</title>
    <parablock>
      <para>de vrouw,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: mr. J. de Koning te Lisse.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift tevens verzoekschrift.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 16 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de advocaat van de man en de vrouw met haar advocaat en een tolk, mevrouw A. Polo. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten </title>
    <para>- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 1987 tot [datum 2] 2022.</para>
    <para>- Beide partijen hebben de Nederlandse nationaliteit. </para>
    <para>- Bij beschikking van deze rechtbank van 1 september 2022 is – voor zover hier van belang – tussen partijen de echtscheiding uitgesproken en bepaald dat de man € 150,- per maand aan de vrouw dient te betalen als uitkering tot levensonderhoud, met ingang van de dag van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, door overschrijving van dit bedrag naar een door de vrouw aan te wijzen rekeningnummer. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Verzoek en verweer</title>
    <parablock>
      <para>De man verzoekt:</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">primair</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- de beschikking van deze rechtbank van 1 september 2022 te wijzigen, in die zin dat de in voornoemde beschikking vastgestelde alimentatieverplichting wordt bepaald op nihil, en wel met ingang van de datum waarop de beschikking door de rechtbank is afgegeven;</para>
    <para>- te bepalen dat de vrouw hetgeen door haar is ontvangen uit hoofde van de alimentatieverplichting door haar aan de man zal moeten worden terugbetaald;</para>
    <bridgehead role="underline">subsidiair</bridgehead>
    <para>- de beschikking van deze rechtbank van 1 september 2022 te wijzigen, in die zin dat de in voornoemde beschikking vastgestelde alimentatieverplichting wordt bepaald op nihil met ingang van de datum van indiening van het onderhavige verzoekschrift, althans een zodanige datum en zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren. </para>
    <para>Op de zitting heeft de man zijn verzoek in die zin gewijzigd, dat hij verzoekt te bepalen dat de partneralimentatie wordt gesteld op het bedrag dat hij tot nu toe aan de vrouw heeft voldaan, namelijk € 300,-.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. </para>
      <para>Daarnaast heeft de vrouw zelfstandig verzocht te bepalen dat de partneralimentatie vanaf 20 januari 2025 op nihil wordt gesteld, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van artikel 1:401 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud ook worden gewijzigd of ingetrokken, indien zij van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord, doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man stelt dat de beschikking van deze rechtbank van 1 september 2022 van meet af aan niet aan de wettelijke maatstaven heeft voldaan. Immers, de man heeft in deze procedure geen verweer gevoerd, waardoor geen rekening is gehouden met het gegeven dat de man niet beschikt over enige draagkracht. Dit is door de vrouw niet betwist. De rechtbank zal de man daarom ontvangen in zijn verzoek en overgaan tot een inhoudelijke beoordeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>Zoals hiervoor besproken, is tussen partijen niet in geschil dat de partneralimentatie nooit aan de wettelijke maatstaven heeft voldaan en de partneralimentatie daarom op nihil moet worden gesteld. Wel is tussen partijen de ingangsdatum van de nihilstelling in geschil. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man verzoekt primair te bepalen dat de partneralimentatie met ingang van de datum van de echtscheidingsbeschikking op nihil wordt gesteld, althans dat zijn bijdrageplicht wordt gesteld op het bedrag dat hij tot nu toe betaald heeft, en subsidiair met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw voert hiertegen verweer en verzoekt zelfstandig te bepalen dat de partneralimentatie met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift op nihil wordt gesteld. Hiertoe voert de vrouw aan dat zij een AOW-uitkering ontvangt. Hoewel de man slechts twee keer aan zijn alimentatieverplichting heeft voldaan, wordt zij wel gekort op haar uitkering. Volgens de vrouw had de man eerder actie moeten ondernemen om van zijn alimentatieverplichting af te komen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat zij volgens vaste rechtspraak terughoudend moet zijn bij het wijzigen van alimentatieverplichtingen over het verleden. Dergelijke wijzigingen kunnen ingrijpende financiële gevolgen hebben. Gebruikelijk is dat de ingangsdatum van een (wijziging van een) alimentatieverplichting wordt bepaald op de datum van de beschikking of op de datum van indiening van het wijzigingsverzoek. Dit kan anders zijn als er sprake is van bijzondere omstandigheden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vaststaat dat de vrouw gekort is op haar AOW-uitkering, ondanks het feit dat de man niet aan zijn partneralimentatieverplichting heeft voldaan. Dit heeft ertoe geleid dat de vrouw niet volledig in haar levensonderhoud heeft kunnen voorzien, waardoor zij noodgedwongen geld heeft moeten lenen van de kinderen van partijen. Op de zitting was duidelijk zichtbaar dat dit haar veel pijn en verdriet heeft gedaan. Volgens de vrouw is het niet zeker of, indien de door de man te betalen partneralimentatie met terugwerkende kracht op nihil wordt gesteld, de uitkerende instantie [instantie] alsnog met terugwerkende kracht de AOW-uitkering van de vrouw zal aanvullen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Indien de partneralimentatie met terugwerkende kracht op nihil, althans op het door de man betaalde bedrag van € 300,- zou worden gesteld, dan is er een risico dat de nadelige gevolgen van het feit dat de man niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan én niet eerder om nihilstelling heeft gevraagd, bij de vrouw blijven liggen. Zij is immers – afgezien van de betaling van in totaal € 300,- – gekort op haar AOW-uitkering, heeft een lening moeten aangaan bij haar zoon en het is kennelijk nog onzeker of de uitkerende instantie alsnog met terugwerkende kracht zal uitkeren tot 100%. De rechtbank vindt het niet redelijk om dit risico bij de vrouw te laten. Naar het oordeel van de rechtbank dient de ontstane situatie voor rekening en risico van de man te komen. Het had op zijn weg gelegen om de partneralimentatie eerder op nihil te laten stellen. De man wist immers dat hij niet in staat was om aan zijn alimentatieverplichting te voldoen. In plaats daarvan heeft hij lange tijd stilgezeten waardoor de vrouw werd gekort op haar AOW-uitkering en zij geld van de zoon heeft moeten lenen. De rechtbank zal daarom de ingangsdatum voor de nihilstelling van de partneralimentatie bepalen op de datum van indiening van het verzoekschrift, te weten 20 januari 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing  </title>
    <para>De rechtbank –  met wijziging in zoverre de beschikking van deze rechtbank van 22 september 2022 – :</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de door de man met ingang van 20 januari 2025 te betalen uitkering tot levensonderhoud van de vrouw op nihil;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, bijgestaan door mr. A.J.A Olthoff als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 januari 2026.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>